In Nederland is volgens de wet de moeder degene die het kind ter wereld heeft gebracht. Is de moeder getrouwd dan is de echtgenoot automatisch de juridische vader van het kind. Het maakt hierbij niet uit of het kind wel of niet genetisch verwant is aan de ouders. Dit houdt in dat tot het kind door de wensouders is geadopteerd er familierechtelijke betrekkingen bestaan tussen de draagouders en hun bloed- en aanverwanten met het kind. Dit kan bijvoorbeeld inhouden dat het kind erft van de familie van de draagouders.
Het VUmc eist onder andere dat de draagouders en wensouders vooraf schriftelijk met elkaar overeenkomen dat de draagouders het kind na de geboorte afstaan en zullen meewerken aan de adoptieprocedure. De wensouders zullen op hun beurt met de draagouders moeten overeenkomen dat ongeacht de medische en geestelijke toestand van het kind na de geboorte zij het kind zullen verzorgen en opvoeden en een adoptieprocedure zullen starten. Deze afspraken kunnen echter niet voor de rechter worden afgedwongen. De draagouders kunnen door een rechter niet gedwongen worden het kind na de geboorte af te staan, de wensouders kunnen niet gedwongen worden het kind in hun midden op te nemen.
Ook is niet met zekerheid van tevoren te zeggen dat de adoptie van het kind zal kunnen gaan plaatsvinden. Er bestaat in Nederland geen speciale adoptieregeling voor kinderen die door middel van hoog-technologisch Draagmoederschap ter wereld komen. In het geval de wensvader het kind niet tijdens de zwangerschap heeft kunnen erkennen betekent dit dat de wensouders, zijnde de genetische ouders van het kind, een officiële adoptieprocedure moeten starten. De adoptieprocedure komt in het kort hierop neer: Het kind moet feitelijk door de wensouders gedurende één jaar worden verzorgd en opgevoed. Om het kind meteen na de geboorte te mogen verzorgen en opvoeden moeten de wensouders voorafgaande toestemming hebben van de Raad van de Kinderbescherming. Als het kind eenmaal bij de wensouders verblijft kan de Raad voor de Kinderbescherming op verzoek van de draagmoeder een verzoek indienen bij de Kantonrechter om de draagouders te ontheffen van het ouderlijk gezag. De wensouders kunnen tegelijkertijd een verzoek indienen bij de Kantonrechter om tot voogd te worden benoemd. De Kantonrechter wijst het verzoek om de draagouders te ontheffen van het ouderlijk gezag toe als de draagmoeder of ouders ongeschikt zijn het kind op te voeden en te verzorgen. De Hoge Raad heeft in haar arrest van 29 juni 1984 bepaald dat onmacht of ongeschiktheid tot het opvoeden en verzorgen van een kind zich kan beperken tot één bepaald kind, door bijzondere eigenschappen van het kind of door bijzondere omstandigheden waarin het kind zich bevindt. Die bijzondere omstandigheden kunnen liggen in het feit dat bij de draagmoeder de wil ontbreekt om voor het kind te zorgen, in combinatie met de uitdrukkelijke wens de verantwoordelijkheid en de opvoeding van dit kind aan de wensouders over te laten.
Als het gezag niet langer bij de draagmoeder/ouders rust, kunnen de wensouders bij de Rechtbank een verzoek indienen tot adoptie. Om dat verzoek te kunnen honoreren zullen de wensouders aan de wettelijke adoptievereisten moeten voldoen.
Om de adoptie te bewerkstelligen moeten draagouders en wensouders dus gedurende de hele procedure hun medewerking blijven verlenen. Adoptie kan niet worden bewerkstelligd als één van de ouders niet meewerkt.
Indien de draagmoeder en de wensvader niet gehuwd zijn, bestaat de mogelijkheid dat de wensvader het kind in de zwangerschap van de draagmoeder al erkent. Na de geboorte is de wensvader dan automatisch de juridische vader van het kind. Mocht de wensvader overlijden dan erft het kind automatisch van hem. Hij is verder bevoegd om de Kanton¬rechter te verzoeken hem met het gezag over het kind te belasten. De kantonrechter zal dit verzoek alleen honoreren als hij dit in het belang van het kind wenselijk oordeelt. Ook hier staat de uitkomst van de procedu¬re niet bij voorbaat vast. Zodra de wensvader het gezag over het kind uitoefent, kan de weg tot stiefoudera¬doptie bewandeld woren. Hiervoor is vereist dat de stiefouder (de wensmoe¬der) het kind gedurende een jaar heeft verzorgd en opgevoed.
Wensouders zullen de kosten moeten betalen die de draagouders voor de zwangerschap en bevalling en adoptieprocedure moeten maken. Ook zullen de wensouders een testament moeten afsluiten voor het geval één of beide wensouders voordat de adoptie van het kind is gerealiseerd onverhoopt komen te overlijden. Hierin wordt de nalatenschap geregeld, maar ook de wensen omtrent de voogdij van het kind. Draagouders kunnen er voor kiezen om in een testament het kind te onterven. Tevens dienen de wensouders de kosten te dragen voor een overlijdensrisicoverzekering voor de draagmoeder, ingeval zij onverhoopt door redenen die met de zwangerschap en/of bevalling samenhangen komt te overlijden. Hiernaast dienen de wensouders een invaliditeitsverzekering af te sluiten ten behoeve van de draagmoeder voor het geval zij door de zwangerschap en/of geboorte (tijdelijk) lichamelijke schade oploopt waardoor zij inkomsten misloopt of kosten moet maken. De wensouders moeten verder een eigen overlijdensrisicoverzekering afsluiten, om in het geval zij mochten overlijden te kunnen voorzien in de kosten van de opvoeding van het kind.
De artsen en overige medewerkers van het VUmc hebben bij het totstand laten komen van een een zwangerschap middels hoog-technologisch draagmoederschap een belangrijke rol. Om deze reden voelen zij zich verantwoordelijk voor het welzijn van met name van het kind, maar ook van de betrokken ouders en familie. Om die reden stelt het VUmc eisen vooraf aan de draag- en wensouders voordat er wordt aangevangen met de behandeling. Door bijvoorbeeld vooraf goede afspraken te maken tussen draag- en wensouders en eventualiteiten goed te verzekeren is het welzijn van alle betrokken het beste gediend. Het VUmc stelt onder meer de volgende eisen aan een haar medewerking aan hoog-technologisch draagmoederschap en zal daartoe documenten controleren: