EUG / Buitenbaarmoederlijke zwangerschap

brochure nr. 19

Inleiding

Wat is een EUG?

Een buitenbaarmoederlijke zwangerschap wordt ook wel afgekort als EUG (Extra=buiten, Uterus=baarmoeder, Graviditeit=zwangerschap). De bevruchte eicel bevindt zich buiten de baarmoeder, meestal in de eileider. Eén op de 100 zwangerschappen loopt uit op een EUG. Elke EUG kan verschillend verlopen, maar kan in principe niet resulteren in een voldragen zwangerschap. De ontwikkeling van een EUG in de eileider houdt bijna nooit langer dan drie maanden stand.

Soorten EUG's

Naar gelang de plaats van de EUG zijn er een aantal soorten te onderscheiden:

Oorzaken van een EUG

Een EUG kan ontstaan als het normale transport van de bevruchte eicel niet goed verloopt. Het transport vanuit de eierstok naar de baarmoeder wordt belemmerd. Deze belemmering kan vele oorzaken hebben. De werkelijke oorzaak kan in de praktijk vaak niet achterhaald worden.
Mogelijke oorzaken zijn:

Symptomen van een EUG

In het begin onderscheidt de buitenbaarmoederlijke zwangerschap zich op geen enkele manier van een gewone zwangerschap.
De zwangerschapstest is positief en alle gewone zwangerschapsverschijnselen kunnen zich voordoen. Maar vroeg of laat ontstaan er problemen, omdat de eileider (of elke andere plaats buiten de baarmoeder) er niet op gebouwd is om een zwangerschap uit te dragen. De klachten kunnen ontstaan een paar dagen nadat de vrouw 'over tijd' is, maar soms ook pas een paar weken later. Wanneer de klachten beginnen hangt af van de plaats waar het bevruchte eitje zich heeft ingenesteld. In het smalste gedeelte van de eileider rekt de groeiende vrucht de eileider eerder uit en dit zal binnen een paar weken klachten opleveren, terwijl in het bredere gedeelte van de eileider meer ruimte is, zodat soms pas na langere tijd de eerste symptomen ontstaan.

Als de eileider van binnenuit wordt opgerekt, veroorzaakt dit op den duur pijn. Naarmate het embryo groter wordt, neemt de pijn ook toe. Als het embryo zich innestelt in de wand van de eileider, kan hier een bloeding ontstaan. Bij een gezonde zwangerschap zorgt de wand van de baarmoeder voor voldoende voedingsstoffen; bij een EUG ontbreekt deze voedingsbodem, waardoor de vrucht in groei achterblijft en voortijdig zal afsterven. Ook dat kan leiden tot bloedverlies.

Bloedverlies is dus meestal het eerste duidelijke verschijnsel van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Het gaat gepaard met pijn (krampen van de eileider), meestal aan één kant van de buik of onder in de buik.
De pijn kan al aan het bloedverlies voorafgaan.
Wanneer de eileider onder druk van de EUG scheurt of barst komt er bloed uit de eileider in de buikholte, wat een typische schouderpijn veroorzaakt. De prikkeling van het buikvlies wordt opgevangen door de zenuw van het middenrif en deze zenuw is een zijtak van de schouderzenuw. Op deze manier voelt men het bloedverlies, dat optreedt in de buik, dus in de schouder.
Doordat de bloeding binnen in de buik niet opvalt, kan ongemerkt snel bloedarmoede ontstaan, wat zich uit in duizeligheid en flauwvallen.

Maar het bloedverlies hoeft niet altijd met pijn gepaard te gaan.
Juist dat laatste is zo gevaarlijk, want dan lijkt het op een 'gewone' miskraam. Als de EUG zich een aantal maanden heeft kunnen ontwikkelen, is het mogelijk dat er een acute inwendige buikbloeding optreedt, die levensbedreigend is en in 30 tot 60 minuten fataal kan aflopen.

Klachten van een EUG treden meestal op tussen de 5e en de 12e week dat een vrouw zwanger is. Het piekmoment ligt bij de 7e of 8e week.

Diagnose

De praktijk leert dat het moeilijk is een EUG vast te stellen. Vaak wordt in de eerste instantie gedacht aan een miskraam, mola-zwangerschap (=een 'druiventros'zwangerschap waarbij het vruchtje verloren is) of een blinde darmontsteking waardoor veel vrouwen toch in de acute vorm terechtkomen. Dat komt ook omdat niet alle EUG's hetzelfde verlopen. Ze geven soms wat vage klachten waardoor medici op het verkeerde spoor worden gebracht.
Wordt er gedacht aan een EUG dan kan dat aan de hand van de volgende onderzoeken vastgesteld worden:

Behandeling

Momenteel zijn er vier behandelingsmethoden die worden toegepast bij de behandeling van een EUG.

a. Een afwachtende (expectatieve) behandelingsmethode.

Dit is mogelijk bij:

b. Injectie(s) met Methotrexaat

Methotrexaat behoort tot de cytostatica en wordt gebruikt als:

Een kuur met methotrexaat zal het vruchtje afbreken, omdat het (evenals kankercellen) sneldelende cellen zijn. Het vruchtje wordt dan afgevoerd via de baarmoeder. Het middel heeft weinig bijwerkingen en geen nadelige gevolgen voor de vruchtbaarheid en eventuele latere zwangerschappen. Wel mag de vrouw 3-6 maanden na de laatste injectie (er kunnen meerdere injecties gegeven worden, afhankelijk van de hoogte van het HCG), niet zwanger worden, zodat zeker is dat het middel de vrucht tijdens de zwangerschap niet nadelig beïnvloedt. Methotrexaat wordt ook als chemokuur bij kanker gebruikt.

c. Een laparoscopie (laparo= buik,scopie= kijken)

Hierbij wordt via een dunne naald koolzuurgas in de buikholte ingebracht. Zo ontstaat ruimte in de buik om de verschillende organen te zien. Meestal gebeurt dit via een sneetje onder de navel. Als men vermoedt dat er verklevingen bestaan, brengt men soms de naald op een andere plaats in, bv. onder de ribbenboog. Daarna wordt de laparoscoop (kijkbuis) ingebracht en aangesloten op een videocamera. Het operatiegebied kan nu op de monitor gezien worden. Ook op een paar andere plaatsen, zoals net boven het schaambeen en de zijkanten van de onderbuik, worden nog sneetjes gemaakt (drie van één cm en één van ong.drie cm) waardoorheen de operatie-instrumenten worden ingebracht. Via de schede en baarmoederhals kan een staafje in de baarmoederholte worden gebracht om deze tijdens de operatie te bewegen. Een EUG kan door deze ingreep, als deze groot genoeg is, herkend en verwijderd worden.

Indicaties voor een laparoscopie bij een verdenking van een EUG zijn:

Een laparoscopie is vaak in eerste instantie om een diagnose te kunnen stellen. Als er een EUG aangetroffen wordt, kan er, afhankelijk van de grootte en de plaats van de EUG, een laparoscopisch-chirurgische ingreep toegepast worden. De gynaecoloog kan de eileider, indien de EUG zich daarin bevindt, sparen of verwijderen. Deze keuze maakt de gynaecoloog op basis van de plaats van de EUG, een eventuele beschadiging van de eileider, een kinderwens en de toestand van de andere eileider.

Mogelijke complicaties:

Bij het opereren zelf kunnen complicaties optreden. In zeer zeldzame gevallen kunnen de urinewegen of darmen beschadigd worden. De gevolgen kunnen soms pas zichtbaar worden als men al uit het ziekenhuis ontslagen is. Bij ernstige buikpijn, koorts of pijn in de nierstreek (aan de zijkant van de rug) is het dan ook verstandig direct met de dienstdoende gynaecoloog contact op te nemen. Deze beschadigingen zijn meestal goed te behandelen, maar het vraagt extra zorg en het herstel zal langer duren.

Bij de operatie wordt meestal een katheter in de blaas gebracht. Daardoor kan een blaasontsteking ontstaan. Dit is lastig en pijnlijk, maar goed te behandelen. Er kan in de buikwand of in de schede een nabloeding optreden. Meestal kan het lichaam zelf een bloeduitstorting verwerken, maar dit vergt een langere periode van herstel. Bij een ernstige nabloeding is soms een tweede operatie nodig, vaak via een grote snede.

Voor pijn na de operatie krijgt de vrouw pijnstillers. Het kan gebeuren dat zij naast buikpijn ook schouderpijn heeft. Het tijdens de operatie gebruikte koolzuurgas om meer ruimte in de buik te maken veroorzaakt die pijn.

Sommige vrouwen hebben na de operatie klachten als: duizeligheid, slapeloosheid, en moeheid als gevolg van de narcose. Deze zijn niet ernstig te noemen, maar kunnen vervelend zijn. Als het verloop van het herstel na de operatie anders is of langer duurt dan verwacht, is het verstandig dit met de huisarts of gynaecoloog te bespreken.

d. Een laparotomie (laparo=buik, tomie=snede)

Bij een laparotomie wordt door middel van een buiksnede (zgn. bikinisnede) de buik geopend waardoor in dit geval de EUG verwijderd kan worden.
Deze wordt uitgevoerd indien er sprake is van een instabiele bloedcirculatie. In dit geval zal eerst een redelijk stabiele bloedcirculatie nagestreefd worden d.m.v. een infuus met een eiwitoplossing en bloedcomponenten. In zeer acute situaties kan het nodig zijn snel te handelen om te voorkomen dat de vrouw sterft aan de EUG. In dat geval wordt direct tot een laparotomie besloten.
Ook als de gynaecoloog veel vergroeiingen verwacht in de buikholte, bijvoorbeeld na eerdere buikoperaties, kan deze besluiten te kiezen voor een laparotomie boven een laparoscopie.
Bij de operatie kan de eileider in de lengterichting gekliefd worden om het vruchtje er uit te halen. De eileiderwand wordt dan weer gehecht met fijne hechtingen.
De eileider kan ook gestript worden. Het vruchtje wordt dan achteruit geduwd, in de richting van de eierstok. De meest radicale methode is om een gedeelte van de eileider weg te halen. Meestal is er dan sprake van een scheur in de eileider.
Tijdens de ingreep wordt ook gekeken naar de conditie van de andere eileider. Ook speelt een rol in hoeverre de eileider, waar de zwangerschap gelokaliseerd is, beschadigd is geraakt.

Verwerking van een EUG

a. Lichamelijke verwerking

Herstel thuis:

Afhankelijk van de zwaarte van de behandeling of operatie (laparoscopie of laparotomie) en haar conditie blijft de vrouw één of meerdere dagen in het ziekenhuis. Over het algemeen moet er voor herstel zeker op twee tot drie weken gerekend worden. Na een laparotomie is er meestal spraken van een langere herstelperiode dan na een laparoscopie. De eerste dagen kan de vrouw over het algemeen wel voor zichzelf zorgen, maar niet voor een gezin. Vaak is zij sneller moe en kan ze minder aan dan normaal. In dat geval is het verstandig toe te geven aan de moeheid en extra te rusten. Te hard van stapel lopen heeft vaak een averechts effect. Het lichaam geeft aan wat ze wel en niet aankan. Daarnaar luisteren is belangrijk. Er wordt aangeraden om 6 weken niet zwaar te til-len. Fietsen, traplopen en andere bewegingen waar buikspieren bij worden gebruikt, kunnen het best weer langzaam opgebouwd worden. De eetlust kan ook verminderen waardoor men gaat afvallen in gewicht.

Een vlotter herstel bij een laparoscopische operatie in vergelijking met een 'gewone' operatie wordt als één van de voordelen van de laparoscopie gezien. Voor sommige vrouwen is het ook een nadeel. Voor de omgeving kan het lijken, alsof zij met deze kleine sneetjes en het snelle ontslag uit het ziekenhuis eigenlijk nauwelijks ziek is, zodat ze minder hulp en steun thuis krijgt dan na een 'gewone' operatie met een grotere snede. Het is verstandig de signalen van het lichaam ook na een laparoscopische operatie serieus te nemen.

Medicijnen:

Bij veel bloedverlies worden ijzertabletten voorgeschreven.
Bij pijn kan eventueel paracetamol gebruikt worden.

Mogelijke complicaties:

Buikpijn, koorts, pijn in de nierstreek, blaasontsteking, nabloeding, bloeduitstorting, rode, gezwollen of pijnlijke wond. Duizeligheid, slapeloosheid en moeheid als gevolg van de narcose.
Neem in geval van hevige buikpijn, koorts of hevig bloedverlies, altijd contact op met het ziekenhuis of uw huisarts.

Douchen/baden:

Als men alleen buiklitteken(tjes) heeft, is er geen bezwaar tegen douchen, baden en zwemmen.

HCG-controle:

In de dagen na de operatie of behandeling moet een HCG-bepaling laten zien of er nog resten van de vrucht zijn achtergebleven. Een hoge HCG-spiegel in het bloed die niet afneemt, wil meestal zeggen dat er nog resten van de EUG zijn. Er moet dan gekeken worden of een nieuwe operatie of behandeling met medicatie nodig is.

Aria-Stella-reactie

Een zogenaamde Aria-Stella-reactie, kan na de operatie optreden. Dit is weefselverlies in de vorm van stukjes baarmoederslijmvlies (decidual cast). Dit weefsel wordt vanuit de baarmoeder door het lichaam uitgestoten, daar waar het vruchtje zich had moeten innestelen. Men zal dan vloeien.

Hechtingen:

In sommige ziekenhuizen worden voor de littekentjes hechtingen gebruikt die uit zichzelf oplossen. Dit duurt ongeveer zes weken. Soms wordt materiaal gebruikt dat binnen een week oplost. In andere ziekenhuizen worden hechtingen gebruikt die na ongeveer een week moeten worden verwijderd. Dit gebeurt op de polikliniek of door de huisarts. Zolang er nog wondvocht uit de wond(jes) komt, is het verstandig een pleister of een gaasje aan te brengen. Als de wond(jes) droog zijn, is dit niet meer nodig.

Seksualiteit:

Na een EUG is er geen bezwaar om snel weer te vrijen. Het kan zijn dat de buik de eerste tijd nog gevoelig is. Wacht er dan liever nog een poosje mee. Als een deel van de eileider verwijderd is kun het best met de gyneacoloog overlegd worden wanneer men weer zwanger mag worden. Sommige hanteren één menstruatie afwachten en andere drie.
Dit is ook afhankelijk van hoeveel er van de eileider is weggehaald. De operatieplek is een zwakke plek en kan bij het te snel zwanger worden een verhoogd risico op weer een EUG met zich meebrengen. Na het gebruik van Methotrexaat is de wachttijd 3 tot 6 maanden. Pas na die periode is het medicijn volledig uit het lichaam en kan het geen schade meer berokkenen aan de vrucht.
Als de gehele eileider verwijderd is, mag men in principe na de eerste menstruatie weer zwanger worden. Alleen is het psychisch vaak beter voldoende rust en tijd te nemen om te herstellen. Sommige vrouwen willen meteen weer zwanger worden en andere worden al bang bij de gedachte en kunnen de stress en kans op een evt. volgende EUG (nog) niet aan.

Nacontrole:

Na de operatie wordt een afspraak gemaakt voor nacontrole op de polikliniek. Indien er weefsel is verwijderd tijdens de operatie, krijgt men de uitslag van het weefselonderzoek. Met de gynaecoloog wordt besproken of er nog verdere controles en/of behandelingen noodzakelijk zijn. Er worden adviezen gegeven over werkhervatting, en natuurlijk is dit een gelegenheid om zelf ook vragen stellen.

b. Psychische verwerking

Het doormaken van een EUG geeft een psychische weerslag. Het plotselinge afbreken van de zwangerschap brengt de hormonen in de war. Daardoor kan men zich depressief en erg kwetsbaar voelen. Een kindje verliezen na een EUG geeft vaak dezelfde (traumatische) gevoelens als bij het doormaken van een miskraam. Daarnaast is bij een EUG vaak een spoedoperatie nodig geweest. Bij een spoedoperatie is weinig tijd geweest voor psychische begeleiding. Er spelen allerlei factoren mee in het goed verwerken van een EUG. Lukt het niet om er zelf uit te komen overleg dan met de huisarts, die eventueel voor psychische hulp kan doorverwijzen. Doordat het vruchtje een vijand voor het lichaam van de vrouw is geworden, kunnen gevoelens van tweestrijd ontstaan. Aan de ene kant wil ze overleven en aan de andere kant wil ze haar kindje niet kwijt. Datgene wat zij lief heeft, pleegt in feite een aanslag op haar leven. Het vruchtje uit de eileider halen en in de baarmoeder plaatsen is helaas niet mogelijk.

Relatie tot jezelf

Sommige vrouwen hebben het gevoel gefaald te hebben. Falen van het eigen lichaam, gefaald in het vrouwzijn. Ze zijn ook duidelijk op zoek naar een oorzaak. Helaas wordt die weinig gevonden. Vaak treedt er een gevoel van schaamte op. Dit gevoel komt voort uit het gevoel niet in staat te zijn een kind te voldragen en levend ter wereld te brengen

Relatie tot de partner

Het doormaken van een EUG heeft invloed op de relatie. Men kan hierdoor naar elkaar toe of juist uit elkaar groeien. Iedereen verwerkt het op zijn eigen manier en dat kan voor spanningen binnen de relatie zorgen. Soms is het moeilijk om met de partner over het verdriet te praten en een manier te vinden om het samen te verwerken. Sommige mannen begrijpen het gevoel van hun partner niet en kunnen haar daarom niet voldoende steunen. Andere mannen zijn een steunpilaar voor hun partner. Maar zij geven zich dan soms pas over aan hun verdriet als hun partner het ergste gehad heeft. Mannen vinden het vaak moeilijk hun gevoelens te uiten, maar lijden net zo goed onder de situatie. Als de situatie acuut is geweest, kan angst voor het overlijden van de partner ontstaan. Dit kan vooral voor de man, die er bij staat en niets kan doen, gevoelens van angst en onmacht teweeg brengen. Vragen als "Overleeft mijn partner het?" en "Ik kan niets doen" komen in hem op.

Relatie tot kinderen in het gezin

Omdat de vrouw bij een EUG al genoeg aan zichzelf heeft kan zij er niet voldoende zijn voor de andere kind(eren) binnen het gezin. Het is moeilijk om hen de aandacht te geven die ze nodig hebben. Zij kan minder hebben, is wellicht prikkelbaar en snel geïrriteerd. Om voldoende rust te kunnen nemen, kan het prettig zijn om de kinderen regelmatig uit te besteden. Het lichaam en de geest moeten tijd krijgen om te herstellen.

Relatie tot de omgeving

Mensen kunnen heel verschillend reageren. Van bot tot heel meelevend. Velen weten zich geen houding te geven. Na een dergelijke ingrijpende gebeurtenis kan de vrouw (maar ook haar partner) heel gevoelig zijn voor hun reacties. Weinig mensen reageren zoals zij dat graag zou willen. Het helpt om duidelijk naar de omgeving te zijn. Vooral omdat men na de EUG heel wisselend in gedrag en stemming kan zijn. Probeer in te zien dat mensen vaak reageren op datgene wat men uitstraalt. Vertellen over de ervaring en de gevoelens en eerlijkheid zijn belangrijk om begrip te krijgen. Emotioneel kan men een EUG niet in één dag verwerken. Dat heeft tijd nodig. In het begin ontkent men vaak de eigen gevoelens. Als mens zich thuis wel goed voelt, kan het werken toch nog tegenvallen. De confrontatie met collega's, het steeds maar weer moeten uitleggen als mensen er naar vragen, de teleurstelling/boosheid als mensen er niet naar vragen, het zwanger worden van vrienden/collega's, het praten over zwangerschappen, mensen die je mijden, mensen die vinden dat het nu toch wel verwerkt moet zijn, troosteloze woorden als: "je bent nog jong, de volgende keer lukt het vast wel" en "maar jullie hebben toch al een gezond kind?" kunnen heel frustrerend zijn en erg verdrietig maken.

Angst, hoop en frustratie voor volgende zwangerschap(pen)

Bij het merendeel van de vrouwen die een eug doormaken gebeurt dat in de eerste zwangerschap. Voor hen is er de angst of het de volgende keer wel goed gaat groter dan bij vrouwen die al kinderen hebben. De hoop op een nieuwe zwangerschap kan de verwerking van een EUG bevorderen.
Niet iedere vrouw kan snel aanvaarden dat het vruchtje op de verkeerde plek in haar lichaam zat, waar het niet had kunnen overleven. Er kan dan een gevoel van frustratie spelen, omdat de vrouw en haar partner niet weten wat de oorzaak is van de EUG.

Angst kinderloos te blijven

Vooral na het verwijderen van een eileider komt de angst kinderloos te blijven naar boven. Gaat het ooit nog lukken een zwangerschap tot een goed einde te brengen. Hierdoor kan er ook sprake zijn van angst dat het krijgen van kinderen het leven gaat bepalen.

Lotgenotencontact

Lotgenoten kunnen elkaar heel goed steunen omdat die elkaars verdriet, als geen ander, begrijpen. Vrouwen hebben doorgaans meer dan mannen de behoefte hun verhaal steeds weer opnieuw te vertellen. Dat helpt hen bij de verwerking. Freya heeft een mailinglist voor mensen die een EUG hebben doorgemaakt. Via deze lijst, waarvoor men zich via www.freya.nl kan aanmelden, kunnen ervaringen worden uitgewisseld en kan men steun bij elkaar vinden door middel van e-mail.

Prognose na een EUG

De EUG, als deze op tijd ontdekt en juist behandeld is, heeft een goede, lichamelijke, prognose. Het komt zelden voor dat de eerste bloeding fataal afloopt.
Na een EUG bestaat er een verhoogde kans op herhaling, vooral als één of beide eileider(s) behandeld of geopereerd zijn. Als men na een EUG 'over tijd' is en de zwangerschapstest positief is, moet men altijd meteen een echoscopie laten maken om aan te tonen dat het vruchtje zich werkelijk in de baarmoeder ingenesteld heeft. Wanneer dit niet zo is en er weer sprake is van een EUG kan er op tijd ingegrepen worden. In eerste instantie blijft men onder controle van de gynaecoloog. Als alles goed gaat kan men overstappen naar een verloskundige.
De vruchtbaarheid is door het verliezen van één eileider niet meteen gehalveerd. De hersenen ontvangen een prikkel als het eitje, aan de kant waar geen eileider meer is, in de buikholte verdwijnt. De hersenen sturen een prikkel naar de overgebleven eileider om dat eitje op te pikken. Na ongeveer een jaar heeft de overgebleven eileider de functie van de verwijderde eileider overgenomen. De vruchtbaarheid met één goed functionerende eileider is dan ongeveer 80%. Op tekeningen van de baarmoeder met eileider en eierstokken lijken die links en rechts van de baarmoeder te liggen. In werkelijkheid liggen ze meer achter de baarmoeder, waardoor het oppikken van het eitje door de andere eierstok makkelijk kan. De ovulatie wisselt zich niet iedere maand links en rechts af. Het ovuleren gebeurt willekeurig links en rechts.

Internetpagina's

Bronnen

Nuttige adressen

Freya, patiëntenvereniging voor vruchtbaarheidsproblematiek
Postbus 476
6600 AL Wijchen
tel. 024 645 1088
fax. 024 645 4605
e-mail : secretariaat@freya.nl

Landelijk Steunpunt voor Rouwbegeleiding (LSR)
Postbus 13189
3507 LD Utrecht
Tel: 030-2343868 (werkdagen 9-13 uur)

Landelijke Zelfhulporganisatie Ouders van een overleden kind
Postbus 418
1400 AK Bussum
Tel: 0252-370604 (op werkdagen van 9-12 uur, 14-17 uur, 19-22 uur)

FIOM, Stichting Ambulante FIOM
Centraal Bureau
Kruisstraat 1
5211 DT 's-Hertogenbosch Tel: 073-6128821, Fax: 073-6122390



juni 2002