Vereniging voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen
Terug naar boven
Terug naar beneden
Home Home

 

logo
Patiëntenvereniging voor
vruchtbaarheidsproblematiek

Eiceldonatie


BROCHURE NR. 8

Inleiding

Eiceldonatie is het afstaan van onbevruchte eicellen door een donor, aan een vrouw die zelf geen eicellen (meer) produceert, of wier eicellen niet geschikt zijn, en die wel over een goed functionerende baarmoeder beschikt. Eigenlijk is de situatie vergelijkbaar met die van de spermadonatie.
Eiceldonatie is echter minder eenvoudig omdat eicellen (nog) niet in bevroren toestand bewaard kunnen worden en omdat eicellen heel wat moeilijker te verkrijgen zijn dan sperma.
Een variant op eiceldonatie is embryodonatie; hierbij gaat het om bevruchte eicellen (meestal zijn dit embryo's die overblijven bij een paar dat zelf een IVF-behandeling ondergaat, en dat deze wil afstaan). Embryodonatie komt nauwelijks voor, daarom blijft de brochure beperkt tot de verschillende aspecten van eiceldonatie.

Hoe werkt eiceldonatie in het kort?

De donor dient een (bijna) complete IVF-behandeling te ondergaan, met de daarbij behorende hormonen. De ontvangende vrouw krijgt medicijnen om het baarmoederslijmvlies dikker te maken, zodat dit in goede conditie is voor de innesteling van de embryo's. Als zij een eigen cyclus heeft zal ze ook medicijnen moeten gebruiken om haar eigen hormoonhuishouding stil te leggen. De van de donor verkregen eicellen worden bevrucht met het sperma van de wensvader, of eventueel met donorsperma. Vervolgens worden één of twee van de ontstane embryo's in de baarmoeder van de wensmoeder geplaatst.
In Nederland vindt alleen bekende (dus geen anonieme) eiceldonatie plaats. Er is geen financiële vergoeding voor de donor, behalve een vergoeding voor de door de donor gemaakte kosten (medische kosten, reiskosten, opvangkosten kinderen); deze worden natuurlijk door de wensouders betaald. Commerciële motieven zijn bij de wet verboden.

Slagingspercentage

Het slagingspercentage is onder andere afhankelijk van de leeftijd van de donor. Hoe jonger de donor, hoe groter de kans dat de eicel bevrucht wordt. Als de eicel eenmaal bevrucht is, lijkt de kans op zwangerschap van oudere donoren niet lager. De leeftijd van de wensmoeder lijkt geen invloed te hebben op de slagingskans. De slagingspercentages (kans op een zwangerschap) die door verschillende centra in binnen- en buitenland gepubliceerd zijn liggen tussen de 10% en 50%. Helaas is het moeilijk iets in het algemeen hierover te zeggen. De slagingskans voor een paar is afhankelijk van vele (individuele) factoren.

Mogelijkheden om een donor te vinden

Donatie door een bekende donor

De meeste stellen die in Nederland eiceldonatie ondergaan zoeken zelf een donor. Dit kan bijvoorbeeld een zus, nichtje of vriendin zijn. Soms is er geen familielid of bekende die wil of kan donoren. Of de wensouders vinden het prettiger om wat meer afstand te hebben tot de donor. Deze wensouders zoeken bijvoorbeeld een donor via een oproep in een tijdschrift of via allerlei sites op internet (bijv. www.freya.nl, maar ook andere sites waarop veel vrouwen met kinderen komen).

Ruildonatie

Bij de zogenaamde 'ruildonatie' breng je zelf een donor mee. De eicellen van jouw donor worden verwisseld met die van een donor van een ander paar. Deze manier van doneren vindt plaats als de wensouders wel een bekende donor hebben, maar graag een anonieme of semi-anonieme donor willen. De wensouders en/of de donor (familielid/bekende) willen misschien liever voorkomen dat de donor het kind zal zien als 'haar' kind. Een moeilijkheid is dat dit nogal wat organisatie van het ziekenhuis vergt. In Nederland wordt deze vorm van donatie voorzover bekend niet toegepast, maar als dit wel zou gebeuren zal de donerende vrouw moeten instemmen met een mogelijke bekendmaking van haar gegevens aan het kind (zie onder Anonieme donatie). In België past men deze wijze van (anoniem) doneren echter veel toe.

Donatie door stellen die zelf ivf ondergaan

Zeer sporadisch worden eicellen gedoneerd door vrouwen die zelf IVF ondergaan en een deel van hun eicellen willen afstaan. Dit is alleen mogelijk als een vrouw veel eicellen produceert en als bij eerdere pogingen is gebleken dat de kans op bevruchting goed is, zodat haar eigen kansen door de donatie nauwelijks verminderen. Maar het is om vele redenen moeilijk tot donatie over te gaan.Bovendien kiezen de meeste stellen er voor om hun embryo's te laten invriezen, zodat hun eigen kans op een zwangerschap toeneemt.
Indien dergelijke donatie in Nederland plaatsvindt zal de donerende vrouw moeten instemmen met een mogelijke bekendmaking van haar gegevens aan het kind (zie onder Anonieme donatie).

Anonieme donatie

Anonieme donatie is in Nederland niet meer toegestaan sinds de 'Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting' van kracht is geworden (2004). Deze wet gaat ervan uit dat kinderen in beginsel recht hebben om te achterhalen van wie zij afstammen. Dat betekent dat de anonimiteit van eicel- en zaaddonoren ondergeschikt wordt aan het belang van het kind om te weten van wie het biologisch afstamt. De 'Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting' registreert de donorgegevens die de behandelende kliniek aan hen moet doorgeven. Een kind van 12 jaar of ouder kan zelf gegevens opvragen bij de Stichting. De Stichting verstrekt aan kinderen van 12 tot en met 15 jaar alleen fysieke en sociale donorgegevens (zoals kleur haar, ogen, opleiding, leefsituatie).Vanaf 16 jaar kan het kind de Stichting verzoeken om verstrekking van persoonsgegevens (naam, geboortedatum, adres, woonplaats). Vóór het verstrekken wordt de donor om toestemming gevraagd. Indien de donor bezwaar maakt, moet zij haar belang tegen openheid aantonen.
Alleen zwaarwegende redenen zullen door de Stichting worden afgewogen tegen het belang van het kind.

Naar het buitenland

In België, Spanje, Finland en in enkele voormalige Oostbloklanden wordt, door toestroom van buitenlanders, vaker eiceldonatie toegepast dan in Nederland. Ook Nederlandse stellen kiezen soms hun toevlucht tot het buitenland.
In België heeft men voorkeur voor anonieme donatie en past men veel ruildonatie toe. Ook kan men zich in België bij een aantal ziekenhuizen op een wachtlijst voor een donor laten plaatsen. Deze wachtlijsten zijn meestal wel erg lang.
In Spanje is wettelijk alleen anonieme donatie toegestaan. De (commerciële) klinieken in Spanje, Finland en de voormalige Oostbloklanden nemen het hele zoekproces naar de donor op zich, de wensouders hoeven geen energie in het zoektraject te steken, maar hebben ook weinig invloed op de keuze van de donor.
Meer informatie over eiceldonatie in het buitenland kun je op de site van Freya vinden (www.freya.nl).

Wie kan donor worden?

In de meeste gevallen zullen wensouders dus zelf op zoek moeten naar een donor. Voor eiceldonoren gelden in het algemeen de volgende regels:

  • De leeftijd van de donor is bij voorkeur lager dan 36 jaar en nooit hoger dan 40 jaar. De reden voor deze leeftijdsgrens is dat de vruchtbaarheid van een vrouw snel afneemt na het 36e jaar. Wanneer de donor tussen de 36 en 40 jaar oud is, wordt erop gewezen dat als een zwangerschap ontstaat, er een indicatie bestaat voor prenataal onderzoek (vruchtwaterpunctie, vlokkentest), ook als de 'wensmoeder' jonger is dan 36 jaar.

  • De donor moet een voltooid gezin hebben. Deze eis is gesteld omdat er altijd een (klein) risico bestaat op complicaties (bijvoorbeeld een infectie), waardoor de eigen vruchtbaarheid van de donor zou kunnen verminderen. Deze regel wordt gehanteerd door een groot deel van de ziekenhuizen, maar een toenemend aantal ziekenhuizen houdt minder strak aan deze regel vast.

  • De donor moet gezond zijn en er mogen geen contra-indicaties zijn voor hormoonstimulatie

  • Ook kijkt men naar het voorkomen van erfelijke ziektes in haar familie. Natuurlijk speelt dit minder wanneer de familie van de donor dezelfde is als de familie van de ontvanger (een zus bijvoorbeeld).

Openheid of geheimhouding?

De keuze voor openheid over of geheimhouding van de afkomst van het kind kan moeilijk zijn. Men wordt geconfronteerd met de vraag of een kind het recht heeft te weten wie zijn genetische ouders zijn.

Overwegingen rond geheimhouding:

  • Het kind wordt niet belast met het feit dat de sociale moeder en de genetische moeder niet dezelfde zijn

  • Voor een aantal bevolkingsgroepen is het moeilijk om eiceldonatie te accepteren. Dit is bijvoorbeeld het geval bij groepen met bepaalde geloofsovertuigingen. Mensen binnen deze groepen die toch voor eiceldonatie kiezen, kunnen hier moeilijk met anderen over praten. Zij kiezen vaak voor geheimhouding.

  • Tijdens de zware periode van behandeling en daarna is het, behalve met de partner, niet mogelijk om met anderen in de directe omgeving te praten over de problemen. Het is moeilijk om geheimhouding vol te houden; soms moeten daarvoor leugens verzonnen worden.

  • Er zal altijd een geheim bestaan tussen de ouders en het kind. De kans op uitlekken van dit geheim blijft aanwezig. Tijdens een echtscheiding of bij een sterfgeval kan deze kans vergroot worden. Ook als blijkt dat het kind een erfelijke eigenschap of aandoening heeft die niet in de familie voorkomt of een andere bloedgroep heeft dan de ouders, kan het geheim uitkomen.

  • Als het kind op late leeftijd van de eiceldonatie achtergrond hoort, via derden of door de ouders zelf, kan het in een ernstige identiteitscrisis komen. De vertrouwensband met de ouders wordt beschadigd, omdat ze al die jaren de waarheid hebben verzwegen

  • Geheimhouding bij gebruikmaking van een bekende donor is zeer moeilijk, met name als de donor uit familie- of vriendenkring komt. Hoe zal de donor zich gaan gedragen ten opzichte van het kind en de opvoeding van de ouders? Kunnen wensouders en donor tot overeenstemming komen over de rol van de donor in het leven van het kind?

Overwegingen rond openheid:

  • Er is geen familiegeheim. De spanning die de kans op uitlekken van het geheim met zich mee brengt valt weg. Er kan openlijk met de omgeving en het kind gesproken worden over de behandeling.

  • Als het kind al van jongs af aan ingelicht wordt, ziet het kind de eiceldonatie meestal als iets normaals en kan het goed in zijn of haar leven inpassen. Bekend is dat de reacties van KID-kinderen die zijn ingelicht over de manier van hun verwekking meestal positief zijn. (KID=kunstmatige inseminatie met donorzaad; dit wordt al vele jaren toegepast en is vergelijkbaar met eiceldonatie v.w.b. de afstammingsproblematiek)

  • Voor het kind kan het moeilijk zijn om te weten dat er geen genetische band is met zijn/haar moeder. Vooral als hij/zij degene met wie er wel een genetische band is, niet kent. Dit probleem kan voor een deel worden opgevangen door te kiezen voor een donor waarvan de identiteit te achterhalen is.

  • In de praktijk zullen meer mensen moeten worden ingelicht dan men denkt; bijvoorbeeld onderwijzers op de basisschool. Het kind kan namelijk in de klas onverwacht met een opmerking of vraag over eiceldonatie komen.

  • Doordat het kind weet dat de sociale moeder niet de genetische moeder is, kan het tijdens de puberteit in een soort identiteitscrisis komen. Tijdens ruzies kunnen opmerkingen zoals "jij bent toch mijn echte moeder niet", hard aankomen

Dit zijn zaken die tevoren moeilijk te overzien zijn. Het is echter wel belangrijk hier goed over na te denken, te praten en goede afspraken te maken met de donor.

Belangrijke zaken vooraf

Eiceldonatie is geen gemakkelijke behandeling. De donor moet stevig in haar schoenen staan, want zij krijgt te maken met allerlei emoties (van haarzelf, haar partner en van de wensouders) en moet een lichamelijk belastende behandeling ondergaan. Daarom is het belangrijk dat de partner van de donor achter haar keuze voor donatie staat. In sommige ziekenhuizen zal hier expliciet naar gevraagd worden en het kan ook voorkomen dat een ziekenhuis het bloed van de partner van de donor wil testen (HIV, Hepatitus-B).

Als het gaat om donatie van een bekende donor is het belangrijk de donatie, de behandeling zelf en alle bijkomende zaken met elkaar te bespreken. Goede afspraken maken over de relatie die de donor bij een geslaagde donatie zal hebben met het kind en de wensouders is daarbij uiteraard van groot belang. Het is goed om ruim de tijd te nemen om erover te praten en na te denken, bij een overhaaste beslissing is niemand gebaat!
Goede afspraken met elkaar te maken is beslist een noodzaak. Daarbij behoren onderwerpen aan bod te komen als:

  • willen de wensouders de omgeving en/of het kind vertellen van wie de eicel afkomstig is, en zo ja: wanneer?

  • houden donor en wensouders contact met elkaar, ook tijdens de zwangerschap en na de geboorte van het kind?

  • hoe ziet de donor dit kind en zou zij er (later) contact mee willen hebben of wil zij het contact tot het minimum beperken?

  • Kent de donor de bijwerkingen en risico's van de behandeling? De donor kan voortijdig willen of moeten stoppen.

  • Wat voor contact zal er zijn tussen donor en wensouders tijdens de behandeling? Gaan de wensouders mee bij alle bezoeken van de donor aan het ziekenhuis? Wil de donor dat de wensouders bij de punctie aanwezig zijn?

  • De donor moet bij een mislukte poging niet de 'plicht' voelen om nog een poging te ondergaan.

De behandeling

Voor het starten van de procedure

Voordat de donor werkelijk aan de donatie en de IVF-behandeling kan beginnen, zal eerst een gesprek worden gevoerd met de behandelend arts en soms ook met een maatschappelijk werkende of psycholoog. Zij zullen nagaan of de donor gemotiveerd is en weet wat de behandeling inhoudt. Ook komt daarbij aan bod of de partner van de donor erachter staat. Verder zullen zij proberen in te schatten of de donor de behandeling emotioneel aan kan. Deze procedure is nodig omdat alle partijen gebaat zijn bij een zo klein mogelijk risico dat een donor tijdens de behandeling wil stoppen. Het is trouwens zowel voor de donor als het wenspaar belangrijk om te weten dat die mogelijkheid er voor de donor wel altijd - en op elk moment tijdens de behandeling - is. Daarnaast worden de risico's besproken die een ivf-behandeling met zich meebrengt.
De algemene en gynaecologische voorgeschiedenis van de donor wordt besproken, waarbij gekeken wordt of er bezwaren zijn tegen een IVF-behandeling. Er vindt een gynaecologisch onderzoek plaats en er wordt bloed afgenomen voor onderzoek op hepatitis (geelzucht), lues (een geslachtsziekte) en HIV (Aids). Het hormoonstimulatieschema wordt doorgenomen.
Volgens de Embryowet moet elke donor daarnaast worden geaccepteerd door de ethische commissie van het ziekenhuis. De ziekenhuizen die te maken hebben met handelingen met eicellen, zaadcellen en embryo's dienen hiervoor een protocol te hebben.

De hormoonstimulatie bij de donor

De hele IVF-behandeling duurt voor de donor tussen de twee en vier weken. Gestart wordt met het maken van een intake-echo aan de hand waarvan de uitgangsituatie van de eierstokken kan worden beoordeeld. Vervolgens start de toediening van een hormoonpreparaat dat de eigen hormoonhuishouding tijdelijk stillegt (GnRH-agonisten). De donor dient dit dagelijks toe via een onderhuidse injectie of een neusspray (in Nederland niet veel toegepast). Dit middel kan soms een aantal bijwerkingen hebben, zoals opvliegers, nachtelijk zweten en andere overgangsklachten. Ook depressieve gevoelens zijn mogelijk. Dit is echter van tijdelijke aard, enige tijd na de behandeling zijn deze verdwenen.
In de meeste gevallen wordt na tien tot veertien dagen (lang protocol) of soms de tweede dag (kort protocol) na aanvang van de medicatie om de hormoonhuishouding stil te leggen dagelijks een tweede hormoonpreparaat toegediend. Dit hormoon heeft tot doel de rijping van zoveel mogelijk eicellen te stimuleren en dient de donor zichzelf ook via injecties toe. Mogelijke bijwerkingen hiervan zijn roodheid, pijn en zwelling op de injectieplaats, hoofdpijn, groei van cysten in de eierstokken, buikpijn, misselijkheid en een opgeblazen gevoel en soms overstimulatie (OHSS, zie onder risico's). Sommige vrouwen ervaren stemmingswisselingen tijdens het gebruik van hormonen.
Indien gebruik wordt gemaakt van een nieuw hormoonpreparaat, (GnRH-antagonisten) dat sinds het voorjaar van 2000 op de markt is, wordt de volgorde andersom. De behandeling start dan met toediening van hormonen om de rijping van zoveel mogelijk eicellen te stimuleren en pas vanaf enkele dagen voordat eisprong verwacht wordt, moet de donor de antagonist gaan injecteren. Indien GnRH-antagonisten gebruikt worden treden geen overgangsklachten op, wel kan op de injectieplek irritatie optreden en misselijkheid en hoofdpijn komen incidenteel voor.
Het ziekenhuis verzorgt prikinstructies, zodat de donor zelf, haar man of de wensouder de injecties kan toedienen. Onderhuidse injecties worden met een kort naaldje in de huid (veelal in de buik) gespoten en zijn door iedereen goed zelf te doen. Intramusculaire injecties worden meestal in been- of bilspier gespoten. Hiervoor is iets meer oefening vereist, maar met de juiste instructie is het goed te doen. Voor mensen die het echt niet zelf durven is er natuurlijk altijd de mogelijkheid om afspraken met huisarts, doktersassistente of een (bekende) verpleegkundige te maken. Dit vraagt echter heel wat meer tijd en organisatie van de donor.
Tijdens de behandeling zal de donor regelmatig naar het ziekenhuis moeten om haar bloed te laten controleren en om echo's te laten maken waarop de IVF-arts kan zien hoe de eiblaasjes (follikels), waarin de eicellen zich bevinden, zich ontwikkelen. Gemiddeld zijn deze echocontroles ongeveer vier keer nodig, afhankelijk van het verloop van de behandeling en het protocol van het ziekenhuis. Vanzelfsprekend spreken donor en wensouders van tevoren af of ze dit steeds gezamenlijk zullen doen. Met name ook de eventuele aanwezigheid van de wensvader dient tevoren besproken te worden, omdat de donor voor de (inwendige) echocontroles in een gynaecologische stoel moet liggen.

De voorbereiding van de wensmoeder

Intussen wordt de cyclus van de wensmoeder (als zij nog een eigen cyclus heeft) stilgelegd met hormonen. Daarna begint de wensmoeder met het slikken van hormoonpillen (estradiol) om het baarmoederslijmvlies gecontroleerd op te bouwen. Ongeveer 14 dagen nadat zij begonnen is met het slikken van deze hormoonpillen wordt er een inwendige echo gemaakt om te controleren of het baarmoederslijmvlies dik genoeg is voor de terugplaatsing. Zo lang de wensmoeder de hormoonpillen blijft slikken, blijft het baarmoederslijmvlies klaar voor de terugplaatsing (niet onbeperkt natuurlijk, deze periode mag ongeveer 90 dagen duren).

De follikelpunctie

Intussen wordt de cyclus van de wensmoeder (als zij nog een eigen cyclus heeft) stilgelegd met hormonen. Daarna begint de wensmoeder met het slikken van hormoonpillen (estradiol) om het baarmoederslijmvlies gecontroleerd op te bouwen. Ongeveer 14 dagen nadat zij begonnen is met het slikken van deze hormoonpillen wordt er een inwendige echo gemaakt om te controleren of het baarmoederslijmvlies dik genoeg is voor de terugplaatsing. Zo lang de wensmoeder de hormoonpillen blijft slikken, blijft het baarmoederslijmvlies klaar voor de terugplaatsing (niet onbeperkt natuurlijk, deze periode mag ongeveer 90 dagen duren).

Als de follikels in de eierstokken van de donor groot genoeg zijn, ongeveer 20 millimeter, volgt een injectie met hCG. Dit hormoon bevordert het rijpen en loslaten van de eicellen in de follikels en zorgt ervoor dat de eisprong optreedt. Echter vóórdat de eisprong optreedt zal de IVF-arts, binnen 36 uur na de injectie, met een punctie de eitjes wegnemen. Het tijdstip waarop de hCG-injectie wordt toegediend is erg belangrijk, want als de punctie te laat wordt verricht zijn de follikels al gesprongen en de eicellen verdwenen in de buik van de donor.
De punctie wordt uitgevoerd met hetzelfde echoapparaat als bij de eerdere controles, maar nu zit hier een naaldgeleider aan bevestigd. Met een holle naald prikt de IVF-arts door de vaginawand heen de rijpe follikels in de eierstokken aan. De follikels waarin de eicellen zich bevinden worden leeggezogen. Voor de punctie wordt veelal via een infuus of een injectie pijnstilling toegediend en soms wordt ook de vaginawand plaatselijk verdoofd (vraag hiernaar in het ziekenhuis waar de punctie zal plaatsvinden, omdat niet alle ziekenhuizen hetzelfde beleid hebben). Ondanks de pijnstilling kan het aanprikken van de follikels pijnlijk zijn. De punctie is te zien op een monitor, men kan eventueel zelf meekijken.
Na de punctie laat men de donor meestal nog even rustig bij komen in een aparte kamer. Daarna kan zij gewoon naar huis. Van de pijnstilling kan ze nog de hele dag suf zijn, het is dus verstandig de dag van de punctie vrij te nemen en geen auto te rijden of te fietsen. Het is niet abnormaal als de donor nog enkele dagen een zeurende buikpijn heeft.
Hier houdt de behandeling van de donor op. Zij dient er nog rekening mee te houden dat haar eerste mensturatie 10-14 dagen na de punctie, veel heftiger kan zijn dan ze gewend is.

De wensmoeder start met het vaginaal inbrengen van hormoontabletten (progesteron) om het baarmoederslijmvlies op de terugplaatsing voor te bereiden. Hiernaast blijft zij de hormoonpillen (estradiol) om het baarmoederslijmvlies op te bouwen gebruiken.

De embryo transfer

Intussen wordt de cyclus van de wensmoeder (als zij nog een eigen cyclus heeft) stilgelegd met hormonen. Daarna begint de wensmoeder met het slikken van hormoonpillen (estradiol) om het baarmoederslijmvlies gecontroleerd op te bouwen. Ongeveer 14 dagen nadat zij begonnen is met het slikken van deze hormoonpillen wordt er een inwendige echo gemaakt om te controleren of het baarmoederslijmvlies dik genoeg is voor de terugplaatsing. Zo lang de wensmoeder de hormoonpillen blijft slikken, blijft het baarmoederslijmvlies klaar voor de terugplaatsing (niet onbeperkt natuurlijk, deze periode mag ongeveer 90 dagen duren).

Na de punctie worden in het laboratorium de gevonden eicellen en het zaad - dat door de wensvader is geproduceerd op de dag van de punctie - bij elkaar gebracht en in een broedstoof geplaatst. Eventueel wordt ICSI (een speciale bevruchtingstechniek) toegepast. Na twee dagen is duidelijk of er embryo's zijn ontstaan. Het komt helaas een enkele keer voor dat er geen bevruchting tot stand komt, de poging is dan tevergeefs geweest. Als er wel bevruchting is opgetreden worden na twee tot vijf dagen (na de punctie) één of twee embryo's in de baarmoeder van de wensmoeder geplaatst. Zijn er meer embryo's ontstaan dan worden die ingevroren voor een volgende poging. De embryo's moeten daarvoor echter wel van goede kwaliteit zijn.
De wensmoeder moet de hormoonpillen voor de opbouw van het baarmoederslijmvlies en de vaginaal in te brengen hormoonpillen blijven gebruiken. Verder kunnen de wensouders (en de donor natuurlijk) alleen afwachten of de behandeling succesvol is geweest. Meestal wordt geadviseerd om 17 dagen na de punctie een zwangerschapstest te doen.

Positieve zwangerschapstest

Na een positieve zwangerschapstest moet de wensmoeder nog enkele weken de beide hormonen blijven gebruiken (meestal 6 tot 8 weken).
Er is natuurlijk nog een kans op een miskraam. Deze kans is gelijk aan die bij een spontaan ontstane zwangerschap. Een bij eiceldonatie vaker dan normaal voorkomende zwangerschapscomplicatie is zwangerschapsvergiftiging

De risico's voor de donor

Door de stimulatie van de eierstokken is er een klein risico dat de donor last krijgt van overstimulatie (OHSS=Ovarieel Hyper Stimulatie Syndroom): een sterk gezwollen, pijnlijke buik door ophoping van vocht in de eiblaasjes en de vrije buikholte. De meeste gevallen van overstimulatie gaan met rust en veel drinken vanzelf over. In het ergste geval kan ziekenhuisopname noodzakelijk zijn waarbij vocht via een infuus wordt toegediend. Het vocht dat zich ophoopt in de eierstokken wordt namelijk onttrokken aan het lichaam, waardoor het bloed kan indikken. Gelukkig komt deze ernstige vorm zelden voor. De donor doet er goed aan tijdens de behandeling haar gewicht en buikomvang in de gaten te houden. Mochten deze in korte tijd snel toenemen of krijgt ze erge pijn in haar onderbuik, dan moet ze contact met de behandelend IVF-arts of gynaecoloog opnemen.
Mogelijke risico's bij de punctie zijn een infectie of dat de arts een bloedvat raakt met een bloeding als gevolg. Deze complicaties kunnen een kans op verminderde vruchtbaarheid bij de donor geven. Beide complicaties komen niet veel voor, maar vanwege dit risico accepteert men bij voorkeur alleen donoren die zelf al een volledig gezin hebben.

Hoe wordt men donor?

Veel wensouders zijn op zoek naar een (al dan niet anonieme) donor, omdat ze niemand in hun eigen omgeving hebben die dit wil of kan doen, of omdat ze liever geen donor willen waarmee ze al een band hebben. Zij plaatsen vaak oproepjes, bijvoorbeeld in het Freya Magazine, op www.freya.nl, op websites waar veel ouders komen of in diverse week- en maandbladen. Als je erover denkt om eicellen te donoren zou je op zo'n oproep kunnen reageren.

De (potentiële) donor die zelf geen contact met wensouders wil kan zich wenden tot:

  • Reinier de Graaf Gasthuis, locatie Voorburg, tel. 070-340 11 00 pieper 81115

  • Rijnstate Ziekenhuis te Arnhem, dr. Schmoutziger, tel. 026-378 7740

  • Medisch Centrum Geertgen, de Mortel-Gemert, tel. 0492 - 36 66 34

Als je nog twijfelt over of je donor wilt worden dan kun je je aanmelden voor de mailinglijst van Freya die speciaal bestemd is voor donoren. Je kunt via die lijst mailen met andere (potentiële) donoren om ervaringen uit te wisselen en je twijfels te bespreken (zie onder Ervaringen uitwisselen).

Waar kunnen wensouders terecht voor eiceldonatie?

Wensouders die zelf een donor meebrengen, kunnen terecht in diverse IVF-klinieken en IVF-transportklinieken (ziekenhuizen die op het terrein van IVF nauw samenwerken met IVF-klinieken). Als de behandelend gynaecoloog geen informatie heeft, kan men adressen opzoeken op de Freya website of informeren bij de Freya contactpersonen. Als het ziekenhuis van de wensouders voor de donor ver weg is, is het soms mogelijk om een deel van de behandeling onder begeleiding van een arts in een dichterbij gelegen ziekenhuis te doen. Informeer hiernaar bij de kliniek van de wensouders.
Verder kunnen lotgenoten elkaar soms goede tips aanreiken!

Ervaringen uitwisselen

Bij zo'n belangrijk onderwerp bestaat vaak behoefte aan ervaringen van anderen. Dit geldt zowel voor donoren als voor wensouders. Als donoren contact willen met anderen die donor geweest zijn c.q. willen worden kunnen zij zich aanmelden voor de Freya internet-mailinglijst voor eiceldonoren. Voor wensouders is er de lijst eiceldonatie. U kunt zich hiervoor aanmelden via www.freya.nl, lotgenoten, mailinglijsten.

De kosten van eiceldonatie

Kosten van de behandeling

Eiceldonatie wordt vergoed als een ivf-behandeling door de ziektekostenverzekering van de wensmoeder. U dient dus bij deze verzekering na te gaan hoe de ivf-behandeling wordt vergoed. Omdat zorgverzekeraars niet altijd bekend zijn met de term eiceldonatie, is het handiger om het ivf-behandeling te noemen.

Extra kosten bij eiceldonatie

Naast de kosten voor de IVF-behandeling zelf maakt de eiceldonor onkosten waarmee u rekening dient te houden. Deze kosten komen voor eigen rekening en verschillen per situatie.
De donor zal minimaal 4 à 5 keer naar het behandelende ziekenhuis moeten: ongeveer 4 keer voor scans, en 1 keer voor de punctie. De kosten die verbonden zijn aan het bezoek aan het ziekenhuis, kunnen bestaan uit:

  • reiskosten
  • parkeerkosten
  • verblijfskosten (bijv. indien de donor ver van het behandelend ziekenhuis woont en voor de punctie vroeg in het ziekenhuis moet zijn)
  • kosten voor oppas/opvang voor haar eigen kinderen
  • inkomstenderving (minstens 4 keer een dagdeel en 1 hele dag vrij nemen voor behandeling)
Tevens dient rekening gehouden te worden met het feit dat de donor na een punctie niet zelf mag rijden en dat haar partner meekomt. Onbegeleid reizen met openbaar vervoer wordt door de ziekenhuizen eveneens afgeraden. Ook de partner kan hierdoor inkomstenderving hebben en/of moeten overnachten.
Daarnaast zijn er mogelijk nog de volgende kosten:
  • telefoonkosten voor overleg met wensouders etc.
  • extra maandverband
  • evt. koffie/thee/broodje in ziekenhuis

Door samen de kosten die voor uw donor van toepassing zijn op een rij te zetten, krijgt u een indicatie van deze bijkomende kosten. Het is natuurlijk belangrijk om dit soort dingen van tevoren goed door te spreken en op papier te zetten en dat de bonnetjes door de donor worden bewaard.
Soms kan de eiceldonor bij haar eigen ziektekostenverzekering vervoerskosten declareren. De betreffende afdeling van de ziektekostenverzekering (transport en vervoerskosten) zal dan beoordelen óf de declaratie gehonoreerd gaat worden. In elk geval moet er sprake van een medische noodzaak zijn om naar een ziekenhuis te gaan. Deze mogelijkheid kan van tevoren worden gecheckt bij de zorgverzekeraar van de donor.

Belangrijk: Wensouders hebben geen (juridische) overeenkomst met een donor en kopen niets. Een donor kan zich altijd en op elk moment, zonder opgaaf van reden, terugtrekken.

Kosten voor behandeling in het buitenland

Of de ivf-behandeling door uw zorgverzekering wordt vergoed als deze in het buitenland plaatsvindt, verschilt per polis. Nadere adviezen hierover kunt u bij het verzekeringspanel van Freya vragen. Hiervoor dient u wel lid van Freya te zijn.

In België worden de onkosten van anonieme donoren door het ziekenhuis betaald en dit wordt doorberekend in het totaalbedrag voor de behandeling. De anonieme eiceldonoren ontvangen hiervoor ca. 400 à 500 Euro (naar hun situatie/per kliniek verschillend: alle direct met eiceldonatie in verband staande onkosten).
In Spanje wordt anonieme eiceldonoren een onkostenbedrag rond de € 800 betaald.

Eiceldonatie in de toekomst

Door de snelle ontwikkelingen op het gebied van de voortplanting ontstaan er voortdurend nieuwe mogelijkheden. Er worden pogingen gedaan om een techniek te ontwikkelen om (onbevruchte) eicellen in te vriezen. Als dit lukt zou het mogelijk zijn dat er eicelbanken, vergelijkbaar met spermabanken, ontstaan.Vooral voor jonge vrouwen die in verband met kanker een agressieve behandeling als chemotherapie en/of bestralingen moeten ondergaan wordt sinds kort getracht vóór de behandeling eierstokweefsel in te vriezen om zo na genezing nog een kans op zwangerschap van eigen eicellen te hebben.
In de USA experimenteert men met 'cytoplasma-transplantatie', hierbij wordt wat cytoplasma (het vocht dat zich om de kern van een eicel bevindt) van een donor toegevoegd aan de te bevruchten eicel. Men hoopt dat de kwaliteit van de eicellen/embryo's hierdoor verbetert. Deze technieken zijn echter allemaal nog experimenteel en het zal zeker nog jaren duren voordat ze als reguliere behandeling kunnen worden toegepast.

Tot slot

Om teleurstellingen te voorkomen moet benadrukt worden dat zowel donor als wenspaar de emotionele en lichamelijke belasting van de behandeling niet moeten onderschatten. Denk vooral ook verder dan alleen de behandeling. Als de behandeling lukt, komt er straks een kind op de wereld en hoe liggen de verhoudingen tussen de partijen dan?
En uiteraard is het ook mogelijk dat de behandeling niet lukt. Wat als de poging mislukt? Misschien zijn er bevruchte eicellen ingevroren voor een tweede kans. Is de donor bereid het een tweede keer te doen? Voor een deel hangt dit natuurlijk af van het verloop van de behandeling en hoe de donor het ervaren heeft. Wensouders vinden het vaak erg moeilijk om dit van een donor te vragen. Hoeveel kan een mens voor een ander over hebben? Praat hier van tevoren, maar ook gedurende het hele proces over!

Nuttige informatie

Verder lezen

  • Didi Braat & Gemma Kleijne, Zwanger via een omweg. (2003) ISBN 90-6523-106 4
  • Mariël Croon, Zwanger worden, Handboek voor kinderwensers en twijfelaars. (2004) ISBN 90-808113-1-9
  • Dr. R. Bots en drs. P. Kaashoek, Intens verlangen naar een kind; IVF: ervaringen met reageerbuisbevruchting. (1994) ISBN 90 215 217 33
  • Odile van Eck. Een onvervulde kinderwens. Omgaan met vruchtbaarheidsproblemen. (2004) ISBN 90 6305 134 4

(deze boeken gaan niet specifiek over eiceldonatie.)

Adressen

Freya 
Postbus 476 
6600 AL Wijchen 
tel. 024 - 64 51 088www.freya.nl
secretariaat@freya.nl

Dit is een uitgave van:

Freya, patiëntenvereniging voor vruchtbaarheidsproblematiek ©
oktober 2004

Aan deze tekst kunnen geen rechten worden ontleend, tevens aanvaardt patiëntenvereniging Freya geen aansprakelijkheid indien regels door instanties anders worden gehanteerd.