![]() Patiëntenvereniging voor vruchtbaarheidsproblematiek |
HormoongebruikBROCHURE NR. 9 |
Als er bij de vrouw een hormoonafwijking geconstateerd is, kan zij worden behandeld met hormonen om de cyclus te reguleren en een eisprong op te wekken. Deze behandeling wordt ook wel ovulatie-inductie genoemd. Daarnaast kan een hormoonbehandeling worden voorgesteld om meer eitjes tegelijk te laten rijpen zodat de kans op bevruchting toeneemt, zoals bij KI (Kunstmatige Inseminatie), IUI (Intra Uteriene Inseminatie) en IVF (In Vitro Fertilisatie ofwel reageerbuisbevruchting) gebeurt.
Mannen worden zelden met hormonen behandeld. Van hormoonbehandeling bij mannen staat niet vast of de behandeling resultaat heeft.
De endocrinoloog is de specialist op het gebied van hormonen. Hormonen kunnen worden toegediend in tabletvorm, injecties of via een hormoonpompje.
Normaal gesproken komt bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd maandelijks een eicel vrij uit een van de eierstokken, de zogenaamde eisprong of ovulatie. Tijdens de rijping van de eicel groeit het baarmoederslijmvlies, onder invloed van bepaalde hormonen, zodat een bevruchte eicel zich kan innestelen. Als er geen bevruchting opgetreden is, wordt het ontstane baarmoederslijmvlies afgestoten: de menstruatie.
| De cyclus is een ingewikkeld samenspel tussen verschillende organen in het lichaam: de hypothalamus, de hypofyse, de eierstokken en de baarmoeder. De hypothalamus bevindt zich aan de onderkant van de hersenen, vlak daaronder zit de hypofyse (hersenaanhangsel). De hypothalamus is de 'grote regelaar' in het geheel. Deze produceert LHRH, een zogenaamd boodschapper-hormoon, dat de hypofyse aanzet tot het afgeven van FSH (Follikel Stimulerend Hormoon) en LH (Luteïniserend Hormoon). FSH en LH worden via het bloed naar de eierstokken getransporteerd en zijn verantwoordelijk voor de eirijping en de eisprong. FSH stimuleert de groei van een eiblaasje (follikel) waarin een eicel zit en zorgt tevens voor de aanmaak van oestrogeen in de eierstokken. Het oestrogeen zorgt ervoor dat het baarmoederslijmvlies gaat groeien. Als de hoeveelheid oestrogeen in het bloed hoog is, wordt hierdoor de afgifte van FSH geremd en de afgifte van LH gestimuleerd. Onder invloed van die grote hoeveelheid LH (LH-piek) treedt de ovulatie op, in het midden van de cyclus. De eierstokken gaan nu naast oestrogeen ook progesteron maken. Dit hormoon zorgt ervoor dat het baarmoederslijmvlies voldoende voedingsstoffen gaat bevatten voor de eventueel bevruchte eicel. Wordt de eicel niet bevrucht, dan daalt de hoeveelheid oestrogeen en progesteron in het bloed aanzienlijk. De gevolgen van deze daling zijn de afstoting van het baarmoederslijmvlies en een bloeding (menstruatie). Daarnaast zorgt de lage oestrogeenconcentratie in het bloed ervoor dat de hypofyse opnieuw door de hypothalamus wordt geprikkeld om FSH en LH af te geven. De volgende cyclus is dan begonnen. |
|
| De hypothalamus geeft niet een constante hoeveelheid LHRH(ook wel GnRH genoemd) af, maar doet dit stootsgewijs (pulserend). Dit is van essentieel belang voor het normaal functioneren van de menstruatiecyclus. | |
|
In elke eierstok bevinden zich vele duizenden eicellen. Om elke eicel zitten kleinere follikelcellen die oestrogeen maken. De combinatie van follikelcellen met daarbinnen een eicel noemen we follikel. Een beginnende follikel heeft een doorsnede van 0,05 mm.
Al vanaf de puberteit zijn constant tientallen follikels aan het groeien. Sommige sterven af terwijl andere doorgroeien, waarbij op een gegeven moment een met vocht gevulde holte in de follikel ontstaat. De follikel heeft dan een doorsnede van ongeveer 3 mm. Dit wordt een Graafse follikel genoemd. Als de hypofyse aan het begin van de cyclus FSH aan het bloed afgeeft, groeien enkele Graafse follikels verder uit. Hierbij wordt veel oestrogeen geproduceerd. Na tien tot veertien dagen is de follikel rijp, de doorsnede is dan ongeveer 25 mm. De eicel heeft zich dan losgemaakt van de follikelcellen en zweeft in de vloeistof. Dit is het stadium van de sprongrijpe follikel. De hypofyse gaat nu een grote hoeveelheid LH afgeven. De follikel groeit hierdoor binnen twee dagen zo snel dat deze knapt: de vloeistof met de eicel komt naar buiten en kan worden opgevangen door de eileider. Dit is de eisprong of ovulatie. Direct hierna krijgen de andere sprongrijpe follikels het signaal dat ze niet meer nodig zijn. Ze stoppen met groeien en verschrompelen binnen enkele dagen. |
|
De werking van de hypothalamus, hypofyse en eierstokken is haarfijn op elkaar afgestemd. Zolang alle organen goed functioneren, verloopt de cyclus zonder problemen. Als echter een van de organen niet goed werkt of het transport van de hormonen niet verloopt zoals het hoort, dan heeft dit zijn weerslag op het hele proces. Hierdoor kunnen allerlei klachten ontstaan. Ook vruchtbaarheidsproblemen kunnen het gevolg hiervan zijn, omdat bij een ontregelde hormoonhuishouding vaak geen eisprong optreedt. Wanneer er geen of slechts af en toe een eisprong plaatsvindt (anovulatie), blijft ook de menstruatie uit (amenorroe) of treedt deze zeer onregelmatig op.
Een van de oorzaken van anovulatie is het niet functioneren van de eierstokken. Dit kan het gevolg zijn van een voortijdige overgang. Vaker komt het voor dat de eisprong uitblijft omdat de eierstokken niet gestimuleerd worden door FSH en LH uit de hypofyse. Dit is het geval als de hypothalamus of de hypofyse niet werken. Hiervoor kunnen verschillende oorzaken zijn, zoals chronische (infectie)ziekten, een sterke daling van het lichaamsgewicht, stress en te grote lichamelijke inspanning. Ook na het stoppen met de anticonceptiepil kan het hypothalame/hypofysaire systeem tijdelijk stil liggen. Ook aandoeningen van andere hormoonklieren, zoals de schildklier of de alvleesklier (suikerziekte), kunnen de normale produktie van FSH en LH verstoren. Bepaalde geneesmiddelen, zoals sterk werkende kalmerende middelen, antidepressiva en middelen tegen hoge bloeddruk kunnen eveneens de FSH- en LH-produktie verstoren. Ten slotte kan de eisprong ook onregelmatig optreden of uitblijven bij chronische hyperandrogene anovulatie (CHA). CHA is een verstoring van de hormoonhuishouding en heeft naast anovulatie als symptomen: overgewicht, ongewenste haargroei in gezicht, op borst, onderbuik, armen en benen. Bij hormoononderzoek vindt men onder andere (relatief) te lage FSH- en te hoge LH-waarden. In de eierstokken bevinden zich een groot aantal slechts gedeeltelijk uitgegroeide follikels. Doordat er geen eisprong optreedt, geven deze follikels het beeld van kleine cysten (met vocht gevulde holtes). Dit beeld noemt men ook wel het polycysteus ovariumsyndroom (PCO of PCOS).
De diagnose anovulatie wordt meestal vastgesteld door het bloed te onderzoeken. Er kunnen verschillende bloedtesten gedaan worden. Ook kan de arts een kuur van enkele dagen met progesterontabletten voorschrijven. Aan het al dan niet optreden van een vaginale bloeding kan men zien of de eierstokken vrouwelijk hormoon aanmaken. Is dit wel het geval, dan mag men aannemen dat de werking van de eierstokken intact is zodat deze te stimuleren zijn. Maken de eierstokken geen vrouwelijk hormoon, dan zal door meting van het LH- of FSH-gehalte in het bloed worden beoordeeld of de oorzaak bij de eierstokken ligt of dat ze niet gestimuleerd worden vanuit de hypothalamus en de hypofyse. Ligt de oorzaak bij de eierstokken, dan kan men onderzoeken of dit het gevolg is van de vorming van antistoffen tegen hormoonproducerende organen. Eventueel wordt een chromosomenonderzoek gestart. Als de arts vermoedt dat de oorzaak bij de hypothalamus of hypofyse ligt, kan een röntgenfoto van de schedel worden gemaakt. Ook kan dan onderzoek gedaan worden naar de schildklierfunctie. Een niet goed functionerende schildklier kan een oorzaak zijn van verminderde vruchtbaarheid.
De behandeling van anovulatie hangt natuurlijk af van de gevonden oorzaak. Als de oorzaak ligt bij de eierstokken, is daar helaas niets aan te doen; de vrouw is in de (vervroegde) overgang. In een aantal gevallen is de uitval van de eierstokken slechts tijdelijk.
Afwijkingen van de schildklier kunnen met geneesmiddelen of operatief worden behandeld.
Indien kinderwens bestaat, kan de eisprong worden opgewekt met clomifeentabletten, een LHRH-hormoonpompje of met bromocriptinetabletten. Als de eisprong uitblijft omdat de hypofyse niet goed werkt en geen FSH en LH afgeeft, kunnen deze stoffen door middel van injecties worden toegediend. Het opwekken van een eisprong met behulp van hormoonpreparaten noemt men ovulatie-inductie.
IUI (wordt soms ook wel KI, Kunstmatige Inseminatie, genoemd) is een behandeling die tot doel heeft het sperma op het juiste tijdstip met een slangetje direct in de baarmoeder te brengen (IUI) of hoog in de schede te spuiten (KI), daarbij worden soms ook ondersteunende hormoonpreparaten toegediend. Dit kan een middel zijn om de groei van een eicel te bevorderen (clomifeen of gonadotrofinen), een preparaat om de eirijping te ondersteunen (hCG) en iets om het baarmoederslijmvlies voor te bereiden op de innesteling van het embryo (progesteron).
De IVF (en ICSI) behandeling bestaat voor wat betreft de hormoonbehandeling uit vier stappen: het stilleggen van de cyclus (GnRH agonist of GnRH antagonist), de stimulatie van de eierstokken (gonadotrofinen), het rijpen van de eicellen(hCG) en het voorbereiden van het baarmoederslijmvlies (progesteron).
Er zijn diverse manieren om hormonen in het lichaam te brengen: tabletten, infuuspompje, neusspray, subcutane injectie (dit is een injectie direct onder de huid, met een injectiespuit met kort naaldje of een speciale pen - meestal in de buik of bovenbenen), intramusculaire injectie (dit is een injectie in de spieren - meestal van de bovenbenen of billen), vaginaaltabletten en vaginale gel. Er bestaan ook onderhuidse implantaten en hormoonpleisters, deze worden o.a. toegepast bij middelen voor vrouwen in de overgang en worden in deze brochure niet behandeld.
U en/of uw partner kunnen zelf leren injecteren; verpleegkundigen begeleiden u hierbij.
Bij elk onderstaand middel worden de toedieningsmogelijkheden genoemd.
Clomifeen (merknamen Clomid© en Serophene©)wordt gegeven bij niet al te ernstige hypothalame amenorroe (dit is het uitblijven van de menstruatie waarbij de oorzaak bij de hypothalamus ligt). Er is dan nog enige oestrogeenproduktie, waardoor het terugkoppelingsmechanisme van de eierstokken op de hypothalamus nog werkt. Clomifeen lijkt veel op het natuurlijk oestrogeen. Via het bloed komt het bij de hypothalamus en blokkeert het het eigen oestrogeen. Als gevolg van het 'zogenaamde' tekort aan oestrogeen gaat de hypothalamus vanzelf meer LHRH aanmaken. Hierdoor komt er weer meer LH en FSH, zodat de follikels weer gaan groeien. Na vijf dagen clomifeengebruik gaat de ontwikkeling van de follikels gewoon door en kan worden gestopt met het innemen van de tabletten tot de volgende cyclus.
Doordat clomifeen de eierstokken licht overstimuleert waardoor soms meerdere eicellen vrijkomen, bestaat er een verhoogde kans op een meerlingzwangerschap. Controles door middel van echoscopie en bloedonderzoek zijn dan ook gewenst. Niet alle vrouwen reageren op de behandeling met clomifeen. In dat geval kan geprobeerd worden de eierstokken te stimuleren met gonadotrofine-injecties.
Andere bijwerkingen die kunnen optreden bij clomifeengebruik zijn hoofdpijn, opvliegers en duizeligheid. Voor deze bijwerkingen geldt dat ze voornamelijk optreden bij gebruik van vrij grote doses. Een nadeel van clomifeen is dat het een negatieve invloed kan hebben op het baarmoederhalsslijm en het baarmoederslijmvlies, waardoor de kans op innesteling van een bevruchte eicel kleiner zou zijn.
Overproduktie van prolactine heeft een negatief effect op de pulsjes LHRH, waardoor de produktie van FSH en LH onvoldoende wordt. Indien de eisprong uitblijft vanwege een te hoog prolactinegehalte in het bloed, kan de arts een behandeling met bromocriptinetabletten (Parlodel©) voorstellen. Dit middel remt de prolactineproduktie snel af, zodat het gehalte vrij snel op normaal peil is. De hypofyse gaat dan weer FSH en LH afgeven en de cyclus komt weer op gang.
De voornaamste bijwerkingen van bromocriptine zijn: misselijkheid, een verstopte neus, hoofdpijn, braken, duizeligheid en hoge bloeddruk. Gezien deze bijwerkingen is voorzichtigheid geboden bij deelname aan het verkeer en het bedienen van machines. Het middel heeft geen hyperstimulatie of verhoogde kans op meerlingzwangerschap tot gevolg, dus regelmatige controle van de eirijping is niet nodig. Alleen tijdens de eerste cyclus wordt nagegaan of er een eisprong optreedt.
Als de hypothalamus geen of veel te weinig LHRH produceert, kan het LHRH-pompje (ook wel GnRH-pompje genoemd; merknamen Lutrelef© en HRF/Panomat©) uitkomst bieden. Via een infuuspompje wordt met enige regelmaat een kleine hoeveelheid LHRH in de bloedbaan gebracht. Hierdoor gaat de hypofyse weer FSH en LH afgeven. Door de LHRH met een pompje pulserend toe te dienen wordt de natuur zoveel mogelijk nagebootst. Het slangetje (catheter) van het pompje wordt meestal in de ader van de onderarm ingebracht. Bij mensen die dit slecht kunnen verdragen en ontstekingen krijgen, kan het slangetje ook onderhuids aangebracht worden. Deze methode werkt ook goed, zij het iets langzamer.
Bijwerking van het pompje kan een aderontsteking zijn. De arm voelt dan gespannen of pijnlijk aan of kan niet goed gestrekt worden. In dat geval wordt het slangetje verwijderd en elders opnieuw ingebracht. De kans op een meerlingzwangerschap is vrij klein maar kan niet worden uitgesloten.
Regelmatige controles zijn vereist. De arts zal u vragen dagelijks uw ochtendtemperatuur op te nemen, zodat u weet wanneer de eisprong plaatsvindt.
Vanzelfsprekend is het heel belangrijk om door de arts goed geïnformeerd te worden omtrent het omgaan met pompje en catheter. Ook dient bekend te zijn waar men heen kan wanneer zich bijvoorbeeld 's nachts of in het weekend problemen voordoen.
Het LHRH-pompje kan ook worden gebruikt door vrouwen met chronische hyperandrogene anovulatie (PCO-syndroom). Het is dan echter wel noodzakelijk een voorbehandeling toe te passen waardoor het teveel aan geslachtshormonen wordt verlaagd tot een niveau beneden normaal. Daarna kan dit lage niveau weer gestimuleerd worden met pulsjes LHRH.
Bij IVF en ICSI wordt als eerste de eigen cyclus gereguleerd en stilgelegd. In sommige gevallen wordt voorafgaand aan de behandeling de anticonceptiepil voorgeschreven. Na één of meer maanden wordt de behandeling gestart met een GnRH-agonist of -antagonist. Deze hormonen werken in op de hormoonproduktie van de hypofyse en onderdrukken zo de eigen hormoonactiviteit waardoor de kans op storing bij de rijping van de eitjes tijdens de behandeling zo klein mogelijk wordt en er geen spontane eisprong optreedt.
GnRH wordt ook wel voorgeschreven aan vrouwen met endometriose (dit is een aandoening waarbij baarmoederslijmvlies buiten de baarmoeder voorkomt). Door het tijdelijk stilleggen van de cyclus kunnen de endometriosehaarden tot rust komen.
De GnRH-agonist - ook wel LHRH-agonist genoemd - wordt via subcutane (onderhuidse) injecties (merknamen Decapeptyl© en Lucrin©) toegediend of soms gesnoven (neusspray: merknamen Synarel©, en Suprefact©). Omdat dit hormoon tijdelijk de eigen hormoonhuis-houding stillegt, kunnen als bijwerking overgangsklachten optreden zoals bijvoorbeeld opvliegers, transpiratie, nachtzweten en hoofdpijn. De symptomen verdwijnen vanzelf na het staken van het gebruik.
Bij endometriose wordt dit middel soms enkele maanden achter elkaar gebruikt. Bij IVF en ICSI wordt het slechts gedurende 2 tot 4 weken gebruikt.
De GnRH-antagonist is een vrij nieuw middel. Ook dit preparaat onderdrukt de productie van LH en FSH. De antagonist werkt echter sneller en hoeft pas te worden gebruikt op de dagen waarop risico bestaat op een voortijdige LH-piek, dat wil zeggen vanaf de vijfde of zesde dag van de IVF- of ICSI-behandeling. In totaal wordt de GnRH-antagonist slechts 5 tot 7 dagen gebruikt. Er is een wel een kleine kans (1 tot 2%) dat toch alsnog een LH-piek optreedt. Maar door de korte tijd dat het gebruikt wordt is de kans op bijwerkingen klein. Het middel wordt toegediend door een subcutane injectie. Soms kan op de injectieplek een locale huidreactie optreden. Merknamen zijn Cetrotide© en Orgalutran©.
Er zijn twee soorten gonadotrofinen: een mengsel van FSH en LH, samen het hMG (humaan Menopausaal Gonadotrofine) genoemd (merknaam Menopur©). Dit preparaat wordt gewonnen uit urine van vrouwen na de overgang en wordt via subcutane (=onder de huid) injecties toegediend.
De tweede soort is zuiver FSH dat door middel van recombinant-dna-techniek gemaakt wordt (merknamen: Gonal-F© en Puregon©). Voor beide middelen bestaan speciale handige toedieningspennen waarmee men zichzelf gemakkelijk een subcutane injectie kan geven.
Gonadotrofinen kunnen worden gebruikt bij anovulatie indien de hypofyse niet goed werkt en geen FSH en LH afgeeft of als behandeling met clomifeen geen resultaat heeft.
Daarnaast worden ze gebruikt bij IVF en ICSI. Soms worden ook KI en IUI ondersteund met een milde stimulatie met gonadotrofinen.
De gonadotrofinen bevorderen de eicelgroei in de eierstokken. Bij IVF- en ICSI-behandelingen is het de bedoeling dat een aantal eicellen tegelijk tot rijping komen, waarna deze in het laboratorium worden bevruchten. De toegediende dosis is hoger dan bij ovulatie-inductie en inseminatie, waarbij zich liefst slechts 1 of 2 eicellen moeten ontwikkelen. Als er toch teveel eicellen rijpen kan de behandeling niet worden voortgezet en krijgt men het advies om niet onbeschermd te vrijen in verband met verhoogde kans op een meerlingzwangerschap.
Bij behandeling met gonadotrofine-injecties is regelmatige controle door middel van echoscopie en bloedonderzoek noodzakelijk.
Naast het risico op meerlingzwangerschap behoren ook prikkelbaarheid, een opgezet gevoel in de buik, pijnlijke borsten en uitslag rond de plaats van de injectie tot de mogelijke bijwerkingen.
Een andere complicatie is het Ovarieel HyperStimulatie Syndroom (OHSS) dat kan optreden als de eierstokken te heftig reageren, te veel of te langdurig gestimuleerd zijn. De eierstokken worden dan (daags na de hCG-injectie) sterk vergroot door cystevorming. Als de vrouw een of meer van de volgende klachten krijgt, - snelle gewichtstoename, hevige buikpijn, hevige misselijkheid, toename van de buikomvang - is er vermoedelijk sprake van OHSS. Als deze symptomen optreden, is het verstandig om meteen contact op te nemen met de behandelend specialist, veel te drinken en rust te houden. Belangrijk is dat men zich niet tot huisarts of eerste hulppost wendt. Artsen die bekend zijn met OHSS en deze vorm van hormoonbehandeling zelf toepassen, zijn namelijk beter in staat de ernst van de situatie in te schatten en de juiste behandeling in te stellen. Door middel van de bepaling van het oestrogeengehalte in het bloed kan de arts de kans op overstimulatie van tevoren inschatten en, indien nodig, besluiten geen hCG-injectie toe te dienen. Er volgt dan geen eisprong dus is er geen kans om zwanger te raken, maar risico op complicaties door overstimulatie is dan niet meer aanwezig.
Als de follikel groot genoeg is, moet de eicel nog rijpen. In een natuurlijke cyclus zorgt het hormoon LH voor de rijping en de eisprong. Tijdens het stimuleren met gonadotrofinen kan wel een natuurlijke LH-piek optreden, maar door gebruik van de GnRH-agonist of -antagonist wordt de LH-piek onderdrukt. De eicelrijping en de eisprong worden opgewekt door een subcutane injectie met het hormoon LH. Hiervoor wordt hCG (humaan Chorion Gonadotrofine; merknamen Pregnyl© en Profasi©) gebruikt dat wordt verkregen uit de urine van zwangere vrouwen dat wordt verzameld via de 'Moeders voor Moeders' inzameling. Een nieuw middel in deze categorie is de recombinant-hCG (merknaam Ovitrelle©) dat dezelfde eigenschappen heeft maar via recombinant-dna techniek wordt vervaardigd.
In het algemeen zijn hormonen niet gevaarlijk voor het lichaam. Zij vervangen slechts wat het lichaam zelf niet produceert maar wel zou moeten produceren. De effecten op de lange termijn, met name bij langdurig gebruik, zijn echter nog niet bekend omdat men dit nog niet goed heeft kunnen onderzoeken. Toediening van grotere hoeveelheden bij IVF en ICSI zou mogelijk nadelige effecten kunnen hebben op lange termijn. Daarom is er een grootschalig en langlopend onderzoek opgezet onder 20.000 vrouwen die in het verleden IVF hebben ondergaan (Omega studie). Zij hebben vragenlijsten ingevuld en deze gegevens worden o.a. gekoppeld aan de kankerregistratie, om na te gaan of hiermee een relatie te leggen is. Tot nu toe zijn geen bewijzen gevonden van verhoogde kans op kanker door hormoongebruik. Het hormoon hMG wordt inmiddels zo'n 50 jaar gebruikt en daarvan zijn geen nadelige effecten bekend. Gebruik van andere hormoonpreparaten gebeurt nog minder lang.
Treedt er na het opwekken van de eisprong een zwangerschap op, dan is er een verhoogde kans op een miskraam. Er is echter geen sprake van een grotere kans op aangeboren afwijkingen dan bij een gewone cyclus. Andere risico's van hormoongebruik kunnen zijn, zoals eerder genoemd, meerlingzwangerschappen en OHSS (Ovarieel Hyper Stimulatie Syndroom).
| Overzicht hormoonpreparaten die gebruikt kunnen worden bij vruchtbaarheidsproblemen | |||
|---|---|---|---|
| reguleren cyclus | follikelgroei | eicelrijping | innesteling |
| anticonceptiepil | clomifeen | hCG | progesteron |
| (anti-oestrogeen)
- Clomid© - Serophene© |
uit urine zwangeren:
- Pregnyl© - Profasi© |
a) vaginaaltabletten
- Utrogestan© b) vaginale gel - Crinone© |
|
| GnRH-agonist | gonadotrofinen | hCG | hCG |
| a) neusspray:
- Synarel© - Suprefact© b) injectie: - Decapeptyl© - Lucrin© |
1) hMG:
(uit menopausaal urine) - Menopur© 2) rec-FSH: (verkregen door recombinant DNA techniek) - Gonal-F© - Puregon© |
recombinant-dna:
- Ovitrelle© |
- Pregnyl© |
| GnRH-antagonist | |||
| - Cetrotide©
- Orgalutran© |
|||
| LHRH-pompje | |||
| - Lutrelef©
- HRF/Panomat© |
|||
| Bromocriptine | |||
| - Parlodel© | |||
Problemen met vruchtbaarheid grijpen heel diep in in het leven. Dat de kinderwens niet verwezenlijkt kan worden zonder medisch ingrijpen, is voor de meeste paren erg moeilijk. Het is belangrijk om rust en tijd voor uzelf en uw partner te nemen. Vruchtbaarheidsbehandelingen zijn emotionerend; daardoor heeft men niet altijd energie over voor andere zaken. Bovendien is er de onzekerheid of de therapie resultaat zal opleveren. Het leven neemt een andere wending dan mensen zich hadden voorgesteld en talloze vragen komen op. Het is van groot belang hierover te kunnen praten. Niet alleen met elkaar, maar ook met anderen: familie, vrienden of eventueel een professionele hulpverlener.
Informatie en lotgenotencontact wordt door Freya op diverse manieren geboden via internet. Er is ook de mogelijkheid om te bellen met een van de contactpersonen van Freya. De Freya vrijwilligers zijn mensen die zelf ook te maken hebben (gehad) met vruchtbaarheidsproblemen; lotgenoten die aan een half woord genoeg hebben om te begrijpen waar het over gaat. De contactpersonen kunnen naast het bieden van een luistend oor, tevens vragen van uiteenlopende aard beantwoorden.
De grondstof voor het hCG-hormoonpreparaat is de urine van zwangere vrouwen. Deze wordt ingezameld door 'Moeders voor moeders'. Zwangere vrouwen verzamelen hiervoor hun urine tussen de zevende en de zestiende zwangerschapsweek in speciale bussen. Als uw behandeling geslaagd is en u raakt zwanger, is het van belang mee te doen aan deze inzameling omdat hierdoor weer vele andere paren geholpen kunnen worden! Ook mensen in uw eigen omgeving die zwanger zijn zou u hierop attent kunnen maken.
Daarnaast wordt door Moeders voor Moeders in bepaalde gebieden van Nederland de urine van vrouwen boven de 55 jaar ingezameld. Dit bevat het hMG hormoon, waarmee de eicelrijping wordt bevorderd.
| Moeders voor moeders | |
| tel. 06 - 0228070 (gratis) | www.moedersvoormoeders.nl |
| Freya, patiëntenvereniging voor vruchtbaarheidsproblematiek | |
| Postbus 476 | |
| 6600 AL Wijchen | www.freya.nl |
| tel. 024 - 64 51 088 | secretariaat@freya.nl |
Aan deze tekst kunnen geen rechten worden ontleend, tevens aanvaardt patiëntenvereniging Freya geen aansprakelijkheid indien regels door officiële instanties anders worden gehanteerd.