Bij kunstmatige bevruchtingstechnieken worden hormonen gebruikt, de bevruchting vindt buiten het lichaam plaats en de eerste celdelingen gebeuren in het laboratorium. Daarnaast is het mogelijk om embryo's in te vriezen. Bij al deze technieken is het denkbaar dat er mogelijke risico's bestaan voor de gezondheid van het kind.
In 1998 is er een literatuurstudie uitgevoerd op basis van wetenschappelijke onderzoeken, om de risico's voor ivf-kinderen in kaart te brengen. De resultaten zijn inmiddels verouderd, en Freya heeft opnieuw contact opgenomen met het Kennispunt Bètawetenschappen van de Universiteit Utrecht voor een studie naar de fysieke gezondheid van kinderen die zijn geboren na ivf, icsi en cryopreservatie (invriezen van embryo's). In dit onderzoek zijn nationale en internationale onderzoeken naar de gezondheid van deze kinderen geanalyseerd door Dianne Hamerpagt en Miranda Overbeek. Zij hebben het onderzoek uitgevoerd als onderdeel van de master ‘Research and development in Science Education'. Deze master richt zich op wetenschapseducatie en –communicatie en de auteurs hebben en biomedische achtergrond.
In het algemeen kan gesteld worden dat kunstmatig verwekte kinderen in de meeste gevallen net zo gezond zijn als op natuurlijke wijze verwekte kinderen. De literatuurstudie laat zien dat er mogelijke effecten op de lichamelijke gezondheid zijn. De risico's hierop zijn echter klein en het is niet met zekerheid te zeggen of dit door de vruchtbaarheidsbehandelingen komt.
Bij een zwangerschap na een IVF-behandeling is er een verhoogd risico op vroeggeboorte, laag geboortegewicht, kleinere lengte bij geboorte en opname op de neonatale intensive care. Ook worden een verhoogd risico op perinatale sterfte en aangeboren afwijkingen genoemd, maar dit is niet eenduidig. De genoemde verhoogde risico's gelden vooral voor de eenlingen die via IVF verwekt zijn in vergelijking met op natuurlijke wijze verwekte eenlingen. Meerlingen hebben namelijk altijd een verhoogd risico op de genoemde effecten, ongeacht of ze via IVF of op natuurlijke wijze ontstaan zijn. Meerlingen die verwekt zijn via IVF/ICSI hebben minder risico op het Twin-To-Twin- Transfusion Syndroom, omdat via IVF/ICSI verwekte meerlingen minder vaak een gedeelde placenta hebben.
Sommige studies rapporteren dat kinderen verwekt via IVF meer (chronische) ziekten hebben, terwijl andere studies dit niet hebben gevonden. Er zijn meerdere studies die beschrijven dat kinderen die via IVF verwekt zijn een hoger risico hebben op cerebrale (grote hersenen) verlamming, maar dit hangt direct samen met het vaker optreden van een vroeggeboorte. Verder hebben de meeste studies geen vertraging van ontwikkeling en kennisverwerving gevonden bij kinderen verwekt via IVF.
Er zijn verschillende onderzoeken geweest naar het voorkomen van kanker bij kinderen die via IVF/ICSI verwekt zijn. Er zijn wel een paar case series geweest waarin een verhoogde kans gevonden werd op neuroblastoma (tumor in het zenuwstelsel) en retinoblastoma (oogtumor), maar dit is niet teruggevonden in grote studies.
Er is een aantal studies gedaan bij 8- tot 18-jarige jongeren die verwekt zijn via IVF. Uit deze studies kwam naar voren dat deze jongeren gemiddeld een andere vetverdeling, een licht verhoogde bloeddruk en hogere glucoseconcentraties na vasten hebben dan op natuurlijke wijze verwekte jongeren. De insulineconcentraties na vasten daarentegen zijn niet verschillend ten opzichte van op natuurlijke wijze verwekte kinderen. Ook zijn er geen verschillen in samenstelling van de botten. De botleeftijd in verhouding tot de kalenderleeftijd is wel significant hoger bij meisjes verwekt via IVF dan bij op natuurlijke wijze verwekte meisjes. De puberale ontwikkeling van jongens en meisjes verwekt via IVF is vergelijkbaar met jongens en meisjes die op natuurlijke wijze verwekt zijn. Ook de menstruatiecycli zijn vergelijkbaar. Via IVF verwekte jongens verschillen niet in sekshormoon-concentraties in vergelijking met op natuurlijke wijze verwekte jongens. Bij via IVF verwekte meisjes zijn de sekshormonen DHEAS en LH verhoogd
Eén onderzoek naar de oudste IVF-generatie (tot 30 jaar) uit de Verenigde Staten concludeert dat de jongvolwassenen gezond lijken. Nog geen van deze jongvolwassenen had geprobeerd zwanger te raken, zodat over de vruchtbaarheid van de IVF-generatie nog geen uitspraken gedaan kunnen worden.
Een aantal van de effecten op de lichamelijke gezondheid van kinderen verwekt via IVF kan verklaard worden door de vroeggeboorte en de daarmee samenhangende effecten. Verder zouden aspecten uit de IVF-behandeling, het vanishing twin syndroom, subfertiliteit van de ouders, en leeftijd en pariteit (aantal kinderen dat een vrouw gebaard heeft) van de moeders een rol kunnen spelen.
Bij een zwangerschap na een ICSI-behandeling is er een verhoogd risico op vroeggeboorte in vergelijking met een op natuurlijke wijze verwekte zwangerschap. Een verhoogd risico op vroeggeboorte van kinderen verwekt via ICSI in vergelijking met kinderen verwekt via IVF is niet eenduidig. Kinderen verwekt via ICSI kunnen ook een lager geboortegewicht hebben of bij de geboorte kleiner in lengte zijn, maar hierover zijn de uitkomsten van de onderzoeken eveneens niet eenduidig. Mogelijk is er een verhoogd risico op een miskraam tijdens een zwangerschap tot stand gebracht via ICSI. Perinatale sterfte (het kindje overlijdt vlak voor of na de geboorte) komt in vergelijkbare mate voor bij zwangerschappen tot stand gebracht via ICSI en IVF. Over de opname op de neonatale intensive care is er wat betreft kinderen verwekt via ICSI nog geen specifieke informatie beschikbaar.
Een aantal onderzoeken concludeert dat er mogelijk een verhoogd risico op aangeboren afwijkingen samenhangt met de ICSI-behandeling, met name voor hypospadie (dit is een afwijking waarbij de plasbuis op een abnormale plek in de penis uitmondt). Voor kinderen verwekt via ICSI is er geen hoger risico op aangeboren afwijkingen dan voor kinderen die via IVF verwekt zijn. Kinderen verwekt via ICSI hebben echter wel een verhoogd risico op chromosomale afwijkingen. Of de ICSI-behandeling bijdraagt aan chromosomale afwijkingen is nog niet bekend. Zowel bij IVF als bij ICSI is er een zeer klein risico op een inprentingziekte bij kinderen die met behulp van deze methoden zijn verwekt. Voorbeelden hiervan zijn het Beckwith-Wiedemann en Angelman syndroom, deze syndromen zijn echter zeer zeldzaam.
De motoriek van kinderen verwekt via ICSI tot de leeftijd van 10 jaar verschilt niet in vergelijking met op natuurlijke wijze verwekte kinderen. Kinderen verwekt via ICSI vertonen tot een leeftijd van 12 jaar geen verschil in groei met kinderen die via IVF of op natuurlijke wijze verwekt zijn. Een onderzoek waarin kinderen tussen de 4,5 en 5,5 jaar oud die verwekt zijn via ICSI zijn onderzocht, heeft aangetoond dat er mogelijk een verhoogd risico op kinderziekten, ziekenhuisbezoek, medische therapie en operaties (vooral aan het urogenitaalstelsel; stelsel van organen voor urineproductie en voortplanting) is. Eén studie heeft een verhoogd risico op epilepsie aangetoond bij kinderen die via IVF/ICSI zijn verwekt, maar waarschijnlijk spelen hierbij voornamelijk erfelijke factoren een rol. Mogelijk hebben kinderen verwekt via ICSI ook meer kans op een verhoogde bloeddruk.
Een onderzoek naar de vruchtbaarheidsontwikkeling van jongens verwekt via ICSI tot 9 jaar oud toont aan dat deze jongens een normale groei en ontwikkeling van de geslachtsorganen hebben. De hormonen die een aanduiding zijn voor de mogelijke latere spermakwaliteit bij de jongens verwekt via ICSI zijn vergelijkbaar met die van jongens die op natuurlijke wijze verwekt zijn. Wanneer de vader een verminderde spermakwaliteit heeft, leidt dit bij de zoon verwekt via ICSI niet tot verstoringen in de hormonen die een aanduiding geven voor zijn latere spermakwaliteit.
De effecten van de ICSI-behandeling kunnen voor een deel verklaard worden door de effecten die aangetoond zijn bij de IVF-behandeling. Effecten op de lichamelijke gezondheid van kinderen verwekt via ICSI kunnen daarom deels verklaard worden door aspecten die ook bij IVF een rol spelen. Daarnaast kunnen ook aspecten uit de ICSI-behandeling zelf en erfelijke factoren een rol spelen.
Er lijkt een aantal positieve effecten samen te hangen met cryopreservatie in vergelijking met het plaatsen van verse embryo's, zoals grotere lengte bij geboorte, minder vroeggeboorten en minder vaak een laag geboortegewicht. Dit zou samen kunnen hangen met het feit dat de embryo's geplaatst kunnen worden in een natuurlijke of minimaal gestimuleerde cyclus.
Maar er is ook een aantal negatieve uitkomsten gevonden na cryopreservatie in vergelijking met vers geplaatste embryo's, zoals meer kans op miskramen en aangeboren afwijkingen. Dit zou samen kunnen hangen met de cryopreservatietechniek zelf of doordat kwalitatief minder goede embryo's (in vergelijking met de embryo's die direct geplaatst worden) overblijven om ingevroren te worden.
Echter, de effecten van cryopreservatie zijn niet eenduidig, omdat studies ook vaak geen significante verschillen vinden of elkaar tegenspreken. Een aantal gezondheidsaspecten dat niet verschilde tussen cryopreservatie en vers geplaatste embryo's is het aantal doodgeboren kinderen, het voorkomen van abnormale karyogrammen (chromosomen), groei, chronische ziekten en cerebrale (grote hersenen) verlamming.
De huidige voorlichting over de risico's van de vruchtbaarheidsbehandeling op de lichamelijke gezondheid van de kinderen die via deze behandelingen worden verwekt, wordt meestal door de behandelende artsen aan de wensouders gegeven. De onderzochte voorlichtingfolders besteden matig tot geen aandacht aan deze risico's.
Voor wensouders die een IVF-behandeling overwegen, is het van belang om de risico's te kennen voor de lichamelijke gezondheid van de kinderen die via IVF verwekt worden, zoals een verhoogd risico op vroeggeboorte, laag geboortegewicht, een kortere lengte bij de geboorte en opname op de neonatale intensive care in vergelijking met op natuurlijke wijze verwekte kinderen. Ook kan er voor via IVF verwekte kinderen een verhoogd risico zijn op perinatale sterfte, aangeboren afwijkingen, (chronische) ziekten en is er een zeer klein risico op inprentingziekten. Hier moet in de voorlichting wel bij vermeld worden dat deze effecten niet eenduidig zijn. Verder moet benadrukt worden dat meerlingen altijd hogere risico's op complicaties hebben dan eenlingen en dat de risico's voor kinderen verwekt via IVF relatief klein zijn in vergelijking met op natuurlijke wijze verwekte kinderen.
De wensouders die een ICSI-behandeling overwegen zouden van de risico's op de hoogte moeten zijn met betrekking tot de lichamelijke gezondheid van de kinderen die via ICSI verwekt worden. Met name de risico's op vroeggeboorte, een aangeboren afwijking en genetische afwijkingen moeten vermeld worden in de voorlichting. Verder zijn er mogelijk verhoogde risico's op een kleinere lengte bij geboorte, een lager geboortegewicht, kinderziekten, ziekenhuisopname, medische therapie, operaties en epilepsie, maar dit is minder eenduidig. Ook een zeer klein risico op inprentingziekten zou kunnen worden genoemd, maar hierbij zou aangegeven moeten worden dat het absolute risico op deze ziekten erg klein is. Voor de wensouders die cryopreservatie overwegen, is het belangrijk om op de hoogte te zijn van zowel de voordelen als de risico's die de cryopreservatietechniek met zich mee kan brengen. Voordelen zijn minder vroeggeboorten, minder vaak een laag geboortegewicht en grotere lengte bij geboorte in vergelijking met IVF/ICSI zonder cryopreservatie. Risico's zijn meer kans op miskramen en aangeboren afwijkingen in vergelijking met IVF/ICSI zonder cryopreservatie. Het totale beeld is dus nog niet eenduidig.
Maart 2009