Vereniging voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen
Terug naar boven
Terug naar beneden
Home Home

Praten met kinderen die verwekt zijn met behulp van een donor:
waarom, wanneer, hoe?

Een kind krijgen dat niet genetisch verwant is met één van de ouders geeft die ouders een extra dilemma ten aanzien van de opvoeding. In deze tekst wordt ingegaan op de redenen om open te zijn over de ontstaansgeschiedenis van het kind en worden enkele handreikingen gedaan voor de manier waarop ouders dit kunnen aanpakken.

Donorkinderen te vertellen over hun achtergrond als ze nog jong zijn (zelfs als je hen niet veel informatie over hun donor kunt geven) is waarschijnlijk het beste voor hen, ook al kan het erg moeilijk zijn voor de ouders. Het kan verleidelijk zijn om te denken dat je gewoon de behandeling kunt ondergaan, naar huis kunt gaan en de hele boel zo snel mogelijk te vergeten. Maar als je de waarheid negeert of ontkent, zorgt dat er niet voor dat de waarheid niet meer bestaat. Dit soort zaken heeft juist de neiging aan je te gaan knagen en - als je deze zaken niet doordacht hebt - later juist méér problemen te veroorzaken

Olivia: Negentien jaar geleden ontdekten mijn man en ik dat we alleen een kind konden krijgen via donorinseminatie of adoptie. Nadat we negen maanden rouwden over het kind dat we samen niet konden verwekken, besloten we dat donorinseminatie voor ons de beste oplossing was. Ik had heel veel geluk, want bleek na de eerste poging zwanger te zijn en kreeg dus na nog eens negen maanden een zoon. Daarna waren vijf pogingen nodig voor ons tweede kind: een dochter.
Beide kinderen weten sinds ze heel klein waren van hun oorsprong af. Tegenwoordig is het gewoon om hier open over te zijn, maar in die tijd was het ziekenhuis heel verbaasd hierover. Maar wij konden ons niet voorstellen om te leven met een leugen over zoiets belangrijks. En we hebben nooit spijt gehad van deze beslissing.
Het praten met de kinderen is voor ouders niet altijd makkelijk, maar als je vroeg begint, accepteren ze de feiten heel gemakkelijk. Eigenlijk hebben ze vaak meer interesse in wie er komt spelen of wat ze te eten krijgen. De truc is om het simpel te houden en je woordgebruik aan te passen aan hun ontwikkelingsstadium. Bouw het langzaam op.
Ouders zijn vaak bang dat een kind hen zal afwijzen als ze weten dat het niet hun 'echte' vader of moeder is, maar onze dochter en zoon zijn daar heel duidelijk in dat papa hun vader is.
Nu ze tieners zijn hebben ze een andere kijk op de donorinseminatie. Onze zoon is niet geïnteresseerd in de donor, maar vindt het erg belangrijk dat hem de waarheid verteld is. Onze dochter is wel nieuwsgierig naar de donor en zou hem willen bedanken voor het feit dat hij haar haar leven gegeven heeft. Maar ook al is het vrijwel zeker dat ze deze kans niet zal krijgen, ze is blij dat we de informatie aan haar gegeven hebben.

De beste tijd om te beginnen met vertellen

Veel ouders zeggen dat ze het hun kind willen vertellen als ze oud genoeg zijn om het hele verhaal te snappen. Dit is heel begrijpelijk. Het praten met heel jonge kinderen over zoiets persoonlijks lijkt een vreemd idee. Echter, het uitstellen tot later kan leiden tot moeilijkheden. Om te beginnen kan het gebeuren dat je merkt dat je onbewust een toenemend gecompliceerd web aan het spinnen bent van leugentjes en uitvluchten, zowel tegen het kind als de omgeving.
Dit kan al beginnen zodra je kind geboren is. 'Op wie lijkt hij/zij?' zal een veelbesproken onderwerp zijn. Hoe ga je met die vragen en opmerkingen om?
Rond de leeftijd van 8 jaar bereiken kinderen het stadium waarin ze meer beginnen te begrijpen over donorinseminatie, maar tegen die tijd zul je dan onvermijdelijk al een heleboel mensen (familie, vrienden, medici) hebben misleid of belogen.
De verstoorde verhouding door de leugens kunnen erger zijn dan de wetenschap over het gebruik van donorsperma/eitjes.
Net als de kinderen zelf, kunnen familie en vrienden zich erg teleurgesteld voelen in het gebrek aan vertrouwen dat hen gegund is. Ervaringen van ouders die wel open waren, laten zien dat familie en vrienden meer steun geven en begrip hebben dan de 'open' ouders van tevoren verwachtten.
Het advies? Begin zo vroeg mogelijk!

Waarom is het belangrijk om te vertellen dat je kind van een donor afstamt?

Het getuigt van respect voor elk kind (jongere, volwassene) als een uniek individu. Het is hun recht om deze informatie over zichzelf te hebben.

Geheimen bewaren kost veel energie in een familie. Deze energie kan beter ingezet worden voor hechte familiebanden.

Familiebanden kunnen onder druk van het geheim komen te staan als:
  • IEMAND anders er van af weet (en meestal is er wel iemand die het weet);
  • Degene bij wie de oorzaak van het vruchtbaarheidsproblemen ligt (maar ook de partner) zich schaamt over deze manier om een gezin te stichten;
  • Doordat onbeantwoorde vragen of ontwijkende antwoorden, blikken van verstandhouding tussen partners of pijnlijke stiltes een sfeer creëren die een kind feilloos aanvoelt. Ook anderen kunnen dit soms aanvoelen;
  • Het kind voelt zich anders' op een bepaalde manier, maar omdat hij/zij er geen verklaring voor heeft, verwijt hij/zij dit zichzelf;
  • De waarheid uiteindelijk na jaren op tafel komt.

Onderzoek heeft uitgewezen dat vertellen over de situatie in de puberteit of op volwassen leeftijd schade kan toebrengen aan huidige en toekomstige relaties. Het is moeilijk om weer vertrouwen te krijgen in mensen als blijkt dat men lang is voorgelogen.

In deze tijd komen steeds meer mogelijkheden om DNA te testen. Er zijn zelfs al DNA testkits verkrijgbaar via internet. Ook wordt er in de media veel aandacht besteed aan verhalen rond menselijke genetica. Jonge mensen die vermoedens hebben dat ze niet genetisch aan hun ouder(s) verwant zijn, kunnen nu al op veel manieren de waarheid achterhalen. Nu de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting in werking is getreden, zullen ze vanaf hun 16e ook gemakkelijk gegevens kunnen achterhalen.

Kinderen van rond de 8 jaar hebben complete uitleg nodig met tijd en gelegenheid om vragen te stellen, zodat ze het volledig kunnen begrijpen. Veel ouders zullen zich misschien wel op hun gemak voelen om dit te doen, maar als je jaren nooit over dit soort dingen hebt gesproken is er een kans dat je je niet op je gemak voelt met de woorden die je hiervoor nodig hebt. Die taal heeft niet alleen te maken met donorinseminatie/eiceldonatie, maar ook met seks en voortplanting. En dit moet gebracht worden op een voor kinderen begrijpelijke manier. Deze onbekendheid of ongemakkelijkheid kan je kind de boodschap geven dat hij/zij zich moet schamen omdat hij/zij een donorkind is. Ook als je dit zelf niet met woorden zegt of zelfs tegenspreekt. Ouders die vinden dat ' met alle goede redenen ' hun kind de eerste persoon moet zijn om informatie te krijgen over zijn ontstaan, komen een vergelijkbaar dilemma tegen maar met een nieuwe dimensie. Het kind krijgt de last om te bepalen wie het nog meer mogen weten en zal zich het onderwerp van nieuwsgierigheid voelen van de mensen aan wie het verteld wordt. Aan de andere kant groeit het kind waarschijnlijk op in een atmosfeer van acceptatie als familie en vrienden het vanaf het begin geweten hebben. Op die manier valt niet te verwachten dat ze als 'anders' gezien worden en kunnen ze zelf rustig praten over hun oorsprong.

De tienertijd is geen goede tijd om de informatie over de donorinseminatie/eiceldonatie voor het eerst te vertellen. Jonge mensen zijn druk bezig met uit te vinden wie ze zijn door hun eigen en hun ouders grenzen te verkennen. Nieuwe informatie die twijfel brengt in de vertrouwensrelatie, helpt niet in deze tijd van verandering. Ouders moeten voor jongeren in de puberteit standvastig en betrouwbaar zijn, om hen de nodige steun te kunnen geven.

Sommige ouders vrezen dat hun pubers het gebrek aan genetische verwantschap zullen gebruiken in een ruzie "Jij hebt niets over mij te zeggen want je bent toch niet mijn echte vader". Maar als sinds jaar en dag duidelijk is dat de vader in het gezin gewoon hun vader is, heeft zo'n uitspraak geen of in elk geval minder impact. Goede communicatie tussen ouders en kinderen, waaruit duidelijk wordt dat alleen de genetische band je nog geen vader of moeder maakt, kan mogelijk zelfs voorkomen dat een puber een dergelijke opmerking maakt.
Het zal misschien vreemd lijken, maar starten met praten met kinderen over hun oorsprong vanaf een jaar of drie tot vijf, is een stuk makkelijker! Er zijn zelfs mensen die al beginnen met dit 'gesprek' als hun kind nog een baby is, zodat ze al doende zelf vertrouwd raken met de woorden die je hiervoor kunt gebruiken. En baby's vinden het altijd fijn als je tegen ze praat, maakt niet uit waarover!

Informatie geven aan jonge kinderen

Wat belangrijk is voor een jong kind, is dat het zich geliefd en veilig voelt binnen zijn/haar familie. Doorgaans zijn ze niet geïnteresseerd in de vraag uit wiens sperma of eitje ze gemaakt zijn. Dus neem elke gelegenheid te baat om het kind te laten weten en voelen dat je van hem/haar houdt en dat hij/zij deel uitmaakt van een liefhebbend gezin.
Als je kind begint te vragen waar baby's vandaan komen, of eerder als je dat zelf wilt - zeker als je al een kind hebt of iemand in je naaste omgeving zwanger is - begin dan kleine stukjes informatie in het gesprek te geven, zoals: “Soms hebben mama's en papa's hulp nodig van een dokter om een baby te maken.”

Daarna kun je bijvoorbeeld zeggen: 'Baby's worden meestal gemaakt van een eitje van een mama en een zaadje van een papa, maar omdat papa (een beetje ziek is geweest/geen zaadjes meer heeft/papa's zaadjes niet naar het eitje konden zwemmen/…), ben jij gemaakt van een eitje van mama en een zaadje van een aardige man die ons wilde helpen.” Of andersom in geval van eiceldonatie. Je kunt die andere man of vrouw dan benoemen als de donor'.

Maak gebruik van de gelegenheid, bijvoorbeeld als er iets op TV is of iemand in de omgeving zwanger is of net een baby gekregen heeft, om steeds dit soort informatie te herhalen en voeg er iets aan toe als “en dit deden papa en mama toen ze jou wilden krijgen” of “en zo ben jij er gekomen.”

Wees niet verbaasd als je geen enkele reactie krijgt. Kinderen hebben belangrijker dingen aan hun hoofd! Kom er gewoon af en toe op terug. Als je je kind in bad doet, kan een goed moment zijn om wat over ditjes en datjes – en zijn ontstaanswijze – te praten. En wees voorbereid om mogelijkheden die zich voordoen aan te grijpen om informatie te herhalen of te checken wat ze hebben begrepen.
Een kind kan bijvoorbeeld - bij donatie door een onbekende uiteraard onterecht - denken dat die aardige man (vrouw) die zaadjes (eitjes) heeft gegeven, iemand is die je kent of ontmoet hebt. Vertel als je hem/haar niet kent, dat hij/zij wel aardig moet zijn omdat hij/zij papa's en mama's wil helpen om een baby te krijgen. Je kunt eventueel toevoegen dat de dokter hem/haar wel kent.
Als het gaat om een donor die je wel kent, zul je van tevoren afspraken met elkaar moeten maken over de manier waarop je hierover met je kind wilt praten. En als de donor een familielid is of een bekende die (regelmatig) bij jullie over de vloer komt, is het helemaal belangrijk om dit goed af te stemmen, zodat geen van de partijen in onverwachte situaties beland.

Kinderen zijn gek op verhaaltjes en vooral op verhaaltjes die over henzelf gaan. Je kunt jullie eigen geschiedenis als een verhaaltje' vertellen of je kunt ook zelf een boekje maken met het ontstaan van jullie gezin als middelpunt.
Je kunt natuurlijk ook gebruik maken van seksuele voorlichtingsboekjes die bedoeld zijn voor jonge kinderen en op de tekst inhaken met júllie verhaal. Wat je beter niet in detail kunt vertellen is dat er voor jullie vreselijk veel pijn en moeite aan vooraf gegaan is. Houd je eigen verhaal liever neutraal en benadruk het feit dat jullie zo graag een gezin wilden vormen en heel blij zijn dat dit gelukt is door de komst van dit kind/deze kinderen.

Als je op deze manier start, groeien kinderen op een natuurlijke manier op met de informatie over hun ontstaan. Ze vinden het heel gewoon en kunnen zich geen tijd herinneren dat ze dit niet wisten. Ze accepteren moeiteloos dat ze een papa/mama en een donor hebben. Zij zullen deze niet met elkaar verwarren.

Vanaf een jaar of acht kunnen sommige kinderen meer gedetailleerde informatie willen horen over de behandeling en over wat voor een soort persoon de donor was en welke eigenschappen ze van hem/haar geërfd kunnen hebben. Voel je niet schuldig als je de vragen van het kind over de donor niet kunt beantwoorden. Vertel wat je weet over de donor, maar besteed tegelijkertijd ook aandacht aan dingen die het kind hetzelfde doet als zijn/haar vader en moeder. Kinderen nemen immers gewoontes van hun ouders over! Ieder mens is een uniek wezen dat enerzijds wordt gevormd door zijn genetische oorsprong en anderzijds door zijn opvoeding en ervaringen.
Als je kind gevoelens van boosheid, verdriet, frustratie of iets dergelijks voelt , in verband met het verhaal van zijn ontstaan of het gebrek aan informatie over de donor, luister naar hem/haar. Geef het kind de kans deze gevoelens te uiten en bevestig dat je begrijpt dat hij/zij zich zo voelt. Door het kind eerlijk, luisterend en steunend tegemoet te treden en voor hem/haar klaar te staan doe je alles wat je kunt om hem/haar het gereedschap te geven (veerkracht, gevoel van eigenwaarde, zelfbewustzijn) om uitgerust te zijn voor de dingen die het leven voor hem/haar in petto heeft.
Donorkinderen geven vaak aan dat ze blij zijn dat ze bestaan en beseffen dat ze er niet geweest zouden zijn zonder de donor.

Wie moeten het nog meer weten?

Olivia:'We hebben het de familie en goede vrienden verteld zodra ik zwanger was van ons eerste kind en vanaf toen hebben we het aan nieuwe goede vrienden verteld zodra er voldoende vertrouwen was tussen hen en ons. Als mede-oprichters van Donor Conception Network (in Groot-Brittannië) zijn we extreem open geweest over onze omstandigheden, tot aan publiciteit op TV en in kranten. Dit startte toen onze zoon 8 jaar was, maar we zijn er een aantal jaren mee gestopt op zijn verzoek toen hij in de puberteit kwam. Toen de kinderen naar school gingen, besloten we het zijn onderwijzers te vertellen zodat het als normaal geaccepteerd zou worden in de klas als onze kinderen hun ontstaan zouden noemen en dat zij zich niet ongemakkelijk hoefden te voelen door de reactie van de onderwijzer. Dus we hebben jaarlijks aan nieuwe onderwijzers gemeld. Toen onze dochter 9 jaar was heeft ze er iets over gezegd in de klas. De onderwijzer hielp haar om het uit te leggen aan de klas en daarna gingen ze gewoon verder met de les. Onze dochter bleef het vaker noemen op school. Onze zoon niet, maar hij vertelde mij toen hij 17 was wel dat hij het tegen goede vrienden gezegd had.
Onze huisarts weet er natuurlijk van en toen we met onze dochter een keer doorverwezen waren naar een specialist in het ziekenhuis in verband met buikklachten, hebben we het ook genoemd.'

Als je kind opgroeit moet je beslissen aan wie je iets over zijn ontstaanswijze moet vertellen, maar een algemeen klimaat van openheid in het gezin, waar een kind de boodschap krijgt dat er geen geheimen zijn, kan meewerken. Veel ouders willen de informatie liever in een kleine kring van familie en vrienden houden en vertellen het professionals (zoals onderwijzers, artsen) alleen als het nodig is.
Als het kind in de puberteit zit, komt de beslissing over openheid bij de jongere te liggen. Het is normaal voor een tiener dat hij/zij een aantal jaren niet over zijn/haar ontstaanswijze wil praten. Net zo zijn als je vrienden is belangrijk in deze tijd.

Olivia: 'Het besluit om KID te doen om een gezin te krijgen was onze eerste goede beslissing. De tweede was het besluit om open te zijn tegen onze kinderen, familie en vrienden. We hebben nooit spijt gehad van beide beslissingen en onze kinderen zijn nu oud genoeg om ons te vertellen dat ook zij het goede beslissingen vonden. Ze zijn blij met hun leven en blij dat ze ouders hebben die hen genoeg respecteerden om hen de waarheid te vertellen.'

Als je op dit moment worstelt met beslissingen over openheid en 'hoe het te vertellen':

  • Bedenk dat een goed resultaat in de toekomst afhangt van het starten nu met de moeilijke gevoelens af te rekenen. Probeer dus te vermijden om deze gevoelens te negeren.
  • Onthoud dat het voor een jong kind belangrijker is om een liefdevolle vader en moeder te hebben dan eentje waarmee een genetische relatie bestaat. Warme relaties die in de vroege kinderjaren zijn opgebouwd geven een solide basis voor de toekomst.
  • Probeer vooruit te kijken en bedenk je hoe je wilt dat de relatie met je kind zal zijn als :hij/zij op school zit, hij/zij een puber is, hij/zij een jongvolwassene is. Zullen geheimen hierbij helpen of in de weg zitten ?
  • Open' zijn is een gemoedstoestand en een proces. Begin vroeg, neem de tijd, bekommer je niet om het feit dat je in het begin misschien moeite hebt met het taalgebruik. Beantwoord de vragen van je kind (liever dan vertellen wat jij als volwassene denkt dat hij/zij wil vragen) en gebruik daarbij eenvoudige, voor kinderen begrijpelijke woorden.

 


Dit is een vrije vertaling van een infobrief van het Donor Conception Network, geschreven door Olivia Montuschi en gericht aan aanstaande donorinseminatie paren over vertellen'. © Freya, november 2005

Kinderboeken over KID

Kinderboeken seksuele voorlichting