Inhoudsopgave
De meeste mensen in onze omgeving reageerden verbaasd toen wij vertelden dat wij een onderzoek naar spermadonatie aan het doen waren. Ze begrijpen niet hoe wij op dit onderwerp zijn gekomen en wat het dan met onze studie, Culturele Antropologie, te maken heeft. We zijn eigenlijk al meteen gaan nadenken over een mogelijk onderwerp. En terwijl we de Folia (het weekblad voor de Universiteit van Amsterdam) aan het doorbladeren waren kwamen we een advertentie tegen waarin de spermabank van het AMC een oproep deed voor spermadonoren. Onze nieuwsgierigheid werd meteen geprikkeld. Want eigenlijk wilden we wel weten hoe een spermabank eruit ziet en wat voor mannen spermadonor zijn en waarom ze spermadonor zijn. Daarom zijn we informatie gaan zoeken, het bleek dat spermadonatie vooral in verband werd gebracht met de anonimiteitproblematiek. Hierover was veel te vinden in de kranten. Maar het viel ons op dat de stellen die geen kinderen kunnen krijgen en dus hun hoop vestigen op Kunstmatige Inseminatie met Donorsperma alsook KID-kinderen vaak aan bod kwamen. Er waren veel verschillende meningen te vinden maar het viel ons op dat er van de situatie van de spermadonor zelf niet veel bekend is.
Spermadonatie is een zeer actueel onderwerp. De medisch-technologische vooruitgangen die geboekt worden hebben een grote nasleep in de maatschappij. Er moeten wetten worden gemaakt voor situaties die volledig nieuw zijn voor de regering. Het gebruik van donorsperma voor inseminatie van vrouwen wordt al zo'n vijftig jaar toegepast en toch komen de wetten die tot een goed en duidelijk donatiesysteem zouden moeten leiden nu pas in zicht.
Kunstmatige Inseminatie met Donorsperma (KID) is een in Nederland sinds 1948 toegepaste methode van behandeling bij mannelijke infertiliteitproblematiek. Hoewel deze behandelingsvorm in het buitenland al langer werd toegepast, heeft het in Nederland lang geduurd voordat dit onderwerp uit de taboesfeer kon worden getrokken. Aanvankelijk werd derhalve de behandeling slechts door enkele artsen en gynaecologen uitgevoerd. In de begin jaren zeventig openden steeds meer ziekenhuizen, zowel academische als perifere, alsook centra vanuit het particulier initiatief, hun poorten voor deze behandelingsvorm en werd het opgenomen in het ziekenfondsverstrekkingenpakket. (CBO 1992:3)
Hieruit blijkt dat het in Nederland lang heeft geduurd eerdat het gebruik van donorsperma voor inseminatie werd geaccepteerd. Ook heeft de regering veel tijd nodig gehad om beslissingen te maken met betrekking tot de procedure van KID.
Met de komst van meer geavanceerde fertiliteitsbevorderende behandelings-mogelijkheden, zoals IVF en met de intrede van een bredere indicatiestelling voor KID, zoals o.a. het lesbisch ouderschap, waarbij van de tot dan toe veelal gehanteerde strikte geheimhouding omtrent de behandeling geen sprake meer kon zijn, kwam KID steeds meer in de publieke belangstelling. Dit leidde uiteindelijk in 1988-1989 tot een politieke discussie, waarbij vooral de anonimiteit van de spermadonor, die tot dan toe als een 'conditio sine qua non' gold, centraal stond. (CBO 1992:3)
De Tweede Kamer heeft zojuist besloten dat de anonimiteitwaarborg voor spermadonoren zal komen te vervallen. De opheffing van de anonimiteit van spermadonoren gaat over twee jaar in, volgens de nieuwe wet moet de identiteit van de spermadonor bekend worden kunnen gemaakt als het kind dat met het donorsperma verwekt is daar op latere leeftijd ooit een verzoek toe doet.
Volgens J.K. de Bruyn, de voorzitter van de Nederlands-Belgische vereniging voor Kunstmatige Inseminatie, is de huidige donorpraktijk in Nederland zo gek nog niet, en was er al helemaal geen reden haar op de helling te zetten. Er is een zogenaamd B-loket voor sperma-donoren die niet per se anoniem willen blijven, en een A-loket voor donoren die daar wel op staan. Er is een gestage groei van donoren die kiezen voor het B-loket. Met wat jaren extra voorlichting waren twijfelaars omgegaan en was een kleine groep anonieme donoren overgebleven. (Trouw: 5 maart 2001)
Het doen van een onderzoek naar spermadonatie is dus zeker in deze periode geen gemakkelijke taak. Sinds 1990 is het aantal spermabanken afgenomen van 21 naar 10 en het aantal donoren van 1000 naar 300. De anonimiteitwaarborg van spermadonoren staat na 10 jaar opnieuw hevig ter discussie en dit levert veel interessant materiaal op, maar maakt het onderwerp wel heel gevoelig bij zowel de spermabank en spermadonoren als de regering.
We willen ons richten op het perspectief van de spermadonor en die afzetten tegen de algemene ideeën die er zijn over spermadonatie in de Nederlandse samenleving. Zo denken mensen vaak dat de mannen sperma doneren voor het geld. Of dat de spermabank een spannend kamertje heeft waar ze heen gaan om het sperma te produceren. Ook worden de spermadonoren wel eens als egoïstisch beschouwd. Onze bedoeling is onder andere om na te gaan in hoeverre deze ideeën gelijk lopen met de situatie van de spermadonor. Verder wij willen we ook aandacht geven aan de discussie rondom spermadonatie en anonimiteit. We hebben het gevoel dat er veel op te helderen valt over dit onderwerp en hebben daarom uiteindelijk de volgende probleemstelling geformuleerd.
De algemene ideeën, vooroordelen en misverstanden over spermadonatie en anonimiteit, tegenover het perspectief van de spermadonor.
Ons doel is om uit te leggen wat spermadonatie precies is, vanuit het perspectief van de spermadonor zelf. Dat betekent dat we gaan proberen om erachter te komen hoe hij zijn donorschap ervaart en hoe hij ermee omgaat. We willen nagaan wat zijn motivaties, meningen en achtergrond zijn. Verder willen wij de werkelijke gang van zaken (zoals procedures, richtlijnen, sfeer en regels) bij spermadonatie achterhalen. We formuleren de volgende onderzoeksvragen:
- Hoe en waarom wordt een man spermadonor?
- Wat voor soort mannen wordt spermadonor, is generalisatie (in de breedste betekenis van het woord) mogelijk?
- Hoe staan de spermadonoren tegenover anonimiteit?
- Hoe gaan de spermadonoren om met hun donorschap?
Alleen al de berichten in de krant, vanwege de komende doorvoering van de nieuwe wet, maken duidelijk dat het onderwerp spermadonatie zeer actueel is in onze maatschappij. Bovendien hebben wij tijdens ons onderzoek gemerkt dat er veel reacties kwamen op onze enquête voor spermadonoren die op het internet staat. De reacties variëren van personen die aan een werkstuk of onderzoek bezig zijn tot mensen met een persoonlijke interesse in dit onderwerp. Een medewerker van een Belgisch t.v.-programma heeft ons zelfs gevraagd of we haar konden helpen door middel van het doorspelen van spermadonoren en of we een oproepje wilden doen in haar programma! Hieruit blijkt toch wel dat de samenleving bezig is met spermadonatie. Verder is ons in de loop van ons onderzoek ook een boekje over de bereidheid van donatie van sperma bij opheffing van anonimiteitwaarborg aangereikt door een medewerker van de spermabank. Dit is een wetenschappelijk onderzoek dat zowel kwalitatief als kwantitatief gericht is en in 1999 uitgevoerd is in opdracht van de regering. Het resultaat van dit onderzoek zou natuurlijk meespelen in de vorming van de nieuwe wet. Ook hieruit blijkt dat het van wetenschappelijk belang werd geacht om in te gaan op de situatie van de spermadonor.
Tijdens ons onderzoek volgen wij het onderzoekstype: onderzoek gebaseerd op analytische inductie. Zoals aangegeven staat in de "Handleiding cursus Methoden en Technieken van Antropologisch onderzoek I 2000-2001" op pagina 5.
Gebaseerd op dit onderzoekstype hebben we de onderstaande richtpunten gevolgd:
Het is voornamelijk een kwalitatief onderzoek, waarbij we gebruik hebben gemaakt van interviews en enquêtes. Dit ondersteunen we met kwantitatieve gegevens verkregen uit de al bestaande literatuur en statistieken.
In de inleiding hebben we de deelvragen en de probleemstelling al vermeld. Hier staan echter een paar begrippen in die een nadere verklaring nodig hebben, zodat het duidelijk is wat we precies bedoelen met deze begrippen in ons onderzoeksverslag. De begrippen uit de probleemstelling zijn: algemene ideeën, vooroordelen, misverstanden, anonimiteit en spermadonatie en in de deelvragen: generalisatie.
Algemene ideeën zijn de ideeën die over het algemeen in Nederland bestaan over ons onderzoeksonderwerp; spermadonatie. Hetzelfde geldt voor vooroordelen en misverstanden.
Vooroordeel is volgens het woordenboek Van Dale: niet op kennis of redenering, maar op neiging, traditie of navolging berustend oordeel (mening) omtrent iets of iemand, ongegronde mening, vaak tevens met gedachte aan het handelen daarnaar.
Misverstand heeft de volgende definitie:
1. Dwaalbegrip, vergissing waardoor men elkaar of iemand niet goed begrijpt.
2. onenigheid. In onze probleemstelling interpreteren wij een misverstand volgens de eerste definitie.
Anonimiteit, wat een belangrijk thema van ons onderzoek is, moet ook worden uitgelegd; het Van Dale geeft de volgende definitie: het naamloos zijn. Wiens naam of waarvan de naam niet bekend wordt gemaakt. In de situatie van spermadonatie bedoelen wij de waarborg die spermabanken bieden aan de spermadonor dat zij anoniem zullen blijven voor zowel de wensouders en het kind als de buitenwereld.
Spermadonatie is het doneren van sperma door een zogenaamde spermadonor. Het Van Dale (1976) woordenboek geeft hier echter geen definitie voor.
Generalisatie is het gedachtenproces waardoor een uitspraak, oordeel of waarneming van particuliere aard, betrekking hebbend op of op enkele elementen van een soortelijk bepaalde klas, word omgezet in of uitgebreid tot een oordeel uitspraak over alle elementen van deze klas. (Grote Winkler Prins) Ookwel het veralgemenen of het over één kam scheren. Wij doelen met dit begrip op het generaliseren van de spermadonor.
We hebben tijdens ons onderzoek gebruik gemaakt van interviews en enquêtes, zodat we een meer persoonlijk aandeel in het verslag kunnen verwerken en hopelijk een meer uitgebreid en aannemelijker beeld geven dan wanneer we ons alleen richten op feiten uit literatuur. Deze interviews hebben we gehouden met medewerkers van de spermabank en met de spermadonoren zelf. De informatie die we van de medewerkers van de spermabank hebben verkregen is van groot belang geweest, dit zijn natuurlijk de mensen die er dag in en dag uit mee bezig zijn. Zij hebben een algemeen beeld van de verschillende spermadonoren en weten veel over de gang van zaken bij spermadonatie. "Gemiddeld komt men 1 keer per veertien dagen doneren en zijn donoren lang verbonden aan een kliniek. Hierdoor ontstaat er een band en krijg je als spermabank ook steeds meer informatie over een donor" (Buisman 1998).
De interviews met de spermadonoren waren voor ons een mogelijkheid om meer achter de motivatie van het doneren te komen en om hun mening over spermadonatie te achterhalen.
Tijdens de interviews zijn de observaties en indrukken ook een belangrijke bron geweest voor het onderzoek. Het doen van participerende observatie is helaas niet mogelijk geweest, dit komt omdat de anonimiteit toch nog erg belangrijk is, twee meiden in een wachtkamer die af en toe notities zitten te maken wordt niet echt op prijs gesteld. Ook door het beleid van de spermabank, die de anonimiteit van de cliënten waarborgt, is participerende observatie onmogelijk.
De enquêtes hebben we bij de spermabank achtergelaten, alsook op internet geplaatst (www.freya.nl) met een oproep voor een interview. De enquêtes bij de spermabank zijn helaas niet veel ingevuld, met als grootste reden dat de mannen daar al worden overspoeld met allerlei vragenlijsten zodat er weinig animo is om vrijwillig een enquête in te vullen. De enquête op het internet daarentegen is buiten onze verwachtingen een belangrijke bron geworden voor het onderzoek, het aantal reacties is hierdoor enorm verhoogd. Verder hebben we de al bestaande literatuur en data en statistieken bestudeerd en in onze deelvragen verwerkt.
Wij wilden ons aanvankelijk richten op de Spermabank van het Academisch Medisch Centrum van Amsterdam en het Leids Universitair Medisch Centrum te Leiden. Het bleek echter dat we ons dat niet konden permitteren omdat er te weinig donoren waren die wilden meewerken terwijl we toch meerdere donoren wilden interviewen. We hebben ons dan ook niet laten beperken maar de spermadonoren binnen Nederland als een categorie beschouwt waardoor we meer reacties hebben kunnen verzamelen.
De onderzoekspopulatie is de groep spermadonoren die bij Nederlandse spermabanken doneren of gedoneerd hebben, alsook de medewerkers van deze spermabanken.
We hebben uiteindelijk 6 enquêtes van spermadonoren verzameld, 2 interviews gedaan met medewerkers van de spermabank in Leiden met de heer v.d. Voorst en in Amsterdam met de heer De Vries en 1 interview gedaan met een spermadonor. Verder hebben we relevante secundaire literatuur geraadpleegd, in de vorm van een boekje van de medisch wetenschappelijke raad (CBO; Centraal Begeleidingsorgaan voor de Intercollegiale toetsing), een boekje van een wetenschappelijk onderzoek (ZON; ZorgOnderzoek Nederland), krantenartikelen en reacties op een forum van het vrouwentijdschrift Viva. In het wetenschappelijk onderzoek van ZorgOnderzoek Nederland hebben van de 500 spermadonoren die Nederland toentertijd telde 247 meegedaan.
Spermadonorschap kan als een vorm van maatschappelijk gedrag worden gezien, doneren dient dan ook in de eerste plaats vooral een maatschappelijk doel: de kinderwens van een ander in vervulling te laten gaan.
...het 'iets goeds willen doen voor een ander' en het 'ik heb zelf een gezin en gun een ander dat ook' en 'ik heb van nabij meegemaakt wat onvruchtbaarheidproblemen kunnen betekenen' geven 75% van de donoren als motief. Tussen A- en B- donoren bestaat er een verschil in het motief 'ik heb zelf een gezin en gun een ander dat ook'. Voor A-donoren is dit motief vaker een motief om te doneren dan voor B-donoren (63% vs. 43%). Maar dit verschil valt te verklaren omdat A-donoren zelf vaker kinderen of een kinderwens hebben dan B-donoren. 87% van de donoren zijn ervan overtuigd dat er een groot tekort heerst aan donoren, waardoor hun donorschap als zinvol word gezien. Tussen de A- en B-donoren is hier weinig verschil. (ZON 1999:38)
Daarnaast spelen individuele en sociale motieven ook een belangrijke rol. Uit het onderzoek van ZorgOnderzoek Nederland hebben we de volgende gegevens gehaald.
Ongeveer één derde van de doneren heeft individuele motieven: procreatie is 32%, de financiële beloning is 10% en medische controle is 18%.
Sociale motieven is voor 15% van de donoren een motief. Op microniveau is vooral de partner belangrijk: 'mijn partner vind het belangrijk' is hier dan een veel gehoord antwoord. De mening van de partner is erg invloedrijk, ruim driekwart van de partners van de donoren staan achter het spermadonorschap. De mening van kinderen, familie en vrienden spelen tevens een belangrijke en invloedrijke rol om te gaan doneren of niet.
Tijdens het interview met De Voorst zijn we erachter gekomen dat mannen eigenlijk zelden vreemde motieven hebben om te gaan doneren:
De ideeën veranderen in de regel niet bij zo'n man. Ze komen met bepaalde ideeën hierheen, goed we kunnen ze nog een beetje omkletsen als het wat vreemde ideeën zijn. In de loop der jaren krijg je natuurlijk wel eens gekke mensen, dan komen ze hier en dan zeggen ze 'ik had wel gedacht dat er een verpleegster bij was'. Zulke gekke ideeën verwezenlijken wij niet, hè. Die mensen komen dus niet om te geven, maar gewoon om hun eigen lustgevoelens te bevredigen, dan moeten ze hier niet zijn.
We hebben de gegevens, verkregen uit de enquêtes en interviews, verwerkt in de onderstaande tabel. Verticaal staan de spermadonoren 1 tot en met 7 vermeld en bovenin worden de verschillende motieven aangeduid:
| Maatschappelijke motieven | Individuele motieven | Sociale motieven | Anders | |
|---|---|---|---|---|
| SD.1 | Zelf met vruchtbaarheidsproblemen te maken | |||
| SD.2 | Niet echt over nagedacht vind spermadonatie iets heel vanzelfsprekend | |||
| SD.3 | *Vruchtbaarheidsproblemen in nabije omgeving *Mensen willen helpen | |||
| SD.4 | 'Iets goeds willen doen voor anderen' | Nieuwsgierigheid | ||
| SD.5 | 'Mensen helpen' | |||
| SD.6 | 'Helpen kinderen hebben' | 'Studie VU' | ||
| SD.7 | 'Kinderloze echtparen helpen' | Medische controle wel leuk omdat je weet dat je sperma goed is. | Zusje wachtte op een nier waardoor hij in de donormood raakte |
Hieruit kunnen we opmaken dat het maatschappelijke motief bij de meesten een belangrijke rol speelt om daadwerkelijk te gaan donoren. Er is sprake van een hoog altruïsme onder de spermadonoren. Je kunt zeggen dat veel donoren wel goed over hun donorschap hebben nagedacht, ze kunnen vaak meerdere motieven op verschillende vlakken aangeven. Ook kunnen we het veel gehoorde misverstand en vooroordeel; dat men 'doneert voor het geld' weerleggen, geen een van de mannen in de interviews en enquêtes geeft dit aan als motief. En uit de gegevens van het onderzoek blijkt dat maar 10% van de spermadonoren 'de financiële beloning' als motief hebben.
Donorwerving is een belangrijk punt voor de spermabanken; vooral in deze tijden, nu het aantal donoren behoorlijk terugloopt. Donorwerving wil zeggen:
"...het benaderen van daarvoor in aanmerking komende mannen met het oogmerk hen te bewegen gedurende een zekere periode sperma af te staan voor de geneeskundige behandeling van daarvoor in aanmerking komende vrouwen" (CBO 1992: 17).
De spermadonoren komen via verschillende wegen bij de spermabanken terecht. Er worden spermadonoren benaderd op de universiteiten, zoals via de advertentie in de Folia. Ook worden er oproepen gedaan bij studenten Geneeskunde. Daarnaast zijn er mannen die op het internet bijvoorbeeld de site van het LUMC tegenkomen en dan geïnteresseerd zijn of raken en meer willen weten.
Wat erg helpt is als er weer eens wat op het journaal is, wat publiciteit ofzo, dan worden we weer gebeld door mensen die overwegen om donor te worden. En daar zeggen we altijd van: nou, we sturen wel een foldertje, en dan hebben we een foldertje opgestuurd en dan bellen ze daarna weer, als ze nog willen, dan bellen ze daarna nog een keer om nog een keer langs te komen. Dus we zeggen niet direct van kom maar langs, kom maar langs, we vinden dat dat iets is waar je rustig over na moet denken, dat niet echt gepusht moet worden, of wat echt vanuit jezelf moet komen. ( De Vries)
Zo wordt de reactie van de man afgewacht, omdat de motivatie voor spermadonatie vanuit de man zelf moet komen en de man er over na moet hebben gedacht.
Voorwaarden voor het werven van donors. Bij het werven wordt op donors geen enkele druk uitgeoefend. De wervende persoon/instantie beoogt geen winst. Behoudens vergoeding van in redelijkheid gemaakte kosten, worden door de wervende persoon/instantie geen betalingen gedaan voor het geven van sperma noch voor het verstrekken van premies voor het aanbrengen van nieuwe spermadonors. (CBO 1992:17)
De gehele procedure om spermadonor te worden is een langdurig proces. Vanaf het moment dat de donor zich aanmeldt tot het daadwerkelijk doneren, wordt de spermadonor geconfronteerd met allerlei vragen en testen.
Onder donorkeuring wordt verstaan de totale procedure van aanmelding dat wil zeggen; anamnese, lichamelijk onderzoek en het laboratoriumonderzoek van bloed en sperma. Het doel van de donorkeuring is te beoordelen of een donor aan de gestelde criteria voldoet en als zodanig geaccepteerd kan worden. De donorkeuring wordt verricht door een arts die zich voldoende de donor- en KID- problematiek inclusief SOA- en klinisch genetische aspecten heeft eigen gemaakt en die bekend is met psychosociale gesprekstechnieken. (CBO 1992: 20)
Dit zijn de richtlijnen opgesteld voor Nederlandse en Belgische spermabanken. Het opvallende hieraan is dat men ook rekening houd met de psychosociale toestand van de spermadonor, men wil kennelijk dat de donor goed in zijn vel zit en zeker weet dat hij wil doneren. "Bovendien moet de donor akkoord gaan met de zogenaamde donorovereenkomst; een overeenkomst tussen de donor en spermabank die tot doel heeft, de wederzijdse rechten en plichten vast te leggen." (CBO 1992:18)
Het spermadonorschap brengt nog allerlei rechten en plichten met zich mee voor zowel de spermadonor als voor de spermabank. De donor heeft bijvoorbeeld het recht om "indien gewenst een andere bestemming te geven aan het niet gebruikte deel van zijn gedoneerde sperma en desgewenst hierover te beschikken". (CBO, 1992:19). De spermabank mag "...de donor op te roepen voor nader onderzoek indien dit voor hem, recipiënten en/of KID-kinderen relevant of voor de behandeling van belang is...". (CBO 1992:19). Door deze regels wordt het spermadonorschap, wat op zich heel persoonlijk is, een zakelijke overeenkomst. Deze zakelijke sfeer die veel donoren voelen bij een spermabank wordt dan ook uitgebreider behandeld in deelvraag 3.4.
We zijn met het onderzoek begonnen met het idee dat we wel een bepaalde generalisatie onder de spermadonoren konden aantreffen. Uiteindelijk bleek dat het moeilijk was om één profiel te geven van spermadonoren; qua leeftijd, geloofsovertuiging of op wat voor gebied dan ook. Door bepaalde richtlijnen vanuit de spermabanken is er wel een bepaalde populatie te noemen: "De leeftijd moet liggen tussen de 18 (meerderjarigheid) en 45 jaar (bovengrens op genetische gronden)". (CBO 1992:18), daarnaast mogen de spermadonoren geen (erfelijke) ziektes hebben, geen drugs en alcohol gebruiken of een partner hebben die drugs gebruikt. De heer de Vries zegt hierover: "mmmm... alcoholmisbruik hoeven we niet eens zo sterk naar te informeren, want dan is het sperma te slecht om in te vriezen.".
Maar ongeacht dit blijkt dat de spermadonoren onderling juist veel verschillen. Tijdens onze interviews met de twee medewerkers van verschillende spermabanken was hun antwoord ook direct dat er geen generalisatie mogelijk was, vooral tegenwoordig niet meer: "Vroeger waren het voornamelijk studenten, daarvoor waren het nog vaak assistenten van de spermabank zelf. Tegenwoordig allerlei mensen; van stratenmakers, leraren." (De Vries). Het aandeel studenten Geneeskunde onder de donoren is tegenwoordig nog wel steeds hoog.
Ik kan er geen profiel van geven. Ook niet qua leeftijd. Het is zelfs zo dat jonge mannen die reageren op een advertentie, mannen die uit zichzelf reageren, het zijn ook mannen die soms aan hun oren hier naartoe gesleept worden door hun partner.
Mannen die nu spermadonor zijn willen zichzelf voortplanten op deze manier en zelfs vermenigvuldigen. Het gekke is: vroeger had je de zogenaamde anonieme donor. Waarvan er een aantal over zijn gestapt naar bekend worden. Die zijn mee gegroeid in hun denken en die hebben gezegd van nu worden we wel B loket donor. Maar dat zijn allemaal mannen die zeggen van nou niet zoveel kinderen dan. Maar de moderne donor die zegt 20 of 30 vind ik ook goed hoor. (De Vries)
Met de invoering van het twee-lokkettensyteem in de afgelopen jaren kan men tegenwoordig een onderscheid maken tussen de zogenaamde A- en B-donoren, oftewel de anonieme donoren en de bekende donoren. De hoeveelheid A-donoren is in de jaren gehalveerd van 1000 naar 500. Het aantal B-donoren is tegenwoordig het ongeveer 100 (Buisman 1998). Bij de spermabank in Leiden hebben ze ongeveer 30% bekende donoren en in het AMC zijn ongeveer 90% bekende donoren. Hieruit blijkt dat de verhouding anonieme en bekende donoren per spermabank in Nederland erg verschilt, dit is onder andere afhankelijk van het beleid wat er gevoerd wordt.
Een ander verschil is dat veel spermadonoren ook bloed- of orgaandonoren zijn.
Verschil tussen A- en B-donoren in gezinssituatie. B-donoren zijn vaker alleenstaand (42% vs. 20%) en hebben minder vaak kinderen of een kinderwens (64% vs. 82%).
Verder verschil tussen A-donoren en B-donoren zijn de verschillende vormen van donorschap; bloeddonor (35% vs. 29%) en orgaandonor (63% vs. 53%). Er is geen verschil tussen leeftijd, geloofsovertuiging en opleiding gevonden wat betreft de A-donoren en de B-donoren. (ZON 1999:7)
De gegevens van de spermadonoren die we hebben verzameld staan in de onderstaande tabel:| Leeftijd | Burgerlijke staat | Kinderen | Laatst afgeronde opleiding | Beroeps categorie | Geloofs overtuiging | Type Donor | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| SD.1 | 27 | Gehuwd | Geen | Gymnasium | Commercieel | Geen | B |
| SD.2 | 38 | -- | Geen | -- | Dienstverlenend | Geen | A |
| SD.3 | 30 | Gehuwd | Geen | Hogeronderwijs | Dienstverlenend | Katholiek | A |
| SD.4 | 32 | Gehuwd | Geen | MTS | Commercieel | Geen | B |
| SD.5 | 53 | Ongehuwd | Geen | Lager Onderwijs | Bestuurlijk | Christen | A |
| SD.6 | 48 | Ongehuwd | Geen | HBO Lichamelijke Opvoeding | Commercieel | Geen | B |
| SD.7 | 30 | Ongehuwd | Geen | Universitair | Dienstverlenend | Onbekend | A |
Hieruit blijkt dat er bij veel kenmerken onderling grote verschillen bestaan. Leeftijden verschillen van begin dertig tot begin vijftig, maar de populatie heeft over het algemeen een leeftijd van rond de dertig jaar. Wel kunnen we hieruit opmaken dat het vooroordeel over spermadonoren van 'de vieze mannetjes van een jaar of veertig' ongegrond is. De opleidingen verschillen van MTS tot universitair, de ene is katholiek en de andere heeft geen geloofsovertuiging. Ook een opvallend punt is dat geen van de ondervraagde spermadonoren kinderen hebben. In het begin van deze paragraaf hebben we vermeld dat anonieme donoren vaker kinderen hebben in tegenstelling tot de bekende donoren, dit gaat niet op bij de gegevens die wij hebben verzameld. Evenals het gegeven dat bekende donoren vaker alleenstaand zijn (42% vs. 20% van de anonieme donoren) gaat hier niet op. Het is natuurlijk moeilijk om dit echt hard te maken, omdat we maar zeven spermadonoren hebben kunnen ondervragen. Hierdoor kunnen we uiteindelijk geen betrouwbaar representatief beeld geven zoals de gegevens van het grootscheepse onderzoek van ZorgOnderzoek Nederland.
Daar [de anonimiteitkwestie] zijn ze allemaal mee bezig, ze worden iedere keer wanneer wij weer wat weten ingelicht. Dus ze zijn precies op de hoogte van wat er aan de hand is, ja. Tien jaar geleden waren er meer spermadonoren dan nu omdat het nog niet in de publiciteit kwam. Nu zit je dus met die anonimiteit en een heleboel haken er af, want die zijn toch bang dat hun naam ergens bekend wordt. (v.d. Voorst)
Deze medewerker van de spermabank voorziet dat de spermadonoren niet meer bereidwillig zullen zijn tot spermadonatie omdat ze bang zijn dat ze bekend worden.
De heer De Vries zegt tijdens het interview: "Hier is op dit moment 90 procent van de donors B-loket. Dat maakt het heel moeilijk als ik op de nationale vergaderingen zit want ik ben de enige in Nederland die zegt van 'prima jongens die wet vind ik best'.". De heer De Vries heeft niet zo'n moeite met de nieuwe wet, hij staat er zelfs positief tegenover. Het blijkt dat de spermadonoren van zijn spermabank vooral bij het bekende loket staan ingeschreven, als gevolg van een jarenlang beleid van de medewerkers om de donoren voor bekendheid te laten kiezen. Maar laten we nu eens kijken naar wat de spermadonoren zelf zeggen. Een voormalige, anonieme spermadonor beschrijft waarom hij is gestopt:
Ik had er een raar, tegenstrijdig gevoel bij, niet goed, en dat kwam ook wel, denk ik, omdat in die tijd die discussie was om de anonimiteit op te heffen. Vroeger deed ik het gewoon, niet teveel zeuren, dacht ik. Maar nu vind ik het goed dat er meer vanuit het belang van het kind word gekeken. Want anders zet je kinderen doelbewust op de wereld met meteen een vraag. Ik vind ook dat het kind het recht heeft om te weten wie zijn ouders zijn. Die wetgeving is wel oké, het punt is alleen dat als de ouders graag een kind willen hebben het niet meer op die manier zomaar zullen krijgen, via de anonimiteit. En dat het aantal donors minder word, dat is wel logisch denk ik.
Andere spermadonoren zeggen:
SD 1: "Ik wil niet dat de anonimiteit opgeheven wordt, ik ben donor geworden om onvruchtbare mensen te helpen en niet om vader te worden."
SD 4: Over anonimiteit: "Het is een positieve discussie die gevoerd moet worden. Al was het alleen maar om het onderwerp uit de 'taboe en foute grapjes sfeer' te halen."
SD 2: Over de nieuwe wet: "Zuiver theorie, in de praktijk is het anders."
Het valt op dat er verschillende reacties zijn, de een gaat uit van zijn eigen situatie en de ander gaat uit van de maatschappelijke kant. Ze zien over het algemeen wel degelijk het belang in van openheid ten opzicht van het kind, maar zetten daar het belang van hun eigen situatie tegenover, die zwaarder weegt zodat ze voor anonimiteit kiezen. Donoren die niet bereid zijn te blijven doneren vinden het recht van de donor op anonimiteit het belangrijkste, dit is voor hen belangrijker dan de belangen van het kind. Zij menen namelijk dat de opheffing van de anonimiteit nadelen met zich mee gaat brengen zoals de confrontatie met het biologisch kind en het feit dat de omgeving op de hoogte zal worden gebracht van het spermadonorschap. Als zij dan een afweging maken van de kosten/baten balans valt die negatief uit. (ZON 1999:8)
Uit het wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de invoering van de wet een negatief effect heeft op de bereidheid tot spermadonatie. De helft van de donoren zijn na de opheffing van de anonimiteitwaarborg niet meer bereid te doneren en slechts 34% zal blijven doneren. Het maatschappelijke ('het helpen van anderen') motief lijkt niet opgewassen te zijn tegen de bijkomstige negatieve gevolgen van het donorschap door opheffing van de anonimiteitwaarborg. (ZON 1999:43)
De volgende tabel geeft inzicht in de verspreiding van bereidheid na afschaffing van de anonimiteit onder verschillende soorten spermadonoren.
| Kenmerken van wel en niet bereide respondenten (in percentages) | |||
| Donoren | |||
| Bereid | Niet-bereid | ||
| Vrouwelijke partners | 48% | 81% | |
| Mannelijke partners | 10% | 3% | |
| Alleenstaand | 42% | 16% | |
| Kinderen of kinderwens | 63% | 85% | |
| Bloeddonor | 23% | 41% | |
| Orgaandonor | 61% | 64% | |
| A-donoren | 44% | 88% | |
| B-donoren | 55% | 12% | |
Degene die wel blijven doneren zijn voor het merendeel B-donoren en A-donoren die wat gezinssituatie betreft overeenkomsten vertonen met de huidige B-donoren, mannen die veelal alleenstaand zijn of met een mannelijke partner samenwonen en voor wie de confrontatie met een biologisch kind niet op voorhand bezwaarlijk is. Voor een deel van de donoren vormt een eventuele ontmoeting met een biologisch kind een motief om door te willen gaan met doneren. Redenen om het donorschap na opheffing van de anonimiteitwaarborg niet langer te ambiëren lijken vooral te maken hebben met twijfel over het recht van een kind te weten wie zijn biologische vader is. (ZON 1999:43)
Uit dit onderzoek blijkt dat de helft van de donoren zal stoppen met doneren vanwege de afschaffing van de anonimiteit. Ze staan dus niet zo positief tegenover de nieuwe wet. Uit het onderstaande interview komt echter ook naar voren dat ze de spermadonoren kunnen ompraten naar het bekende loket. Hun standpunt is dus niet zo vast en hun mening over anonimiteit lijkt beïnvloedbaar door de medewerkers van de spermabank. Op een bepaalde manier zijn ze ontvankelijk voor andere ideeën en meningen over de anonimiteitkwestie. De heer de Vries:
Hier is op dit moment 90 procent van de donors B loket. Dat komt door het beleid van de afgelopen 10, 20 jaar. [..]. En als hier een nieuwe donor kwam die zei dat hij anoniem wilde blijven dan zeiden wij: "Oh ja? Waarom?". Dan werd er over gepraat en dan zei hij op een gegeven moment; "nou ja, je hebt gelijk". Ik heb een heel enkele donor die echt zei: "Nee, ik wil absoluut anoniem blijven". Maar dat zijn er maar heel weinig.
De meeste spermadonoren zien het doneren als iets persoonlijks, ze praten er dan ook niet of zeer weinig over met de mensen in hun omgeving. Ze vinden dat het niet hetzelfde is als bloed- of orgaandonatie. Ook zien ze zichzelf niet als vader en de meesten voelen zich alleen verantwoordelijk voor het kind als het nodig zou zijn.
Een spermadonor zegt:
Ik heb het vooral geheim gehouden omdat het heel anders is dan bloed geven. Het is raar, je moet jezelf aftrekken zeg maar om -lach- het zaad te krijgen en het is iets meer privé. Als ik bloed geef dan is dat een beetje stoer, zeg maar. Je geeft gewoon bloed. Het is allemaal heel duidelijk, bloed is goed, het gaat naar een operatie. Spermadonatie is wat anders. Ja, als ik eerlijk mag zijn wat smoezeliger. Om het zo te zeggen. Je wilt ook graag dat andere mensen het niet weten. Je wilt het gewoon doen en dat was het dan.
Een donor omschrijft het als "spermadonatie is niet het leukste 'werkje' wat je je voor kunt stellen. Ik ben niet erg gecharmeerd van het 'rukken in een potje' (vergeef mijn taalgebruik).". Ze praten er vaak niet over want ze vinden het gênant. De sfeer in een spermabank ervaren ze als kil en afstandelijk wat het geheel een onprettig tintje geeft.
Een spermadonor zegt dat er weinig donoren zijn omdat: "...er een verkeerde sfeer omheen hangt. Veel mannen zijn denk ik bang om voor 'vreemd' uitgemaakt te worden als anderen zouden weten van hun donorschap.".
De heer De Vries over vooroordelen en misverstanden:
Ik kan me wel voorstellen dat er zulke wilde ideeën bestaan. Als je mensen hier rondleidt dan merk je het wel want het is hier allemaal heel klinisch, dan zeggen ze; 'oh is dat nou alles?' Kennelijk hebben mensen er toch wel vreemde ideeën over, maar er word niet zoveel over uitgesproken. Die ideeën houden de mensen toch een beetje voor zichzelf. Dat mensen zeggen wat zei denken dat een spermabank zou zijn dat is me nog niet gebeurd. Zolang er nog niet in het café tussen mannen onderling over gesproken word mag je van een taboe spreken ja er moet iets gedaan worden aan die taboesfeer. Je kunt er beter voor zorgen dat er publiciteit komt, dat het de publiciteit haalt, dat het algemeen geaccepteerd wordt. Dan wordt het ook gemakkelijker voor de mannen, dan kunnen mannen ook eens iets goeds doen. Dan kunnen ze ook zeggen in het café ; 'ik ben tenminste spermadonor, ik doe nog wat voor de maatschappij!'.
De spermadonoren zijn niet open over hun spermadonorschap, ze hebben het gevoel dat ze er niet over kunnen praten omdat ze denken dat ze niet begrepen zullen worden door hun nabije omgeving. Buitenstaanders hebben toch heel andere ideeën over spermadonatie dan de mannen zelf, zij voelen zich opgelaten en willen eigelijk niet dat andere mensen het weten. De heer v.d. Voorst, al 27 jaar werkzaam bij de spermabank, zegt dat het taboe in de loop der jaren wel veranderd is. Er hebben artikelen over het onderwerp in bladen gestaan als de Libelle en Panorama die het taboe doorbreken. De mensen zijn nu opener over het onderwerp en durven eerder te zeggen dat ze spermadonor zijn. Ook zegt hij dat hij de mensen nog steeds kan verbazen met opmerkingen over spermadonatie. Mensen weten nog steeds niet precies wat het inhoudt.
Het blijft al met al moeilijk voor de spermadonoren om met hun donorschap om te gaan en daarom houden ze het vaak voor zichzelf. De mensen in onze samenleving hebben vaak een verkeerd beeld van spermadonatie wat het taboe versterkt. Enkele algemene ideeën, misverstanden en vooroordelen die wij zelf vóór ons onderzoek hadden of die wij tijdens ons onderzoek tegenkwamen zijn (Viva forum).
Vaak beginnen mannen vanwege maatschappelijke motivaties met spermadonatie. Het is duidelijk dat zij vooral het idee hebben dat ze hiermee kinderloze paren kunnen helpen. Zij zien het als iets goeds dat ze kunnen doen voor de maatschappij. Voor hen is het dan ook raar om als egoïstisch bestempeld te worden omdat zij het als een sociale daad zien. Het is zelfs zo dat de spermabank erop gericht is mannen te werven die vooral uit altruïsme gaan doneren. Naast deze maatschappelijke motieven zijn sociale en individuele motieven voor de spermadonoren ook van belang. Vooroordelen als het doneren voor geld en het bevredigen van eigen seksuele gevoelens zijn motieven die veel minder vaak een rol spelen dan de meeste mensen denken.
Spermadonatie is deels een zakelijke gebeurtenis, voor de procedure zijn richtlijnen vastgelegd door het CBO, terwijl de spermadonoren donatie juist als heel persoonlijk ervaren. Dit is een contradictie die het hele fenomeen zeer complex maakt, want er moeten zeer persoonlijke handelingen worden verricht in een omgeving en situatie die zakelijk is. Het idee over de klinische, steriele spermabank klopt over het algemeen wel. Er zijn verschillende richtlijnen en voorwaarden waar rekening mee moet worden gehouden en bovendien moeten ze een verklaring tekenen waarin de wederzijdse rechten en plichten staan vermeld.
>
Het generaliseren van spermadonoren blijkt op veel vlakken onmogelijk te zijn. Er is geen volledig profiel van een spermadonor te noemen. Het beleid van de spermabanken vormt wel enigszins een bepaalde categorie mannen. Een categorie met leeftijden van mannen van achttien tot en met vijfenveertig jaar, geen drugs en alcohol gebruikers en zonder (erfelijke) ziektes. Maar dit neemt niet weg dat grote verschillen onderling blijven bestaan, verschillen zoals leeftijd, burgerlijke staat, etc. Wanneer we weer terug komen op de probleemstelling kunnen we concluderen dat vele algemene ideeën over spermadonoren, zoals vieze mannetjes van een jaar of veertig, ongegrond zijn. Wij veronderstellen dat mensen in onze samenleving de neiging hebben om gegeneraliseerde beelden van spermadonoren te creëren waaruit vooroordelen ontstaan. >
Persoonlijk zien de spermadonoren meer in anonimiteit, vooral donoren met een gezin. Ongeveer 50 % van de donoren geeft dan ook aan dat ze zullen stoppen met doneren als gevolg van de afschaffing van de anonimiteit. Ze zien echter wel het belang in van openheid naar het kind toen en blijven mede daardoor ontvankelijk voor suggesties om een bekende donor te worden. >
Het blijft voor de spermadonoren moeilijk en gênant om over hun donorschap te praten, dat zeggen ook de medewerkers bij de spermabank. Hieruit maken wij op dat het taboe nog niet volledig is doorbroken. Er bestaat een verkeerd beeld van spermadonatie en spermadonoren, wat zorgt voor onbegrip in onze maatschappij. Dit maakt het moeilijk voor de spermadonoren om er openlijk over te kunnen praten. >
Wij menen dat het daarom nodig is om de algemene ideeën, vooroordelen en misverstanden uit de wereld te helpen door middel van het geven van juiste informatie over spermadonatie en spermadonoren. Deels lijkt het ons onmogelijk om dit taboe volledig te doorbreken want bepaalde associaties blijven bestaan bij termen als spermadonatie en spermabank. De afkeer van mensen kan mogelijk afgezwakt worden door de ware aard van de donor te verklaren en de precieze gang van zaken uit te leggen.
Het was vrij moeilijk om onderzoek te doen naar spermadonatie. De spermadonoren zijn moeilijk te bereiken, want het is immers een zeer persoonlijk onderwerp waar je over wilt praten. Bovendien willen vele spermadonoren anoniem blijven en daar hebben de spermabanken zich dan ook aan te houden. Wij hadden ons eigenlijk een makkelijkere toegankelijkheid van de spermadonoren voorgesteld. Zo hadden we plannen om mannen in de wachtkamer te benaderen en te observeren. Dit bleek enigszins naïef van ons. Want de anonimiteit van de spermadonoren ligt nu eenmaal erg gevoelig en daar moeten wij uiteraard rekening mee houden.
Aangezien wij zelf geen standpunt in nemen in de onvruchtbaarheidproblematiek en het toch willen krijgen van kinderen, heeft dit ook geen invloed gehad op ons onderzoek. Het is namelijk mogelijk om deze kwestie vanuit vele verschillende kanten te bekijken; het kind, de donor, de wensouders, de buitenstaanders, de medewerkers van de spermabank. Waardoor we overspoeld zijn met allerlei voors en tegens van elk gezichtspunt. Hierdoor zien wij in dat we niet simpelweg een oordeel kunnen vellen.
Wij zijn achteraf zeer tevreden met de keuze van dit onderwerp, mensen reageerden erg enthousiast en geïnteresseerd. Mede hierdoor waren we erg gemotiveerd om er meer over te weten te komen. Bovendien hadden wij zelf ook vragen over de spermabanken en spermadonatie. Hopelijk is na het lezen van dit verslag het beeld van spermadonatie en spermadonoren verdiept en verduidelijkt en kan men zich beter voorstellen hoe het is om spermadonor te zijn, waardoor ze meer op prijs worden gesteld. Daarnaast hopen we dat dit verslag een bijdrage is aan de verdere doorbreking van het taboe dat rust op spermadonatie.
Commissie van de Medisch Wetenschappelijke Raad van het Centraal Begeleidingsorgaan voor de Intercollegiale Toetsing (CBO).
1992 Advies Medisch-Technische Aspekten van Kunstmatige Donorinseminatie.
Utrecht: CBO.
Buisman, Greetje
Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad - KID
http://www.freya.nl/medisch/kid.htm
(oktober 1998)
Hans Marijnissen
De verdieping: Ik wil jouw baby, ENTER
Artikel uit Trouw.
(5 maart 2001)
Kruyskamp, Dr. C
Van Dale. Groot Woordenboek der Nederlandse Taal
Deel 1; 1976 Martinus Nijhoff / 's Gravenhage
Leids Universitair Medisch Centrum.
Informatie voor Patiënten. Overzicht Informatiefolders.
http://www.lumc.nl/azl/home/informatie/infofolders/spermado.html
( 24 jan. 2001 )
Universiteit van Amsterdam, studierichting Antropologie
Handleiding cursus Methoden en Technieken van Antropologisch onderzoek I 2000-2001
December 2000
Viva
Podium: Een anonieme spermadonor? Puur egoïsme!
http://www.viva.nl/navigatie/framesets/frameset_podium_ikook_archief.html
(24 jan. 2001)
Wiggers, Prof. Dr. A.J., e.a.
Grote Winkler Prins. Encyclopedie in twintig delen
Deel 9; 1969 Elsevier Nederland N.V.
ZorgOnderzoek Nederland ZON. Commissie evaluatie regelgeving.
1999 Bereidheid tot donatie van sperma bij opheffing van anonimiteitwaarborg.
SWOKA: Instituut voor strategisch consumentenonderzoek.
Figuur 4: Een foto van een schilderij in het masterbatorium in het AMC.
Figuur 5: Een foto van een spermavat met stikstof waarin de spermarietjes bewaard worden.
Figuur 6: Een krantenartikel van 25 januari 2001 uit de Metro.
Figuur 7: Een krantenartikel van 2 februari 2001 uit de Metro.
Figuur 8: Een krantenartikel van 7 februari 2001 uit de Metro.