Vereniging voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen
Terug naar boven
Terug naar beneden
Home Home

Mola zwangerschap

Wat is een Molazwangerschap?

Achtergrondinformatie over een molazangerschap

Een zwangerschap kan vroegtijdig tot een einde komen als er sprake is van `mola hydatidosa` (molazwangerschap).
Dit is een complicatie waarbij het embryo in een zeer vroeg stadium ten gronde is gegaan en de placentavlokken zijn opgezwollen tot een vaatloos opgeblazen gezwel van kleine blaasjes (cysten) welke nog het meest lijken op een druiventros. Door een echo of scan te maken kan men een beeld oproepen waardoor de blazen en vlokken als een soort sneeuwstorm te zien zijn.

Waardoor een Mola zwangerschap wordt veroorzaakt is onvoldoende bekend. Het is dan ook niet te voorspellen welke vrouw dit zal overkomen. Sommige vrouwen lopen wel meer kans, bijvoorbeeld vrouwen die afkomstig zijn uit Zuid-Oost-Azië. Mogelijk spelen erfelijke factoren een rol. Ook de leeftijd is van belang: vrouwen onder de 15 en boven de 40 jaar hebben meer kans op een mola. Meestal is er geen oorzaak voor een mola-zwangerschap aan te wijzen. De incidentie van molazwangerschappen is het hoogst in Zuidoostaziatische landen en ongeveer één op 2000 zwangerschappen in Nederland met een prevalentie van ongeveer 120 nieuwe patiënten per jaar, waarvan ongeveer 15% persisteert (persisterende trofoblast).

In het begin lijkt de molazwangerschap nog op een normale zwangerschap, soms zijn de bijkomende zwangerschapsverschijnselen wat heftiger, zwangerschapsbraken komt vaker voor. Het duidelijkste verschil is de snelle groei van de baarmoeder en het sneller dikker worden van de buik.
Bij 15 weken tot navelhoogte en bij 20-24 weken tot de ribbenboog. Soms doen zich verschijnselen voor van zwangerschapstoxicose (oedeem, hoge bloeddruk, eiwit in de urine).
Ook gaat de zwangerschap nogal eens gepaard met tumoren in de ovaria (luteinecysten), die vanzelf weer zullen verdwijnen.
De baarmoeder is dus te groot, voelt week aan en er zijn geen kindsdelen te voelen en er is uiteraard geen hartactie. Zeer kenmerkend voor een molazwangerschap is het zeer hoge HCG-gehalte.

Bij een molazwangerschap zal vaak bloedverlies gaan optreden en de uitdrijving op gang komen. Meestal eindigt de molazwangerschap bij 10 tot 20 weken. Als er geen spontane uitdrijving op gang komt zal men mogelijk de baring inleiden .

De behandeling is curettage en zo nodig wordt dit gevolgd door chemotherapie (meestal met methotrexaat) . Gelukkig blijkt dit voor de meeste gevallen afdoende te zijn.
De effectiviteit wordt afgemeten aan de hoeveelheid zwangersschapshormoon (HCG) in het bloed, dit moet dalen. Tevens vindt controle op kwaadaardige ontaardingen (choriocarcinoom) plaats.
De nacontrole vergt een jaar. In dat jaar mag men niet zwanger worden en is het dus raadzaam een voorbehoedmiddel te gebruiken (zo nodig). Indien men wel binnen een jaar na verwijdering van de mola zwanger zou raken stijgt de hormoonspiegel weer en is de controlemogelijkheid weg.
Na één jaar is als alles goed gaat een normale zwangerschap weer gewoon mogelijk.

Soms verdwijnen de mola-blaasjes niet uit de baarmoeder of groeien ze zelfs weer aan. Ook kan de mola zich via het bloed naar de longen uitbreiden of, bij hoge uitzondering, naar andere organen. In deze gevallen spreekt men van een persisterende trofoblast (aanwezig blijvend molaweefsel). Bij een persisterende trofoblast daalt de waarde van het hCG onvoldoende. Meestal zijn er geen klachten, maar soms treden er weer zwangerschapsverschijnselen op, of is er vaginaal bloedverlies.

Het komt een enkele keer voor dat de mola zich naar de longen uitbreidt. Er kunnen dan klachten van hoesten en kortademigheid zijn. Altijd wordt ter controle een nieuwe longfoto gemaakt.
Een persisterende trofoblast kan gezien worden als een voorstadium van een kwaadaardige aandoening. Daarom is chemotherapie (een behandeling met celdodende medicijnen) noodzakelijk; deze wordt poliklinisch gegeven.

Een onvoldoende behandelde molazwangerschap neigt tot persisteren, of tot het ontstaan van choriocarcinoom. Beide condities worden behandeld met respectievelijk minder of meer ingrijpende chemotherapie. Persisterende trofoblast wordt herkend door stagnerende (plateauvormende, niet dalende) hCG-waarden, of stijgingen daarvan (van 3 opeenvolgende wekelijkse hCGbepalingen), of door een of meer hCG-waarden boven de 95e percentiel van de hCG-regressiecurve (standaard schema waaraan men de afname van hCG afmeet). Tijdens chemotherapie kan resistentie tegen methotrexaat herkend worden door stagnerende of stijgende hCG-waarden, waarna tijdig kan worden overgeschakeld op een vorm van combinatiechemotherapie.

Het Academisch Ziekenhuis in Nijmegen.is DE plek waar de meeste expertise is op mola gebied.(Centrale Molaregistratie Nederland)

Een uitgebreid artikel (Engels) vindt u hier , waarbij alle complicaties worden besproken. De kans op genezing is afhankelijk van de mate van verspreiding en aggressieviteit van behandeling (in het slechtste geval 80% , in minder uitgebreide gevallen vrijwel altijd 100%)