Vereniging voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen
Terug naar boven
Terug naar beneden
Home Home

 

Schildklier en zwangerschap

In de romeinse tijd wisten ze al dat de schildklier belangrijk was voor de zwangerschap, want vrouwen in die tijd bonden een rietje van stro om hun hals en als dat te strak kwam te zitten of knapte wisten ze dat ze zwanger waren. De schildklier is onmisbaar voor een zwangerschap en werkt voor twee aan het begin van iedere zwangerschap. Dat is een van de belangrijkste redenen waarom een zwangere zo moe is in die tijd. Vooral de eerste 4 maanden is de foetus volledig afhankelijk van de schildklierwerking van de moeder! Het schildklierhormoon dat door de moeder wordt geleverd speelt een belangrijke rol bij de groei, ontwikkeling en stofwisseling van alle weefsels, maar het effect op het zenuwweefstel is het meest essentieel.

Wanneer er een (onbehandelde) hypo- of hyperthyreoïdie bestaat (dat is een te langzaam of te snel werkende schildklierfunctie), is bevruchting moeilijk, soms zelfs onmogelijk. Met name bij een te traag werkende schildklier is de menstruatiecyclus verstoord. Soms blijft de eisprong helemaal weg. Normaal gesproken komt dat goed als je voldoende schildkliermedicijnen gebruikt.

Zolang je, bij een te traag werkende schildklier, geen medicijnen krijgt die je ontbrekende hormonen aanvullen is de kans dat je in verwachting raakt klein. Raak je toch zwanger, dan heb je een verhoogde kans op een miskraam doordat het bevruchte eitje niet goed kan innestelen.

Ook met een te hard werkende schildklier is de kans op een zwangerschap klein. Hierbij is het risico op een miskraam of vroeggeboorte eveneens verhoogd als je toch in verwachting raakt. Je kunt zelfs een kind met aangeboren afwijkingen krijgen. Het is absoluut noodzakelijk om je eerst onder doktersbehandeling te stellen als je in verwachting wilt raken.

Tijdens de gehele zwangerschap moet iedere maand gecontroleerd worden op de werking van het schildklierhormoon.

Ben jij ook schildklierpatiënt en heb je te maken met verminderde vruchtbaarheid?
Gelukkig worden de meeste schildklierpatiënten gewoon moeder! Mocht je schildklierpatiënt zijn en helaas te maken hebben met verminderde vruchtbaarheid, (herhaalde) miskramen of te vroeg-geboorte(n), kijk dan nog een keertje extra naar je bloedwaarden van de schildklier. Dat zijn de TSH- en de FT4-waarde. Overleg een keer extra met je internist en/of gynaecoloog.

Het is zo zonde van je/de energie en de schaarse behandelingen om met een niet goed ingestelde schildklier vruchtbaarheidsbehandelingen in te gaan. Durf gerust een “second opinion” te vragen als je het idee hebt dat je huidige arts niet volledig op de hoogte is.

Heb je vragen, dan kun je contact opnemen met Schildklierstichting Nederland. Schildklierstichting Nederland is iedere werkdag tussen 13:00 en 16:00 uur bereikbaar via de Schildkliertelefoon 0900 - 899 88 66. (€ 0,20 pm).

Bij Schildklierstichting Nederland kun je ook de brochure opvragen die speciaal is gemaakt voor schildklierpatiënten die graag zwanger willen worden. Die brochure heet “Schildklier en zwangerschap”.


Interview met professor dr. W.M. Wiersinga,

Afdeling Endocrinologie en Metabolisme Academisch Medisch Centrum te Amsterdam.
Naar aanleiding van zijn onderzoek met dr. M.F. Prummel (helaas overleden) naar schildklierautoimmuniteit (TPO antistoffen) en miskramen in 2004.

Hoe kwamen dokter Prummel en u op het idee om een onderzoek te doen naar herhaalde miskramen bij vrouwen met schildklier auto-immuunziekten?

Zowel dokter Prummel als ik zagen regelmatig vrouwelijke schildklierpatiënten op ons spreekuur met (herhaaldelijke) miskramen. De huidige wetenschappelijke literatuur gaven ons geen duidelijk antwoord of dit kwam door de auto-immuunziekte van de schildklier. Daardoor hebben we een meta-analyse uitgevoerd. We hebben alle resultaten uit de onderzoeken op één hoop gelegd om een duidelijke conclusie te kunnen trekken.

Hoe ging het onderzoek in zijn werk?

Via 2 manieren. We hebben gekeken naar 'case control'-onderzoeken. De vrouwen met TPO antistoffen vormden de “case”-groep en de vrouwen zonder TPO antistoffen vormden de “control”-groep. Bij deze beide groepen vrouwen hebben we gekeken hoe groot de kans was op een miskraam (= afstoting van een foetus voor de 12e week zwangerschap). Daarnaast hebben we de verrichte prospectieve studies bekeken. 1000 vrouwen zijn in de loop der tijd gevolgd en we hebben hun ervaringen met ontstane zwangerschappen bekeken. 500 van deze vrouwen hadden wel TPO antistoffen en 500 hadden geen TPO antistoffen.

Welke belangrijke conclusie kwam er uit jullie wetenschappelijk onderzoek?

Uit het eerste onderzoek blijkt dat vrouwen met TPO antistoffen 27% kans hebben op een miskraam als zij zwanger raken, terwijl vrouwen zonder TPO antistoffen hierop 11% kans hebben. Een vrouw met TPO antistoffen blijkt gemiddeld 2,73 keer zoveel kans te hebben om een miskraam te krijgen dan een vrouw zonder TPO antistoffen (het 95% betrouwbaarheidsinterval van deze kans lag tussen de 2,2 en de 3,4 keer zo veel).
De prospectieve studie bevestigt deze conclusie. 23% van de vrouwen met TPO antistoffen had een miskraam ervaren ten opzichte van 11% van de vrouwen zonder de TPO antistoffen. Uit dit onderzoek blijkt een vrouw met TPO antistoffen gemiddeld 2,3 keer zoveel kans te hebben op een miskraam dan een vrouw zonder deze TPO antistoffen.

Waardoor ontstaan de TPO antistoffen in het lichaam?

Dat is nog steeds niet duidelijk. Deels is het genetisch meegegeven. Maar er moet dan nog iets bijkomen waardoor ze ontstaan. Voor de eerste menstruatie hebben vrouwen ze niet. Vanaf de start van de menstruele cyclus zie je ze bij een aantal vrouwen ontstaan en toenemen met het verstrijken van de jaren. Mogelijk ligt een deel van de verklaring bij het hormonale gebeuren in een vrouwenlichaam.

Heeft u ook een verklaring van de oorzaak van het optreden van de miskramen bij vrouwen met TPO antistoffen gevonden?

Wij zijn tot 3 mogelijke verklaringen gekomen voor het feit dat vrouwen met antistoffen TPO 2,73 keer zoveel kans hebben op een miskraam:

  1. Van de TPO antistoffen is bekend dat ze zich afzetten tegen je eigen weefsel, zoals de schildklier. De vrouwen met TPO antistoffen met miskramen zouden een “auto immuun figuur” kunnen zijn. Mogelijk zijn er nog andere antistoffen aanwezig bij deze vrouwen die zich keren tegen een foetus (de foetus is ook nog voor 50% van een voor het lichaam vreemd persoon, namelijk van de vader).

  2. De vrouwen met TPO antistoffen uit het onderzoek waren gemiddeld 31 jaar, terwijl de vrouwen zonder TPO antistoffen uit het onderzoek gemiddeld 30,3 jaar waren. Des te ouder, des te hoger de kans op miskramen, dus mogelijk geeft dit een verklaring voor een klein gedeelte. Maar het gehele verschil kan niet hierdoor veroorzaakt worden.

  3. Als je de antistoffen TPO hebt, heb je meer kans om hypothyreoïdie te krijgen. De mensen met antistoffen hadden een iets hogere TSH, dus mogelijk kwamen die een klein beetje schildklierhormoon tekort en dat zou ook de boosdoener kunnen zijn. De vrouwen uit het onderzoek gebruikten géén schildklierhormoon.

Wat is de oplossing om (herhaalde) miskramen bij de vrouwen met TPO antistoffen te voorkomen?

Aan verklaring 2 kunnen we niets doen. Hooguit bij een volgend onderzoek vrouwen selecteren die exact even oud zijn. Mocht een nog onbekende auto immuun aandoening bij de vrouwen met TPO antistoffen de oorzaak zijn (=verklaring 1) dan is daar helaas ook geen oplossing voor te bieden aan deze vrouwen*. Je zou kunnen denken aan het geven van een hoge dosis corticosteroïden (zoals prednison), maar dat geeft een verhoogd risico voor de foetus. Zou verklaring 3 de oorzaak zijn, dan is er wel degelijk iets aan te doen. Namelijk schildklierhormoon geven. Dat is niet schadelijk voor de foetus. Wij hadden daar graag verder onderzoek naar gedaan. Maar helaas is de heer Prummel overleden.

In Italië heeft men dit onlangs wel verder onderzocht. Dat onderzoek bevestigde overigens onze conclusie dat vrouwen met TPO antistoffen ruim 2x meer kans hebben op een miskraam. De Italiaanse conclusie van het toedienen van extra schildklierhormoon is dat het geen effect zou hebben. Ik plaats daar graag de kanttekening dat het Italiaanse onderzoek bestaat uit vrouwen die een IVF poging hebben ondergaan. Zij kregen hormoonspuiten (oestrogenen) toegediend die het effect van het gegeven extra schildklierhormoon teniet kan hebben gedaan. Ik zou daarom graag het Italiaans onderzoek nog eens doen, maar dan met alleen maar het geven van extra schildklierhormoon, dus zonder de hormoonspuiten of IVF.

Welk wetenschappelijk onderzoek is er nog nodig om meer duidelijkheid over de oorzaak of oplossing te krijgen?

De toediening van selenium moet nader worden onderzocht. In dit kader is het interessant te vermelden dat vrouwen met herhaalde miskramen een lagere seleniumhoeveelheid in het haar hebben dan vrouwen zonder miskramen. Een bepaalde dosis selenium (dagelijks ongeveer 200 microgram) laat antistoffen in het bloed dalen volgens een aantal onderzoeken. Dit is echter nog experimenteel (= niet wetenschappelijk bewezen) dus kan het nog niet als therapie worden voorgeschreven.

Waarom wordt er zo weinig onderzoek op schildkliergebied gedaan? Zijn er zo weinig artsen hierin geïnteresseerd?

Nee, dit ligt absoluut niet aan de artsen, zij zijn erg geïnteresseerd. De oorzaak ligt bij de farmaceutische industrie. Het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek vereist honderdduizenden euro’s en die zijn er niet voor schildklierpatiënten. Het schildklierhormoon is een heel goedkoop medicijn, medicijnen voor hart- en vaatziekten zijn vele malen duurder. Dat zorgt ervoor dat de farmaceutische industrie wel graag onderzoek doet op dat gebied en het onderzoek op schildkliergebied financieel niet interessant vindt.

We hebben het nu alleen nog gehad over de vrouwen met TPO antistoffen, hoe zit het met vrouwen met de TSI antistoffen (graves-patiënten)?

In mijn praktijk zie ik dat gravespatiënten makkelijker zwanger raken en minder vaak miskramen ervaren dan de vrouwen met TPO antistoffen. Onderzoek naar deze TSI antistoffen is veel moeilijker, want ze zijn veel zeldzamer, verdwijnen soms en duiken ook ineens (weer) op. Er is hier nog nooit onderzoek naar gedaan. Echter een aantal gravespatiënten heeft naast de TSI ook de TPO antistoffen. Dus daardoor ook last van een groter miskraamrisico.

Wat kunnen vrouwen met TPO antistoffen het beste doen om zich zo goed mogelijk voor te bereiden op een (volgende) zwangerschap?

Zij kunnen zorgen voor een zo goed mogelijke bloedwaarde van de schildklierhormonen. Dat is een TSH vanaf de 0,4 en maximaal 2,5 voor hashimotopatiënten.

Hebben deze vrouwen mogelijk nog baat bij dierlijk schildklierhormoon, zoals enkele homeopathische artsen beweren?

Nee, hier is geen enkel bewijs voor. Dierlijk schildklierhormoon kan zelfs gevaarlijk zijn omdat de T3 spiegels daardoor te hoog kunnen worden. Terwijl de hersenen van een foetus juist T4 nodig hebben.

Kan er ook geconcludeerd worden dat vrouwen met schildklier auto immuun ziekten minder makkelijk zwanger raken (zich vaker moeten aanmelden voor medische voortplanting, oftewel bij IVF-klinieken)?

Onder de IVF populatie zitten waarschijnlijk relatief veel vrouwen met TPO antistoffen**.

Veel vrouwen krijgen van hun internist, gynaecoloog of huisarts te horen dat de herhaalde miskramen en infertiliteit die zij ervaren niet aan de schildklier kan liggen. Wat vindt u hiervan?

Ons onderzoek heeft bewezen dat de TPO antistoffen bij een schildklierpatiënt wel degelijk de boosdoener kunnen zijn. Er is wel degelijk een relatie.

Waarom weten deze internisten, gynaecologen en huisartsen dat dan (nog) niet?

Dit dringt nu door in de literatuur, maar dat proces gaat meestal langzaam. Artsen hebben zelf de verantwoordelijkheid om hun vakliteratuur bij te houden.

Professor Wiersinga, wij vinden het heel spijtig dat dr. Prummel is overleden. Wij danken jullie voor jullie onderzoek en wij danken u voor dit interview. Wij hopen nog veel van u te mogen horen! Hopelijk voor de patiënten wordt de oplossing gevonden. Want het is vreselijk als je juist in deze tijd met een probleem van medisch onvermogen rond moet lopen.

Schildklier Nederland, werkgroep Brabant.

Aanvullingen van de verslaggever:
* In het AMC wordt onder de naam 'ALIFE' op dit moment wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het toedienen van anti stolling aan zwangere vrouwen die minstens 2 miskramen hebben ervaren. Om te zien of anti stolling een oplossing biedt. Ook vrouwen met TPO antistoffen met 2 of meer miskramen kunnen aan dit onderzoek deelnemen.
** Je wordt helaas nog niet automatisch onderzocht op TPO antistoffen als je in een fertiliteitkliniek wordt onderzocht. Daar zul je zelf om moeten vragen.


Verslag lezing Schildklier en zwangerschap

Professor V. Pop, 26 januari 2006 te 's-Hertogenbosch.

Professor dr. V.J.M. Pop is onder andere bekend als mede samensteller van de brochure schildklier en zwangerschap van Schildklierstichting Nederland. Daarnaast is hij bekend door zijn langdurig onderzoek en studie naar het verloop van zwangerschappen bij schildklierpatiënten en de ontwikkeling van deze kinderen na hun geboorte. Hij is verbonden aan de universiteit Tilburg.

Schildklier is onmisbaar tijdens een zwangerschap

Dat de schildklier belangrijk is tijdens een zwangerschap hadden de romeinen vroeger al door. De vrouwen bonden rietjes om hun hals om erachter te komen of ze zwanger waren. Als het rietje knapte (door grotere schildklier) dan wisten ze dat ze zwanger waren. Feit is dat de schildklier harder gaat werken tijdens een zwangerschap. En als je schildklier niets meer uit zichzelf of juist teveel doet, zoals bij schildklierpatiënten, is het belangrijk om hier actie op te ondernemen. Zonder schildklier kan een vrouw niet zwanger raken.

Nobelprijs voor het vinden van de oorzaak en toename TPO antistoffen
Victor Pop hield zijn presentatie levendig met een verhaal en foto’s van een reis naar Santiago de Compostella, dat als een rode draad door het hele verhaal liep. Hij voorspelt de Nobelprijs voor diegene die erachter komt waardoor de TPO antistoffen toenemen bij vrouwen vanaf de aanvang van de menstruele cyclus en vooral hoe ze verminderd kunnen worden door de medici. Onder de 16 jaar heeft slechts 1% deze TPO antistoffen, eenmaal boven de 18 jaar heeft 7-8% van de bevolking deze antistoffen. Het ligt voor de hand dat het met de oestrogenen te maken heeft. Als je eenmaal de antistoffen hebt, blijkt een zwangerschap een “trigger” voor het ontstaan van de weg van schildklierziekten: in de algemene populatie krijgt 1 op de 15 vrouwen een (tijdelijke) schildklierstoornis na een zwangerschap, bij vrouwen met TPO antistoffen krijgt de helft een schildklierziekte.

Antistoffen TPO dalen tijdens een zwangerschap

Victor Pop liet zien dat de antistoffen TPO in de loop van de zwangerschap flink dalen, bij de ene vrouw wat meer dan bij de andere. Deze daling weerspiegelt de veranderingen van het immuunsysteem tijdens de zwangerschap. Een daling van de antistoffen gaat meestal gepaard met een verbetering van de klachten van een auto immuunziekte. Na de zwangerschap stijgen ze meestal binnen enkele weken weer naar een hoog niveau, waardoor een nieuwe schildklierziekte kan ontstaan of een reeds bestaande weer volop parten kan spelen.

Grotere kans op miskramen bij TPO antistoffen

Onderzoek toont aan dat vrouwen met TPO antistoffen minder makkelijk zwanger raken en een grotere kans hebben op een miskraam. Victor Pop vermeldt dat wetenschappers in Oxford bezig zijn met onderzoek naar het waarom van miskramen. De wetenschap heeft namelijk nog steeds niet kunnen verklaren waardoor een vrouw überhaupt zwanger kan raken, omdat er toch ook vreemd weefsel (de 50% van de man) haar lichaam binnen komt. Men vermoedt dat niet de TPO antistoffen de boosdoener zijn van de infertiliteit en (herhaalde) miskramen, maar dat deze antistoffen een signaal zijn dat er met het immuunsysteem in het algemeen iets aan de hand is. Deze onbalans in het immuunsysteem zal mogelijk een rol spelen in de afstoting van de vrucht, dat immers voor 50% uit weefsel van een man bestaat.

Schildklierwaarden bij een gezonde zwangere vrouw

Het verloop van de schildklierwaarden bij een gezonde zwangere vrouw is dat de TSH stijgt en de FT4 daalt gedurende de zwangerschap.

Schildklierhormoon en controle schildklierwaarden noodzakelijk bij zwangerschap!

Victor Pop vermeldt expliciet dat vanaf de bevruchting de T4 van de moeder onmisbaar is voor de aanleg van het centrale zenuwstelsel van de foetus. De overgang van T4 van moeder naar kind is allang aangetoond. Er worden immers kinderen zonder schildklier geboren die helemaal geen schildklierhormoon tekort zijn gekomen voordat ze geboren werden.

Bestaande hypothyreoïdie (een tekort aan schildklierhormoon) wordt gerelateerd aan hogere infertiliteit, meer miskramen en een gebrekkige ontwikkeling van het foetale centrale zenuwstelsel.

De foetus maakt pas vanaf week 16 van de zwangerschap zelf T4 aan. Pas bij 20-22 weken is de FT4 waarde bij een foetus meetbaar. Dus vrouwen die T4 nodig hebben kunnen zich tijdens een zwangerschap het beste iedere maand (vanaf het prille begin van een zwangerschap!) laten onderzoeken op het FT4 en TSH gehalte. Bij de meeste vrouwen volgt een verhoging van de T4-medicatie tijdens de zwangerschap. Deze vrouwen moeten de T4 verhogen op advies van de arts naar aanleiding van de onderzochte bloedwaarden. Rond de 6e-7e maand van de zwangerschap is verhoging van T4 bij veel patiënten niet meer nodig.

Effect op de foetus van TPO en TSI antistoffen?

Men heeft nog geen bewijs kunnen vinden dat de TPO antistoffen kwaad kunnen voor de ongeboren foetus (hier is overigens nog niet voldoende onderzoek naar gedaan). Echter, TSI antistoffen (vaak voorkomend bij Graves-patiënten) kunnen dat wel. Hyperthyreoïdie tijdens een zwangerschap wordt gerelateerd aan prematuriteit en foetale afwijkingen (door de TSI-receptor antistoffen, dus niet doordat een vrouw met hypothyreoïdie iets teveel schildklierhormoon gebruikt). Daarom moet iedere vrouw met een hypo, die dit geworden is na een radioactieve jodiumslok bij de ziekte van Graves, dit vooral niet vergeten te melden aan haar gynaecoloog. Er zal moeten worden gekeken of er TSI antistoffen aanwezig zijn tijdens haar zwangerschappen. Zo ja, dan zal vanaf 20 weken zwangerschap de foetus extra in de gaten moeten worden gehouden (o.a. op de groei van de schedel en hartactie). Overigens is zwanger worden binnen een half jaar na het nemen van een radioactieve slok sterk af te raden. Ook met het medicijn PTU moet men voorzichtig zijn tijdens een zwangerschap. En tot slot wordt het geven van borstvoeding afgeraden als je PTU gebruikt.

Verloop van een zwangerschap bij een schildklierpatiënt

Des te lager het FT4 gehalte op het einde van een zwangerschap, des te vaker een minder spontane bevalling volgt (vaker stuitliggingen, verlossing via een vacuümpomp, keizersnede). Dat is mogelijk te verklaren door de redenering dat lage schildklierhormoonwaarden bij de moeder zich vertalen tot lagere schildklierwaarden bij de foetus. Hierdoor zal er mogelijk een verminderde spierspanning en spierbewegingen bij de vrucht zijn, wat mogelijk ervoor zorgt dat de foetus zich niet letterlijk in een goede houding “schopt” richting het baringskanaal. Echter, ook op dit gebied is meer onderzoek nodig.

Na de bevalling, borstvoeding en het voorkómen van een postnatale depressie

Na een bevalling moeten schildklierpatiënten zorgen voor juiste bloedwaarden om goed te kunnen herstellen van een zwangerschap. Omdat de antistoffen vaak weer een leven gaan leiden kan dat lastig zijn. Het is logisch om meteen de dag na de bevalling terug te gaan naar de hoeveelheid medicatie van voor de zwangerschap. Pas 2 maanden na de bevalling is het zinvol om de schildklierhormoonwaarden te laten bepalen. Het is raadzaam om dit dan gedurende een jaar om de 2 maanden te doen. Een vrouw met thyraxgebruik, TPO- of TSI antistoffen (zonder PTU gebruik) kan gewoon borstvoeding geven. Baby’s van vrouwen met TPO antistoffen hebben vlak na de geboorte ook deze antistoffen, maar eenmaal een paar maanden verder, is dat uit hun lichaam verdwenen.

Overigens kan men wel streven naar ideale bloedwaarden, maar er moet vooral geluisterd worden naar (de klachten van) een schildklierpatiënt bij de bepaling of de ideale bloedwaarden wel zo ideaal zijn voor deze patiënt.

Conclusies

  1. Zwangere vrouwen met een schildklierziekte hebben recht op meer aandacht en zullen hun T4 gebruik waarschijnlijk moeten verhogen (noodzaak: iedere maand controle op het vrije FT4 en TSH, hiermee starten vanaf het prille begin van een zwangerschap!).
  2. Er is zeker meer onderzoek nodig ten aanzien van het zwangerschapsverloop bij schildklierpatiënten en naar de ontwikkeling van de kinderen van schildklierpatiënten.

Er is te weinig geld voor handen voor schildklierziekten. Victor Pop heeft veel moeite gehad om aan het geld voor zijn onderzoeken te komen. Blijkbaar is schildklieronderzoek financieel niet interessant genoeg voor geldverstrekkers. Terwijl ruwweg een kleine 100.000 van alle vrouwen een schildklierziekte heeft tijdens haar vruchtbare levensfase.

Onvoldoende kennis bij huisartsen en specialisten. Veel aanwezigen merkten op dat hun behandelend artsen (nog) niet voldoende op de hoogte zijn van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van schildklier en zwangerschap. De kennis die er al is ligt helaas verspreid over verschillende specialisten, zoals gynaecologen, endocrinologen/internisten en kinderartsen. Mogelijk is de kinderarts de aangewezen persoon om het ongeboren kind van een schildklierpatiënt te onderzoeken.

Vervolgonderzoeken

Victor Pop is op dit moment bezig met het aantonen van verbanden tussen te vroeg geboren kinderen en te lage FT4 waarden bij gezonde vrouwen. En met het aantonen van verbanden tussen afwijkende liggingen van de foetus en lage FT4 waarden bij de moeder bij een voldragen zwangerschap van gezonde vrouwen. Victor Pop voorspelt een golf van onderzoeken (met name in het buitenland) waarbij de rol van de schildklier in relatie tot een gezonde zwangere vrouw centraal staan. Mocht er iets ontdekt worden, dan kunnen resultaten meteen doorgetrokken worden naar vrouwen die een schildklierziekte hebben.

Schildklierstichting Nederland, werkgroep Brabant.


Medisch ervaringsverhaal over verminderde vruchtbaarheid.

Helaas hoor ik als schildklierpatiënt met hashimoto bij de 'pechgevallen'

Helaas is dit geen verhaal met een leuk einde. Dus als je daar naar op zoek bent kun je dit artikel beter overslaan. Wat heb ik inmiddels een hoop gedaan om in mijn ogen het mooiste van de wereld te mogen krijgen, helaas zonder resultaat… Al enkele jaren probeer ik zwanger te raken en op zich lukt het zwanger worden soms wel. Ik heb nog steeds geen doorgaande zwangerschap mogen hebben, alleen herhaalde vroege miskramen. Toen ik hoorde dat ik de ziekte hashimoto had, wist ik dat ik daar wel mee kon leven. Maar ik schrok toen ik hoorde dat het uitblijven van een doorgaande zwangerschap daarmee te maken zou kunnen hebben.

Artsen die elkaar tegenspreken

Wat spreken artsen elkaar vaak tegen. Een TSH van 5 was perfect volgens mijn eerste schildklierarts en de gewrichtsklachten die ik had konden niet van de schildklier komen. Hoewel ik zelf al had gemerkt dat een hogere dosis thyrax mij erg goed deed, moest ik weer stoppen met die hogere dosis. Omdat ik inmiddels bij een gynaecoloog liep ben ik snel een andere arts gaan zoeken.

Geweldig was het om daarna (dankzij een lotgenoot van de SN) bij een arts terecht te komen die handelde volgens de huidige richtlijn om zo gunstig mogelijk een zwangerschap in te gaan. De dosis mocht nog hoger en ik mocht cytomel gaan proberen. Ik voelde me steeds beter, meer een persoon van 30 jaar (ipv 50 jaar) en ook de gewrichtsklachten gingen weg. Binnen drie maanden na het zien van deze arts kreeg ik hernieuwde energie die erg welkom was!

Echter, helaas weer een vroege miskraam. De eerste diagnose die we kregen, na een grondig onderzoek door een gynaecoloog, was een te korte luteale fase bij mij (dat betekent te weinig dagen na de eisprong, zodat het bevruchte eitje zich niet goed kan innestelen). Verder was alles goed. Na een aantal cyclussen met hormonen waar ik teveel last van had, gingen we over op kunstmatige inseminatie (met toediening van hormonen, zodat de kans op een zwangerschap werd verdubbeld, omdat er twee eitjes tegelijk zijn). Dit is 6 keer gedaan, zonder resultaat. Wel heb ik gemerkt dat schildklierhormoon en de hormonen die ik krijg voor de vruchtbaarheid tegen elkaar in werken. Alsof ik helemaal geen schildklierhormoon gebruik, zo extreem moe word ik ervan. Toen volgde IVF.

Second opinion

Na 2 IVF pogingen waarbij ik weer zwanger raakte, maar die helaas allebei uitliepen op vroege miskramen bij 5 en 6 weken zwangerschap, ging ik voor een second opinion naar een academisch ziekenhuis. Daar vond men een extreem hoog aantal TPO-antistoffen (= TPOab) bij mij. Die antistoffen staan sinds 2005 op het lijstje van oorzaken van herhaalde miskramen. Maar men weet niet hoe het in zijn werk gaat en heeft geen oplossing. Zou mijn auto immuun systeem een zwangerschap als virus zien, dat uit het lichaam verwijderd moet worden? Het meest vergaande onderzoek dat op dit gebied is gedaan* laat zien dat het aantal miskramen bij 95% van de onderzochte vrouwen met TPO antistoffen tussen de 2,2 en 3,4 ligt. Het gemiddelde was 2,7 per vrouw met TPOab. Een recenter onderzoek** laat zien dat de resultaten van een IVF poging zowel bij vrouwen met als zonder TPOab dezelfde resultaten geeft in het zwanger raken. Maar helaas vermeldt ook dit onderzoek dat het miskraamgehalte van vrouwen met TPOab veel hoger ligt dan bij vrouwen zonder deze antistoffen. Merkwaardig is dat ditzelfde onderzoek laat zien dat het slikken van schildklierhormoon, door vrouwen met TPOab die met behulp van IVF hun kinderwens hopen te vervullen, geen invloed heeft op het resultaat!

Dat ik TPOab had was mij al bekend. Daardoor heb ik ook de auto immuun ziekte hashimoto. Maar graag een oplossing! En die is er niet. Wel kan de inname van selenium worden aanbevolen. Omdat uit onderzoeken is gebleken dat de hoogte van de antistoffen hierdoor afneemt, maar dit laatste is nog niet bewezen. Daarvoor moet het onderzoek eerst nog herhaald worden. In deze tijd van maakbaarheid en hoogtechnologische ontwikkelingen die elkaar in zo’n hoog tempo volgen zijn wetenschappers helaas nog steeds niet in staat om een vrouw zwanger te houden. Omdat ik niets liever wil, ben ik aan het “shoppen” in de medische wereld.

'Shoppen' in de medische wereld

Een academisch ziekenhuis in België is bekend met herhaalde miskramen en onvruchtbaarheid bij vrouwen met auto immuun ziekten en denkt dat de wetenschap over 5 jaar verder is met een mogelijke oplossing. Men geeft nu eventueel bloedverdunners bij een volgende beginnende zwangerschap, maar het nut daarvan is niet bewezen. Voor nu dus afwachten. Niets aan te doen.

Een fertiliteitkliniek in België en in Duitsland bieden aan dat ze de auto immuun reactie kunnen proberen stil te leggen met ontstekingsremmers zodat de zwangerschap hopelijk door blijft gaan. Door bijvoorbeeld corticosteroïden (Prednison) te geven. Deze behandeling is volgens Nederlandse artsen experimenteel (= niet nader wetenschappelijk onderzocht). Dit wordt in Nederland niet gedaan en afgeraden vanwege de bijwerkingen.

Dierlijk schildklierhormoon?

Ook heb ik drie van elkaar onafhankelijke homeopatisch/orthomoleculair artsen om advies gevraagd. Zij hebben een andere visie: Zij leggen de oorzaak bij de behandeling met synthetisch schildklierhormoon (zoals thyrax) bij deze vrouwen, die bij hen niet de beste oplossing is. Volgens hen is er in mijn situatie sprake van een foute groei van een eitje, waardoor het embryootje zich te laat innestelt in de baarmoeder. Namelijk pas op het moment dat het slijmvlies alweer wordt afgestoten, waardoor een vroege miskraam volgt. De geslachtshormonen in mijn lichaam zouden het volgens hen beter doen op dierlijk schildklierhormoon. (Schildklierhormonen sturen alle hormonen in het lichaam aan via de hypofyse).

Deze visie wordt tegengesproken door schildklierartsen verbonden aan ziekenhuizen. Zij zeggen dat de wisselende samenstelling van dierlijk schildklierhormoon (het is een natuurproduct) niet goed is. Echter, 30 jaar geleden was er alleen maar dierlijk schildklierhormoon en er zijn veel schildklierpatiënten met gezonde zonen en dochters, die allemaal gegroeid en geboren zijn dankzij dit dierlijk schildklierhormoon. Ik vraag me af hoeveel schildklierpatiënten er vroeger, toen er alleen dierlijk schildklierhormoon was, ongewenst zonder kinderen bleven. Heeft iemand een idee?

Hoewel ik mijn werk redelijk kan doen, voel ik me niet echt super zoals vroeger (enkele resterende klachten zijn: vocht vasthouden, vergeetachtigheid, onhandigheid in de coördinatie, black-outs, mezelf verspreken, haaruitval, brokkelende nagels, droge huid, moeheid, sterk op het gewicht letten via een vet- en suikerarm dieet en stijve gewrichten). Op zich wil ik best wel eens het dierlijk schildklierhormoon uitproberen. Maar ik voel me bij deze keuze heen en weer geslingerd tussen mijn hoop, gevoel en verstand, omdat artsen elkaar zo tegenspreken. Wat kan ik het beste doen…

Kan het aan de schildklier liggen?

Veel literatuur over de schildklier (oa R. Arem, M. Shoman en internet) benoemt de verminderde vruchtbaarheid. Vaak voorkomende problemen bij schildklierpatiënten volgens de literatuur:

  • Annovulatie. Dit is het wegblijven van de eisprong of de menstruatie. Deze komt vaak terug als de patiënt goed is ingesteld met schildklierhormoon.
  • PCO. Dit is een verstoorde eirijping als gevolg van cysten op de eierstokken.
  • Cyclusstoornissen, te vaak, te kort, te weinig en ook onregelmatig menstrueren.
  • Innestellings- of voedingsproblemen. De embryo is niet in staat zich goed in te nestellen of krijgt onvoldoende voeding en zuurstof.
  • (Herhaalde) miskramen, vroeggeboorten en doodgeboorten.
  • Endometriose. 30% van de mensen met endometriose is schildklierpatiënt. Dat geeft te denken. Er gaan geluiden op dat endometriose een auto immuun aandoening zou kunnen zijn.

Inmiddels ben ik, zonder zoeken, al 18 schildklierpatiënten tegengekomen, die de pech hebben om herhaalde miskramen, vroeggeboorten, buitenbaarmoederlijke zwangerschappen of onvruchtbaarheid te ervaren. En we krijgen alleen te horen dat het niet aan de schildklier kan liggen. Gelukkig denkt één academisch ziekenhuis in Nederland daar nu anders over. Maar of dit ook gaat leiden tot een oplossing? Een paar van bovenstaande 18 vrouwen hebben na lang proberen, vele tegenslagen en een angstige zwangerschap gelukkig toch het langgewenste kindje gekregen.

Een professor op schildkliergebied zei me dat hij het zeer spijtig vond dat ik juist in deze tijd met dit probleem van medisch onvermogen rond moet blijven lopen. Zelf kan ik dat op zich best accepteren, maar ik krijg het niet uitgelegd aan de mensen om mij heen.

Vermelde onderzoeken: * Prummel MF, Wiersinga WM, Thyroid autoimmunity and miscarriage, European Journal of Endocrinology 2004; 150: 751-755. ** Roberto Negro en anderen in Italië en Brunei, Human Reproduction 2005 20(6):1529-1533.

De schrijfster van dit ervaringsverhaal is uiteindelijk bij een derde IVF poging opnieuw zwanger geraakt en zwanger gebleven en kreeg 9 maanden later een dochter waar ze heel dankbaar voor is! Naar aanleiding van dit ervaringsverhaal kreeg zij meer dan 35 reacties van lotgenoten.


Datum : 2007-05-21
Bron : werkgroep Brabant van Schildklierstichting Nederland

Verminderde vruchtbaarheid en schildklierfuncties

Een gezonde schildklier is van belang voor het welslagen van een geassisteerde zwangerschap

Bron : Persbericht Vrije Universiteit Brussel: Informatie aan de pers Datum: 29 oktober 2007

Het is aan te raden om bij vrouwen van onvruchtbare koppels de schildklierfunctie en het voorkomen van schildklierautoimmuniteit (d.w.z. een vrouw met een normale schildklierfunctie die antistoffen tegen haar eigen schildklier aanmaakt) te bepalen voor ze aan een geassisteerde zwangerschap beginnen. Daarnaast is het belangrijk dat men de schildklierfunctie blijft volgen na de ovariële hyperstimulatie - die nodig is voor de geassisteerde zwangerschap - en gedurende de zwangerschap indien er vooraf schildklierautoimmuniteit aanwezig was.

Indien voor een geassisteerde zwangerschap een te trage werking van de schildklier (hypothyroidie) werd vastgesteld dan is het zeker noodzakelijk om schildklierhormonen toe te dienen om eventueel een IVF-procedure te kunnen vermijden of anderzijds om ze zo succesvol mogelijk te laten verlopen. Dat besluiten dr. Kris Poppe en dr. Brigitte Velkeniers van het UZ Brussel - Vrije Universiteit Brussel uit verschillende studies naar de invloed van een geassisteerde zwangerschap op de werking van de schildklier. Ze publiceerden hun studies als overzichtsartikel in het wetenschappelijke tijdschrift Clinical Endocrinology.

De resultaten van een eerste studie tonen aan dat het voorkomen van schildklierautoimmuniteit significant hoger was bij vrouwen met endometriose en polycystische eierstokken vergeleken vruchtbare vrouwen van dezelfde leeftijd. Dit wijst erop dat vrouwen met deze specifieke reden van onvruchtbaarheid, bijzondere aandacht verdienen voor en tijdens de zwangerschap wat betreft hun schildklierwerking.

Globaal genomen hebben alleen vrouwen met infertiliteit echter niet meer ontregeling van de schildklierfunctie vergeleken met vruchtbare vrouwen. Daarnaast werd in een tweede studie de invloed van schildklierautoimmuniteit nagegaan op de resultaten van geassisteerde zwangerschappen (via IVF; in vitro fertilisatie). Er bleek geen beperkende factor te zijn voor een succesvolle zwangerschap maar wel voor een blijvende zwangerschap omdat er een significant hogere eerste trimester miskraamratio werd vastgesteld, vergeleken met vrouwen zonder schildklierautoimmuniteit voor IVF.

In een derde studie werd de invloed van een IVF-voorbereiding (d.w.z. gecontroleerde ovariële hyperstimulatie) nagegaan op de schildklierwerking. Duidelijke veranderingen in de concentratie aan schildklierhormonen werden waargenomen, met duidelijke verhoogde behoeften aan schildklierhormonen na deze procedure. Indien voorafgaand aan deze hyperstimulatie ook nog schildklierautoimmuniteit aanwezig was, konden er na dergelijke procedure kritisch lage waarden aan schildklierhormonen ontstaan, wat een verdere gunstige evolutie van de zwangerschap kon beperken en ook voor de foetus nefast kon zijn op latere leeftijd (bijvoorbeeld voor de intelligentie).

Schildklierhormonen spelen een rol in het normaal functioneren en produceren van de geslachthormonen. Zowel een te snelle (hyperthyroidie) als een te trage schildklierwerking (hypothyroidie) kunnen tot onregelmatige menstruatie en dus onvruchtbaarheid leiden. Anderzijds kan een vrouw met een normale schildklierfunctie, ook antistoffen tegen haar eigen schildklier aanmaken, auto-immune thyroïditis (AIT) zonder dat de functie ontregeld wordt.

Het doel van deze serie studies was om na te gaan of er een verband tussen deze schildklieraandoeningen en onvruchtbaarheid kon vastgesteld worden.

REFERENTIE:
Poppe K, Velkeniers B, Glinoer D. Thyroid disease and female reproduction. Clinical Endocrinology (Oxf). 2007 Mar;66(3):309-21.