PGD – Pre-implantatie Genetische Diagnostiek

De informatie in deze brochure wordt momenteel geactualiseerd.

Pré-implantatie Genetische Diagnostiek PGD
BROCHURE NR. 13

Inleiding

De wetenschap staat niet stil.
Ruim 20 jaar geleden is er een nieuwe methode ontwikkeld die het mogelijk maakt om ernstige erfelijke afwijkingen aan te tonen in embryo’s tijdens de vroegste stadia van ontwikkeling. Deze methode, PGD, heeft de afgelopen jaren een grote vlucht genomen. De diagnose vindt plaats drie dagen na de bevruchting van de eicel, wanneer het embryo nog maar uit ongeveer acht cellen bestaat.
Het embryo is op dat moment nog niet in staat om zich in de baarmoederwand in te nestelen (=implanteren), vandaar de term pré-implantatie genetische diagnostiek. Deze vorm van diagnostiek kan uitsluitend worden toegepast na reageerbuisbevruchting ( In Vitro Fertilisatie, zie brochure 4 ).
Ze heeft als groot voordeel dat er selectie van embryo’s met ernstige genetische afwijkingen plaatsvindt voordat er sprake is van een zwangerschap.
Wanneer uit de analyse blijkt dat er embryo’s zonder de onderzochte afwijking aanwezig zijn, wordt er in de regel één naar de baarmoeder overgebracht.
Hieruit kan zich vervolgens een normale zwangerschap ontwikkelen. Het academisch ziekenhuis Maastricht werkt wat betreft de PGD nauw samen met; het UMC Utrecht, het UMC Groningen, het AMC Amsterdam, in het samenwerkingsverband PGD Nederland.
Het PGD onderzoek van de embryo’s vindt uitsluitend plaats in het academisch ziekenhuis Maastricht.
Voor een informatief gesprek over PGD en voor de IVF behandeling die nodig is voor PGD kunnen paren behalve in Maastricht, ook terecht in Utrecht, Amsterdam of Groningen.

Voor wie is PGD?

Tot voor kort was het alleen mogelijk om erfelijke afwijkingen te onderzoeken tijdens de zwangerschap.
De vruchtwaterpunctie en de vlokkentest zijn de meest gangbare vormen van prenatale (letterlijk: voor de geboorte) diagnostiek. De pre-implantatie (letterlijk: voor de innesteling) genetische diagnostiek is een relatief nieuwe methode.

Het verschil tussen beide is dat er bij de prenatale diagnostiek wordt gekeken naar afwijkingen in een reeds bestaande zwangerschap, terwijl bij pré-implantatie genetische diagnostiek de analyse van de embryo’s plaatsvindt vóórdat er sprake is van een eigenlijke zwangerschap.

De PGD is géén vruchtbaarheidsbehandeling.
Ze is uitsluitend bedoeld voor paren met een hoog risico op een kind met een ernstige erfelijke aandoening of met een verhoogde kans op miskramen als gevolg van een chromosoomafwijking bij een van de ouders.

Voordat een paar in aanmerking kan komen voor PGD moet aan twee voorwaarden worden voldaan: het moet technisch mogelijk zijn om de betreffende aandoening in embryo’s aan te tonen en beide partners moeten geschikte kandidaten zijn voor IVF.
De IVF is een noodzakelijk onderdeel van de PGD-procedure. Alleen op deze wijze is het mogelijk om gelijktijdig meerdere eicellen te laten rijpen en te bevruchten, zodat meerdere embryo’s ontstaan waar de test op kan worden toegepast.

Hoe verloopt een PGD-behandeling?

De PGD werd in 1989 in Engeland geïntroduceerd.
PGD is binnen handbereik van artsen gekomen door wetenschappelijke ontwikkelingen die het mogelijk gemaakt hebben de erfelijke informatie van een individuele cel te onderzoeken.
Zo kunnen embryo’s met en zonder aandoening van elkaar onderscheiden worden.

Een IVF-behandeling met PGD verloopt grotendeels hetzelfde als een ‘gewone’ IVF-behandeling.
De behandeling bestaat uit stimulatie van de eierstokken door middel van hormonen, een punctie van de eicellen uit de eierstokken en een terugplaatsing van embryo’s.
Om een redelijke kans van slagen te hebben, moeten er afhankelijk van de indicatie minimaal vier of minimaal acht eiblaasjes gepuncteerd kunnen worden.
Zo blijft er na selectie van de embryo’s een reële kans over op het terugplaatsen van een embryo.
In veel gevallen zal naast de PGD ook ICSI worden toegepast. Bij deze methode van bevruchting, wordt elke eicel in het laboratorium geïnjecteerd door één zaadcel.
ICSI is noodzakelijk bij PGD voor aandoeningen waarbij de PGD test bemoeilijkt wordt door aanklevende zaadcellen.
Meer informatie over de ICSI methode vindt u elders op deze website.Nadat de eicel bevrucht is in het laboratorium, begint deze te delen.
De eerste deling vindt plaats ongeveer dertig uur na de punctie. We spreken dan van een embryo.
Nadat de eerste deling voltooid is, bestaat het embryo uit twee identieke dochtercellen.
Ook deze cellen zullen vervolgens weer gaan delen en zestig tot tweeënzeventig uur na de punctie (dag 3) bestaat het embryo uit ongeveer acht dochtercellen. Dit stadium is de ideale situatie voor de afname van één cel die nodig is voor de analyse van het embryo.

De methode verloopt als volgt: met een uiterst dunne naald wordt een kleine opening gemaakt in de schil die het embryo omhult.

Met behulp van een iets grotere naald wordt daarna één cel van elk embryo weggezogen (gebiopteerd).
De afgenomen cellen worden zodanig behandeld dat de genetische samenstelling ervan onderzocht kan worden.
Als de gebiopteerde cel een normale uitslag laten zien voor de te onderzoeken aandoening, mag worden aangenomen dat het embryo, waarvan deze cel afkomstig was, vrij van de ziekte is.
Het genetisch onderzoek voltrekt zich, afhankelijk van de analysemethode, binnen een of twee dagen, zodat de terugplaatsing van ‘gezonde’ embryo’s in de baarmoeder op de vierde of vijfde dag na de punctie kan plaatsvinden.
Net als bij ‘normale’ IVF wordt er bij PGD één (in uitzonderingsgevallen twee) embryo’s per poging teruggeplaatst in de baarmoeder.
Overige 'gezonde' embryo's kunnen ingevroren worden. De kans op zwangerschap per plaatsing is ongeveer 20%.

Transport PGD

Als een paar de IVF behandeling in het UMC Utrecht, in het UMC Groningen of het AMC ondergaat, vinden ook de voorbereidende gynaecologische onderzoeken voor deze paren vindt plaats in Utrecht, Amsterdam of Groningen.
Vervolgens worden na de embryobiopsie de te onderzoeken cellen per koerier naar Maastricht gebracht. De beschikbare embryo’s blijven op het IVF laboratorium waar de IVF behandeling plaatsvindt. De uitslagen van de analyses van de embryonale cellen worden teruggerapporteerd naar het IVF centrum, waarna een eventueel geschikt embryo in de baarmoeder kan worden geplaatst.

Wat zijn de kansen?

De kans op succes (zwangerschap) wordt voornamelijk bepaald door de slagingskans van de IVF-behandeling.
De slagingskans van IVF bedraagt bij paren die wegens verminderde vruchtbaarheid worden behandeld ongeveer 20-25% per gestarte cyclus.
Aangezien er bij PGD minder kans bestaat op een terugplaatsing als gevolg van het selecteren van de embryo’s, bedraagt hier de zwangerschapskans ongeveer 20% per gestarte behandeling.
Roken, alcoholgebruik en overgewicht bij de vrouw zijn factoren die de zwangerschapskans verkleinen.
De ziektekostenverzekering vergoedt meestal drie behandelingen.

Wat kan er onderzocht worden?

PGD is mogelijk voor chromosomale afwijkingen, waarbij het risico op een miskraam of een kind met een chromosomale afwijking hoog is.
Op dit moment is PGD daarnaast mogelijk in Maastricht voor vrijwel alle erfelijke aandoeningen die veroorzaakt worden door een afwijking in het DNA.
Voor een aantal meer voorkomende erfelijke aandoeningen is een routinetest beschikbaar.
Voorbeelden zijn het fragiele X syndroom, cystische fibrose (CF, taaislijmziekte), spinale spieratrofie (de ziekte van Werdnig-Hofman, SMA type 1, SMA type 2), de ziekte van Huntington, erfelijke bortst- en eierstokkanker, de ziekte van Steinert (myotone dystrofie). Voor meer zeldzame aandoeningen zal een test ontwikkeld worden.
In alle gevallen is voorbereidend bloedonderzoek van beide partners en/of de aangedane persoon en/of andere familieleden nodig voordat er met de daadwerkelijke PGD behandeling gestart kan worden. De voorbereidingstijd is voor de aandoeningen die routinematig onderzocht worden enkele maanden (gemiddeld 3 maanden), en is langer als er een nieuwe test ontwikkeld moet worden (6-9 maanden).
Wat precies geldt voor uw situatie zal met u besproken worden tijdens een eerste bezoek aan de polikliniek klinische genetica te Maastricht.

In juni 2008 is na een heftige politieke discussie besloten ook PGD voor een aantal erfelijke vormen van kanker toe te staan.
In de discussie ging het met name over paren van wie een van beiden drager is van een BRCA1 of BRCA2 mutatie voor erfelijke borst- en eierstokkanker.
In de politieke discussie (juni 2008) is bovendien besloten dat nieuwe verzoeken tot PGD voor niet eerder toegepaste indicaties moeten worden voorgelegd aan een Landelijke Indicatiecommissie voor PGD. Deze commissie zal besluiten of het betreffende ziektebeeld ethisch gezien een PGD behandeling rechtvaardigt.

Als de vrouw die IVF/PGD wil ondergaan zelf een aandoening heeft of drager is van een aandoening, kan uitgebreider onderzoek nodig zijn om na te gaan of er een verhoogd risico is op complicaties bij de IVF behandeling of bij een zwangerschap. Pas als dit duidelijk is wordt besloten of de PGD doorgang kan vinden.
Als een vrouw die draagster is van een BRCA mutatie of van een andere vorm van erfelijke kanker in aanmerking wil komen voor PGD, dan is van belang dat haar eigen gezondheid goed in kaart wordt gebracht. Dit in verband met haar verhoogde risico op (borst en/of eierstok)kanker. Als zij reeds kanker heeft gehad dan dient zij tenminste twee jaar vrij te zijn van een recidief kanker na het staken van de eventuele (chemo) therapie.

Bij PGD richt het onderzoek van de embryo's zich alléén op die aandoening waarvan van tevoren bekend was dat er een verhoogd risico op bestaat. Voor alle bovengenoemde aandoeningen geldt dat alleen embryo's waarvan bekend is dat ze niet aangedaan zijn voor plaatsing in de baarmoeder in aanmerking komen.
Embryo's die wel aangedaan zijn of waarvan de uitslag niet duidelijk is, worden niet teruggeplaatst.

Hoe betrouwbaar is PGD?

Alle PGD analyses die in een klinische setting worden toegepast zijn eerst zeer uitvoerig getest in het laboratorium. De nauwkeurigheid van de bestaande methoden is dan ook groot (98%).
De betrouwbaarheid kan echter voor individuele paren hoger of lager liggen.
Er wordt patiënten prenatale diagnostiek (vlokkentest of vruchtwaterpunctie) aangeboden in het geval er een zwangerschap ontstaat.

Zijn er risico’s verbonden aan PGD?

Door het weghalen van één cel (biopsie) bij een acht-cellig embryo worden de ontwikkelingskansen van het embryo, voor zover bekend, niet geschaad. Ook is er geen verhoogd percentage kinderen met afwijkingen na PGD gerapporteerd. Benadrukt moet worden dat de ervaring met deze nieuwe techniek nog beperkt is. We vinden het daarom belangrijk dat ouders die zwanger zijn geworden na PGD, toestemming verlenen om later naar de gezondheid van het kind te mogen informeren.

De risico’s van PGD op de gezondheid van de vrouw zelf, zijn gelijk aan de risico’s van IVF zonder embryoselectie ( In Vitro Fertilisatie, zie brochure 4 ).

Meer informatie?

Als u denkt voor PGD in aanmerking te komen raden we u aan eerst te informeren bij uw eigen klinisch geneticus of gynaecoloog. Deze kan dan voor de stand van zaken betreffende de mogelijkheden voor PGD en de daarbij behorende restricties contact opnemen met PGD centrum in Maastricht (zie einde brochure).
Een informatief gesprek kan plaatsvinden in Maastricht of in een van de transportcentra
in het Universitair Medisch Centrum in Utrecht (UMCU), het Universitair Medisch Centrum in Groningen (UMCG) of het AMC Amsterdam.

U moet in alle gevallen tenminste één keer naar het azM komen voor een intakegesprek.
Alle aanmeldingen worden in de werkgroep PGD besproken.
Ook kan het bij een nieuwe verzoek om PGD noodzakelijk zijn dat de eerder genoemde Landelijk Indicatiecommissie wordt geconsulteerd.

Is de mogelijkheid voor PGD er in principe wel dan volgt een gesprek in Maastricht over alle aspecten van de behandeling.
Zelf kunt u vervolgens de tijd nemen om te overwegen of u definitief voor PGD kiest. In dat geval volgt er een onderzoek door een van de gynaecologen/artsen van het IVF-team in Maastricht, Utrecht, Amsterdam of Groningen.
Groningen en wordt het genetisch vooronderzoek gestart.

Voor verdere informatie:

Website: www.pgdnederland.nl

Of stuur een mail naar: info@pgdnederland.nl

Verder lezen

Joep Geraedts, Erfelijkheid en voortplanting

Uitgeverij Nieuwezijds, 1998

ISBN 90 5712 007 0

Didi Braat & Gemma Kleijne, Zwanger via een omweg

Uitgeverij Kosmos-Z&K, 1998

ISBN 90 215 3227 1

Freya brochure ICSI (nr. 5)

Deze brochure is uitgegeven door:

Freya

Postbus 620

4200 AP Gorinchem

tel.: 024 – 3010 350

email: secretariaat@freya.nl

Delen van de tekst in deze brochure zijn ontleend aan website www.pgdnederalnd.nl

januari 2015


Eerste versie maart 2000

Update februari 2002

Herziene versie september 2008, door Drs. Maartje van Rij, PGD arts, en Dr. Christine de Die, klinisch geneticus en medisch coördinator PGD, beiden werkzaam op de afdeling klinische genetica van het academisch ziekenhuis Maastricht.

Update januari 2015 prof dr Christine de Die, klinisch geneticus Maastricht en coördinator PGD Nederland