Draagmoederschap

Standpunt

Freya is van mening dat ideëel draagmoederschap een goede optie kan zijn om de kinderwens te vervullen, indien de wensouders fysiek niet in staat zijn zelf een kind te dragen of te baren. Freya is tegenstander van commercieel draagmoederschap.

Streven:

Freya pleit voor een duidelijk (wettelijk) kader voor draagmoederschap met de volgende elementen :

  • verruiming van de mogelijkheid om IVF-draagmoederschap toe te passen; mogelijk voor wensouders die fysiek niet in staat zijn om zelf een zwangerschap te dragen
  • de leeftijdsgrens van de wensmoeder (bij gebruik van haar eigen eicellen) gelijk te stellen met die van IVF; bij gebruik van donoreicel gelijk aan die van eiceldonatie
  • de draagmoeder moet voldoen aan de eisen zoals gesteld in een richtlijn van de NVOG, ter voorkoming van onverantwoorde medische risico’s
  • het verbod op bemiddelen en zoeken naar/aanbieden van een draagmoeder (art. 151b Wetboek van Strafrecht) is niet van toepassing op ideëel draagmoederschap
  • de mogelijkheid voor een reële belastingvrije onkostenvergoeding voor de draagmoeder gedurende de periode vanaf inseminatie (laagtechnologisch) c.q. start behandeling IVF (hoogtechnologisch) tot en met einde zwangerschap (al dan niet met een geboorte tot gevolg)
  • vereenvoudiging van de procedure om juridische ouders te worden na draagmoederschap

Freya is van mening dat wetgeving aangepast moet worden, zeker daar waar het hoogtechnologisch draagmoederschap betreft. De Nederlandse wet dient erin te voorzien dat de draagmoeder verplicht is na hoogtechnologisch draagmoederschap het kind af te staan aan de wensouders (dit zijn immers ook de genetische ouders).

De adoptie dient soepel en snel te verlopen, zonder de voorwaarde dat de draagmoeder ontheffing van het ouderlijk gezag moet krijgen op grond van ongeschiktheid het kind op te voeden. Dit laatste geldt zowel in geval van hoog- als laagtechnologisch draagmoederschap.

De draagmoederovereenkomst zou een rechtsgeldig document moeten zijn indien deze voldoet aan een aantal nader te stellen voorwaarden (die duidelijkheid geven over rechten en plichten) en door tussenkomst van een notaris bekrachtigd is.

De draagmoeder en wensouders moeten gedurende het gehele proces (overeenkomst, behandeling, zwangerschap, overdracht, adoptie) begeleiding ontvangen van een instantie op het gebied van maatschappelijk werk (zoals bijvoorbeeld de FIOM of Raad voor de Kinderbescherming). Het is van groot belang dat voorafgaand aan de behandeling zeker gesteld wordt dat de draagmoeder op geen enkele manier onder druk staat (voor geld of om sociale redenen).

Bij voorkeur hoeven mensen niet meer naar het buitenland uit te wijken voor draagmoederschap.

Achtergrond

Er zijn twee soorten draagmoederschap:

Laagtechnologisch : Bevruchting komt tot stand door middel van (zelf)inseminatie bij de draagmoeder met het sperma van de wensvader. Het kind stamt genetisch gezien af van de draagmoeder en de wensvader. Hiervoor is in principe geen medische behandeling nodig.

Hoogtechnologisch: Via IVF wordt de draagmoeder zwanger van een embryo dat tot stand is gekomen uit zaad en eicel van de wensouders. Het kind stamt dan, genetisch gezien, volledig af van de wensouders.

Eventueel kan het zaad en/of de eicel afkomstig zijn van een donor. Deze techniek is op dit moment voorbehouden aan paren met een nauw omschreven medische indicatie en wordt in Nederland alleen uitgevoerd in het VU medisch centrum te Amsterdam.

Huidige wet- en regelgeving:

Na geboorte van het kind kunnen de wensouders pas de juridische ouders worden via een adoptieprocedure. Commercieel draagmoederschap in Nederland is verboden. Ook bemiddelen en zoeken naar/aanbieden van draagmoeders is verboden.

In Nederland is niet-commercieel IVF-draagmoederschap toegestaan onder voorwaarde dat de wensouders en de draagmoeder worden voorgelicht over de consequenties van de keuze voor het draagmoederschap. Daarnaast zijn er strikte regels voor wie in aanmerking komt, zowel voor wensouders als voor draagmoeders.

—————–

Huidige regelgeving die betrekking heeft op draagmoederschap in wetboeken

A. T.a.v. adverteren en bemiddelen bij draagmoederschap:

Artikel 151b Wetboek van Strafrecht:
1.     Degene die in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk teweegbrengt of bevordert dat een draagmoeder of een vrouw die draagmoeder wenst te worden, rechtstreeks of middellijk met een ander onderhandelt of een afspraak maakt ten einde het voornemen, bedoeld in het derde lid, uit te voeren, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie.

2.     Met dezelfde straf wordt gestraft:

a.     degene die in het openbaar diensten aanbiedt, bestaande uit het teweegbrengen of bevorderen van onderhandelingen of een afspraak als bedoeld in het eerste lid;

b.     degene die openbaar maakt dat een vrouw draagmoeder wenst te worden of als zodanig beschikbaar is, dan wel dat een vrouw die draagmoeder wenst te worden of als zodanig beschikbaar is, wordt gezocht;

3.     Als draagmoeder wordt aangemerkt de vrouw die zwanger is geworden met het voornemen een kind te baren ten behoeve van een ander die het ouderlijk gezag over dat kind wil verwerven, dan wel anderszins duurzaam de verzorging en opvoeding van dat kind op zich wil nemen.

B. Als wensouders zichzelf bij de Burgerlijke Stand zouden opgeven als de vader en moeder van het kind, pleegt men fraude, nl. verduistering van staat:

Artikel 236 Wetboek van Strafrecht:

Hij die door enige handeling opzettelijk een anders afstamming onzeker maakt, wordt, als schuldig aan verduistering van staat, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaar.

C. Als wensouders het kind zonder meer mee naar huis nemen na de bevalling, handelt men eveneens in strijd met de wet:

Artikel 442a Wetboek van Strafrecht:

Hij, die zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Raad voor de Kinderbescherming een kind beneden de leeftijd van 6 maanden, hetwelk niet onder de voogdij van een rechtspersoon staat, als pleegkind opneemt, wordt gestrafte met een hechtenis van ten hoogste drie weken.

Artikel 5 Pleegkinderenwet, lid 1:

Het hoofd van een gezin of inrichting, waarin een pleegkind wordt verzorgd en opgevoed, is verplicht van de opneming kennis te geven aan burgemeesters en wethouders van de gemeente, waarin het pleegkind verblijft, op een bij Algemene Maatregel van Bestuur vast te stellen wijze.

Recent in het nieuws

De Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie bracht in juli 2016 een document met hun standpunt uit, getiteld ‘geassisteerde voortplanting met gedoneerde gameten, gedoneerde embryo’s en draagmoederschap’

Standpunt NVOG

Wettelijk kader nodig voor draagmoederschap – BNR Nieuwsradio 06/10/2016

Op 6 oktober 2016 heeft Ellen Giepmans, directeur-bestuurder van Fiom, de Fiom visie op draagmoederschap toegelicht in het BNR radioprogramma De Ochtendspits. Aanleiding vormde het standpunt van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) over draagmoederschap in Nederland. In het programma kwam ook Jesper Smeenk van NVOG aan het woord.

Ga naar artikel FIOM

Ga naar BNR fragment