POF – Prematuur Ovarieel Falen (vervroegde overgang)

De informatie in deze brochure wordt momenteel geactualiseerd.

Vervroegde overgang
(POF of POI)
BROCHURE NR. 17

Inleiding

Er is nog betrekkelijk weinig bekend over de oorzaken en de gevolgen van een te vroege overgang. De diagnose vervroegde overgang komt vaak onverwacht, omdat het eigenlijk niet in de belevingswereld van een vrouw in de bloei van haar leven past. De klap komt daarom hard aan. Als een vroege overgang een neveneffect is van een ziekte of behandeling komt dit probleem bovenop de andere problemen. In deze brochure wordt zo goed mogelijk geschetst wat het voor een vrouw kan betekenen om te vroeg in de overgang te komen.

Wanneer is er sprake van een vroege overgang?

De gemiddelde leeftijd waarop een vrouw stopt met menstrueren is 51 jaar. Dit wordt de menopauze genoemd. Een vrouw weet zeker dat de menopauze is begonnen als er één jaar geen menstruatie meer is opgetreden. Vóór deze allerlaatste menstruatie hebben de meeste vrouwen 5 tot 10 jaar ‘overgangsklachten’.
Bij 1% van alle vrouwen stoppen de menstruaties al vóór het veertigste jaar. Er is sprake van een vervroegde overgang wanneer bij een vrouw die jonger is dan 40 jaar de menstruatie tenminste vier maanden aaneengesloten wegblijft en in die periode een FSH hormoonconcentratie van meer dan 40 IU/l wordt gemeten (normaalwaarde: tot 10 IU/l). Het is echter mogelijk dat de menstruatie toch weer voor een aantal maanden terugkomt en dat perioden zonder en met menstruatie elkaar afwisselen.
Vaak merkt een vrouw pas iets als ze stopt met de pil omdat ze zwanger wil worden en er dan geen menstruatie meer komt. Opvliegers en andere overgangsklachten worden niet zo snel herkend omdat de vrouw nog niet de normale overgangsleeftijd bereikt heeft en zij er dus niet alert op is.
Andere benamingen voor te vroege overgang zijn climacterium praecox, prematuur ovarium falen (POF) of primaire ovariële insufficiëntie (POI).

Oorzaken van een vroege overgang

Eén oorzaak waardoor men te vroeg in de overgang komt, is dat de eicelvoorraad op is. Een andere oorzaak kan zijn dat de eierstokken niet meer reageren op de normale hormoonstimulatie vanuit de hersenen en ook niet op stimulatie met hormoonpreparaten ; dit komt voor als de eicelvoorraad heel erg klein is.

De eicelvoorraad is op

Het is mogelijk dat er geen eicellen meer zijn doordat beide eierstokken operatief zijn verwijderd. Ook kunnen de eicellen vernietigd zijn door medicijnen (chemotherapie) of bestraling. Indien er sprake is van een erfelijke aandoening, bijvoorbeeld een chromosoomafwijking, is het vaak al tevoren bekend dat men te vroeg in de overgang zal komen. En als er in de familie het ‘Fragiele X syndroom’ voorkomt – dit is een erfelijke aandoening waarbij zwakzinnigheid kan voorkomen – is het mogelijk dat in de familie van deze zwakzinnigen sommige vrouwen, die verder gezond zijn, als enige klacht een te vroege overgang hebben.

De eierstokken reageren niet meer

Soms zijn de eicellen niet op, maar reageren de eierstokken niet meer op de normale hormoonstimulatie vanuit de hersenen en ook niet op stimulatie met hormoonpreparaten. Dit wordt ook wel ‘resistent ovarium’ genoemd (ovarium = eierstok). Dit komt voor als er nog heel weinig eicelvoorraad is. Het is nog steeds onduidelijk wat de oorzaak hiervan is en hoe vaak dit een verklaring is voor te vroeg gestopte menstruaties.

De normale cyclus

In de normale cyclus worden de follikels (eiblaasjes) tot groei aangezet door twee hormonen die gemaakt worden in de hersenen: het Follikel Stimulerend Hormoon (FSH) en het Luteïniserend Hormoon (LH). Tijdens de menstruatie gaan de follikels groeien onder invloed van het FSH. Deze follikels maken op hun beurt oestrogenen (vrouwelijke hormonen), de oestrogenen komen in het bloed en zorgen er onder andere voor dat het baarmoederslijmvlies dikker wordt. Als de oestrogeenspiegel in het bloed stijgt, wordt een seintje aan de hersenen gegeven, waardoor de afgifte van FSH afneemt en er meestal maar één follikel tot ontwikkeling komt. Hierna zorgt het LH voor verdere rijping en de eisprong.

De diagnose

Bij het vermoeden van een te vroeg overgang vraagt de arts naar operaties, medicijnen, bestralingen enzovoort. Ook wordt gevraagd naar aangeboren afwijkingen in de familie en naar het aanwezig zijn van zwakzinnigheid. Eveneens zal aan de orde komen of bekend is hoe oud de moeder van de vrouw was toen ze in de overgang kwam. De leeftijd waarop een vrouw in de overgang komt, is voor een deel erfelijk bepaald.
Daarnaast is het belangrijk om te weten of er andere familieleden zijn die te vroeg in de overgang zijn gekomen. Uit onderzoek is gebleken dat wanneer niemand in de familie te vroeg in de overgang kwam, de kans dat een familielid dit overkomt niet groter is dan 1-2%. Als daarentegen meer vrouwen in een familie een te vroege overgang hebben (zonder duidelijke oorzaak) dan is de kans groot dat nog meer familieleden te vroeg in de overgang komen en kan het belangrijk zijn ze hiervoor te waarschuwen. Ze kunnen dan als ze dat willen bijvoorbeeld eerder stoppen met de pil, of hormonaal onderzoek laten doen naar een eventueel beginnende overgang.

Als de eierstokken geen eicellen meer bevatten, niet reageren of afwezig zijn, krijgen de hersenen geen seintjes terug om de aanmaak van FSH te stoppen en blijft het FSH hormoon maar stijgen. Met bloedonderzoek kan worden vastgesteld dat de vrouw in de overgang is. Bij vrouwen met een te vroege overgang worden hoge spiegels FSH en LH en lage spiegels oestrogenen gevonden. Bloedonderzoek is alleen zinvol als er geen hormoonpreparaten gebruikt worden. Gebruik van de anticonceptiepil dient dan ook minstens 1 maand voor de test gestaakt te worden.

Als de overgang onvoorzien is, wordt er altijd chromosoomonderzoek verricht. Hiervoor wordt een buisje bloed afgenomen. De uitslag wordt meestal na 12-14 weken bekend. Vaak wordt ook onderzoek ingezet naar draagsterschap van een fragiele-X aandoening. Dit gaat eveneens via bloedonderzoek./p>

Omdat er mogelijk sprake kan zijn van antistoffen tegen de eigen eierstokken, kan het lichaam mogelijk ook antistoffen maken tegen andere klieren die hormonen produceren. Er wordt dan middels bloedonderzoek gekeken of er antistoffen zijn tegen de schildklier en de bijnier.
Indien er antistoffen zijn tegen de bijnier of schildklier dan zal er verder worden gekeken door middel van bloedonderzoek of de bijnier en de schildklier nog normaal werken.

Botontkalking (osteoporose) en hart- en vaatziekten

Na de overgang neemt door de lage spiegel van oestrogene hormonen de kans op botontkalking toe. Bij een te vroege overgang neemt het risico hierop extra toe. Ook het risico op hart- en vaatziekten lijkt toe te nemen (er wordt nog verder wetenschappelijk onderzoek gedaan of dat risico echt wel toeneemt). Deze risico’s kunnen het beste worden bestreden met (oestrogene) hormonen, in de vorm van pleisters, tabletten of injecties.
Daarnaast is het belangrijk om voldoende lichaamsbeweging te nemen en gezond te eten (calcium, vitamine D). Eventueel kan aan de hand van een röntgenfoto de botdichtheid worden gemeten. Het belangrijkste nadeel van deze hormonale behandeling, is de licht verhoogde kans op het optreden van borstkanker. Tenminste, dit geldt voor ‘oudere’ vrouwen die op de normale leeftijd in de overgang zijn gekomen. Het nemen van oestrogeen hormoon vanwege een te vroege menopauze lijkt in ieder geval veilig tot de leeftijd van ongeveer 50-51 jaar (dit is de normale leeftijd waarop vrouwen in de overgang komen).

De oestrogene hormonen hebben ook een gunstig effect op de eerder genoemde klachten, zoals de opvliegers en de droge vagina en de daardoor vaak voorkomende pijn bij het vrijen. In het algemeen wegen de voordelen van hormoongebruik duidelijk op tegen de nadelen zodat vrijwel alle vrouwen met een vroege overgang deze hormonen krijgen voorgeschreven. Als hormonen niet voldoende effect hebben op de botdichtheid zijn er ook andere medicijnen die gegeven kunnen worden.

Wat overkomt je nog meer?

In de eerste instantie is het moeilijk te overzien wat het inhoudt om te vroeg in de overgang te zijn. Veel gevoelens kunnen naar boven komen: ongeloof, boosheid, verdriet, schaamte, jaloezie. De vrouw kan zich door haar lichaam in de steek gelaten en in haar vrouw-zijn aangetast voelen.
Het is niet altijd makkelijk om hier met de mensen in de omgeving over te praten. Mensen hebben de neiging om – met de beste bedoelingen – te proberen de vrouw op te beuren. Voor de betrokkene voelt dit wel eens alsof het probleem wordt gebagatelliseerd.
Te vroeg in de overgang komen heeft hele grote gevolgen: de kinderwens wordt misschien niet vervuld, de lichamelijke klachten zoals opvliegers hebben grote weerslag op het dagelijks functioneren en door het risico op botontkalking wordt de vrouw geconfronteerd met lichamelijke klachtenm die niet overeenkomen met haar leeftijd. De ervaringen van leeftijdgenoten worden niet (meer) gedeeld, zoals de menstruatieproblemen, voorbehoedsmiddelen, kinderen krijgen en opvoeden. En diezelfde leeftijdsgenoten herkennen zich niet in de overgangsklachten en eventuele ongewilde kinderloosheid. Dit kan er voor zorgen dat de vrouw zich een buitenbeentje voelt. Allerlei vragen dringen zich op. Hoe moet ik omgaan met de lichamelijke ongemakken van de overgang? Ben ik nu lichamelijk al oud en welke gevolgen heeft het voor mijn conditie? Is er nog een kans dat ik op een andere manier toch nog moeder kan worden? En met wie kan ik hierover praten?

De kinderwens

Het spreekt vanzelf dat een zwangerschap alleen kan optreden als er eicellen aanwezig zijn. Maar ook als er waarschijnlijk nog wel wat eicellen zijn, is de kans dat men zwanger raakt, nadat is vastgesteld dat de vrouw vervroegd in de overgang is, helaas erg klein. Hormoonstimulaties hebben geen zin, het eigen lichaam produceert immers al grote hoeveelheden FSH hormonen! Ditzelfde geldt voor IVF, waarbij de groei van de follikels ook door middel van hormoonstimulatie plaatsvindt. De kans op een zwangerschap bij vrouwen die vervroegd in de overgang zijn, is 5-10% lifetime, dus niet 0% maar desondanks heel laag.

Mogelijke alternatieven voor de kinderwens

Eiceldonatie

Er is nog wel een kans om zelf een zwangerschap te dragen, namelijk na eiceldonatie. Dit is helaas echter geen eenvoudige zaak. In de eerste plaats is het voor veel paren een moeilijke keuze om een eicel van iemand anders te gebruiken. Daarnaast moet er een eiceldonor gevonden worden die hiervoor de IVF procedure wil ondergaan. Het embryo wordt daarna in de baarmoeder van de wensmoeder geplaatst. Als er geen donor in de eigen omgeving gevonden wordt, is het niet makkelijk om elders een donor te vinden. Ook slaagt de IVF-behandeling niet altijd. De kans op een zwangerschap met eiceldonatie is afhankelijk van de leeftijd van de donor van de eicellen.
Het mooie van dit alternatief is dat het paar zelf een zwangerschap en bevalling kan ervaren en het kind genetisch verwant is met de vader.
In Nederland is het verplicht dat het kind dat geboren wordt uit een eiceldonatie wordt geregistreerd in het register waarin alle kinderen die worden geboren uit donaties in worden geregistreerd, zodat het kind later vanaf 18 jaar contact kan maken met zijn biologische eiceldonor.
De meeste eiceldonatieprocedures in Nederland vinden plaats met een bekende donor.

Adoptie

Een andere mogelijkheid om een kind te kunnen opvoeden is een kind te adopteren. Hieraan zijn wel een aantal dilemma’s, een lange procedure en hoge kosten verbonden. Maar als men aan de voorwaarden voldoet en men de keuze maakt om deze procedure te doorlopen, is het vrijwel zeker dat er een kind komt.

Pleegouderschap

In Nederland is er een groot tekort aan pleeggezinnen die een kind willen opvangen dat (al dan niet tijdelijk) niet in het eigen gezin kan blijven. Het moeilijke van deze keuze zit in het feit dat de opvang vaak tijdelijk is, dat het niet je eigen kind wordt en dat de kinderen vaak een problematische achtergrond hebben. De pleegouders worden echter wel door professionals begeleid bij de opvoeding en het geeft hen veel voldoening om een kind een veilige omgeving te bieden.
Er zijn verschillende vormen van pleegzorg, zoals langdurige zorg, crisisopvang en weekendzorg.

Rouw

Bij een vervroegde overgang kan de vrouw het gevoel hebben dat ze voortijdig oud wordt en in haar vrouwelijkheid is aangetast. Alhoewel men verstandelijk wel beseft dat men niet minder vrouw is, zegt het gevoel dit soms wel. Het is belangrijk om te beseffen dat de vrouw niet ouder is dan haar kalenderleeftijd en dat de oorzaak van haar aandoening gelegen is in de beperkte eicelvoorraad die nu eenmaal sneller uitgeput is. Het heeft dus niets met leeftijd te maken, maar wel met eicelvoorraad.
Op het moment dat de kinderwens een rol speelt in het leven, vallen zwangere vrouwen, kinderwagens en alles wat maar met baby’s te maken heeft extra op; alsof iedereen op dat moment een kind krijgt of heeft. Dit kan erg confronterend zijn.

Er is bij een POF/POI geen behandeling meer mogelijk, anders dan eiceldonatie. Ook is het mogelijk dat het paar afziet van een mogelijke behandeling, zoals eiceldonatie, omdat zij vinden dat deze te ver gaat.

Als de kinderwens niet vervuld wordt, maakt men een rouwperiode door. Er moet tenslotte afscheid genomen worden van het gewenste, maar niet bestaande kind en van de toekomstverwachting die het paar voor ogen stond. En er moet ruimte gemaakt worden voor een nieuw toekomstbeeld.

Praten over verdriet helpt vaak bij de verwerking ervan; praten met de partner, met goede vrienden, met lotgenoten. Men vindt in de eigen omgeving echter niet altijd voldoende begrip voor het verdriet dat met deze problematiek gepaard gaat. Freya biedt gelegenheid om ervaringen uit te wisselen met lotgenoten. Lotgenoten weten als geen ander met welke dingen men te maken heeft. Die herkenning kan veel steun bieden.

Soms is het echter nodig (ook) hulp bij een psycholoog of therapeut te zoeken bij de verwerking van dit verdriet.


Kinderloosheid: het is zoiets als een wond die langzaam maar zeker tot een litteken wordt. Als dit litteken onder je kleding valt en je praat er niet over, dan denkt na verloop van tijd bijna niemand er meer aan dat er ooit sprake is geweest van een wond. Maar daarom zie je zelf dat litteken heus nog vaak genoeg zitten; je weet dat je ergens beschadigd bent, en soms doet het heel veel pijn als er onnadenkend aan geraakt wordt.
(Uit: Een pad door de wildernis, Jos van Manen Pieters, 1977, uitg.KOK)

Nuttige informatie

Vanuit het UMC Utrecht is een project voor optimale zorg en wetenschappelijk onderzoek naar POF opgestart waaraan veel ziekenhuizen meedoen. Kijk voor meer informatie op: http://www.umcutrecht.nl/nl/Ziekenhuis/Afdelingen/Hart-en-vaatcentrum/Ziektebeelden,-onderzoeken-en-behandelingen/Vervroegde-overgang-(POI)

De gynaecoloog is de aangewezen persoon om de diagnose te stellen en uitleg te geven over het behandelbeleid bij te vroege overgang, inclusief de eventuele kinderwens.
In de meeste academische ziekenhuizen is er tenminste één gynaecoloog in dit onderwerp gespecialiseerd.
Maar ook in andere ziekenhuizen kunt u soms goed terecht. Zie ook bovengenoemde link van het UMC Utrecht (De inclusie van patiënten voor deze studie is inmiddels gestopt).

Verder lezen

  • Yvonne van Kasteren, Debora Mol, Jacqueline Pieterse en Janine Sterk, Te vroeg in de overgang ISBN 90 73983 16 9 Uitg. Barabinsk, (www.barabinsk.nl)
  • Didi Braat & Gemma Kleijne, Zwanger via een omweg, (2003) ISBN 90-6523-106-4
  • Odile van Eck. Een onvervulde kinderwens. Omgaan met vruchtbaarheidsproblemen. (2004) ISBN 90 6305 134 4
  • Renée van Walbeek, Ongewenst kinderloos: Brieven over een leven zonder kinderen. ISBN 90 6523 091 2 (1995) ( vanbrugboeken.nl/)
  • J.C. Netelenbos, Wiebe Braam, Osteoporose. ISBN : 9066111488
  • Freya brochures eiceldonatie, adoptie, samen verder (www.freya.nl)
  • Brochure POF van gynaecologenvereniging NVOG (www.nvog.nl klik op voorlichting/fertiliteit)

Adressen

Freya, patiëntenvereniging voor vruchtbaarheidsproblematiek
Postbus 620  
4200 AP Gorinchem www.freya.nl
tel. 024 – 3010 350 secretariaat@freya.nl

Dit is een uitgave van:

Freya, vereniging voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen ©
Deze brochure is in maart 2013 herzien door dr. A. Hoek, gynaecoloog voortplantingsgeneeskunde

Aan deze tekst kunnen geen rechten worden ontleend, tevens aanvaardt Freya geen aansprakelijkheid indien regels door officiële instanties anders worden gehanteerd.