Zijn vruchtbaarheidsbehandelingen veilig?

Vruchtbaarheidsbehandelingen worden veel toegepast. In Nederland worden per jaar zo’n 14.000 IVF- en ICSI-behandelingen gedaan en circa 38.000 IUI-/KID-behandelingen. Deze behandelingen worden in het algemeen als veilig beschouwd. Zoals bij elke medische behandeling zijn ook aan vruchtbaarheidsbehandelingen risico’s verbonden. Deze risico’s komen relatief weinig voor, maar wij vinden het belangrijk dat je op de hoogte bent.

Infectie door een IVF- of ICSI-punctie

Door de eicelpunctie tijdens een IVF- of ICSI-behandeling is er een kleine kans (1%) op een infectie. Ondanks het schoonmaken van de vagina komen bij de punctie altijd bacteriën in of bij de eierstokken terecht. In de meeste gevallen heb je voldoende afweer tegen deze bacteriën. Als blijkt dat je een infectie hebt, krijg je klachten zoals toenemende buikpijn, abnormale afscheiding, koorts (38 graden en hoger) en een algemeen ziektegevoel. Bij dit soort klachten kun je het beste contact opnemen met de fertiliteitskliniek. De infectie kan bestreden worden met antibiotica.

Nabloeding na een IVF- of ICSI-punctie

Licht bloedverlies na een follikelpunctie is normaal. Soms (1% kans) gebeurt het dat een van de prikgaatjes in de vagina na de punctie blijft bloeden. Dit is meestal te stelpen met een soort tampon en soms met een hechting. De kans op een inwendige bloeding is zeer klein. Als je last hebt van aanhoudende buikpijn of vaginaal bloedverlies kun je het beste contact opnemen met de kliniek.

Overstimulatie

Als je voor je vruchtbaarheidsbehandeling medicatie hebt gebruikt om eicelrijping te bevorderen, dan bestaat er een kleine kans (2%) dat je Ovarieel Hyperstimulatie Syndroom (kort OHSS) ontwikkelt. Dit is een potentieel gevaarlijke complicatie. De klachten beginnen in de eerste 10 dagen na de eicelpunctie en kunnen in geval van zwangerschap soms weken aanhouden. Je herkent een dreigende overstimulatie aan de volgende signalen:

  • opgezette buik
  • buikpijn
  • misselijkheid of braken
  • sterke gewichtstoename
  • kortademigheid
  • duizelingen

Herken je bovenstaande signalen? Lees dan beslist deze aanvullende informatie en neem altijd contact op met de kliniek waar je behandeling plaatsvond.

Infectie bij het kweken van embryo’s

Ondanks strikte hygiënische maatregelen in het laboratorium is er bij IVF en ICSI een kleine kans (minder dan 1%) dat er een infectie optreedt in het kweekschaaltje of in het kweekmedium waarin de embryo’s zitten. Hierdoor worden de embryo’s onbruikbaar voor een eventuele plaatsing.

Eicelbeschadiging bij ICSI

Bij IVF worden de zaadcellen alleen toegevoegd in het schaaltje waarin de eicel zit. Maar bij ICSI wordt de zaadcel met een dunne pipet direct in de eicel gebracht. Niet alle eicellen blijken geschikt voor de ICSI-procedure. Ondanks een technisch juiste uitvoering van de ICSI treedt bij ongeveer 10% van de eicellen beschadiging op, waardoor een verdere ontwikkeling niet goed verloopt. Deze embryo’s zijn niet meer geschikt voor een transfer.

Foute handelingen in het laboratorium

Het komt gelukkig weinig voor, maar waar mensen werken kunnen fouten worden gemaakt. Hoewel er in de fertiliteitslaboratoria nauwgezette protocollen zijn, is een menselijke fout niet uit te sluiten. De gemaakte fouten worden gemeld aan TRIP. De TRIP-rapporten zijn openbaar. Freya gaat met de beroepsgroep in gesprek over hoe de foutrapportage leidt tot verbeteringen.

Allergische reactie op de medicatie

Bij alle soorten medicatie die geïnjecteerd wordt, kunnen lichte huidreacties optreden (roodheid, gevoeligheid, zwelling of jeuk). Het is wel belangrijk dit aan je arts te melden. Soms kan overstappen op een ander middel je klachten wegnemen. Ernstige allergische reacties komen zelden voor.
Als je weet dat je overgevoelig bent voor bepaalde antibiotica of pijnstillers, is het belangrijk dit vóór de start van de behandeling door te geven aan je arts, zodat hiermee rekening gehouden kan worden.

Miskraam (missed abortion)

Als je eenmaal zwanger bent, bestaat de eerste tijd nog risico op een miskraam. We spreken van een miskraam tot 16 weken zwangerschap. De medische term hiervoor is ‘spontane abortus’. Een missed abortion is een miskraam waarbij het vruchtje niet meer leeft, maar de hormoonwaarden niet dalen en het embryo niet afgestoten wordt. Bij een IVF- en ICSI-zwangerschap is de kans op een miskraam verhoogd. Bij spontane zwangerschappen ligt de kans rond de 15%, na IVF en ICSI gemiddeld ongeveer 20 tot 25%.

Deze hogere kans kan deels te maken hebben met de hogere leeftijd van vrouwen die IVF of ICSI krijgen. Ook speelt mee dat er meestal snel een zwangerschapstest gedaan wordt. Voor een deel is hierbij alleen sprake van een positieve zwangerschapstest en wordt nooit hartactie op de echo gezien, voor een deel betreft dit miskramen nadat een vitale zwangerschap werd vastgesteld. Na de miskraamperiode, die 14 weken na de punctie eindigt, loopt nog maar een enkele zwangerschap mis.

In het eerste deel van de zwangerschap treedt vaak bloedverlies op; ook als er geen miskraam dreigt. Het is raadzaam altijd contact op te nemen met de IVF-kliniek bij bloedverlies.

Buitenbaarmoederlijke zwangerschap

Ondanks een zorgvuldige embryotransfer waarbij het embryo in de baarmoeder wordt geplaatst, kan het toch voorkomen dat een embryo buiten de baarmoeder terechtkomt en zich daar innestelt en verder ontwikkelt. De kans op zo’n extra-uteriene graviditeit (kortweg EUG genoemd) ligt tussen de 3 en 8%. Meestal zit een buitenbaarmoederlijke zwangerschap in de eileider, maar dit kan ook op andere plaatsen. Dit is een gevaarlijke situatie omdat het embryo geen ruimte heeft om te groeien en de eileider kan barsten. Dit kan acuut veel bloedverlies geven.

Meerlingzwangerschap

Door rijping van meer dan één eicel bij inseminatie (IUI) of door embryotransfer met meer dan één embryo bij IVF en ICSI, bestaat er bij vruchtbaarheidsbehandelingen een grotere kans op een twee- of meerling. Misschien denk je bij een meerlingzwangerschap “Dat lijkt me fijn, want dan heb ik meteen twee kinderen voor de prijs van één”. Maar een meerlingzwangerschap brengt wel extra risico’s met zich mee. Daarom wordt bij IVF en ICSI steeds vaker slechts één embryo teruggeplaatst. Bij IUI kun je het advies krijgen om niet te vrijen als er te veel eicellen in de eierstok rijpen. Ook kan een IUI-poging met te veel eicellen worden omgezet in een IVF-poging.

De risico’s voor de kinderen zijn vroeggeboorte en een laag geboortegewicht. Hierdoor kunnen de baby’s diverse problemen krijgen na de geboorte, zoals:

  • ademhalingsmoeilijkheden
  • hersenbeschadiging
  • infectie
  • oogafwijkingen
  • darmproblemen
  • ernstige handicap
  • sterfte

Ook de moeder loopt meer risico tijdens een meerlingzwangerschap, er bestaat meer kans op:

  • hoge bloeddruk
  • zwangerschapssuikerziekte
  • bloedverlies tijdens de zwangerschap
  • advies om bedrust te houden
  • opname in het ziekenhuis
  • ineffectieve weeënactiviteit
  • liggingsafwijkingen (met name bij de geboorte van de tweede van de tweeling)
  • een keizersnede
  • nabloedingen

Niet alleen het ‘dragen’ van een meerlingzwangerschap en de bevalling is een hele belasting, het daarna grootbrengen van de meerling is dat ook, zowel op sociaal als financieel vlak. Lees ook onze brochure ‘Vruchtbaarheidsbehandelingen en meerlingen‘ .

Kans op kanker

De vraag of een vruchtbaarheidsbehandeling de kans op kanker vergroot houdt artsen, wetenschappers en patiënten bezig. Voor zover nu duidelijk is, is de kans op kanker op de korte termijn niet vergroot. In Nederland loopt er al jarenlang een groot onderzoek naar de relatie tussen ivf en (gynaecologische) kanker op de lange termijn. Dit heet het OMEGA-onderzoek.

OMEGA onderzoek: Eierstokkanker

Onderzoekers Prof. dr. Floor van Leeuwen, epidemioloog van het Nederlands Kanker Instituut en Prof. dr. Curt Burger, gynaecoloog van het Erasmus MC in Rotterdam hebben samen met alle IVF-centra in Nederland onderzocht of vrouwen die een IVF-behandeling hebben ondergaan meer risico lopen op het ontwikkelen van eierstoktumoren dan vrouwen met vruchtbaarheidsproblemen die geen IVF-behandeling hebben ondergaan. De resultaten van dit onderzoek zijn op 27 oktober 2011 gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Human Reproduction.

Uit het onderzoek bleek dat het risico op het ontwikkelen van kwaadaardige tumoren van de eierstok na IVF-behandeling niet duidelijk verhoogd is. Vrouwen die een IVF-behandeling hebben ondergaan hebben wel een verhoogd risico op een zogenaamde borderline tumor van de eierstokken. Dit is een tumor die op het grensvlak ligt van een goedaardige en kwaadaardige tumor; over het algemeen is deze goed te behandelen. Doordat deze tumorsoort in de algemene bevolking weinig voorkomt, is de kans dat een vrouw na IVF een borderline eierstoktumor ontwikkelt zeer klein. In Nederland is het risico om voor het 55e jaar een borderline tumor van de eierstokken te krijgen zo’n 0.1%; na IVF-behandeling werd in het onderzoek een risico van 0.35% gevonden.

De onderzoekers hadden verwacht dat een groter aantal IVF-behandelingen (meer hormonen en puncties) met een hoger risico gepaard zou gaan, maar dit werd in dit onderzoek niet gevonden. Omdat de groep onderzochte vrouwen nog niet de leeftijd bereikt had waarop eierstokkanker het meest voorkomt (boven de 50 jaar) en omdat het aantal deelnemende vrouwen dat meerdere IVF-behandelingen heeft ondergaan relatief beperkt was, is voor het trekken van definitieve conclusies verder onderzoek nodig.
Het vervolg van het OMEGA onderzoek richt zich op uitbreiding van het onderzoek naar alle vrouwen die in de periode 1995-2000 met IVF- of andere vruchtbaarheidsbehandelingen zijn behandeld. Ook wordt nagegaan hoe het verder gaat met de gezondheid van de vrouwen die met het eerste onderzoek meededen.

OMEGA onderzoek: Borstkanker

In 2016 zijn weer resultaten gepubliceerd van de Omega studie, dit keer over borstkanker. De conclusie is dat vrouwen die in het verleden een in vitro fertilisatie (IVF) behandeling hebben ondergaan, niet meer risico lopen op het ontwikkelen van borstkanker dan andere vrouwen. Ook niet op de lange termijn (meer dan 20 jaar).

Dit blijkt uit onderzoek van dr. Sandra van den Belt-Dusebout (Antoni van Leeuwenhoek), dat onder leiding van epidemioloog prof. dr. Floor van Leeuwen  (Antoni van Leeuwenhoek) en gynaecoloog prof. dr. Curt Burger (Erasmus MC) is uitgevoerd in samenwerking met alle 12 IVF-klinieken in Nederland.
De resultaten van het onderzoek zijn op 19 juni gepubliceerd in het vooraanstaande wetenschappelijke tijdschrift JAMA. Het onderzoek maakt deel uit van een grotere landelijke studie, het Omega onderzoek. Dit project richt zich op de mogelijke lange termijn gezondheidsproblemen na IVF behandelingen. Aan het project nemen meer dan 25.000 vrouwen deel die in de periode 1980-1994 een vruchtbaarheidsbehandeling ondergingen.

Hormonen
Het onderzoek naar het borstkankerrisico werd uitgevoerd vanuit het idee dat de blootstelling aan grote hoeveelheden hormonen bij IVF behandelingen mogelijk een hogere kans op borstkanker geeft. Maar dat werd in dit onderzoek niet gevonden. Er werd zelfs een lager risico gevonden na meer dan zes IVF behandelingen.  Daarnaast hadden vrouwen met een lage eicelopbrengst na de hormoonstimulatie die bij IVF plaatsvindt een lagere kans op borstkanker dan vrouwen die na de hormoonbehandeling een normale eicelopbrengst hadden. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat vrouwen die meer IVF behandelingen hebben ondergaan én vrouwen met een lage eicelopbrengst vaak wat eerder in de overgang komen. Een vroege overgang verlaagt het risico op borstkanker.

Vervolgonderzoek langetermijnrisico
Het soort hormoonstimulatie dat bij IVF wordt gegeven is in de loop der jaren wat veranderd. Daarom is niet duidelijk of de resultaten van dit onderzoek ook gelden voor IVF behandelingen die plaatsvonden vanaf 1995. Daarnaast hadden veel van de in de huidige studie onderzochte vrouwen de overgang nog niet bereikt. Voor het trekken van conclusies over langetermijnrisico op borstkanker met de huidige hormoonbehandelingen en ná de overgang is dus ook verder onderzoek nodig.

Het Antoni van Leeuwenhoek en het Erasmus MC zijn al bezig met deze vervolgstudie, met financiële steun van KWF Kankerbestrijding. In dit vervolg van het OMEGA onderzoek is de huidige dataset uitgebreid met gegevens van vrouwen die in de periode 1995-2000 met IVF of andere vruchtbaarheidsbehandelingen zijn behandeld. Ook hierbij waren weer alle Nederlandse IVF-klinieken betrokken.

Eerder in de overgang?

Een vrouw wordt geboren met de voorraad eicellen waar ze haar hele leven mee moet doen. Daardoor wordt wel eens gedacht dat je door vruchtbaarheidsbehandelingen vervroegd in de overgang komt, omdat tijdens zo’n behandeling immers meerdere eitjes tegelijk rijpen door toediening van hormonen. Maar dat idee klopt niet.

Ook in een spontane cyclus groeien altijd meerdere eitjes tegelijk, alleen komt er dan slechts één tot volledige rijping. De andere eicellen die zijn gaan groeien, sterven af in de eierstok.

Wil je meer lezen?