Gezondheid van kunstmatig verwekte kinderen

Als je vruchtbaarheidsbehandelingen ondergaat, hoop je natuurlijk dat je een kindje krijgt. Hoe is het gesteld met de gezondheid van kinderen die verwekt zijn via een vruchtbaarheidsbehandeling?

Zijn er risico’s voor het kind?

Het allereerste IVF-kind werd in 1978 geboren in het Verenigd Koninkrijk. Ze heet Louise Brown, is kerngezond en heeft zelf twee kinderen gekregen met een spontane zwangerschap. In 1983 werd het eerste Nederlandse IVF-kind geboren. Sindsdien zijn er naar schatting zo’n vijf miljoen IVF- en ICSI-kinderen ter wereld gekomen.

Bij vruchtbaarheidsbehandelingen worden hormonen gebruikt, de bevruchting vindt buiten het lichaam plaats en de eerste celdelingen gebeuren in het laboratorium. Daarnaast is het mogelijk om embryo’s in te vriezen. Bij al deze technieken is het denkbaar dat er mogelijke risico’s bestaan voor de gezondheid van het kind.

De meeste IVF-en ICSI-kinderen zijn gezond

In het algemeen blijken kunstmatig verwekte kinderen net zo gezond als op spontaan verwekte kinderen. Er is wel een klein risico op mogelijke effecten op de lichamelijke gezondheid. Het is niet met zekerheid te zeggen of dit door de vruchtbaarheidsbehandelingen komt.

Studies onderzocht

In de loop der jaren zijn er diverse studies geweest naar de gezondheid van kinderen die door middel van een IVF- of ICSI-behandeling ter wereld zijn gekomen.

Freya heeft in 2009 een studie laten uitvoeren door het Kennispunt Bètawetenschappen van de Universiteit Utrecht naar de lichamelijke gezondheid van kinderen die zijn geboren na IVF, ICSI en cryopreservatie (invriezen van embryo’s). In dit onderzoek zijn op dat moment bestaande nationale en internationale onderzoeken naar de gezondheid van deze kinderen geanalyseerd door Dianne Hamerpagt en Miranda Overbeek. Zij hebben het onderzoek uitgevoerd als onderdeel van de master ‘Research and development in Science Education‘. Deze master richt zich op wetenschapseducatie en -communicatie en de auteurs hebben een biomedische achtergrond.

IVF-kinderen: wat is bekend over de risico’s?

Bij kinderen die ontstaan zijn na een IVF-behandeling is er een verhoogde kans op vroeggeboorte, laag geboortegewicht, en een kleinere lengte bij de geboorte. De kans op een opname op de neonatale intensive care is daardoor ook groter. Verder is de kans dat een IVF-kindje sterft in de tweede helft van de zwangerschap, rondom de geboorte of kort na de geboorte iets verhoogd. Eenlingen die via IVF verwekt zijn hebben dus een grotere kans op deze risico’s, in vergelijking met spontaan verwekte eenlingen. Meerlingen hebben altijd een verhoogd risico op de genoemde effecten, ongeacht of ze via IVF of spontaan ontstaan zijn.

Sommige studies rapporteren dat IVF-kinderen meer (chronische) ziekten hebben, terwijl andere studies dit niet hebben gevonden. Ook wordt een verhoogde kans op aangeboren afwijkingen genoemd, maar dit is niet eenduidig. Er zijn meerdere studies die beschrijven dat IVF-kinderen een hoger risico hebben op cerebrale (grote hersenen) verlamming, maar dit hangt direct samen met het vaker optreden van een vroeggeboorte. Verder hebben de meeste studies geen vertraging van de ontwikkeling en kennisverwerving gevonden bij IVF-kinderen.

Er zijn verschillende onderzoeken geweest naar het voorkomen van kanker bij kinderen die via IVF of ICSI verwekt zijn. In een paar kleine studies werden bijvoorbeeld een verhoogde kans op neuroblastoma (tumor in het zenuwstelsel) en retinoblastoma (oogtumor) gevonden. Deze risico’s zijn niet teruggevonden in grote studies. Eén studie heeft een verhoogd risico op epilepsie aangetoond bij kinderen die via IVF of ICSI zijn verwekt, maar waarschijnlijk spelen hierbij voornamelijk erfelijke factoren een rol.

Er is een aantal studies gedaan bij 8- tot 18-jarige jongeren die verwekt zijn via IVF. Hieruit kwam naar voren dat deze jongeren gemiddeld een andere vetverdeling, een licht verhoogde bloeddruk en hogere glucoseconcentraties na vasten hebben dan op natuurlijke wijze verwekte jongeren. De insulineconcentraties na vasten daarentegen zijn niet anders dan bij spontaan verwekte kinderen. Ook zijn er geen verschillen in samenstelling van de botten. De puberale ontwikkeling van IVF-kinderen is niet anders dan normaal. De menstruatiecycli van de meisjes zijn normaal.

Eén onderzoek naar de oudste IVF-generatie (tot 30 jaar) uit de Verenigde Staten concludeert dat de jongvolwassenen gezond lijken. Nog geen van deze jongvolwassenen had op het moment van het onderzoek geprobeerd zwanger te raken. Dus over de vruchtbaarheid van de IVF-generatie kunnen nog geen uitspraken gedaan kunnen worden.

Een aantal van de effecten op de lichamelijke gezondheid van IVF-kinderen kan verklaard worden door de vroeggeboorte en de daarmee samenhangende effecten. Verder zouden aspecten uit de IVF-behandeling, het vanishing twin syndroom, subfertiliteit van de ouders, en leeftijd en pariteit (aantal kinderen dat een vrouw gebaard heeft) van de moeders een rol kunnen spelen.

ICSI-kinderen: wat is bekend over de risico’s?

Bij kinderen die ontstaan zijn na een ICSI-behandeling zijn de risico’s op vroeggeboorte, lager geboortegewicht of bij de geboorte kleiner in lengte zijn, verhoogd in vergelijking met een spontaan verwekte zwangerschap. Of er een verschil is tussen een IVF- en een ICSI-kind voor deze risico’s werd niet eenduidig duidelijk uit de onderzoeken. Mogelijk is er een verhoogd risico op een miskraam tijdens een ICSI-zwangerschap. Perinatale sterfte (het kindje overlijdt vlak voor of na de geboorte) komt in vergelijkbare mate voor bij IVF- en ICSI-zwangerschappen. Over de opname op de neonatale intensive care is er wat betreft kinderen verwekt via ICSI nog geen specifieke informatie beschikbaar.

Een aantal onderzoeken geeft aan dat ICSI mogelijk een verhoogd risico op aangeboren afwijkingen geeft. Dit betreft met name hypospadie (dit is een afwijking waarbij de plasbuis op een abnormale plek in de penis uitmondt).  ICSI-kinderen hebben een licht verhoogd risico op chromosomale afwijkingen. Of de ICSI-behandeling bijdraagt aan chromosomale afwijkingen is nog niet bekend. De oorzaak kan ook bij de ouders liggen. Zowel bij IVF als bij ICSI is er een zeer klein risico op een inprentingziekte bij kinderen die met behulp van deze methoden zijn verwekt. Voorbeelden hiervan zijn het Beckwith-Wiedemann en Angelman syndroom, deze syndromen zijn echter zeer zeldzaam.

De motoriek van ICSI-kinderen tot de leeftijd van 10 jaar verschilt niet in vergelijking met spontaan verwekte kinderen. ICSI-kinderen vertonen tot een leeftijd van 12 jaar geen verschil in groei met kinderen die via IVF of op natuurlijke wijze verwekt zijn. Een onderzoek waarbij gekeken werd naar ICSI-kinderen die tussen de 4,5 en 5,5 jaar oud zijn, toonde aan dat er mogelijk een verhoogd risico is op kinderziekten, ziekenhuisbezoek, medische therapie en operaties (vooral aan het urogenitaalstelsel; stelsel van organen voor urineproductie en voortplanting). Eén studie heeft een verhoogd risico op epilepsie aangetoond bij kinderen die via IVF/ICSI zijn verwekt, maar waarschijnlijk spelen hierbij voornamelijk erfelijke factoren een rol. Mogelijk hebben ICSI-kinderen ook meer kans op een verhoogde bloeddruk.

Een onderzoek naar de vruchtbaarheidsontwikkeling van jongens verwekt via ICSI tot 9 jaar oud toont aan dat deze jongens een normale groei en ontwikkeling van de geslachtsorganen hebben. De hormonen die een aanduiding zijn voor de mogelijke latere spermakwaliteit bij de ICSI- jongens zijn vergelijkbaar met die van jongens die op natuurlijke wijze verwekt zijn. Wanneer de vader een verminderde spermakwaliteit heeft, leidt dit bij de ICSI-zoon niet tot verstoringen in de hormonen die een aanduiding geven voor zijn latere spermakwaliteit.

De effecten van de ICSI-behandeling kunnen voor een deel verklaard worden door de effecten die aangetoond zijn bij de IVF-behandeling. Effecten op de lichamelijke gezondheid van ICSI-kinderen kunnen daarom deels verklaard worden door zaken die ook bij IVF een rol spelen. Daarnaast kunnen ook aspecten uit de ICSI-behandeling zelf en erfelijke factoren een rol spelen.

Cryo-kinderen: wat is bekend over invriezen van embryo’s?

Zowel bij IVF- als bij ICSI-behandelingen worden embryo’s ingevroren die niet direct teruggeplaatst worden. We noemen dit cryopreservatie. Er lijken positieve effecten te zijn van cryopreservatie, in vergelijking met het plaatsen van verse embryo’s. Cryo-baby’s hebben minder last van de genoemde IVF- en ICSI-nadelen als vroeggeboorte, lager geboortegewicht of bij de geboorte kleiner in lengte zijn. Dit zou samen kunnen hangen met het feit dat de embryo’s geplaatst kunnen worden in een natuurlijke of minimaal gestimuleerde cyclus.

Maar er is ook een aantal negatieve uitkomsten gevonden na cryopreservatie in vergelijking met vers geplaatste embryo’s, zoals meer kans op miskramen en aangeboren afwijkingen. Dit zou samen kunnen hangen met de cryopreservatietechniek zelf of doordat kwalitatief minder goede embryo’s (in vergelijking met de embryo’s die direct geplaatst worden) overblijven om ingevroren te worden.

Echter, de effecten van cryopreservatie zijn niet eenduidig, omdat studies ook vaak geen duidelijke verschillen vinden of elkaar tegenspreken. Er is overigens geen verschil gevonden tussen cryo-embryo’s en vers geplaatste embryo’s voor wat betreft het aantal doodgeboren kinderen, het voorkomen van abnormale karyogrammen (chromosomen), groei, chronische ziekten en cerebrale (grote hersenen) verlamming.

Tot slot

Als je een IVF-of ICSI-behandeling overweegt, is het van belang om op de hoogte te zijn van de mogelijke risico’s voor het zo gewenste kindje. Realiseer je dat meerlingen altijd hogere risico’s op complicaties hebben dan eenlingen. Dat is de reden dat artsen je liever een meerlingzwangerschap besparen.

Het is ook belangrijk om te weten dat de hierboven beschreven risico’s voor kinderen die verwekt zijn met vruchtbaarheidsbehandelingen relatief klein zijn.

Wees je bewust van het feit dat onderzoek naar de effecten van IVF en aanverwante behandelingen nog in de kinderschoenen staat. Bovendien gaat het soms over te kleine aantallen kinderen in zo’n onderzoek om er écht iets zinnigs over te zeggen. Met enige regelmaat komen alarmerende berichten in de media over de veiligheid van vruchtbaarheidsbehandelingen. Helaas is deze berichtgeving niet altijd evenwichtig. Het vertalen van wetenschappelijke onderzoeksresultaten is moeilijk en leidt snel tot voorbarige conclusies.

Er lopen nog diverse lange-termijnstudies in ziekenhuizen naar de gevolgen van de verschillende vruchtbaarheidsbehandelingen voor de kinderen.

Het volledige (literatuur)onderzoek dat Freya liet uitvoeren is hier na te lezen.

Wil je meer lezen?