Afgesloten eileiders

Open eileiders zijn nodig om zaadcellen vanuit de vagina en de baarmoeder naar de eierstok te vervoeren, en een eventueel bevruchte eicel weer naar de baarmoeder terug. Met twee afgesloten eileiders is het onmogelijk om spontaan zwanger te raken.

De diagnose

Als er aanleiding bestaat om te denken dat je eileiders niet doorgankelijk zijn, wordt een diagnostische laparoscopie (kijkoperatie) of een röntgen-contrastfoto (HSG) gemaakt. De eileiders kunnen afgesloten zijn als gevolg van een ontsteking in het verleden, een eerdere buikoperatie, endometriose of verklevingen. Een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) kan de oorzaak zijn van een eileiderontsteking. Als beide eileiders afgesloten zijn, is medische hulp nodig om zwanger te worden. Is er maar één eileider open, dan is de kans op een spontane zwangerschap verminderd maar zeker niet uitgesloten.

Een hydrosalpinx

Een speciale vorm van een afgesloten eileider is een hydrosalpinx. Dit noemen ze ook wel vochtophoping in de eileider. Er verzamelt zich dan vocht (hydro = vocht) in de eileider (salpinx = eileider). Meestal zijn er geen klachten; een hydrosalpinx veroorzaakt zelden pijn. Een (bevruchte) eicel kan echter niet door de aangedane eileider naar de baarmoeder. De arts stelt een hydrosalpinx vast tijdens een diagnostische laparoscopie. De gynaecoloog beoordeelt of het verstandig is de hydrosalpinx te verwijderen of te openen en tevens kijkt hij/zij hoe de andere eileider eruitziet. Is deze nog goed, dan is een spontane zwangerschap nog mogelijk. Je kunt dan kiezen of je de hydrosalpinx weg laat halen of niet. Is de andere eileider ook beschadigd, dan kan de arts proberen de hydrosalpinx te openen. Voor het openen van een hydrosalpinx kan op een ander tijdstip een laparoscopische operatie of een grotere buikoperatie noodzakelijk zijn.
Het openen van een hydrosalpinx geeft geen garantie op een verbetering in de vruchtbaarheid.

Wat is een HSG?

Een Hysterosalpingografie (HSG) is een poliklinisch onderzoek van de baarmoederholte en de eileiders. Met dit röntgenonderzoek kan de doorgankelijkheid van je eileiders met vrij grote zekerheid vastgesteld worden. Ook kunnen afwijkingen aan je baarmoederholte aan het licht komen. Om de baarmoeder en eileiders met röntgenstralen zichtbaar te maken, wordt een röntgencontrastmiddel in de baarmoederholte gespoten. De arts ziet op het beeldscherm of de vloeistof goed door je baarmoeder en eileiders loopt en in de buikholte terecht komt. Als een eileider dicht zit, stopt de vloeistof op dat punt.

Goed om te weten als je een HSG krijgt

Een HSG zelf kan pijnlijk zijn, daarom is het een goed idee om van tevoren wat pijnstillers te slikken. Niet iedereen vindt het pijnlijk, het verschilt van persoon tot persoon. De vloeistof die de buikholte ingelopen is wordt gewoon afgebroken door het lichaam, dit geeft meestal geen klachten. Na het onderzoek kun je soms wat licht bloedverlies en buikpijn hebben. Dit is normaal en gaat als het goed is vanzelf over. Het contrastmiddel bevat jodium. Bij overgevoeligheid voor jodium kan er geen HSG worden gemaakt.

Wat is een diagnostische laparoscopie?

Een diagnostische laparoscopie is een kijkoperatie waarbij de gynaecoloog de buikholte en de organen die daarin liggen onderzoekt. Bij een laparoscopie ziet de arts de eileiders en eierstokken, evenals het bovenste deel van de baarmoeder. Baarmoeder, eileiders en eierstokken liggen niet los in de buik, maar zitten met bindweefselbanden vast onder in het bekken. Een normale baarmoeder heeft de vorm en grootte van een peer. Aan de brede bovenkant monden twee eileiders in de baarmoeder uit. Deze dunne, soepele buisjes, die zo’n 8-10 cm lang zijn, beginnen bij de baarmoeder en eindigen bij de eierstokken. Normale eierstokken zijn ongeveer 3 cm groot.

De gynaecoloog beoordeelt hoe de eileiders eruit zien en of ze open of afgesloten zijn. Daarvoor wordt tijdens de laparoscopie via de vagina en de baarmoedermond met een katheter een blauwe vloeistof in de baarmoeder gespoten. Als deze blauwe kleurstof via de eileiders in de  buikholte komt, zijn de eileiders open.

Goed om te weten als je een laparoscopie krijgt

Een laparoscopie gebeurt onder algehele narcose tijdens een dagopname. De gynaecoloog maakt twee sneden van ongeveer 1 cm in de buik. De eerste snee wordt net onder de navel gemaakt. Met een holle naald wordt er koolzuurgas in de buik geblazen, waardoor er ruimte in de buikholte ontstaat. Dit is nodig om de buikholte goed te kunnen bekijken. Door dezelfde opening wordt daarna een kijkbuis (laparoscoop) ingebracht. De tweede snee wordt in de bovengrens van het schaamhaar gemaakt. Hierdoor worden andere instrumenten ingebracht. De gynaecoloog bekijkt de buikholte op een monitor.

Na de ingreep ga je naar de verpleegafdeling. Je krijgt pijnstillers toegediend als dat nodig is. Je kunt na de operatie last van buikpijn krijgen en soms ook schouderpijn als gevolg van het koolzuurgas. Voordat je naar huis gaat bespreekt de gynaecoloog zijn bevindingen met je. Later volgt nog een controle op de polikliniek.

Niet ontharen: Vanaf 7 dagen vóór de operatie mag je de schaamstreek niet meer zelf ontharen met een tondeuse, scheermesje of ontharingscrème. Hiermee vergroot je namelijk het risico op infecties na de operatie. Als de arts vindt dat in jouw situatie (een deel van) het schaamhaar toch geschoren moet worden, dan doet de operatieassistent dit vlak voor de operatie met een speciale tondeuse.

Hoewel het weinig voorkomt, is er een kleine kans op complicaties bij een diagnostische laparoscopie:

  • Soms ontstaat er een nabloeding in de buikwand of in de vagina. Dit wordt meestal door het lichaam zelf gestopt, maar bij een ernstige nabloeding kan een tweede operatie nodig zijn.
  • Er is een klein risico op het ontstaan van een infectie aan de wondjes.
  • Er is een kleine kans op trombose.
  • Elke narcose brengt risico’s met zich mee. Als je gezond bent zijn deze risico’s zeer klein.
  • In zeldzame gevallen kunnen tijdens de operatie organen of weefsels beschadigd raken, zoals de urinewegen of de darmen. Soms is dit pas merkbaar na de operatie. Hierdoor duurt het herstel langer, maar de beschadigingen zijn goed te behandelen.

Mijn eileiders zijn dicht. Wat nu?

Bij één afgesloten eileider is de vruchtbaarheid verminderd, maar is er veelal nog voldoende kans om spontaan zwanger te raken. Dit hangt mede af van de overige omstandigheden, zoals de leeftijd van de vrouw en kwaliteit van het zaad.

Als beide eileiders dicht zitten, stelt de arts soms een vruchtbaarheidsbevorderende operatie voor, waarbij verklevingen kunnen worden weggehaald. Vaker zal je IVF aangeboden krijgen als behandeloptie.

Wil je meer lezen?