Verminderde zaadkwaliteit

Als onderdeel van het Oriënterend Fertiliteitsonderzoek (OFO) wordt de spermakwaliteit onderzocht. Hier kan uitkomen dat de zaadkwaliteit verminderd is. Er kan sprake zijn van afwijkingen in de hoeveelheid, de vorm en/of de beweeglijkheid van de zaadcellen.

Het zaadonderzoek

Wanneer de arts een zaadonderzoek laat uitvoeren, moet de man klaarkomen en het sperma opvangen in een steriel potje. Het potje ontvang je in de meeste gevallen van de arts. Is dit niet het geval, dan kun je er één halen bij de apotheek. Het is belangrijk dat het sperma zo snel mogelijk, maar zeker binnen een uur, op het laboratorium wordt ingeleverd voor onderzoek. Zorg ervoor dat het potje tijdens eventueel transport niet te koud wordt. Je kunt het potje bijvoorbeeld op je huid dragen waardoor het warm blijft.

Bij een afwijkende uitslag moet het zaadonderzoek altijd eerst nog eens herhaald worden na 2 tot 3 maanden. Aan één enkele slechte uitslag mogen geen conclusies worden verbonden omdat de kwaliteit van het zaad kan variëren.

Verminderde zaadkwaliteit

Een afwijkende uitslag van de zaadkwaliteit kan het gevolg zijn van koorts, medicatiegebruik (bijvoorbeeld ACE-remmers, tricyclische antidepressiva en anti-epileptica), hormonale preparaten (zoals anabole steroïden, antiandrogenen, progestagenen, oestrogenen), drugs (cannabis), chemotherapie, radioactieve straling, bestrijdingsmiddelen (pesticiden), oplosmiddelen, zware metalen of lasdampen.

Als de afwijkende uitslag van het zaadonderzoek niet is veroorzaakt door bovengenoemde zaken, wordt verder gekeken naar mogelijke afwijkingen bij de man. Dan wordt onder andere gekeken wordt naar zijn lichaamsbouw, BMI, aanwezigheid van borstvorming en het beharingspatroon. De zaadballen worden onderzocht op inhoud en aanwezigheid van (overmaat aan) bloedvaten, varicocèle genoemd.

Wat de diagnose met jou, met jullie doet

Verminderde zaadkwaliteit is een medisch gegeven waar je in de meeste gevallen niets aan kunt doen. De boodschap kan hard aankomen. Mannen die deze diagnose krijgen, kunnen een  gevoel van minderwaardigheid krijgen. Dit is onterecht.

Praat erover

Door de jaren heen hebben we bij Freya ervaren dat vrouwen ‘makkelijker’ met anderen praten over het fertiliteitstraject dan mannen. Terwijl ook de mannen natuurlijk het verdriet, de onzekerheid en de machteloosheid voelen. De diagnose verminderde zaadkwaliteit, kan ook bij mannen de nodige emoties oproepen. Spreek de gevoelens die je hebt naar elkaar toe uit. Bespreek je angsten en onzekerheden.

De cijfers

De door de WHO (Wereld Gezondheidsorganisatie) gebruikte afkappunten voor normospermie zijn:

  • volume > 1,5 ml
  • concentratie > 15 x 106 zaadcellen/ml
  • totaal aantal spermatozoa per ejaculaat > 39 x 106 zaadcellen
  • motiliteit > 32% progressieve motiele zaadcellen (graad A en B)
  • totale motiliteit (progressief en non-progressief) > 40%
  • morfologie >4% zaadcellen met een normale morfologie
  • Azoöspermie = volledige afwezigheid van zaadcellen in het ejaculaat
  • VCM; totaal aantal bewegende zaadcellen per ejaculaat. Dit is te berekenen door het Volume van het ejaculaat (V) te vermenigvuldigen met zaadcel concentratie (C) en met het percentage goed (type A en B) bewegende zaadcellen (M)
  • Extreme oligoasthenoteratozoöspermie (OAT) = VCM voor opwerken < 1 miljoen bewegende zaadcellen in het gehele ejaculaat
  • Matige oligoasthenoteratozoöspermie (OAT) = VCM voor opwerken 1‐3 miljoen bewegende zaadcellen in het gehele ejaculaat
  • Milde oligoasthenoteratozoöspermie (OAT) = VCM voor opwerken 3‐10 miljoen bewegende zaadcellen in het gehele ejaculaat

Wil je meer lezen?