Zelfinseminatie

De informatie in deze brochure wordt momenteel geactualiseerd.

Zelfinseminatie
BROCHURE NR. 23

Inleiding

Voor paren/vrouwen die kunstmatige inseminatie met donorzaad overwegen en zelf een donor hebben, kan zelfinseminatie een goede optie zijn.

Zelfinseminatie kan thuis worden uitgevoerd en is zonder tussenkomst van het ‘medische circuit’ uit te voeren. Voordat u met zelfinseminatie start is het belangrijk om iets van de benodigdheden voor een bevruchting af te weten. U wilt immers geen kansloze pogingen ondernemen.
In deze brochure wordt de technische procedure beschreven. Overwegingen om wel of niet met een bekende donor in zee te gaan kunt u lezen in onze brochure KID .

Het sperma

Een zaadlozing bevat ongeveer 2 á 3 cc vocht. In de eerste zaadlozing bevinden zich 200 á 300 miljoen zaadcellen. In een tweede zaadlozing binnen 4 tot 8 uur zitten er beduidend minder en in volgende lozingen kunnen zaadcellen geheel ontbreken. Als de donor dus enkele uren vóór zijn donatie een of meer zaadlozingen heeft gehad, kan het gedoneerde sperma van slechte kwaliteit zijn. Zaadcellen moeten op lichaamstemperatuur worden gehouden na de zaadlozing, om te waarborgen dat het sperma vruchtbaar blijft. Het mag niet warmer, maar ook niet kouder worden vervoerd anders is het na korte tijd onbruikbaar geworden. Een goede methode is het potje met het sperma dicht tegen een menselijk lichaam aan te vervoeren. Daar kan het gedurende korte tijd (max. 1 uur) goed bewaard blijven. De meest ideale situatie voor de bevruchting is dat de donor zijn sperma opvangt en dat het door de ontvangster onmiddellijk wordt gebruikt voor de inseminatie. Dit kan echter op gevoelsmatige bezwaren van zowel donor als ontvangster stuiten.

Na de inseminatie moeten de zaadcellen een weg van 12 tot 17 cm afleggen, van de baarmoedermond, via de baarmoederhals en de baarmoeder naar de eileiders, waar de bevruchting plaatsvindt. Voor deze weg hebben de zaadcellen ongeveer 5 minuten nodig. Zaadcellen behouden normaal gesproken gedurende ongeveer 48 uur tot soms wel 72 uur hun bevruchtend vermogen. Het transport van de zaadcellen wordt vergemakkelijkt door het baarmoederhalsslijm (cervixslijm) dat in de meest vruchtbare periode van de maand zeer ‘spermavriendelijk’ is.
In dit baarmoederhalsslijm ondergaan de zaadcellen een biochemische verandering. Dit is noodzakelijk om de eicel te kunnen bevruchten. Wanneer een zaadcel binnen de wolk steuncellen rondom de eicel treedt, vindt de zogenaamde acrosoomreactie plaats. Dit is een versmelting van membranen op de kop van de zaadcel, waardoor enzymen vrijkomen die nodig zijn om de buitenste wand van de eicel te doordringen. Met behulp van deze enzymen boort één zaadcel zich door de harde wand van de eicel. Door het versmelten van de mannelijke en de vrouwelijke kern ontstaat de zygote. Hieruit ontwikkelt zich het pré-embryo: het begin van menselijk leven.

De eicel

De voorraad eicellen van de vrouw bevindt zich in de eierstokken. Onder invloed van hormonen ontwikkelt zich elke maand in één van de eierstokken één rijpe eicel. Deze eicel bevindt zich in een eiblaasje (follikel) dat op een bepaald moment openspringt waarna de eicel wordt uitgestoten. Dit noemen we de eisprong. Het trechtervormige uiteinde van de eileiders (fimbriae) tast het oppervlak van de eierstok af om rijpe eicellen op te vangen. Direct na de eisprong bevindt het eitje zich in de buikholte, waarna het snel in de trechtervormige opening van de eileider wordt gestuwd met behulp van trilhaartjes op de trechterwand. Het eitje is ongeveer 0,13 millimeter in doorsnee – veel groter dan een zaadcel – wanneer het in de eileider belandt.
Vanaf dat moment kan de eicel gedurende tien tot twaalf uur – in sommige gevallen vierentwintig uur – bevrucht worden. Bevruchting vindt in de eileider plaats. Het eitje blijft zo’n drie tot vier dagen in de eileider, op weg naar de baarmoeder.
Tegelijk met het ontwikkelen van de eicel zorgen hormonen er voor dat het baarmoederslijmvlies wordt opgebouwd. Indien een eitje onbevrucht in de baarmoeder terechtkomt, zal de baarmoeder het baarmoederslijmvlies ongeveer een week daarna afstoten; er is sprake van een menstruatie. Komt er een bevrucht eitje in de baarmoeder terecht, dan zal dit zich trachten te nestelen in het baarmoederslijmvlies. Indien de innesteling goed gaat is er sprake van een zwangerschap. Lukt het innestelen niet, dan zal de baarmoeder het baarmoederslijmvlies en het bevruchte eitje ongeveer een week daarna afstoten en is er eveneens sprake van een menstruatie.

Leefregels

U kunt in principe alles doen wat u normaal ook zou doen, met twee uitzonderingen: roken en alcohol drinken. Als u bijvoorbeeld zo’n 15 sigaretten per dag rookt halveert u daarmee de kans op succes en hebt u 27 % meer kans op een miskraam. Stop dus met roken ruim voordat u aan een inseminatie begint. Drink liefst ook geen alcohol, want ook dit kan de kans op bevruchting beperken en het risico op miskramen vergroten.
Gebruik al voordat u start met uw poging om zwanger te worden foliumzuurtabletjes die u bij de apotheek of drogist kunt kopen. Hiermee vermindert u de kans op een kind met een ‘open ruggetje’ van twee op duizend naar één op duizend. U mag gewoon seks hebben, en klaarkomen. Sterker zelfs, het vrouwelijk orgasme heeft in deze een functie: tijdens het orgasme vinden peristaltische bewegingen van de baarmoeder en de eileiders plaats die in de eerste cyclushelft in de richting van de eicel gaan – dit vergemakkelijkt het spermatransport – en in de tweede cyclushelft in de richting van de baarmoeder – dit vergemakkelijkt het transport van de bevruchte eicel (het embryo). Er is dus niets op tegen om na de inseminatie klaar te komen.

Wanneer moet u insemineren?

Het is voor het bepalen van het inseminatietijdstip van belang om twee zaken in gedachten te houden

  • zaadcellen houden in de eileider 48 tot 72 uur hun bevruchtend vermogen
  • een eicel kan tot 10 á 12 uur ná de eisprong bevrucht worden

Als uw donor bereid is onbeperkt te doneren, kunt u – als u een regelmatige cyclus hebt van ongeveer 28 dagen – tussen de tiende en zeventiende dag 2 á 3 keer insemineren (om de twee tot drie dagen). De zaadcellen zullen binnen enkele minuten in de eileider aanwezig zijn en liggen daar als het ware te wachten op de komst van de eicel. Omdat de zaadcellen minimaal 48 uur hun bevruchtend vermogen behouden is bijna zeker dat er zaadcellen met bevruchtend vermogen in de eileider aanwezig zijn op het moment dat de eicel beschikbaar komt.

Een andere optie is om te timen, zodat u vlak vóór de eisprong kunt insemineren. De donor moet dan wel op het juiste moment beschikbaar zijn

Er zijn verschillende manieren om het moment van de eisprong te voorspellen.

Billings-test

Met de zgn ‘Billings- test’ kunt u zelf het dradentrekkend vermogen van het baarmoedermondslijm testen. Vlak voor de eisprong is het slijm sterk ‘dradentrekkend’, tot meer dan 10 á 15 cm. Helaas lukt het niet iedereen de test zelf uit te voeren, maar als het lukt is het meegenomen.

Ovulatietest

Aan de eisprong gaat een LH piek vooraf. LH is het Luteïniserend Hormoon dat zorgt voor de eisprong. Het makkelijkst is de LH piek met een z.g.n. ‘ovulatietest’ in de urine aan te tonen. Deze tests zijn bij de drogist verkrijgbaar. Zodra de test positief is, moet u diezelfde avond insemineren. Het gebruik van ovulatietesten kunt u afstemmen op uw temperatuurcurves. Begin wel ruim op tijd met de urinetesten!

Temperatuurcurve

Als u tevoren al enkele maanden tijd uw basale temperatuurcurve (BTC) hebt bijgehouden, heeft u een indicatie wanneer u doorgaans uw eisprong heeft. Voor een BTC moet u elke ochtend op hetzelfde tijdstip en vóórdat u uit bed komt, uw temperatuur rectaal opnemen en noteren. Na de eisprong – ongeveer in het midden van de cyclus – zal uw lichaamstemperatuur met ongeveer 0,5 ° stijgen.

Invriezen

In ziekenhuizen en bij spermabanken gebruikt men meestal ingevroren sperma. Invriezen geschiedt in rietjes, die met een soort was worden dichtgemaakt en die vervolgens in vloeibare stikstof worden gehangen. Voor het gebruik wordt een rietje uit de vloeibare stikstof gehaald; het sperma ontdooit in enkele minuten, het wasuiteinde wordt van het rietje geknipt en op een injectiespuit geschoven, waarna het rietje in de vagina wordt ingebracht en leeggespoten, dicht bij de baarmoedermond.

In enkele ziekenhuizen en/of spermabanken is men bereid tot het invriezen van zaad van een eigen donor ten behoeve van zelfinseminatie. Dit heeft als voordelen dat de donor minder wordt belast en dat het sperma op ziekten (bijv. op HIV) getest kan worden. Een voorwaarde is dat na het ontdooien het sperma zo spoedig mogelijk dient te worden geïnsemineerd. Wie er de voorkeur aan geeft thuis te insemineren kan gebruik maken van kleine containers vloeibare stikstof, waarin de rietjes enkele uren kunnen worden bewaard.
Een nadeel is dat het sperma iets aan kwaliteit verliest door het invriezen, dus de kans van slagen is kleiner.

Hoe moet u insemineren?

In de meeste gevallen is bij zelfinseminatie sprake van gebruik van ‘vers’ donorsperma. De meest eenvoudige manier van zelfinseminatie is wat sperma opzuigen in een rietje, bijvoorbeeld met behulp van een injectiespuit zonder naald; het rietje zo diep mogelijk in de vagina brengen en het sperma eruit spuiten. In plaats van een rietje kan een flexibel slangetje worden gebruikt; dit heeft als nadeel dat het moeilijker te ‘sturen’ is bij het inbrengen in de vagina.
Het verdient aanbeveling na een dergelijke inseminatie korte tijd te blijven liggen; een kwartiertje is voldoende om er zeker van te zijn dat veel spermacellen zijn doorgedrongen tot de eileider.

Een andere manier van zelfinseminatie is met gebruikmaking van een inseminatiecupje, dat is gemaakt van hard plastic. Er zit een slangetje aan met daarop een klemmetje. Op het einde van het slangetje past een dopje of een injectiespuit zonder naald. Het cupje zelf past op de baarmoedermond. Sommige vrouwen voelen zich onzeker bij inseminatie met een spuitje en vragen zich af of het zaad wel bij de baarmoedermond komt. In dat geval kan een cupje worden toegepast, hoewel er geen bewijs is van een betere werkzaamheid van het cupje.

Hoe gebruikt u het inseminatiecupje?

Met enig oefenen is het zelf in te brengen. Probeer eerst met de vinger de baarmoedermond te voelen en er helemaal omheen te gaan. Breng het cupje in met de open kant naar binnen gericht. Dit lukt het beste door met twee vingers tegen de achterwand van de vagina te drukken, richting anus. De achterwand van de vagina geeft goed mee en is niet gevoelig bij inbrengen. Als het cupje eenmaal door de opening heen is, zal het zich bijna altijd direct om de baarmoedermond vastzetten. Controleer dit door met de vingers rondom het cupje te voelen.

Als de baarmoedermond niet meer te voelen is kunt u ervan uitgaan dat het goed zit. Overigens is een dergelijke controle niet bij iedereen mogelijk, bijvoorbeeld als de baarmoedermond erg naar achteren ligt.

Haal hierna het dopje van het slangetje en zorg ervoor dat het klemmetje openstaat. Zet de lege spuit op het slangetje en zuig ongeveer 2 cc lucht op. Het cupje zuigt zich nu beter vast op de baarmoedermond. Maak dan het klemmetje dicht. Zuig het sperma in de spuit op en zet de spuit op het slangetje. Maak vervolgens het klemmetje weer open en spuit het sperma rustig door het slangetje naar binnen. Zet dan het klemmetje en het dopje weer op het slangetje, om teruglopen van het sperma tegen te gaan. Door het vacuüm dat is ontstaan zuigt de baarmoeder als het ware het sperma naar zich toe, en blijft het cupje op zijn plaats. U kunt dus direct opstaan.

Na een uurtje kunt u het cupje uit de vagina halen. Het vacuüm wordt opgeheven door met de spuit via het slangetje voorzichtig lucht in te spuiten, totdat het loskomt. Daarna kunt u door aan het slangetje te trekken, het cupje eruit halen. Lukt dit niet direct ga dan niet harder trekken, maar spuit iets meer lucht in en probeer het voorzichtig nog eens.

Het cupje hoeft niet steriel te zijn (de vagina en de baarmoedermond zijn dat per slot van rekening ook niet) maar het moet wel huishoudelijk schoon en droog bewaard worden. Spoel het cupje direct na gebruik om met lauw water, föhn het droog en bewaar het voor de volgende keer. Om infecties te voorkomen is het belangrijk het gebruik ervan strikt persoonlijk te houden.

Het cupje voorkomt teruglopen van sperma en schermt het sperma enigszins af van het zure milieu van de vagina. Volgens sommigen is dit een voordeel en wordt u op deze wijze sneller zwanger dan met een spuit. Het bewijs daarvoor is echter nooit geleverd. Iedere vrouw moet dus zelf uitmaken aan welke methode zij de voorkeur geeft.

Aanvullende informatie

Het inseminatiecupje is van hard plastic. Er zit een slangetje aan met daarop een klemmetje. Op het einde van het slangetje past een dopje of een injectiespuit zonder naald. Het cupje zelf past op de baarmoedermond. Met enig oefenen is het zelf in te brengen. De cupjes zijn er in drie maten: small, medium en large.

Volgens recentafbeelding inseminatiesetjee berichten zijn artsen geen voorstander meer van het gebruik van deze setjes. Ze geven soms problemen in het gebruik doordat het cupje zich te vast vacuüm zuigt op de baarmoedermond zodat het moeilijk te verwijderen is. En inseminatie via zo’n setje zou niet succesvoller zijn dan gewoon het gebruik van een plastic injectiespuitje (20 cc / zonder naald natuurlijk / verkrijgbaar bij de apotheek).

U kunt de verschillende soorten setjes of inseminatiecanules (soort plastic spuitje) verkrijgen via deze webwinkels: VisionMedical en ZI-shop.

Verder lezen

Boeken

  • Mariël Croon, Uitgeverij Thoeris
    • Titel: Vruchtbaarheid, tips voor kinderwensers, ISBN 90 808 113 35
    • Titel: Een gezonde baby, tips voor kinderwensers, ISBN 90 808 113 27
  • Mart Roegholt, Uit Onbekende Bron, dilemma’s rond spermadonorschap (2004) ISBN 90-6523-129-6
  • Caja Cazemier, KID kind (vanaf +/- 12 jaar), ISBN 90 269 9398 6
  • Mireille van Seggelen, Anouk Braakhuis, Wereldwondertje,
    http://www.mvscreations.nl/

Adressen

Freya
Postbus 620
4200 AP Gorinchem www.freya.nl
tel. 024 – 3010 350 secretariaat@freya.nl
Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting
CIBG Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg
Postbus 16077
2500 BB Den Haag
Secretaris Mevrouw drs. M. Biesot
E-mail m.biesot@minvws.nl
Telefoon 070 340 60 59
Website www.donorgegevens.nl

Dit is een uitgave van:

Freya, patiëntenvereniging voor vruchtbaarheidsproblematiek ©

september 2005

Laatste update 03-11-2008


Aan deze tekst kunnen geen rechten worden ontleend, tevens aanvaardt patiëntenvereniging Freya geen aansprakelijkheid indien regels door officiële instanties anders worden gehanteerd.