Laboratoriumwaarden

Wanneer er onderzoeken worden uitgevoerd naar vruchtbaarheid, worden er ook vaak waardes bepaald van diverse zaken. Het interpreteren en toelichten van deze gegevens is een taak van de arts. We geven op deze pagina wel enkele tabellen om – voor zover mogelijk – in algemene zin informatie te verstrekken over de laboratoriumwaarden.

Normaalwaarden laboratoriumonderzoek

In onderstaande tabel vind je een overzicht van normaalwaarden:

Stof Man Vrouw Eenheid
Anti Mullerse hormoon 5,1 / 9,1 1,0 – 12 µg/l
– postmenopauze < 0,1
17-beta-oestradiol
– folliculaire fase
<0.04 – 0.13 0.04 – 0.73 nmol/L
– ovulatiepiek 0.44 – 1.38
– luteale fase 0.22 – 0.95
– post menopauze < 0.04 – 0.10
Foliumzuur 3.0 – 17.0 3.0 – 17.0 µg/L
B-HCG < 5 < 5 E/L
FSH 1 – 10 1 – 10 E/L
LH
– folliculaire fase
5 – 15 5 – 25 E/L
– ovulatiepiek 25 – 100
– post menopauze > 20
oestron 0.05 – 0.20 0.05 – 0.80 nmol/L
– postmenopauze 0.05 – 0.20
Progesteron
– folliculaire fase
< 1.0 – 3.0 <1.0 – 3.0 nmol/L
– luteale fase 12 – 60
Prolactine < 15 < 22 µg/L
Testosteron 11 – 35 < 4.0 nmol/L

Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde, Zoek een test.

Uitslagen spermaonderzoek

De door de WHO gebruikte afkappunten voor normospermie zijn:

  • Volume > 1,5 ml
  • Concentratie > 15 x 106 zaadcellen/ml
  • Totaal aantal spermatozoa per ejaculaat > 39 x 106 zaadcellen
  • Motiliteit > 32% progressieve motiele zaadcellen (graad A en B)
  • Totale motiliteit (progressief en non-progressief) > 40%
  • Morfologie >4% zaadcellen met een normale morfologie
  • Azoöspermie = volledige afwezigheid van zaadcellen in het ejaculaat
  • VCM; totaal aantal bewegende zaadcellen per ejaculaat. Dit is te berekenen door het Volume van het ejaculaat (V) te vermenigvuldigen met zaadcel concentratie (C) en met het percentage goed (type A en B) bewegende zaadcellen (M)
  • Extreme oligoasthenoteratozoöspermie (OAT) = VCM voor opwerken < 1 miljoen bewegende zaadcellen in het gehele ejaculaat
  • Matige oligoasthenoteratozoöspermie (OAT) = VCM voor opwerken 1‐3 miljoen bewegende zaadcellen in het gehele ejaculaat
  • Milde oligoasthenoteratozoöspermie (OAT) = VCM voor opwerken 3‐10 miljoen bewegende zaadcellen in het gehele ejaculaat.

HCG-waarden (prille) zwangerschap

Bij een zwangerschap wordt HCG geproduceerd, het zwangerschapshormoon. Door middel van bloedonderzoek kan de hoeveelheid zwangerschapshormoon worden aangetoond. Hieronder de gemiddelde waarden bij een zwangerschap van één kind:

Vanaf bevruchting Vanaf eerste dag laatste
menstruatie (ELM)
mIU/ML of IU/L
7 dagen 3 weken 0 to 5
14 dagen 28 dagen 3 to 426
21 dagen 35 dagen 18 to 7.340
28 dagen 42 dagen 1080 to 56.500
35 – 42 dagen 49 – 56 dagen 7.650 to 229.000
43 – 64 dagen 57 – 78 dagen 25.700 to 288.000
57 – 78 dagen 79 – 100 dagen 13.300 to 253.000
17 – 24 weken 2e trimester 4060 to 65.400
25 wk tot bevalling 3e trimester 3640 to 117.000
Enkele dagen na de bevalling, niet zwanger < 5

Johnsen score

De Johnsen score is gebaseerd op het toekennen van een puntenscore bij de beoordeling van testisbiopten of coupes. In doorsnedes van testisweefsel kan je de spermatogenese volgen. Zaadcellen ontwikkelen zich uit stamcellen door een aantal verschillende stadia te doorlopen. Deze stadia zijn morfologisch herkenbaar, dat wil zeggen, aan de vorm van de cel kan je zien in welk stadium die cel zit.

Om een zaadcel te produceren is het nodig al die opeenvolgende stadia te doorlopen. Als er iets mis is met de spermatogenese kan het zijn dat zaadcellen niet gevonden worden maar nog wel de andere stadia.
Het kan ook zijn dat je alleen de stamcellen ziet of zelfs helemaal geen cellen. Volgens Johnsen scoor je dan 1 cq 0 punten.
Als je zaadcellen ziet in de doorsneden zie je ook altijd de andere stadia en dan scoor je 10 punten.
Op deze manier worden een aantal doorsneden bekeken (100 bijvoorbeeld) en wordt de gemiddelde score berekend.

Score 8 is de score waarbij zaadcellen in lage aantallen te zien zijn.
Bij score 7 zijn geen zaadcellen te zien maar wel vele spermatiden (een voorlopercel van de zaadcel).
Voor ICSI zijn zaadcellen nodig dus vandaar moet minimaal score 8 gevonden worden.
Voorts een score 10 geeft aan dat de spermatogenese in de testis compleet is maar het zegt niets over het bevruchtend vermogen van de zaadcellen.