Mola-zwangerschap

Een mola-zwangerschap kan gezien worden als een bijzondere vorm van een niet goed aangelegde zwangerschap.

Wat is een mola-zwangerschap?

Bij een mola-zwangerschap is er doorgaans geen embryo meer, maar groeit alleen de placenta door. De placentavlokken zijn opgezwollen tot een vaatloos opgeblazen gezwel van kleine blaasjes (cysten) die nog het meest lijkt op een druiventros. De medische benaming voor dit gezwel is ‘mola hydatidosa’.
In de meeste gevallen ontstaat een mola uit een abnormaal bevruchte eicel die zich dan ontwikkelt tot een mola hydatidosa in plaats van een foetus. Een mola hydatidosa kan echter ook ontstaan uit cellen die na een miskraam of een voldragen zwangerschap in de baarmoeder zijn achtergebleven. In zeldzame gevallen ontstaat een mola hydatidosa terwijl de foetus normaal is.

Hoe ontstaat een mola?

Er zijn twee soorten mola te onderscheiden:

  • Complete mola-zwangerschap: hierbij wordt een eicel zonder erfelijk materiaal bevrucht door een spermacel. Het hieruit ontstane embryo is niet levensvatbaar.
  • Incomplete (ook partiële genoemd) mola-zwangerschap: hierbij wordt één eicel bevrucht door twee spermacellen, ook dit embryo is doorgaans niet levensvatbaar.

Hoe wordt een mola ontdekt?

In het begin lijkt de mola zwangerschap op een normale zwangerschap, soms zijn de bijkomende zwangerschapsverschijnselen wat heftiger, zwangerschapsbraken komt vaker voor. Het duidelijkste verschil is de snelle groei van de baarmoeder en het sneller dikker worden van de buik. Bij 15 weken tot navelhoogte en bij 20-24 weken tot de ribbenboog. De baarmoeder is dus te groot, voelt week aan en er zijn geen kindsdelen te voelen en er is uiteraard geen hartactie. Zeer kenmerkend voor een mola-zwangerschap is het zeer hoge HCG-gehalte. Bij het maken van een echo wordt in plaats van een vruchtzakje met een embryo (en een kloppend hartje) , vele kleine blaasjes gezien die de baarmoederholte opvullen.
Soms doen zich verschijnselen voor van zwangerschapstoxicose (oedeem, hoge bloeddruk, eiwit in de urine).

Behandeling

Bij een mola-zwangerschap wordt een vacuümcurettage gedaan om het weefsel te verwijderen uit de baarmoeder. Na die behandeling moet de hoeveelheid zwangerschapshormoon (HCG) in het bloed dalen. Wanneer dat het geval is, daalt de concentratie meestal binnen 8 weken naar normale waarden en blijft dan verder normaal. Vrouwen bij wie een mola is verwijderd, wordt geadviseerd 6 maanden niet zwanger te worden.Tevens vindt controle op kwaadaardige ontaardingen (choriocarcinoom) plaats. Soms is chemotherapie noodzakelijk.

Niet zwanger worden

Je mag niet zwanger worden zolang de HcG waarde nog niet helemaal gedaald is. In die periode is het dus doorgaans raadzaam een voorbehoedmiddel te gebruiken. Als je wel snel na verwijdering van de mola zwanger zou raken, stijgt de hormoonspiegel weer en daarmee is de controlemogelijkheid weg. Als alles goed gaat is een normale zwangerschap weer gewoon mogelijk. De kans op een herhaling van een mola-zwangerschap is slechts 1%. Geadviseerd wordt om bij de op de mola volgende zwangerschap vroegtijdig een echoscopie te verrichten en circa 6 weken na beëindiging van de zwangerschap één maal een hCG-bepaling te laten doen.

Complicaties

Soms verdwijnen de mola-blaasjes niet uit de baarmoeder of groeien ze zelfs weer aan. In deze gevallen spreekt men van een persisterende trofoblast (aanwezig blijvend mola-weefsel). Bij een persisterende trofoblast daalt de waarde van het hCG onvoldoende. Meestal zijn er geen klachten, maar soms treden er weer zwangerschapsverschijnselen op, of is er vaginaal bloedverlies.
Ook kan de mola zich via het bloed naar de longen uitbreiden of, bij hoge uitzondering, naar andere organen. Het komt een enkele keer voor dat de mola zich naar de longen uitbreidt. Je kunt dan klachten als hoesten en kortademigheid ervaren. Altijd wordt ter controle een nieuwe longfoto gemaakt.
Een persisterende trofoblast kan gezien worden als een voorstadium van een kwaadaardige aandoening. Daarom is chemotherapie noodzakelijk (een behandeling met celdodende medicijnen, meestal methotrexaat of dactinomycine). Gelukkig blijkt dit voor de meeste gevallen afdoende te zijn. Een mola die zich heeft verspreid naar andere delen van het lichaam wordt in 2 tot 3% van de gevallen kwaadaardig en verspreidt zich dan door het gehele lichaam. Een dergelijke mola wordt ‘chorioncarcinoom’ genoemd. Chorioncarcinomen kunnen zich via de lymfevaten of de bloedbaan verspreiden.

Kans op een mola

Waardoor een mola-zwangerschap wordt veroorzaakt is onvoldoende bekend. Het is dan ook niet te voorspellen welke vrouw dit zal overkomen. Sommige vrouwen lopen wel meer kans, bijvoorbeeld vrouwen die afkomstig zijn uit Zuidoost-Azië (in Zuidoost-Aziatische landen komt mola voor bij ongeveer één op 2000 zwangerschappen). Mogelijk spelen erfelijke factoren een rol. Ook de leeftijd is van belang: vrouwen onder de 15 en boven de 40 jaar hebben meer kans op een mola. Meestal is er geen oorzaak voor een mola-zwangerschap aan te wijzen. In Nederland zijn er ongeveer 120-140 nieuwe patiënten per jaar, waarvan ongeveer 15% persisteert (persisterende trofoblast). Nederland kent vanaf 1975 een registratiesysteem voor Trofoblast Ziekten. De centrale mola registratie bevindt zich in Nijmegen, evenals het referentie laboratorium voor hCG bepalingen. Iedere mola-zwangerschap zou hier moeten worden gemeld en geregistreerd. Dit gebeurt helaas niet altijd.

Wil je meer lezen?