Ik ben 27 weken zwanger en op vakantie in Griekenland. Ik laat mij vorstelijk rondrijden door mijn vriend in een wit blik met airco. Af en toe werk ik mijzelf hijgend een heuveltje op en schuif ik moeiteloos plakken feta en kommen Griekse yoghurt naar binnen. Ik geloof dat ik geniet. Mijn buik is dik. Zwanger dik. Ondanks dat het nog vroeg in het toeristenseizoen is ben ik al de 18e zwangere die nog even van de rust wil genieten in het kleinschalige sfeervolle complex, zo meldt de eigenaar. Niemand kan er meer omheen, ook ik niet. Ze is écht blijven zitten, de laatst overgeblevene. De dappere kleine.
Ik voel me minder dapper en vraag me elke dag af hoe ik me voel en of dat oké is. Iets klopt er niet, maar ik weet niet wat. Onder geen beding wil ik me laten meeslepen door anderen die enthousiast beginnen te gillen bij het zien van mijn buik, ongevraagd en zonder schaamte over mijn buik wrijven, vragen wanneer ik ben uitgerekend en of het een jongen of een meisje is. Ik voel me ongemakkelijk als mensen met hun eigen zwangerschapsverhalen komen en menen te weten hoe ik me voel. Logisch, mensen willen hun bijdrage leveren, maar het klopt gewoon niet. De voorgeschiedenis is en blijft een lange, moeizame en pijnlijke weg van IUI en IVF en dat hoort bij deze zwangerschap. Het hoort bij mij, bij ons. Ik voel me al drie jaar onzeker, onvolledig en deels mislukt. Als mensen vragen hoe het gaat durf ik niet voluit te zeggen dat ik me niet goed voel en dat de zwangerschap me zwaar valt. Fysiek en mentaal. Ik vind dat ik op een roze wolk moet zitten. Ik schaam me dat ik dat niet zo voel. Ik schaam me tegenover alle mensen die (nog) ongewenst kinderloos zijn.
Ik oefen met het geven van gepaste antwoorden zonder te liegen, zonder mezelf tekort te doen. Ik wil niet ondankbaar overkomen en begin steevast met de mededeling dat het met de baby goed gaat. Ze is wat klein, maar enorm beweeglijk en ik geniet van haar schopjes. Hét bewijs dat ze het naar haar zin heeft daarbinnen. Met mijn vriend gaat het lekker. Hij heeft er zin in. En ik? Ik ben ontzettend opgelucht dat het eindelijk is gelukt om zwanger te raken. Ik ben de artsen die ons de kans hebben gegeven enorm dankbaar. Allemaal waar, want als ik dat zeg breekt mijn stem altijd een beetje. Het raakt me als ik besef dat de lange periode van ongewenst kinderloos zijn vol onzekerheden is weggevallen. Een verademing. Voor mijzelf en voor ons samen.
De keerzijde is dat ik elke dag hondsmoe ben, slecht slaap, als een slak overal achteraan hobbel, om de haverklap snipverkouden ben, snel rug- en bandenpijn heb, van alles vergeet, me nauwelijks kan concentreren en ik me zorgen maak over mijn ijzertekort. Ik heb veelal moeite de dag door te komen met dat kleine beetje energie. Ik ben eigenlijk al doodop als de dag nog moet beginnen. Het lukt me fysiek en mentaal niet m’n draai te vinden. Het zijn niet alleen de zwangerschapshormonen, dat weet ik zeker. Dit voelt alsof er meer aan de hand is. Ik verzet me, ben onrustig en durf me niet volledig over te geven aan de nieuwe situatie waar we zo lang en hard voor geknokt hebben. Loslaten lukt niet.
En dan breek ik. Halverwege de vakantieweek barst ik in huilen uit. De beelden van de koelkast vol dozen hormoonspuiten en de blauwe plekken na het zetten ervan komen hard binnen. Ik voel weer het tintelende en prikkende gevoel na het zetten van die spuiten en hoor het doffe geluid van de vallende lege naalden in de grote gele ton. Ik zie mezelf wéér mijn broek uittrekken in de behandelkamer om opnieuw met enige schaamte met mijn blote billen in de stoel plaats te nemen. De details doemen levendig op en het kwartje valt. Ik heb gewoon verdriet. Intens verdriet. Het zit er nog.
Natuurlijk zit het er nog! Van drie jaar ellende en een zenuwslopend eerste trimester naar een goed vervolg van de zwangerschap. Van volle bak hormonen direct door naar zwangerschapskwalen. Nu een aantal maanden het geluk aan onze kant, tegenover drie jaar pijn en verdriet. Ik heb helemaal geen tijd gehad om de jaren van slecht nieuws, van vallen en opstaan te verwerken. Onmiddellijk snap ik mijn verzet, mijn onrust van de afgelopen maanden en het niet volledig mee kunnen komen met het enthousiasme van anderen. Ondanks dat ik me gebroken voel, voel ik me ergens ook opgelucht. Oké, toegegeven. De zwangerschapskwalen spelen ongetwijfeld een grote rol en kost de groei van nieuw leven extra energie, maar ik begrijp ineens een stuk beter waarom ik uit balans ben.
Ik besluit dat al mijn emoties naast elkaar kunnen bestaan. Het voelt misschien verwarrend en wat onoverzichtelijk, maar het verdriet en de blijdschap zijn er allebei. Dat is oké. Ik zeg het hardop tegen mezelf, tegen mijn vriend en vanaf het moment dat ik thuis ben ook tegen de enthousiaste anderen. Ik wil oefenen volledig eerlijk te zijn. Alles wat er is verdient aandacht. Mijn vriend start het witte blik. Hoog tijd voor een Griekse salade met lekker veel feta.
Bib


