6.40 uur in de ochtend. Daar zit ik dan, huilend op de rand van mijn bed. 6 weken en 5 dagen zwanger, maar net een grote hoeveelheid bloed verloren inclusief dikke stolsels. Ik maak mijn man wakker en vertel hem dat het weer zover is. Dit is miskraam nummer 5. Ik weet niet meer wat ik moet voelen en wat ik moet denken. Dit eitje zou mijn gouden ei moeten zijn, want het was de laatste cryoterugplaatsing die ik nog had. Mijn man houdt me vast, maar weet de woorden niet te vinden om mij te troosten. Moet ik het noodnummer bellen? Moet ik wachten? Ik zou mijn echo pas over 2 dagen hebben. Ik kan hier toch niet twee dagen mee doorlopen? Ik weet het niet meer…
7.00 uur, ik besluit een e-mail te sturen naar de fertiliteitsassistente, want ik weet werkelijk waar niet meer wat ik moet doen. Ik zet al mijn klachten op papier en vertel over de hoeveelheid bloed. Ik had verwacht om pas rond 8.30 uur een mailtje terug te krijgen. Dan is ze meestal aanwezig in het ziekenhuis. Echter heb ik binnen twee minuten een mailtje terug, niet met troostende woorden dat het vast goed zou komen. Ik moet meteen het noodnummer bellen want dit had zeker spoed, ook als ze er niks meer aan kunnen doen.
Als ik het noodnummer bel, mag ik eigenlijk meteen komen. “Je mag je melden bij de verloskamers” werd me verteld. Jeetje, hoe pijnlijk. Waar een ander een kamer verderop ligt te bevallen van waarschijnlijk een gezond kindje, word ik hoogstwaarschijnlijk weer naar huis gestuurd met het bericht dat het wederom een miskraam is en ik thuis maar moet afwachten. Alles doet pijn, mijn onderrug maar ook de krampen in mijn buik. Ze voelen niet als menstruatiekrampen en ze zijn ook niet als de krampen bij de vorige miskramen. Maar wat doen ze pijn.
In tranen vertel ik eerst aan de assistente, dan de verpleegkundige en vervolgens ook nog aan de gynaecoloog dat dit mijn vijfde miskraam is. Die conclusie heb ik zelf al getrokken. Meer komt er niet uit mijn mond. De tranen blijven maar stromen. Het lijkt alsof er een kraan openstaat die niet meer dicht kan. Waarom moet ik dit verhaal elke keer weer opnieuw vertellen? Weet niemand dat het als een mes in mijn hart steekt? Mijn man zegt dat ik sterk moet blijven, maar hoe kan ik nou sterk zijn? Dit was onze allerlaatste kans. Dit zou mijn gouden ei moeten zijn, waarom gaat het dan nu al mis?
De gynaecoloog maakt een echo. Ze zegt dat ze na het aanhoren van mijn klachten wel het ergste vreest. Ze zoekt en zoekt… “Ik zie wel een vruchtzakje” is haar antwoord. Ik voel een soort van opluchting en begin weer een beetje hoop te krijgen. Feitelijk ben ik nog zwanger. Helaas is het vruchtzakje leeg en klopt er geen hartje. Terwijl dat met deze termijn wel had gemoeten. “Ik gok toch dat het een miskraam wordt” is wat ze zegt. Wat die bloedstolsels en bloedverlies precies zijn, kan ze niet plaatsen. Want ze ziet daar geen sporen van in de baarmoeder. Zo ga ik naar huis… met een leeg hart, pijn in mijn lichaam en ontzettend veel verdriet. Een week later moet ik terug komen, ter controle. Als het er dan nog niet helemaal uit is, kan ik een pil krijgen om de miskraam op te wekken.
Ik bel mijn leidinggevende dat ik niet kom werken en duik mijn bed in met een warme kruik. Ik had mij voorgenomen om mijn zwangerschap dit keer zo lang mogelijk verborgen te houden, maar dat wordt hem dus al niet. Paracetamol durf ik nog niet te nemen want ik ben bang dat ik mijn kindje daarmee zou schaden. Voor mij voelt het namelijk wel als een kindje, ook al is er niks te zien in de vruchtzak, ook al heb ik nog geen hartje horen kloppen… Ik voel van alles daar binnen… Ik kan nu toch niet zomaar loslaten? Het is mijn allerlaatste kans. De pijn die ik voel bij de gedachte dat ik geen moeder word, zit zo diep. Acht jaar zijn we al bezig. Is dit dan het eindstation?
Een week later maakt de fertiliteitsassistente een echo. Het is stil… ik zie iets knipperen op het scherm, maar durf niet te denken dat dit het hartje is. “Ik weet niet wat de gynaecoloog heeft gezien hoor, maar ik zie zeker wel wat in het vruchtzakje” zijn haar woorden. Ik kijk mijn man aan en knijp hem steeds harder in zijn handen. Mijn hart klopt in mijn keel. “Kijk, hier klopt het hartje” vervolgt ze haar verhaal. Wederom begin ik te huilen, de tranen blijven stromen en weer staat de tranenkraan open. Dit keer niet omdat ik me zo ongelukkig voel, maar omdat ik me nog nooit zo gelukkig heb gevoeld als nu. Alle hoop was dus nog niet opgegeven… Mijn kleine muisje was er nog. En hij of zij is nu al een strijder. Deze laatste cryoterugplaatsing blijkt toch mijn gouden ei te zijn…


