IVF-cijfers 2019: recordaantal IVF-kinderen bij gelijkblijvend aantal verse behandelcycli

In Nederland is het overall zwangerschapspercentage na IVF in 2019 wederom naar een nieuw recordhoogte gestegen. Hierbij is het meerlingpercentage, wat als complicatie van een IVF/ICSI-behandeling wordt gezien, verder gedaald. Het overall succespercentage van IVF/ICSI per cyclus nam in 2019 ten opzichte van 2018 toe van 37,1% naar 40,2%. Het percentage IVF-meerlingen kwam op 2,9% uit, een mondiaal laagterecord.

In Nederland is inmiddels maar liefst 1 op de 30 kinderen die geboren wordt het resultaat van een IVF-ICSI-behandeling.

Voor een overzicht per kliniek en de resultaten van eerdere jaren kun je terecht op de website van De Gynaecoloog.

NB. Het is verleidelijk om te kiezen voor de kliniek met het hoogste slagingspercentage. Toch is een kanttekening hierbij op zijn plaats; deze cijfers zijn niet zonder meer met elkaar te vergelijken. Er zijn factoren die eventuele verschillen kunnen verklaren:

  • de soort patiënten verschilt per kliniek. Factoren die van invloed zijn op de slagingskans van een IVF-behandeling zijn bijvoorbeeld de leeftijd van de vrouw, de duur van de kinderwens en/of het aantal eerdere behandelingen
  • bepaalde behandelingen worden niet in iedere kliniek uitgevoerd (denk aan ICSI-behandelingen met chirurgisch verkregen zaad, pre-implantatie genetische diagnostiek, etc.). Deze behandelingen hebben doorgaans een lagere kans van slagen waardoor het cijfer van de kliniek lager uitvalt

Kortom: de slagingspercentages zijn niet goed met elkaar te vergelijken als je niet de exacte achtergrond van de kliniek en de patiëntenpopulatie kent.