Het Omavirus

Wie kent ze niet, de trotse oma’s met in hun tas altijd een fotoboekje met foto’s van hun kleinkinderen paraat. Ze zijn ontzettend trots en praten het liefst op vertederende wijze over hun oogappeltjes; de kleinkinderen. Ontzettend mooi om te zien al die betrokken oma’s, ook heel fijn als je zelf een (schoon)moeder hebt om dingen mee te delen en natuurlijk helemaal geweldig als ze af en toe ook eens op wil passen op de kleinkinderen. Dat lijkt me ontzettend waardevol want ik besef me ook dat er genoeg mensen zijn die een moeder moeten missen. Niets is vanzelfsprekend.

Vanuit mijn werk als kinderwensconsulent wil ik ook graag een andere kant belichten. Wat vaak niet wordt beseft op het moment dat een vrouw geen moeder wordt en moet leren leven met het feit dat zij haar kinderwens niet zal inwilligen dat daar enige jaren later nog een tweede fase achter aan komt; als je geen moeder wordt dan zul je ook nooit oma worden. Op mijn leeftijd (39) word je omringd met vrouwen die kinderen krijgen en daar hun gespreksonderwerpen graag aan wijden, wat ik volledig begrijp want ik had er zelf ook maar wat graag over mee kunnen praten. Maar ik spreek in mijn praktijk ook vrouwen die ermee worstelen dat ze nooit oma zullen worden, de tweede fase die er nog eens achteraankomt als je net denkt dat je het allemaal wel redelijk op de rit hebt. Want als je denkt dat het moeilijk is om je te omringen met moeders, terwijl jij er graag ook 1 had willen zijn, dan heb je de oma’s nog niet ontmoet…

Een vrouw in mijn praktijk, ik noem haar hier even Karin, heeft zo rond haar 35e moeten leren leven met het feit dat haar kinderwens niet in vervulling zou gaan. Inmiddels is Karin 50 en heeft ze haar draai gevonden. Ze heeft een leuke baan, nog steeds dezelfde leuke man, fijne hobby’s, genoeg vrienden en ze reist veel (samen met haar man). Kortom, Karin is op veel gebieden een gelukkige en dankbare vrouw. Ze werkt in een team met vrouwen van ongeveer dezelfde leeftijd, werk dat ze al bijna 20 jaar met plezier doet. Echter, Karin merkt dat ze steeds meer op gaat zien tegen de pauzes. Als ik haar vraag wat ze daar dan zo moeilijk aan vindt begint ze met de woorden dat ze het een ander ontzettend gunt, maar dat het voor haar vooral lastig is dat haar collega’s continu over de kleinkinderen praten. Ze kan er niet over meepraten en de collega’s steken elkaar graag de loef af met de mooiste foto’s. Aan haar wordt niks gevraagd, ze voelt zich op momenten zelfs wat genegeerd. Ik weet hoe belerend moeders naar elkaar kunnen doen als het gaat over opvoeding (natuurlijk kan ik er niet over meepraten maar vaak vraag ik me toch af of dat niet wat minder kan), maar blijkbaar zetten de oma’s nog een extra tandje bij. Het kan niet op wat betreft uitstapjes, de kleinkinderen verwennen en natuurlijk is ieders kleinkind een echte genie. Ik begrijp het volledig als ze het me uitlegt, haar collega’s zijn in de oma-fase terecht gekomen en hebben het ‘omavirus’ flink te pakken. Uiteraard heb ik ook een aantal oma’s om me heen die er wat van kunnen maar dat het zoveel impact zou hebben als je zelf op die leeftijd bent daar had ik nog onvoldoende bij stilgestaan. 

Zoals ik me soms voel in een groep vrouwen die enkel over de kinderen praten, zo verloren voelt Karin zich binnen de volgende generatie; de oma’s. Natuurlijk is het aan Karin om ook andere onderwerpen aan te dragen en het gesprek daarin wat te sturen. Maar daarnaast zou ik ook willen vragen aan zowel moeders als oma’s om oprecht geïnteresseerd in elkaar als mens te blijven, natuurlijk zijn de (klein)kinderen belangrijk en is het echt heel leuk om daarover te horen, maar vraag ook eens aan een vrouw die daar niet over mee kan praten hoe het met haar gaat. Het is echt niet altijd makkelijk in een wereld vol moeders die later ook nog eens het omavirus te pakken kunnen krijgen. Laten we vooral begrip hebben voor elkaar en stoppen met elkaar de ogen uit te steken of af te troeven. We zijn allemaal vrouwen en ongeacht of we nu wel of geen kinderen hebben het is fijn om oog voor elkaar als mens te blijven hebben. Een beetje begrip voor elkaar kan zo helpend zijn.

Chantal Rijk