Achteraf wist ik precies wat ik had moeten zeggen…

“Moet ik anders eens langskomen? Ik heb drie kinderen, dus een bewezen staat van dienst!”

Deze opmerking kreeg ik jaren geleden te horen van een collega. Gevolgd door een bulderend gelach van (vooral) hemzelf en onze collega’s. En ik? Ik zei niets. Sterker nog: waarschijnlijk lachte ik zelfs nog mee om deze ‘geweldige grap’. Als een boer met kiespijn, dat wel…

Achteraf wist ik natuurlijk precies wat ik had willen zeggen, hoe ik had moeten reageren, wat ik had moeten doen. Op dat moment was ik echter met stomheid geslagen. Ik had alle moed verzameld om mijn collega’s te vertellen over ons vruchtbaarheidstraject. Door deze opmerking werd het teruggebracht tot een banale grap. Wat had ik er een kater van. En spijt dat ik het verteld had!

Totdat de volgende dag een andere collega naar me toe kwam. Ze herkende mijn verhaal en vond het dapper dat ik het had gedeeld. Even later stond er nog een collega aan mijn bureau: hij had met zijn vrouw ook een lange weg bewandeld voordat hun zoontje was geboren. Hij verontschuldigde zich voor de onbeholpenheid van onze gezamenlijke collega. Op de lange termijn leverde mijn openheid begrip op. En zelfs fijne gesprekken met ‘ervaringsdeskundigen’.

Mijn verhaal staat niet op zichzelf. We worden soms teleurgesteld in de mensen om ons heen. Reacties die ons uit het veld slaan. Die ons ertoe kunnen aanzetten om dan maar niks te delen met de omgeving. Maar laten we vooral niet vergeten hoe fijn het is als mensen wél begrip tonen. Dat je steun vindt bij hen, juist omdát je het deelt. Hopelijk winnen de fijne reacties het van de minder fijne.

En om voor mezelf te spreken: hopelijk durf ik de volgende keer wél te reageren als iemand een kwetsende opmerking maakt over vruchtbaarheidsproblemen.

Marjolein

Een gedachte over “Achteraf wist ik precies wat ik had moeten zeggen…

Reacties zijn gesloten.