‘Steeds minder Nederlanders hebben een kinderwens‘
- De kinderwens daalt verder: van 77% (2021) naar 69% (2023) en 61% in 2025
- Vruchtbaarheid en leeftijd zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden
- Toename in onvruchtbaarheid: In 2021 was 35% van de stellen langer dan 12 maanden bezig met zwanger worden, In 2023 en 2025 nam dit aandeel toe tot 45%.
- Meer mensen zoeken professionele hulp bij fertiliteitsteams, en/of hebben interesse in het invriezen van eicellen.
- Stress wordt nog altijd door een derde van de respondenten als ‘grote invloed’ gezien, terwijl die invloed in werkelijkheid beperkt is
Hoofddorp, 6 november 2025 – Steeds minder Nederlanders hebben een kinderwens. En wie dat wel heeft, stelt die wens steeds vaker uit. Dat blijkt uit de nieuwste editie van de Nationale Vruchtbaarheidstest, gepubliceerd in de Week van de Vruchtbaarheid. De wens om (meer) kinderen te krijgen lijkt de afgelopen jaren iets te zijn afgenomen en is afhankelijk van de leeftijd en of iemand al kinderen heeft.
Respondenten die wél een kind willen, geven vooral aan ‘eerst andere dingen’ te willen doen en zich liever eerst nog te willen richten op hun carrière. Ook het niet hebben van geschikte woonruimte speelt mee. Tegelijkertijd blijkt dat ‘we’ ons nog altijd niet goed bewust zijn van de rol die leeftijd heeft op vruchtbaarheid. En: dat de maandelijkse kans op een zwangerschap behoorlijk wordt overschat.
“Die is per menstruatiecyclus zo’n 20-25% als je jong bent’’, legt arts Voortplantingsgeneeskunde VVF Grada van den Dool van Nij Clinics uit. “En vanaf je 25e wordt die kans ieder jaar al kleiner. We zien dat stellen hun kinderwens vaak uitstellen. Omdat er geen geschikte woonruimte is, de carrière voorrang krijgt of er nog een wereldreis gemaakt moet worden. Een kind kan altijd nog, is de gedachte. Maar op den duur gaat je leeftijd toch écht parten spelen.” “Veel stellen hopen dat IVF dat later wel kan opvangen, maar zo eenvoudig is het niet,” vervolgt Grada. “De succeskans van IVF hangt sterk samen met de leeftijd. Internationale cijfers laten zien dat de kans op een succesvolle IVF-behandeling boven de 40 jaar gemiddeld nog maar rond de 10% ligt’’.
De resultaten van de Nationale Vruchtbaarheidstest 2025 zijn bekendgemaakt tijdens de Europese Week van de Vruchtbaarheid (3 t/m 9 november). In deze week wordt aandacht gevraagd voor het feit dat een kindje krijgen niet voor iedereen vanzelfsprekend is.
“Ongeveer 1 op de 6 ‘wensouders’ krijgt te maken met verminderde vruchtbaarheid”, duidt gynaecoloog Astrid Cantineau (UMCG). “En uit de peiling blijkt dat de periode waarin mensen proberen zwanger te worden ook langer wordt. Dat kan een biologische oorzaak hebben, maar óók leefstijl speelt een belangrijke rol. En dat is een factor waar je wél invloed op uit kunt oefenen. Lang niet iedereen is zich hiervan bewust.” Gelukkig zoeken mensen, anno 2025 sneller professionele hulp – vooral bij gespecialiseerde fertiliteitsteams. Ook groeit de belangstelling voor leefstijlinformatie over gewicht, beweging en voeding. Opvallend is dan weer wel dat het bewustzijn over leeftijd, roken en alcohol verder toeneemt, terwijl drugs en té intensieve duursport juist minder vaak als risicofactoren worden gezien. Uit onderzoek blijkt dat drugsgebruik, extreem sporten of juist een tekort aan beweging de hormoonbalans kunnen verstoren en de kwaliteit van eicellen of zaadcellen kan beïnvloeden. Kleine aanpassingen in leefstijl kunnen echt een groot verschil maken.
Foliumzuur en vitamine D worden door de gezondheidsraad aan vrouwen met kinderwens geadviseerd. Daarnaast worden vele voedingssupplementen gebruikt waarvan het nut onzeker is, en recent onderzoek heeft aangetoond dat het gebruik door mannen met kinderwens ook nadelig kan zijn.
De afgelopen jaren hebben we een toename gezien van het aantal vrouwen dat haar eicellen wil laten invriezen op leeftijdsgebonden indicatie. Dit heeft als doel om een back-up te creëren voor potentiële vruchtbaarheidsproblemen in de toekomst. Dit geeft echter geen garantie op het krijgen van een kind vertelt dr. Charine van Tilborg, arts Voortplantingsgeneeskunde VVF (UMC Utrecht). Ook hier speelt de leeftijd van de vrouw en de daarmee samenhangende eicelvoorraad (kwaliteit en kwantiteit) een belangrijke rol.
Van Tilborg legt uit dat de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen in Nederland voor het eerst moeder worden toe is genomen en in 2024 gemiddeld 30,4 jaar bedroeg, terwijl dit tussen 2004 en 2014 nog 29,4 jaar was. Daarbij zien we dat een vrouw in Nederland gemiddeld 1,43 kinderen krijgen. ‘’Als we kijken naar de gewenste gezinsgrootte van 2 kinderen, die door ruim 53% van onze deelnemers met een kinderwens wordt aangegeven, dienen we deze mensen te adviseren om op tijd te starten met het nastreven van de eerste zwangerschap’’. De vrouw dient dan uiterlijk 27 jaar oud te zijn, om daarmee zo’n 90% kans te hebben om de gewenste gezinsgrootte te behalen (zonder IVF). En uiterlijk op 31-jarige leeftijd, indien IVF wel een optie is. Het uitstellen van de kinderwens, zal dus naar verwachting bij meer mensen leiden tot ongewenste kinderloosheid of een kleiner dan gewenst gezinsgrootte.
Nog een hardnekkige misvatting, die voor het derde jaar op rij wordt bevestigd in de peiling: dat stress ‘van grote invloed’ is op je vruchtbaarheid. Langdurige stress kan weliswaar invloed hebben op de menstruatiecyclus of het libido, maar heeft een aanzienlijke minder grote invloed dan leefstijl of leeftijd.
Aan het onderzoek namen 2770 Nederlanders deel, waarvan 2195 in de vruchtbare leeftijd. Van onze respondenten had tussen de 58-64% geen kinderen. In totaal gaf 61% aan dat zij nu of in de toekomst kinderen zouden wensen. Een lager percentage dan in de voorgaande jaren (2021: 76,5%, 2023: 69,3%). We zagen vooral een samenhang met het al hebben van kinderen en de leeftijd ten tijde van het invullen.
Bekijk de infographic voor een eerste overzicht van de opvallendste resultaten.
Over de Nationale VruchtbaarheidsTest
De Nationale VruchtbaarheidsTest (ook uitgevoerd in 2021 en 2023) is een initiatief van Ferring, in samenwerking met dr. Charine van Tilborg, arts Voortplantingsgeneeskunde VVF (UMC Utrecht), dr. Astrid Cantineau, gynaecoloog voortplantingsgeneeskunde (UMCG) en drs. Grada van den Dool, arts Voortplantingsgeneeskunde VVF (Nij Clinics). Deze vragenlijst wordt ook ondersteund door Freya, vereniging voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen en de Stichting Vruchtbaarheid.De bovengenoemde cijfers zijn ontleend aan de resultaten van de peilingen uit 2021, 2023 en 2025 en illustreren een trend. In 2026 zal een publicatie verschijnen met de exacte data


