Hormoongebruik

Hormoongebruik
BROCHURE NR. 9

 

1. Inleiding

Vrouwen die een hormoonafwijking hebben kunnen behandeld worden met hormonen om de cyclus te reguleren en een eisprong op te wekken, dit heet ovulatie-inductie. Daarnaast kan een hormoonbehandeling nodig zijn om de rijping van eicellen en de eisprong te beïnvloeden als je voor IUI (Intra Uteriene Inseminatie), IVF (In Vitro Fertilisatie) of ICSI (Intra Cytoplasmatische Sperma Injectie) in aanmerking komt.

Mannen worden zelden met hormonen behandeld. Van hormoonbehandeling bij mannen staat niet vast of de behandeling resultaat heeft.

De endocrinoloog is de specialist op het gebied van hormonen. Hormonen kunnen worden toegediend in tabletvorm, injecties of via een hormoonpompje.

2. Hoe zit de menstruatiecyclus in elkaar?

Als alles goed werkt, beginnen na de menstruatie enkele follikels (blaasje waarin de eicel zit) in de eierstokken te groeien. Meestal groeit er maar eentje zo ver dat de follikel barst en de eicel in de buikholte komt. Dit heet de eisprong of ovulatie. Deze eicel wordt door de eileider opgevangen en naar de baarmoeder geduwd door de trilhaartjes in de eileider.
Ondertussen groeit in de baarmoeder het baarmoederslijmvlies.

Als er tijdens de ovulatie al zaadcellen in de baarmoeder en eileiders aanwezig zijn, kan de eicel bevrucht worden. Meestal gebeurt dit in de eileider. Als de bevruchte eicel in de baarmoeder aankomt, kan deze zich in het baarmoederslijmvlies gaan innestelen. Als er geen bevruchting opgetreden is, wordt na enige tijd het baarmoederslijmvlies afgestoten: dit is de volgende menstruatie.

Een normale cyclus (de periode van de eerste dag van de menstruatie tot de eerste dag van de volgende menstruatie) is niet korter dan 21 dagen en niet langer dan 42 dagen.

3. De cyclus nader bekeken

3.1  De hersenen en eierstokken

Signaal van hersenen naar eierstokken

De cyclus is een ingewikkeld samenspel tussen verschillende organen in het lichaam: de hypothalamus, de hypofyse, de eierstokken en de baarmoeder. De hypothalamus bevindt zich aan de onderkant van de hersenen, vlak daaronder zit de hypofyse (hersenaanhangsel). De hypothalamus is de ‘grote regelaar’ in het geheel. Deze produceert GnRH, een zogenaamd boodschapper-hormoon, dat de hypofyse aanzet tot het afgeven van FSH (Follikel Stimulerend Hormoon) en LH (Luteïniserend Hormoon).

Eierstokken zorgen voor eicelrijping

FSH en LH worden via het bloed naar de eierstokken getransporteerd en zijn verantwoordelijk voor de eirijping en de eisprong. FSH stimuleert de groei van een eiblaasje (follikel) waarin een eicel zit en zorgt tevens voor de aanmaak van oestrogeen in de eierstokken. Het oestrogeen zorgt ervoor dat het baarmoederslijmvlies gaat groeien.

De ovulatie en innesteling of menstruatie

Als de hoeveelheid oestrogeen in het bloed hoog is, wordt hierdoor de afgifte van FSH geremd en de afgifte van LH gestimuleerd. Onder invloed van die grote hoeveelheid LH (LH-piek) treedt de ovulatie op, in het midden van de cyclus. De eierstokken gaan nu naast oestrogeen ook progesteron maken. Dit hormoon zorgt ervoor dat het baarmoederslijmvlies voldoende voedingsstoffen gaat bevatten voor de eventueel bevruchte eicel. Wordt de eicel niet bevrucht, dan daalt de hoeveelheid oestrogeen en progesteron in het bloed aanzienlijk. De gevolgen van deze daling zijn de afstoting van het baarmoederslijmvlies en een bloeding (menstruatie).

Terugkoppeling van eierstokken naar hersenen

Hormonen vrouwDaarnaast zorgt de lage oestrogeenconcentratie in het bloed ervoor dat de hypofyse opnieuw door de hypothalamus wordt geprikkeld om FSH en LH af te geven. De volgende cyclus is dan begonnen.

De hypothalamus geeft niet een constante hoeveelheid GnRH af, maar doet dit met stootjes (pulsatiel). Dit is van essentieel belang voor het normaal functioneren van de menstruatiecyclus.

In de eierstokken

In elke eierstok bevinden zich vele duizenden eicellen. Om elke eicel zitten kleinere follikelcellen die oestrogeen maken. De combinatie van follikelcellen met daarbinnen een eicel noemen we follikel. Een beginnende follikel heeft een doorsnede van 0,05 mm.

Al vanaf de puberteit zijn constant tientallen follikels aan het groeien. Sommige sterven af terwijl andere doorgroeien, waarbij op een gegeven moment een met vocht gevulde holte in de follikel ontstaat. De follikel heeft dan een doorsnede van ongeveer 3 mm. Dit wordt een Graafse follikel genoemd. Als de hypofyse aan het begin van de cyclus FSH aan het bloed afgeeft, groeien enkele Graafse follikels verder uit. Hierbij wordt veel oestrogeen geproduceerd. Na tien tot veertien dagen is de follikel rijp, de doorsnede is dan ongeveer 25 mm.
De eicel heeft zich dan losgemaakt van de follikelcellen en zweeft in de vloeistof. Dit is het stadium van de sprongrijpe follikel. De hypofyse gaat nu een grote hoeveelheid LH afgeven.Cyclus vrouw

De follikel groeit hierdoor binnen twee dagen zo snel dat deze knapt: de vloeistof met de eicel komt naar buiten en kan worden opgevangen door de eileider. Dit is de eisprong of ovulatie. Direct hierna krijgen de andere sprongrijpe follikels het signaal dat ze niet meer nodig zijn. Ze stoppen met groeien en verschrompelen binnen enkele dagen.

3.2 Belang van samenwerking in je hormoonhuishouding

De werking van de hypothalamus, hypofyse en eierstokken is haarfijn op elkaar afgestemd. Zolang alle organen goed functioneren, verloopt de cyclus zonder problemen. Als echter een van de organen niet goed werkt of het transport van de hormonen niet verloopt zoals het hoort, dan heeft dit zijn weerslag op het hele proces. Hierdoor kunnen allerlei klachten ontstaan. Ook vruchtbaarheidsproblemen kunnen het gevolg hiervan zijn, omdat bij een ontregelde hormoonhuishouding vaak geen eisprong optreedt. Wanneer er geen of slechts af en toe een eisprong plaatsvindt (anovulatie), blijft ook de menstruatie uit (amenorroe) of treedt deze zeer onregelmatig op.

4. Als je hormoonhuishouding niet goed werkt

4.1 Oorzaken van anovulatie

Een van de oorzaken van anovulatie is het niet functioneren van de eierstokken. Dit kan het gevolg zijn van een voortijdige overgang (POI -primaire ovariële insufficiëntie of POF – prematuur ovarieel falen). Vaker komt het voor dat de eisprong uitblijft omdat de eierstokken niet gestimuleerd worden door FSH en LH uit de hypofyse. Dit is het geval als de hypothalamus of de hypofyse niet werken. Hiervoor kunnen verschillende oorzaken zijn, zoals chronische (infectie)ziekten, een sterke daling van het lichaamsgewicht, stress en te grote lichamelijke inspanning.

Ook na het stoppen met de anticonceptiepil kan het hypothalame/hypofysaire systeem tijdelijk stil liggen. Aandoeningen van andere hormoonklieren, zoals de schildklier of de alvleesklier (suikerziekte), kunnen eveneens de normale produktie van FSH en LH verstoren. Bepaalde geneesmiddelen, zoals sterk werkende kalmerende middelen, antidepressiva en middelen tegen hoge bloeddruk kunnen de FSH- en LH-produktie verstoren.

Ten slotte kan de eisprong ook onregelmatig optreden of uitblijven bij chronische hyperandrogene anovulatie (CHA). CHA is een verstoring van de hormoonhuishouding en heeft naast anovulatie als symptomen: overgewicht, ongewenste haargroei in gezicht, op borst, onderbuik, armen en benen. Bij hormoononderzoek vindt men onder andere (relatief) te lage FSH- en te hoge LH-waarden. In de eierstokken bevinden zich een groot aantal slechts gedeeltelijk uitgegroeide follikels. Doordat er geen eisprong optreedt, geven deze follikels het beeld van kleine cysten (met vocht gevulde holtes). Dit beeld noemt men ook wel het polycysteus ovariumsyndroom (PCO of PCOS).

4.2 De diagnose anovulatie 

De diagnose anovulatie wordt meestal vastgesteld door het bloed te onderzoeken. Ook kan de arts een kuur van enkele dagen met progesterontabletten voorschrijven. Aan het al dan niet optreden van een vaginale bloeding kan men zien of de eierstokken vrouwelijk hormoon aanmaken. Is dit wel het geval, dan mag men aannemen dat de werking van de eierstokken intact is zodat deze te stimuleren zijn.

Maken de eierstokken geen vrouwelijk hormoon, dan zal door meting van het LH- of FSH-gehalte in het bloed worden beoordeeld of de oorzaak bij de eierstokken ligt of dat ze niet gestimuleerd worden vanuit de hypothalamus en de hypofyse.

Ligt de oorzaak bij de eierstokken, dan kan men onderzoeken of dit het gevolg is van de vorming van antistoffen tegen hormoonproducerende organen. Eventueel wordt een chromosomenonderzoek gestart.

Als de arts vermoedt dat de oorzaak bij de hypothalamus of hypofyse ligt, kan een röntgenfoto van de schedel worden gemaakt.

Ook kan onderzoek gedaan worden naar de schildklierfunctie. Een niet goed functionerende schildklier kan een oorzaak zijn van verminderde vruchtbaarheid.

5. Mogelijke behandelingen

5.1 Ovulatie-inductie

De behandeling van anovulatie hangt natuurlijk af van de gevonden oorzaak. Als de oorzaak ligt bij de eierstokken, is daar meestal niets aan te doen; je bent dan (vervroegd) in de overgang. In sommige gevallen is de uitval van de eierstokken slechts tijdelijk.

Afwijkingen van de schildklier kunnen met geneesmiddelen of soms operatief worden behandeld.

Bij andere problemen kan – als je zwanger wilt worden – de eisprong worden opgewekt met clomifeentabletten, gonadotrofine injecties, een GnRH-hormoonpompje of met bromocriptinetabletten.

Het opwekken van een eisprong met behulp van hormoonpreparaten heet ovulatie-inductie.

5.2 Intra Uteriene Inseminatie (IUI)

 

Bij IUI (Intra Uteriene Inseminatie, genoemd) worden de zaadcellen eerst in het laboratoium bewerkt en op het juiste tijdstip met een slangetje direct in de baarmoeder gebracht (IUI). In sommige gevallen kan het (onbewerkte!) zaad ook hoog in de schede worden gespoten (dit heet KI, kunstmatige inseminatie).
Bij IUI worden soms ook ondersteunende hormoonpreparaten gegeven. Dit kan een middel zijn om de groei van een eicel te bevorderen (clomifeen of gonadotrofinen), een preparaat om de eirijping te ondersteunen (hCG) en iets om het baarmoederslijmvlies voor te bereiden op de innesteling van het embryo (progesteron).

5.3 In Vitro Fertilisatie (IVF) en Intra Cytoplasmatische Sperma Injectie (ICSI)

De IVF– en ICSI-behandeling bestaat voor wat betreft de hormoonbehandeling uit vier stappen: het stilleggen van de cyclus (GnRH agonist of GnRH antagonist), de stimulatie van de eierstokken (gonadotrofinen), het rijpen van de eicellen (hCG) en het voorbereiden van het baarmoederslijmvlies (progesteron).

6. Hormoonpreparaten bij vruchtbaarheidsproblemen

6.1 Toedieningsvormen

Er zijn diverse manieren om hormonen in het lichaam te brengen: tabletten, infuuspompje, neusspray, subcutane injectie (dit is een injectie direct onder de huid, met een injectiespuit met kort naaldje of een speciale pen – meestal in de buik of bovenbenen), vaginaaltabletten en vaginale gel. Er bestaan ook onderhuidse implantaten en hormoonpleisters, deze worden o.a. toegepast bij vrouwen in de overgang en worden in deze brochure niet behandeld.

Jij en/of je partner kan zelf leren injecteren; verpleegkundigen begeleiden je hierbij.

6.2 Clomifeentabletten

Clomifeen wordt gegeven bij niet al te ernstige hypothalame amenorroe (dit is het uitblijven van de menstruatie waarbij de oorzaak bij de hypothalamus ligt). Er is dan nog enige oestrogeenproduktie, waardoor het terugkoppelingsmechanisme van de eierstokken op de hypothalamus nog werkt. Clomifeen lijkt veel op het natuurlijk oestrogeen. Via het bloed komt het bij de hypothalamus en blokkeert het je eigen oestrogeen. Als gevolg van het ‘zogenaamde’ tekort aan oestrogeen gaat de hypothalamus vanzelf meer GnRH aanmaken. Hierdoor komt er weer meer LH en FSH, zodat de follikels weer gaan groeien. Na vijf dagen clomifeengebruik gaat de ontwikkeling van de follikels gewoon door en kan worden gestopt met het innemen van de tabletten tot de volgende cyclus.

Doordat clomifeen de eierstokken licht overstimuleert waardoor soms meerdere eicellen vrijkomen, bestaat er een verhoogde kans op een meerlingzwangerschap. Controles door middel van echoscopie en bloedonderzoek zijn dan ook noodzakelijk. Niet alle vrouwen reageren goed op de behandeling met clomifeen. In dat geval kan geprobeerd worden de eierstokken te stimuleren met gonadotrofine-injecties.

Andere bijwerkingen die kunnen optreden bij clomifeengebruik zijn hoofdpijn, opvliegers, duizeligheid en stemmingswisselingen. Een nadeel van clomifeen voor de behandeling is dat het een negatieve invloed kan hebben op het baarmoederhalsslijm en het baarmoederslijmvlies, waardoor de kans op innesteling van een bevruchte eicel kleiner kan zijn.

6.3 Bromocriptine

Overproductie van prolactine heeft een negatief effect op de pulsjes GnRH, waardoor de productie van FSH en LH onvoldoende wordt. Indien de eisprong uitblijft vanwege een te hoog prolactinegehalte in het bloed, kan de arts een behandeling met bromocriptinetabletten voorstellen. Dit middel remt de prolactineproduktie snel af, zodat het gehalte vrij snel op normaal peil is. De hypofyse gaat dan weer FSH en LH afgeven en de cyclus komt weer op gang.
De voornaamste bijwerkingen van bromocriptine zijn: misselijkheid, een verstopte neus, hoofdpijn, braken, duizeligheid en hoge bloeddruk. Gezien deze bijwerkingen is voorzichtigheid geboden bij deelname aan het verkeer en het bedienen van machines. Het middel heeft geen hyperstimulatie of verhoogde kans op meerlingzwangerschap tot gevolg, dus regelmatige controle van de eirijping is niet nodig. Alleen tijdens de eerste cyclus wordt nagegaan of er een eisprong optreedt.

6.4 GnRH-pompje

Als de hypothalamus geen of veel te weinig gonadoreline (GnRH) produceert, kan het GnRH-pompje (merknaam: Lutrepulse systeem®) uitkomst bieden. De hypothalamus die normaal GnRH aan het bloed afgeeft, doet dit niet constant, maar met pulsen. Als het GnRH-pompje wordt gebruikt in aanvulling op een tekort aan lichaamseigen GnRH, werkt dat alleen als dat ook pulsgewijs in het bloed komt. Dat kan alleen als gonadorelinediacetaat (merknaam Lutrelef®), het geneesmiddel dat GnRH nabootst, door middel van het GnRH-pompje wordt toege­diend. Het GnRH-pompje (bestaat uit een ‘Pod’ en een ‘Manager’) pompt gedu­rende dag en nacht iedere anderhalf uur een klein beetje gonadorelinediacetaat, onder de huid (subcutaan). Door de behandeling met pulsatiel GnRH komt de cyclus en dus ook de eisprong weer op gang.

Als de zwanger­schap alleen uitblijft omdat je te weinig GnRH aan­maakt, kun je met het pompje binnen een jaar zwanger zijn, maar dat is natuurlijk niet zeker. Vrouwen met een spontane eisprong zijn meestal ook niet direct zwanger na onbeschermd vrijen.
Mocht je zwanger zijn, dan merk je dat aan het uit­blijven van je menstruatie. Een zwangerschapstest kan vervolgens zekerheid geven. De behandeling met het GnRH-pompje wordt gestopt op het moment dat je zwanger bent. De behandeling met Lutrelef wordt soms nog voortgezet tot 2 weken na een positieve zwangerschapstest.

Vrijen rond het moment van de eisprong geeft de grootste kans op een zwangerschap. De arts zal je vragen om ovulatietesten te gebruiken of dagelijks je ochtendtemperatuur op te nemen, zodat je weet wanneer de eisprong plaatsvindt. Het kan zijn dat de arts een paar keer een echo wil maken om te zien of in de eierstokken inderdaad ei­cellen tot ontwikkeling komen.

Als je al meteen in de eerste maand van de therapie zwanger raakt, dan is er een grotere kans op een meerling. Wil je dat risico niet lopen, dan is het beter om de eerste maand met een condoom te vrijen.
Vanzelfsprekend is het heel belangrijk om door de arts goed geïnformeerd te worden omtrent het omgaan met pompje. Ook moet je weten wie je bijvoorbeeld ’s nachts of in het weekend kan bellen mochten zich problemen voordoen.

Het GnRH-pompje kan ook worden gebruikt door vrouwen met chronische hyperandrogene anovulatie (PCO-syndroom). Het is dan soms wel noodzakelijk een voorbehandeling toe te passen waardoor het teveel aan geslachtshormonen wordt verlaagd tot een niveau beneden normaal. Daarna kan dit lage niveau weer gestimuleerd worden met pulsjes GnRH.
Indien je het pompje voorgeschreven hebt gekregen kun je meer informatie vinden via: www.lutrelef.nl. Je dient dan in te loggen met het RVG-nummer op de verpakking.

Cyclus temperatuur

6.5 GnRH-agonisten en -antagonisten

Bij IVF en ICSI wordt als eerste de eigen cyclus gereguleerd en stilgelegd. In sommige gevallen wordt voorafgaand aan de behandeling de anticonceptiepil voorgeschreven. Na één of meer maanden pilgebruik wordt de behandeling gestart.

Om de hormoonproduktie van de hypofyse en de eigen hormoonactiviteit te onderdrukken wordt een GnRH-agonist of -antagonist gebruikt. Hierdoor wordt de kans op storing bij de rijping van de eitjes en een spontane eisprong zo klein mogelijk wordt.

GnRH wordt ook wel voorgeschreven aan vrouwen met endometriose (dit is een aandoening waarbij weefsel dat lijkt op baarmoederslijmvlies buiten de baarmoeder voorkomt). Door het tijdelijk stilleggen van de cyclus kunnen de endometriosehaarden tot rust komen. Bij endometriose wordt dit middel soms enkele maanden achter elkaar gebruikt.

De GnRH-agonist wordt via subcutane (onderhuidse) injecties toegediend of soms gesnoven (neusspray). Dit hormoon onderdrukt de productie van LH en FSH en legt dus tijdelijk de eigen hormoonhuishouding stil. Als bijwerking kun je overgangsklachten krijgen zoals bijvoorbeeld opvliegers, transpiratie, nachtzweten en hoofdpijn. De symptomen verdwijnen vanzelf na het staken van het gebruik. Bij IVF en ICSI wordt de GnRH-agonist enkele weken gebruikt. Je gebruikt eerst de GnRH-agonist en later pas de gonadotrofinen voor de IVF.

De GnRH-antagonist onderdrukt ook de productie van LH en FSH. De antagonist werkt echter sneller. Je start in dit geval bij IVF eerst met gonadotrofinen. De GnRH neem je pas op de dagen waarop risico bestaat op een voortijdige LH-piek, ongeveer vanaf de vijfde of zesde dag van de IVF- of ICSI-behandeling. In totaal wordt de GnRH-antagonist slechts 5 tot 7 dagen gebruikt. Er is een wel een kleine kans (1 tot 2%) dat toch alsnog een LH-piek optreedt. Maar door de korte tijd dat het gebruikt wordt is de kans op bijwerkingen klein. Het middel wordt toegediend door een subcutane injectie. Soms kan op de injectieplek een locale huidreactie optreden.

6.6 Gonadotrofine-injecties

Er zijn verschillende soorten gonadotrofinen: de middelen kunnen bestaan uit een combinatie van FSH en LH of alleen FSH. Sommige worden gewonnen uit urine van vrouwen na de overgang en andere worden door middel van recombinant-dna-techniek gemaakt. Voor deze middelen bestaan speciale handige toedieningspennen met een klein naaldje waarmee je jezelf gemakkelijk een subcutane (onder de huid) injectie kan geven.

Gonadotrofinen kunnen worden gebruikt als je geen ovulatie hebt (anovulatie) omdat de hypofyse niet goed werkt en geen FSH en LH afgeeft. Ook worden ze gebruikt als de behandeling met clomifeen geen resultaat heeft. Daarnaast worden gonadotrofinen gebruikt bij IUI, IVF en ICSI- behandelingen.

De gonadotrofinen bevorderen de eicelgroei in de eierstokken. Bij IVF- en ICSI-behandelingen is het de bedoeling dat een aantal eicellen tegelijk tot rijping komen, waarna deze in het laboratorium worden bevrucht. De toegediende dosis is hoger dan bij ovulatie-inductie en inseminatie, waarbij zich liefst slechts 1 of maximaal 2 eicellen moeten ontwikkelen. Als er toch teveel eicellen rijpen kan de behandeling niet worden voortgezet en krijg je het advies om niet onbeschermd te vrijen in verband met verhoogde kans op een meerlingzwangerschap, die meer risico geeft.

Bij behandeling met gonadotrofine-injecties is regelmatige controle door middel van echoscopie en bloedonderzoek noodzakelijk.

Naast het risico op meerlingzwangerschap behoren ook prikkelbaarheid, een opgezet gevoel in de buik, pijnlijke borsten en uitslag rond de plaats van de injectie tot de mogelijke bijwerkingen.

Een andere complicatie is het Ovarieel HyperStimulatie Syndroom (OHSS) dat kan optreden als de eierstokken te heftig reageren, te veel of te langdurig gestimuleerd zijn. Als de vrouw een of meer van de volgende klachten krijgt, – snelle gewichtstoename, hevige buikpijn, hevige misselijkheid, toename van de buikomvang – is er vermoedelijk sprake van OHSS. Licht altijd direct de behandelend arts in als je dit soort klachten opmerkt.

6.7 LH / hCG

Als de follikel groot genoeg is, moet de eicel nog rijpen. In een natuurlijke cyclus zorgt het hormoon LH voor de rijping en de eisprong. Tijdens het stimuleren met gonadotrofinen kan wel een natuurlijke LH-piek optreden, maar door gebruik van de GnRH-agonist of -antagonist wordt de LH-piek onderdrukt. De eicelrijping en de eisprong worden opgewekt door een subcutane injectie met het hormoon LH. Hiervoor wordt hCG (humaan Chorion Gonadotrofine) gebruikt.
Het hCG kan worden verkregen uit de urine van zwangere vrouwen dat wordt verzameld via de ‘Moeders voor Moeders’ inzameling of door middel van recombinant-dna techniek (r-hCG).

7. Risico’s

In het algemeen zijn vruchtbaarheidshormonen niet gevaarlijk voor het lichaam. De effecten op de lange termijn, met name bij langdurig gebruik, zijn echter nog niet bekend omdat men dit nog niet goed heeft kunnen onderzoeken. Toediening van grotere hoeveelheden bij IVF en ICSI zou mogelijk nadelige effecten kunnen hebben op lange termijn. Daarom is er een grootschalig en langlopend onderzoek opgezet onder 20.000 vrouwen die in het verleden IVF hebben ondergaan (Omega studie). Zij hebben vragenlijsten ingevuld en deze gegevens worden o.a. gekoppeld aan de kankerregistratie, om na te gaan of hiermee een relatie te leggen is.

Treedt er na het opwekken van de eisprong een zwangerschap op, dan is er een verhoogde kans op een miskraam. Er is echter geen sprake van een grotere kans op aangeboren afwijkingen dan bij een gewone cyclus. Andere risico’s van hormoongebruik kunnen zijn, zoals eerder genoemd, meerlingzwangerschappen en OHSS (Ovarieel Hyper Stimulatie Syndroom).

8. Praten over vruchtbaarheidsproblemen

Problemen met vruchtbaarheid hebben een grote impact op je leven. Dat je niet (spontaan) zwanger raakt, is voor de meeste mensen moeilijk. Het leven neemt opeens een andere wending dan je je had voorgesteld en je zit vol met vragen. Probeer om rust en tijd voor jezelf en je partner te nemen. Het traject van vruchtbaarheidsbehandelingen is emotioneel en het geregel voor regelmatige ziekenhuisbezoeken kan lastig zijn. Daardoor heb je misschien niet altijd energie over voor andere zaken. Vooral de onzekerheid of de behandeling resultaat zal opleveren is zwaar. Het is belangrijk hierover te kunnen praten. Niet alleen met elkaar, maar ook met anderen: familie, vrienden of eventueel een professionele hulpverlener.

Lotgenoten hebben aan een half woord genoeg om te begrijpen waar je het over hebt. Freya biedt daarom verschillende mogelijkheden om met lotgenoten in contact te komen.

9. Moeders voor moeders

De grondstof voor het hCG-hormoonpreparaat Pregnyl is de urine van zwangere vrouwen. Deze wordt ingezameld door ‘Moeders voor moeders‘. Als je zwanger bent kun je meedoen en je urine tussen de zevende en de zestiende zwangerschapsweek verzamelen in speciale bussen. Hiermee kunnen weer vele andere mensen geholpen kunnen worden. Ook mensen in je eigen omgeving die zwanger zijn kun je hierop attent maken.

10. Wil je meer lezen?

Dit is een uitgave van: Freya, vereniging voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen ©

april 2019


Aan deze tekst kunnen geen rechten worden ontleend, tevens aanvaardt patiëntenvereniging Freya geen aansprakelijkheid indien regels door officiële instanties anders worden gehanteerd.