Fertiliteitsbehandelingen: kans op kanker bij kinderen?

Bestaat er een grotere kans op kanker bij kinderen geboren na een vruchtbaarheidsbehandeling?

Deens onderzoek

Deense onderzoekers bestudeerden de gegevens van meer dan een miljoen kinderen (1.085.172) die in Denemarken werden geboren tussen 1996 en 2012. Ze bekeken de verschillende groepen kinderen apart per soort vruchtbaarheidsbehandeling en vergeleken deze met kinderen na spontane zwangerschap.

Resultaat

Hieruit bleek dat er geen verschil is tussen de kinderen uit spontane zwangerschap en kinderen die na hormonale behandeling, IVF of ICSI werden geboren. Dat is dus goed nieuws!

Het enige verschil dat ze vonden zat in de kinderen die als embryo ingevroren zijn geweest. Bij deze groep blijkt enig verhoogd risico op kanker bij kinderen.

Wat betekent dit precies?

In de groep spontaan verwekte kinderen is de kans op kanker 17,5 per 100.000. In het onderzoek bestond de cryo-groep uit 3356 kinderen, hiervan werd bij 14 kinderen kanker werd geconstateerd. Dit betrof vooral leukemie en tumoren van het sympathische zenuwstelsel.

Omgerekend naar hetzelfde uitgangsaantal van 100.000 als de spontaan verwekte kinderen, kom je uit bij het aantal van 44,4 van de 100.000 kinderen geboren na het gebruik van ingevroren embryo’s. Als je 44,5 vergelijkt met 17,5 is dat wetenschappelijk gezien een significante stijging van het risico op kanker.

Bron:
Association Between Fertility Treatment and Cancer Risk in Children
December 10, 2019
Hargreave M, Jensen A, Hansen MK, et al. Association Between Fertility Treatment and Cancer Risk in Children. JAMA. 2019;322(22):2203–2210. doi: https://doi.org/10.1001/jama.2019.18037

Hieronder een Nederlandse vertaling van het wetenschappelijke uittreksel van dit onderzoek.

Hoofdpunten

Vraag 

Hebben kinderen, die geboren zijn na het gebruik van specifieke vruchtbaarheidsmiddelen en kunstmatige voortplantingstechnieken, een verhoogd risico op kanker? 

Bevindingen 

In deze retrospectieve cohortstudie met 1.085.172 kinderen die in Denemarken zijn geboren, was het risico op kinderkanker bij kinderen die werden geboren na het gebruik van cryo-embryo’s, in vergelijking met kinderen die werden geboren bij vruchtbare vrouwen, aanzienlijk verhoogd (44,4 versus 17,5 per 100.000 persoon-jaar respectievelijk; hazard ratio, 2,43). 

Er was geen significante toename van het risico geassocieerd met het gebruik van andere geassisteerde reproductieve technologie, waaronder in-vitrofertilisatie, intracytoplasmatische sperma-injectie of hormonale behandeling.

Betekenis 

Gebruik van ingevroren embryo’s werd geassocieerd met een klein maar statistisch significant verhoogd risico op kanker bij kinderen.

Abstract

Belang 

Een groeiend aantal kinderen wereldwijd wordt geboren na het gebruik van een vruchtbaarheidsbehandeling, hoewel het onduidelijk blijft of de behandeling het risico op kanker bij kinderen beïnvloedt en of er waargenomen associaties te wijten zijn aan het gebruik van specifieke medicijnen, het gebruik van specifieke procedures, of de onderliggende onvruchtbaarheid.

Doelstelling 

Onderzoek naar het verband tussen verschillende soorten vruchtbaarheidsbehandelingen en het risico op kanker bij kinderen.

Ontwerp, omgeving en deelnemers 

Een retrospectief cohortonderzoek op basis van Deense populatiegebaseerde registergegevens en het Deense onvruchtbaarheidscohort (individuele recordkoppeling) met 1.085.172 kinderen geboren in Denemarken tussen 1 januari 1996 en 31 december 2012, gekoppeld met ouderlijke informatie. 

Er werden in totaal 2217 kinderen gediagnosticeerd met kanker (follow-up vond plaats in de periode 1996-2015).

Blootstellingen 

Maternale vruchtbaarheidsbehandeling tijdens de indexzwangerschap, inclusief het gebruik van vruchtbaarheidsmedicijnen (clomiphene [n = 33835], gonadotropines [n = 57136], gonadotropine-releasing hormoon-analogen [n = 38653], humaan choriongonadotropine [n = 68181], progesteron [n = 41628] en oestrogeen [n = 16948]) en geassisteerde reproductieve technologie (in vitro fertilisatie [n = 19448], intracytoplasmatische sperma-injectie [n = 13417] en ingevroren embryotransfer [n = 3356]). 

Elke blootstelling werd afzonderlijk onderzocht en vergeleken met kinderen van vruchtbare vrouwen.

Belangrijkste resultaten en maatregelen 

Gevarenverhoudingen en verschillen in incidentiepercentage voor kanker bij kinderen.

Resultaten 

Na 12,2 miljoen persoon-jaren follow-up (gemiddeld 11,3 jaar) was de incidentie van kinderkanker bij kinderen 17,5 per 100.000 voor kinderen van vruchtbare vrouwen (n = 910291) en 44,4 per 100.000 voor kinderen geboren na het gebruik van ingevroren embryo’s (n = 3356). Vergeleken met kinderen van vruchtbare vrouwen werd het gebruik van ingevroren embryo’s geassocieerd met een verhoogd risico op kanker bij kinderen (14 kankergevallen; hazard ratio, 2,43 [95% BI, 1,44 tot 4,11]; verschil in incidentie, 26,9 [95% CI, 2,8 tot 51,0] per 100.000), voornamelijk als gevolg van een verhoogd risico op leukemie (5 gevallen van kanker; incidentiepercentage, 14,4 per 100000; hazard ratio, 2,87 [95% BI, 1,19 tot 6,93]; verschil in incidentiepercentage, 10.1 [95% BI, -4,0 tot 24,2] per 100000) en tumoren van het sympathische zenuwstelsel (<5 gevallen van kanker; hazard ratio, 7,82 [95% BI, 2,47 tot 24,70]). 

Er waren geen statistisch significante associaties met het gebruik van de andere onderzochte soorten vruchtbaarheidsbehandelingen.

Conclusies en relevantie 

Bij kinderen die in Denemarken zijn geboren, werd het gebruik van ingevroren embryo’s in vergelijking met kinderen van vruchtbare vrouwen geassocieerd met een klein maar statistisch significant verhoogd risico op kinderkanker; deze associatie werd niet gevonden voor het gebruik van andere onderzochte vruchtbaarheidsbehandelingen.

Geef een reactie