Bij mannelijke onvruchtbaarheid kan de kinderwens soms toch vervuld worden door gebruik te maken van kunstmatige inseminatie met donorsperma (KID), ofwel sperma van een andere man.
KID kan ook toegepast worden als de man een erfelijke ziekte heeft en die niet door wil geven aan zijn kind. Alleenstaande vrouwen en lesbische paren hebben door KID ook de mogelijkheid om kinderen te krijgen.
Insemineren
Bij de behandeling wordt donorsperma bij de vrouw ingebracht. De kans op een zwangerschap is het grootst als de inseminatie vlak voor de eisprong plaatsvindt. Het is daarom verstandig om de cyclus van de vrouw goed te volgen.
Er zijn verschillende manieren om te insemineren, allemaal in principe pijnloos. Soms wordt sperma ingebracht voor de baarmoedermond, waarna het sperma de baarmoeder inzwemt, vergelijkbaar met de manier waarop dit gaat na geslachtsgemeenschap. Dit kan thuis via zelfinseminatie gedaan worden.
In de fertiliteitsklinieken wordt meestal in de baarmoeder geïnsemineerd, net als bij IUI. In dat geval wordt het sperma eerst bewerkt in het laboratorium. De kans op zwangerschap is per inseminatie zo’n 10 tot 15 procent. Uiteindelijk raakt zo’n 70 procent zwanger door middel van KID.
Geen makkelijke keuze
KID kan in Nederland via een bekende donor van de wensouders of via donorzaad uit een spermabank. Anonieme donatie is sinds 2004 bij wet verboden in Nederland. Hiermee wordt recht gedaan aan de behoefte van donorkinderen om hun biologische achtergrond te achterhalen. In sommige landen is het nog wel mogelijk om sperma van een anonieme donor te gebruiken.
Medisch gezien is het een vrij eenvoudige ingreep om gebruik te maken van het sperma van een andere man. Emotioneel is het echter niet zo’n makkelijke keuze.
Mannen kunnen het moeilijk hebben met het idee dat hun kind niet hun eigen genen heeft meegekregen. Het paar moet afstand doen van de gedachte van een kindje waarin hun beider genen vermengd worden.
Eenmaal die stap genomen, is het belangrijk dat je je kind zo vroeg mogelijk vertelt dat het verwekt is met donorzaad. Voor veel ouders van een donorkind is dat moeilijk, want hoe en wanneer ga je dat aan je kind vertellen.
Lees meer hierover in onze brochure KID.
Stichting Donorgegevens
Deze stichting bewaart, beheert en verstrekt (zaad- en eicel-)donorgegevens sinds de inwerkingtreding van de Wet Donorgevens KI (juni 2004). Ook geeft zij voorlichting en zorgt voor deskundige begeleiding bij de verstrekking van de gegevens.
Er is nu ook een lijst beschikbaar van alle KID-klinieken die bij de Sdkb bekend zijn waarop je kunt zien of zij kunnen helpen bij het achterhalen van donorgegevens van vóór 2004.


