1 op de 6 – Jan-Pieter

Jan-Pieter“Ik ben Jan-Pieter, 47 jaar oud en getrouwd met Judy. Wij hebben geen kinderen.” En dan op versneld spreektempo: “Die wilden we graag hebben, maar dat is niet gelukt. En we hebben 4 katten en 7 konijnen.” Zo introduceerde ik mij vaak op cursussen en bijeenkomsten. Je zag de anderen dan vaak denken: “Oh, shit. Niet weer zo’n verbitterde kinderloze. Weer een gespreksonderwerp minder tijdens de pauze.” Uit ervaring weet ik inmiddels dat mensen met labradors niet over katten en konijnen kunnen praten. Doordat ikzelf niet over koetjes en kalfjes kan praten heb ik mij vaak heel ellendig gevoeld. Hoor ik er wel bij? Doe ik er wel toe?

“Zowel de IVF-route alsook de ICSI-route werd meteen afgesloten.”

De periode tussen hoopvol proberen en definitief kinderloos zijn is voor mij heel mistig. Ik denk er niet graag aan terug. Als ik dat wel doe, dan zie ik ons nog zitten in het ziekenhuis, na een jaar ‘proberen’ doorverwezen door de huisarts. Tijdens die cyclus van 2 weken hoop en 2 weken teleurstelling is de romantiek weggeëbd. Het leek wel werk. Mijn fietstocht naar het ziekenhuis met een warm potje ‘kwak’ in mijn binnenzak was ook niet waar ik ooit aan gedacht had. De handeling vooraf en de overhandiging bij de balie evenmin. De eerste echte klap kwam pas toen wij de uitslag kregen te horen. Zowel de IVF-route alsook de ICSI-route werd meteen afgesloten.

Opeens zaten wij op het KID-spoor en in de auto naar een spermabank ergens in Brabant. Ik had mij nooit een goede voorstelling kunnen maken van hoe mijn zoon of dochter eruit zou kunnen zien. Waarschijnlijk lang, dun en blond. Meer dan dat kon mijn voorstellingsvermogen niet aan. Ergens achter een taboedeur werd gezocht naar zaad van iemand met de kenmerken lang, dun, blond en blauwe ogen. Even later gingen wij als een dief in de nacht met een op een kernbom lijkend vat met 12 rietjes op weg naar huis. “Goed rechthouden” werd ons nog ingefluisterd. Tja, hoe doe je dat op zo’n afrit die helemaal rond gaat? De kernbom begon hevig te sissen en wij dachten even dat wij samen met ons ongeboren kind in een rouwadvertentie van de plaatselijke krant terecht zouden komen. Uiteindelijk kwamen wij veilig thuis en konden er hartelijk om lachen.

“We maakten allebei individueel een proces door.”

Het was een korte adempauze richting een nieuwe cyclus van 2 weken hoop afgewisseld met 2 weken teleurstelling. Het ging mij niet in de koude kleren zitten en wij namen een time-out. We spraken af om een jaartje te stoppen met behandelingen. Na die periode zag ik er enorm tegenop om weer een jaar lang met 12 rietjes aan de slag te gaan. Die instelling was niet goed, want het eerste rietje zou zomaar raak kunnen zijn. We verlengden onze time-out en praatten meer dan ooit. Ik sloeg daarbij vaak vast en viel stil. Het duizelde mij teveel om helder te kunnen denken. Ik vluchtte in mijn favoriete muziek. Dat gaf mij steun, maar ik kreeg de situatie er niet helder door. We maakten allebei individueel een proces door en moesten daarnaast ook nog samen verder. De individuele processen liepen lang niet altijd synchroon, maar het gezamenlijke proces ontwikkelde zich meer en meer richting berusting in onze kinderloosheid. Veel opties hadden we immers niet. Achteraf denk ik dat ik meer mijn best had moeten doen om de kwestie helder te krijgen. Dan had ik de droom van Judy om zwanger te raken en een kind op de wereld te zetten misschien toch waar kunnen maken. Schuldgevoel of niet, het voelt niet goed als ik achterom kijk.

Vooruit kijken gaat mij beter af. Ik heb een prima leven met Judy en de katten en konijnen. Het ideaalbeeld van een verliefd stel met toekomstplannen – 2,3 kinderen en de Volvo stationcar met gezinslabrador – is niet gelukt. Al het andere wel. En ongemerkt doen wij dingen die we nooit gedaan zouden hebben met kinderen. Ik blijf daarom vooruit kijken. Als ik dan toch eens terugkijk en tegelijk vlucht in mijn favoriete muziek, dan kijk ik naar de clip van Head Rolls Off van Frightened Rabbit. Dan zie ik weer hoe het had kunnen zijn. Confronterend, maar ook mooi. Ik houd me maar vast aan de slotzin van het tekst: “While I’m alive, I make tiny changes to the world.” Dat geeft mij het gevoel dat, hoe ogenschijnlijk onbeduidend ook, mijn rol op deze aarde er toch toe doet.

Jan-Pieter

Een gedachte over “1 op de 6 – Jan-Pieter

Geef een reactie