Afscheid van wat nooit was

Beeld: Martine van der Voort

Een jaar geleden schreef ik onderstaand gedicht. Het verdriet om de onvervulde kinderwens nog zo rauw en verstikkend aanwezig. Vandaag sta ik al veel sterker in mijn schoenen en heb ik mijn lot al een beetje aanvaard. Met wat psychologische hulp ben ik (wonder boven wonder) beginnen geloven dat je ook gelukkig kan worden zonder kind, hoewel dit verdriet steeds een plaats zal blijven hebben. We blijven hopen op een mirakel maar uit het parcours kunnen stappen heeft me enigszins bevrijd.

Ik wil lotgenoten laten weten dat ondanks de pijn die je voelt in het heetst van de strijd, er toch licht kan zijn aan het einde van de tunnel. Dat er alsnog hoop is om gelukkig te worden. Toen ik bij de psycholoog kwam, was het eerste wat ik zei:

“Nooit kom ik dit te boven, nooit zal ik dit kunnen aanvaarden, heel mijn leven is overkoepeld met een donderwolk waaruit elk moment bliksem uit kan komen. Alles wat ik doe is afgewogen en gemeten. Steeds ben ik bang dat iemand een zwangerschap gaat aankondigen of iets me gaat ontstemmen.”

Inmiddels is het één jaar later en kan ik oprecht zeggen dat er leven is na dit afscheid, dat er kans is op geluk. Je moet de tijd nemen om het te aanvaarden. Zodra je uit de medische molen bent, krijg je daar een andere kijk op. Ik vergelijk het met een hardloopwedstrijd. Als je hard traint om een goede loper te zijn en je doet mee aan een wedstrijd, verwacht je snel aan de finish te komen. Niemand rondom jou traint, maar jij wilt het lot niet tarten en traint zeer hard. Tijdens de wedstrijd loopt iedereen jou voorbij, opnieuw en opnieuw, en ze hebben er niet eens hard voor moeten werken. Sommigen halen jou zelfs in voor een tweede rondje of een derde… Zelf kom je maar niet aan de finish. Tot je op een dag beseft dat je geen loper bent, en je beter kan supporteren aan de zijlijn voor jouw vrienden en familie die wel goed kunnen lopen. Dan kan je meevieren met hun overwinning en zelfs op een dag oprecht blij zijn voor hen!

Afscheid van wat nooit was

Hoe moet het verder zonder jou?
Jij, die nooit was en misschien nooit zal zijn,
Van wie ik zoveel hou dat ik soms bijna wegkwijn.

Jaren van hopen op geluk,
Keer op keer weer alles stuk.
Elke keer die bittere pil,
Mijn hart roept luid, maar ik zwijg stil.

Alles heb ik willen geven,
Tot zelfs bijna mijn eigen leven.
Geen leegte zo groot als deze nooit gevuld,
Geen verdriet zo diep als teleurstelling voor geduld.

Eén keer zouden we jou eindelijk leren kennen,
We gingen jou knuffelen en verwennen.
Maar ook dan ging je weg.
Onder de noemer ´pure pech´.

Ontroostbaar is mijn lijden, onherstelbaar is mijn hart,
dat eindeloos gevecht met het lot dat ons tart.
Stille helden in een strijd die niet zou mogen zijn,
Een bitter gevecht, immers veel pijn.

Hoe kan ik jou toch zo missen, zo intens?
Jou ontmoeten is mijn allergrootste wens.

Zal ik ooit terug oprecht gelukkig kunnen leven?
Zal ik ooit weer een onbezorgde glimlach geven?
Zal ik ooit kunnen wennen aan een toekomst zonder jou?
Of zal ik toch ooit kunnen zeggen hoeveel ik van je hou?

Er resten mij geen woorden meer, enkel verdriet.
Want JIJ bent er nog steeds niet.
Vandaag kan ik enkel blijven dromen,
Dat je op een dag toch nog zal komen.

Liefs,
Jouw wensmama

Geef een reactie