Verwijzing door de huisarts

Als een zwangerschap uitblijft, is de eerste stap dat je naar de huisarts gaat.

Wat doet de huisarts?

De huisarts beoordeelt in eerste instantie of er sprake is van verminderde vruchtbaarheid en stelt vragen over de lengte en regelmaat van je cyclus, het aantal maanden van onbeschermd vrijen, hoe vaak je vrijt en op welke momenten tijdens je cyclus. Ook kan worden gevraagd naar factoren die de vruchtbaarheid negatief kunnen beïnvloeden, zoals ontstekingen, seksuele problemen, eventuele eerdere zwangerschappen, gebruik van geneesmiddelen. Verder kunnen leefstijlfactoren als roken, gewicht, werk (bijv. in verband met stress of werken met gevaarlijke stoffen) van beide partners aan de orde komen. Net als erfelijke ziekten en familiaire aandoeningen. Soms doet de huisarts lichamelijk onderzoek en/of bloedonderzoek bij de vrouw. De huisarts kan de man vragen een zaadonderzoek te laten doen. Bij de man vindt alleen lichamelijk onderzoek plaats indien er sprake is van een afwijkende uitslag van een zaadonderzoek.

Wanneer verwijst de huisarts je door?

Als de huisarts geen bijzonderheden kan vaststellen, zal deze een kansberekening toepassen. Het rekenmodel daarvoor houdt rekening met de leeftijd van de vrouw, de duur van de kinderwens, eventuele eerdere zwangerschappen en het totale percentage beweeglijke zaadcellen. Zo wordt een schatting gemaakt van de spontane zwangerschapskans in het komende jaar. Als de kans op een spontane zwangerschap hoger ligt dan 40% is het advies om nog af te wachten en de natuur een kans te geven, omdat dan niet te verwachten is dat het starten van een behandeling de kans op zwangerschap verhoogt. Komt het percentage tussen 30 en 40% uit, dan bespreekt de huisarts dit en beslis je gezamenlijk de volgende stap. Als de kans lager ligt, word je doorverwezen naar de gynaecoloog.

Wil je meer lezen?