Onderzoek naar langetermijn kans op kanker na hormoongebruik bij geassisteerde voortplanting

Op 25 november 2020 is Mandy Spaan gepromoveerd aan de faculteit Geneeskunde van de Vrije Universiteit te Amsterdam op haar proefschrift getiteld “Long-term risk of cancer after ovarian stimulation for assisted reproductive technology”.

Het onderzoek is onderdeel van het langlopende OMEGA-project “Ovariumstimulatie en Gynaecologische Aandoeningen: een landelijk onderzoek naar mogelijke gezondheidsproblemen na IVF.”

Korte Nederlandse samenvatting proefschrift.

Is er verhoogde kans op kanker bij vrouwen na IVF?

Vrouwen die in het verleden een vruchtbaarheidsbehandeling, zoals in vitro fertilisatie (IVF), hebben ondergaan, hebben geen verhoogde kans op het ontwikkelen van borstkanker, eierstokkanker, baarmoederkanker en huidkanker (melanoom) vergeleken met andere vrouwen. Ook niet op de lange termijn, na meer dan 20 jaar.
Vrouwen die tussen 1983 en 2001 een IVF-behandeling ondergingen hebben wel een licht verhoogd risico op zogenaamde borderline tumoren van de eierstok (tumoren die qua gedrag tussen goedaardige en kwaadaardige tumoren in liggen) en darmkanker. Dit blijkt uit het OMEGA-onderzoek onder meer dan 40.000 vrouwen behandeld voor vruchtbaarheidsproblemen door epidemioloog Mandy Spaan van het Antoni van Leeuwenhoek.
Aan het landelijke OMEGA-onderzoek namen 12 IVF centra en 2 regionale fertiliteitsklinieken deel en stond onder leiding van epidemiologen prof. dr. Floor van Leeuwen en dr. Sandra van den Belt-Dusebout (Antoni van Leeuwenhoek) en gynaecologen prof. dr. Curt Burger (Erasmus MC) en prof. dr. Nils Lambalk (Amsterdam UMC).

Het risico op borderline tumoren van de eierstok en darmkanker was bijna tweemaal zo hoog in vergelijking met vrouwen die andere vruchtbaarheidsbehandelingen ondergingen dan IVF. Als IVF echt de oorzaak zou zijn van het verhoogde risico, dan zou men verwachten dat naarmate een vrouw meer IVF-behandelingen heeft ondergaan zij een hoger kankerrisico heeft, dit was echter niet het geval. Vervolgonderzoek is nodig om uit te wijzen of het verhoogde risico daadwerkelijk door de IVF-behandeling komt, door andere onderliggende factoren, zoals de ernst van de verminderde vruchtbaarheid, of door toeval.

Geen verhoogd risico op kanker bij kinderen na IVF

Naast het risico op kanker bij deze vrouwen is ook onderzocht of hun kinderen geboren na IVF een verhoogd risico hebben op kanker. In dit onderzoek waren bijna 48.000 kinderen geïncludeerd waarvan meer dan 24.000 geboren na IVF. Kinderen geboren na IVF bleken geen verhoogd risico te hebben op kanker in vergelijking met spontaan verwekte kinderen van minder vruchtbare vrouwen. Gezien de tijdsperiode waarin de kinderen zijn gevolgd kon het onderzoek alleen een uitspraak doen over de kans op kanker tot het 25e jaar. Omdat kinderkanker zeldzaam is, was het aantal gevallen van kanker relatief klein, ondanks het grote aantal kinderen in deze studie. Daardoor was het moeilijk om betrouwbare uitspraken te doen over het risico op specifieke vormen van kanker en het risico van meer recent toegepaste vruchtbaarheidsbehandelingen zoals intracytoplasmatische sperma-injectie en cryopreservatie van het embryo. Vervolgonderzoek is nodig om het risico op kanker bij kinderen geboren na deze nieuwere technieken en het risico op kanker bij jongvolwassenen (>25 jaar), te onderzoeken.

Wil je meer lezen?