Lieve eskimo

Beeld Martine van der Voort

Ze noemen jou cryo. Je komt uit een nest van 11. We tekenden voor jullie een contract. Voor jou. Want jij bleef als enige over. Je ‘verse’ broertje of zusje wilde niet in mijn buik blijven wonen. De rest hebben ze ‘vernietigd’, ze vonden ze niet mooi genoeg. Dus jij was ons laatste bonusje.

Jij bent heel welkom. Je hebt een lieve grote broer van 2,5, die graag met je wil knuffelen. Als hij een baby’tje hoort huilen loopt hij er naartoe en begint het te aaien. Hij zegt ‘aaaah’, en geeft het een speeltje. Je papa heeft een gouden hart en is een echte grappenmaker. Die zal met je dollen en stoeien. Als je groter wordt gaan jullie samen apenstreken uithalen. En je mama, dat ben ik. Ik heb een lekker warm bedje voor je opgemaakt. Ik denk dat je dat wel nodig zult hebben, want het is heel koud in cryoland.

Wij hadden een heerlijke zomer, maar jij lag in de vloeibare stikstof. Ik hoop maar dat ze je een dikke jas hebben meegegeven voordat ze je in de vriezer stopten.. Van +37 naar -196 graden, brrr….

Ik wilde je graag opzoeken. Ik ben zo nieuwsgierig naar je. Ben je een jongetje, een meisje? Net zo blond als je broer of heb je de bruine ogen van mama? Ben je lief? Ondeugend? Kun je goed puzzelen? Ik wil je opzoeken. Dus ik heb de Dikke van Dale gepakt. Ik zoek op het woord cryo. Je staat er niet eens in… Embryo dan. Die wel: ‘het eerste stadium van mens, dier, of plant’. Oké, dus je bent het eerste stadium van mens papa en mens mama. Op internetforums noemen ze jou vaak Eskimo. Eskimo: ‘oorspronkelijke inwoner van het noordpoolgebied’.

De noordpool… IJsbergen onder het water waarvan je alleen de topjes maar ziet. Zo werkt het bij mij ook. Het topje ziet er gaaf en ongeschonden uit. Maar vlak onder het oppervlak ligt een grote onheilspellende berg verdriet. Soms is het oppervlak stevig en voel ik echt geluk. Soms zitten er barstjes in, en blijkt het laagje over de berg maar flinterdun.

Vandaag is de Titanic langs gevaren. Mijn telefoon ging en ik wist het al. Ik word nooit gebeld op zaterdagochtend. Jij, mijn klein Eskimootje hebt de Noordpoolexpeditie niet overleefd. De terugtocht vanuit -196 graden werd je teveel. Ik neem het je niet kwalijk, je hebt namelijk mijn genen. Ik ben de grootste koukleum die er bestaat. Lopen anderen te puffen van de warmte, dan heb ik het eindelijk lekker aangenaam. Zo’n koude-expeditie kón bijna niet lukken.

De lucht boven de ijsberg is grijs en bewolkt. Er zijn wel leuke dingen. Grappige boevenstreken van je grote broer. Ik lach ook wel, maar ik voel het niet. Over alles ligt een droevig, mistig laagje. Ik kan niet vol genieten. Het voelt somber en leeg. Ik snak naar een regenbui, een huilbui, een hagelbui desnoods. Iets waar de lucht van opklaart. Maar er komt niets. Geen druppel. Wat ik ook doe, ik blijf hangen in de mistbui. Ik kan niet meer helder kijken.

Ik mis je, lieve Eskimo. Je iglo is afgebrand en we konden er niets aan doen. Je bent weg en je hebt een stukje van mijn genen meegenomen. Is het soms daarom dat ik nu wat van mijn veerkracht mis?

Ik zoek veerkracht. Dikke Van Dale: ‘kracht van lichaam en geest om zich snel te herstellen’. Uit een ander boek in mijn kast weet ik dat je voor veerkracht leuke dingen moet doen. Maar het boek zegt niets over mistige laagjes. Ik kruip achter mijn laptop en ik schrijf en ik lees. Daar hou ik van. Dat vind ik leuk. Ik leer over Eskimo’s. Ze noemen zichzelf liever Inuit. Betekenis: ‘echt mens’.

Ja, een echt mens, dat was je al voor mij. Ook al was je amper een paar cellen groot, je was echt. Je was er echt! En nu niet meer. Eindelijk kan ik huilen. Om dat mensje dat niet komt. Ik kan niet meer stoppen.

De lucht klaart op, eindelijk. Zie ik onder dat laagje mist, bovenop het topje van de berg in de schittering van de zon, toch een verse portie veerkracht! Ik ben op de Noordpool; de zon schijnt en ik heb het niet koud. De zon zal zelfs een hele periode niet eens onder gaan.

Er is weer veerkracht. Ik grabbel het bij elkaar en stop het in mijn bontmuts. Voor later. Wanneer het tijd wordt voor nieuw leven. Voor nieuwe embryo’s, nieuwe Eskimo’s. Voor echte mensen. Lief, klein Eskimootje, het ga je goed. Vertel je je broertjes en zusjes een beetje hoe het moet? Zeg je dat ze zich goed inpakken onderweg? En zullen we ze samen heel veel warmte sturen? Wij staan klaar om ze op te vangen. Met een heleboel liefde, knuffels van hun grote broer, en een warm mutsje voor op hun bolletjes.

Willemijn

Geef een reactie