Nova-Luna (38) en haar partner (45) kennen elkaar twaalf jaar, zijn tien jaar getrouwd en zitten sinds zes jaar in verschillende fertiliteitstrajecten bij ziekenhuizen in zowel Nederland als in het buitenland. Ook zijn zij in contact met meerdere klinieken in het buitenland voor vervolgbehandelingen. Nova-Luna zit in een vervroegde overgang en heeft IUI’s, IVF-ICSI’s, escape IUI’s en eiceldonatietrajecten doorlopen. Helaas hebben deze inspanningen tot op heden nog niet geleid tot de gewenste uitkomst: het verwelkomen van een kindje.
Nova-Luna deelt: “In dit vruchtbaarheidsavontuur heb ik uitgebreid geschreven over onze persoonlijke (niet-medische) ervaringen. Het valt me op dat er veel aandacht is voor het medische aspect, maar de vele andere facetten die hiermee gepaard gaan, blijven naar mijn mening grotendeels onbelicht. Graag neem ik jullie mee in mijn gedachtewereld en alles wat daarbij komt kijken.”

Werk en privé balans
Het streven naar een evenwicht tussen mijn professionele en persoonlijk leven was van groot belang tijdens het fertiliteitstraject. Om dit te bewerkstelligen koos ik uiteindelijk voor de weg van open en eerlijke communicatie met mijn leidinggevenden en collega’s. Het gesprek aangaan had ik zo lang mogelijk uitgesteld, omdat ik vond dat het traject een persoonlijke aangelegenheid was en niet relevant was voor mijn werk.
Het onderwerp fertiliteit is een gevoelig onderwerp op zich en ik wilde vooral niet te maken krijgen met ongewenste vragen of ongemakkelijke gesprekken. Verder bestond de vrees dat het delen van informatie over mijn fertiliteitstraject de perceptie van mijn collega’s en leidinggevenden over mijn toewijding aan het werk zou beïnvloeden of zou leiden tot veranderingen in de behandeling op mijn werk. Mijn toewijding en loyaliteit aan mijn werkgever is groot, de gedachte dat juist deze eigenschappen in twijfel zouden kunnen worden getrokken was heel beangstigend. Ook bestond de kans dat ik niet zou worden begrepen.
Vertellen op het werk
Ik deelde mijn verhaal met mijn leidinggevenden en een aantal collega’s. De reacties waren zeer uiteenlopend, deels heel pijnlijk maar gelukkig vaker begripvol en empathisch. Duidelijk was dat er veel onwetendheid heerst op dit vlak. Onbewust en goedbedoeld werden er toch pijnlijke vragen gesteld.
Los van het vertellen van mijn verhaal moest ik de mensen ook uitleggen wat het traject in de praktijk betekende. Een belangrijke onbekende factor was dat toegediende hormonen leiden tot zowel lichamelijke als mentale klachten, wat weer zijn weerslag heeft op het werk. Enkelen waren oprecht zeer geïnteresseerd in alles wat ik meemaakte, dat gaf steun en kracht, ik voelde mij gehoord.
Toen ik vertelde dat ik in een fertiliteitstraject zat, vonden mijn behandelingen plaats in België. Ik woon zelf in Rotterdam. De reistijd, de behandeling en het bijkomen kostte mij steeds een hele dag. Maximaal 10 dagen per maand moest ik hals over kop naar het ziekenhuis. Door het te vertellen kon ik mijn teamgenoten helpen te begrijpen waarom ik flexibiliteit nodig had voor afspraken met artsen of voor behandelingen. Bovendien was het vertellen ook nuttig zodat er een goede werkplanning kon worden gemaakt. Mijn stress verminderde, wat ook een grote voorwaarde is om de slagingskans van een zwangerschapspoging te vergroten.
Uitdagingen
Toch waren de uitdagingen groot. Ik werk op een universiteit; ik kon door het traject mijn fulltime aanstelling niet volhouden, ik ging parttime werken en leverde een deel van mijn salaris in. Vanuit het perspectief van de werkgever staat het belang van het werk immers boven alles, ik ben medeverantwoordelijk om de teamreputatie hoog te houden en alle deadlines te behalen. Dat vergt veel inzet.
Toen ik hoorde dat ik in een vroegtijdige overgang zat en genetisch moeder worden onmogelijk was, stortte mijn wereld in van verdriet. Op het werk barstte ik in tranen uit en meldde ik mij ziek. Ik had tijd nodig om dit te verwerken. Toen werd ik pas echt zichtbaar.
Iemand wees mij tijdens mijn ziekteperiode erop dat ik de werkgever niet kon laten opdraaien voor mijn fertiliteitstraject. Ik was toen echter niet bezig met het traject, ik was volledig uitgeschakeld en was mijn verdriet aan verwerken omdat mijn kinderwens was verwoest. Een ander merkte op dat ik hier zelf voor had gekozen, ik was immers niet ziek, maar wilde vrijwillig per se dit traject doorlopen. En velen vulden zelf in wat er aan de hand was, een burn-out, het werk zou te veel of te moeilijk zijn voor mij, ik zou ruzie hebben met het team en nog vele andere verhalen. Het kostte mij veel energie en ergernis om hiermee om te gaan, ik had het gevoel dat ik mij continu moest verdedigen. Uiteindelijk is het opgehelderd en is er begrip, maar op dat moment waarin de kwetsbaarheid zo groot was, kwam het allemaal dubbel zo hard aan. Inmiddels heb ik alles achter mij gelaten.
Ook hiervan heb ik geleerd. Ik weet nu waar mijn werkgrenzen liggen, dat ik duidelijk moet zijn over mijn behoeften en wensen op de werkvloer en dat een open en eerlijke communicatie allesbepalend is. Mensen kunnen niet weten wat er in mij omgaat of wat ik nodig heb als ik het niet uitspreek. Juist daarom is het heel belangrijk om te blijven praten over mijn worstelingen zodat ik een goede werk en privé balans in stand kan houden.
Hoe combineren jullie een fertiliteitstraject met het werk?


