Ik voel dat mijn bloed begint te koken. Viermaal eerder hebben mijn moeder en ik hierover al een gesprek gevoerd, maar ik ben misschien niet duidelijk genoeg geweest toen ik de eerste keer zei: “Mam, ik snap dat jij het ook met iemand wilt delen, maar doe dat met een vriendin en niet met de hele familie”.
Als ik haar hier een week later op aanspreek, is de conclusie dat niet alleen ík maar ook zíj het zwaar heeft. Zij heeft ook emoties en zij bepaalt zelf wel met wie ze het deelt. “We hebben een open communicatie binnen dit gezin”.
De mensen met wie ze het deelt, zijn niet de mensen waarvan wij steun hebben ontvangen toen er geen hartje bleek te kloppen tijdens de 9 weken echo en het daaropvolgende intense verdriet. Hierop hebben wij besloten deze mensen verder ook niet meer te informeren over de vervolgstappen.
Ik probeer voor de vijfde keer uit te leggen dat dit óns probleem is en wij graag zelf bepalen met wie we dit delen. Dat onze kinderwens, onze miskraam en nu ons startende fertiliteitstraject eigenlijk heel erg privé is wil er niet in bij mijn moeder.
Toen ik een gebakje zat te eten op een verjaardag en mij in groepsverband gevraagd werd hoe het bij de gynaecoloog ging, was voor mij de maat vol. Ik had degene die de vraag stelde bewust helemaal niks verteld.
Hierop reageerde een ander: “Ik heb het ook al gehoord, hoor”.
Ik was verbijsterd en zo teleurgesteld.
Mijn moeder vindt mijn reactie wat overdreven en ik hoef niet zo’n toon aan te slaan. Ze zegt met een -in mijn ogen- cynische lach, dat ze mijn moeder en niet mijn cliënt is.
Ik reageer dat ik een volwassen vrouw ben, dat we in mijn huis zitten waarvan ik de hypotheek betaal en dat we over volwassen zaken praten en dat ik daarom ook graag als een volwassene gezien wil worden en niet als een klein kind.
Mijn moeder houdt voet bij stuk: het is ook haar proces en dat deelt ze met wie ze wil. Ik vertel dat we haar dan liever niet meer op de hoogte houden van het traject, als ze toch besluit om het verder te vertellen.
- “Dat zou ik erg jammer vinden…”
- “Je moest eens weten wat ik allemaal jammer vind.”
Dit gevoel gaat heel diep. De vrouw waarvan ik verwacht had dat ze mij het meeste zou steunen, heeft mij ontzettend gekwetst. Drie kwartier later is de conclusie dat dit de laatste keer is geweest dat we praten over onze kinderwens. Ze hoort het wel wanneer het eindelijk zo ver is.


