De staatssecretaris Judith Tielen voor Jeugd, Preventie en Sport informeerde op 12 februari 2026 via een brief de Tweede Kamer haar zorgen over massadonatie en gebruik van buitenlands donorsperma. Het aandeel behandelingen met buitenlands donorsperma ligt momenteel op ongeveer 65 procent.
Bij massadonatie gaat het om situaties waarin één spermadonor zeer veel kinderen verwekt, vaak via buitenlandse spermabanken. Dit leidt bij donorkinderen tot emotionele belasting, problemen rond identiteitsvorming en risico’s op onbedoelde verwantschap.
In deze brief gaat Judith Tielen nader in op het begrip ‘massadonatie’ en mogelijke (juridische) maatregelen die de overheid hiertegen zou kunnen treffen, in aanvulling op de rol en verantwoordelijkheid van beroepsgroepen, klinieken, spermabanken en wensouders.
Achtergrond spermadonatie
In Nederland is er een tekort aan spermadonoren, waardoor wensouders vaak uitwijken naar buitenlandse spermabanken. De wens of keuze van wensouders is zeer invoelbaar. Vanwege een gebrek aan Nederlandse spermadonoren hanteren Nederlandse fertiliteitsklinieken wachttijden van soms langer dan twee jaar. Die tijd hebben wensouders vaak niet meer, vanwege door leeftijd afnemende vruchtbaarheid bij (met name) de vrouw.
Veranderde wetgeving in Nederland
Sinds de inwerkingtreding van de wijziging van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb) op 1 april 2025 is er bij een behandeling in een Nederlandse fertiliteitskliniek in principe alleen nog risico op massadonatie als er gebruik gemaakt wordt van buitenlands donorsperma. Sindsdien geldt hier de strikte limiet van 12 vrouwen per donor. Buitenlandse klinieken hanteren vaak veel hogere limieten, zoals 75 of er is helemaal geen limiet.
Nadelen van gebruik van buitenlands donorsperma
- Moeilijk contact krijgen met donoren
Er is vaak geen betrouwbare manier om de van de donor bekende contactgegevens op actualiteit te verifiëren, waardoor het in het geval van verouderde gegevens lastig of onmogelijk kan zijn om met hem in contact te komen. Ook taalbarrières maakt contact voor donorkinderen lastiger. - Sociaalpsychologische belasting van grote verwantschapsnetwerken
Grote verwantschapsnetwerken vragen veel emotionele energie; steeds nieuwe halfbroers/ -zussen geven stress en onzekerheid. Net als in het contact met donoren kan er sprake zijn van barrières door taal- en cultuurverschillen. - Risico op consanguïniteit
Als donorkinderen elkaar ontmoeten en niet weten dat ze erfelijk verwant zijn, levert dat een verhoogd risico op erfelijke aandoeningen op als zij nageslacht krijgen. Het daadwerkelijke genetische risico is klein, maar de angst en onzekerheid voor donorkinderen is groot.
Drie route voorstellen van Judith Tielen
1. Regulering via de Wet zeggenschap lichaamsmateriaal (Wzl)
2. Europese afspraken en regelgeving
Nederland pleit voor een centraal EU-donorregister, een EU-limiet op het aantal nakomelingen per donor en een verbod op anonieme donatie. Een EU-werkgroep onderzoekt uitvoerbaarheid en privacy-aspecten.
3. Brede samenwerking met veldpartijen
VWS start een samenwerking met o.a. NVOG, fertiliteitsklinieken, spermabanken, Fiom, IGJ en belangenorganisaties. Voor gezamenlijke afspraken met buitenlandse banken, betere registratie, centrale werving en screening van donoren en opstellen van een gezamenlijke agenda voor grensoverschrijdende donorconceptie.
Conclusie
De overheid wil massadonatie en de risico’s van internationaal donorsperma beperken via nationale regulering, Europese normen, en samenwerking tussen betrokken organisaties. Nieuwe wetgeving wordt hierop voorbereid, maar vereist inzet van het huidige kabinet.
Lees hier de volledige brief


