Freya Brochure Eiceldonatie
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. De behandeling in het kort
3. Slagingskans
4. Indicaties voor eiceldonatie
4.2 Onbereikbaarheid van de eierstokken
4.3 Genetische indicatie
4.4 Kwaliteit en kwantiteit eicellen
4.5 Leeftijdsgrens van de wensmoeder
5.2 Donatie door een bekende donor
5.3 Wisseldonatie
5.4 Donatie door stellen die zelf IVF ondergaan
5.5 Embryodonatie
5.6 Eicelbank
5.7 Naar het buitenland
7.2 De behandeling bij de donor
7.3 De behandeling bij de wensmoeder
8. Zwangerschap na eiceldonatie
9. De kosten van eiceldonatie
10. Psychosociale aspecten
1. Inleiding
Eiceldonatie is het afstaan van (onbevruchte) eicellen door een vrouw (donor) met als doel bij een andere vrouw (de wensmoeder, ook wel acceptor genoemd) een zwangerschap tot stand te brengen. De wensmoeder moet daarvoor wel een goed functionerende baarmoeder hebben. Eiceldonatie is in een aantal opzichten vergelijkbaar met spermadonatie (KID). Eiceldonatie is echter minder eenvoudig omdat eicellen moeilijker te verkrijgen zijn dan zaadcellen. Volgens de Nederlandse wetgeving is de vrouw die het kind baart automatisch de juridische moeder.
De keuze voor eiceldonatie is een moeilijke beslissing. Het gaat niet alleen over jezelf, je (eventuele) partner, een donor, maar ook over een kind op de wereld zetten onder omstandigheden die je wellicht niet had voorzien. Daarom is het belangrijk jezelf goed voor te bereiden.
2. De behandeling in het kort
De eiceldonor ondergaat een (bijna) complete IVF-behandeling. Eerst wordt haar eigen cyclus met medicatie onderdrukt. Dan worden haar eierstokken met behulp van hormooninjecties gestimuleerd om meerdere eicellen tot rijping te brengen. Tot slot volgt een eicelpunctie om de eicellen te ‘oogsten’.
Terwijl de donor deze IVF-behandeling ondergaat, gebruikt de wensmoeder meestal medicijnen om haar baarmoederslijmvlies voor te bereiden op innesteling van een embryo. Als de wensmoeder zelf nog een menstruele cyclus heeft zal ze ook medicijnen moeten gebruiken om haar eigen hormoonhuishouding stil te leggen.
Op de dag van de eicelpunctie worden de donoreicellen bevrucht met het sperma van de wensvader (of eventueel met donorsperma). Tot slot worden één of – bij hoge uitzondering – twee van de ontstane embryo’s in de baarmoeder van de wensmoeder geplaatst. Als er goede embryo’s overblijven, kunnen die worden ingevroren en op een later tijdstip worden ontdooid en in de baarmoeder worden geplaatst.
3. Slagingskans
De kans op zwangerschap na een eiceldonatiebehandeling is even groot of groter dan die na een reguliere IVF-behandeling. Het slagingspercentage (kans op een zwangerschap) is voor een groot deel afhankelijk van de leeftijd van de eiceldonor. Hoe jonger de donor, hoe groter de kans dat de bevruchte eicel zich innestelt en er een doorgaande zwangerschap ontstaat. De leeftijd van de wensmoeder lijkt nauwelijks invloed te hebben op de slagingskans.
4. Indicaties voor eiceldonatie
Er kunnen verschillende (medische) redenen zijn om eiceldonatie te overwegen. Hieronder worden de meest voorkomende beschreven.
4.1 Vervroegde overgang
We spreken van vervroegde overgang als een vrouw voor haar veertigste jaar in de overgang is gekomen en geen goed functionerende eierstokken (meer) heeft. Dit kan het gevolg zijn van een erfelijke aandoening maar ook van chemotherapie, bestraling of een operatie aan de eierstokken. Vaak is de oorzaak van vervroegde overgang echter onbekend. Vervroegde overgang wordt ook Premature Ovariële Insufficiëntie genoemd (afgekort tot POI).
4.2 Onbereikbaarheid van de eierstokken
Indien de eierstokken van een vrouw, die een indicatie voor een IVF/ICSI-behandeling heeft, op geen enkele manier te bereiken zijn voor de eicelpunctie.
4.3 Genetische indicatie
Indien een vrouw drager is van een ernstige erfelijke aandoening en er een hoog risico bestaat om deze aandoening aan haar kind door te geven, kan eiceldonatie een mogelijke oplossing bieden voor de invulling van de kinderwens. In bepaalde gevallen is het echter ook mogelijk om een drie dagen oud embryo dat ontstaan is uit een ICSI-behandeling te testen op de erfelijke aandoening met als doel alleen een niet aangedaan (gezond) embryo in de baarmoeder te plaatsen. Dit heet pre-implantatie genetische test (PGT).
4.4 Kwaliteit en kwantiteit eicellen
Eiceldonatie valt te overwegen bij verminderde kwaliteit van de eicellen. Dit kan zich uiten in bij herhaling slechte bevruchting bij IVF/ICSI of slechte ontwikkeling van de embryo’s bij een IVF/ICSI-behandeling. Ook als gedurende een IVF/ICSI-behandeling blijkt dat er maar weinig eicellen groeien, ondanks adequate hormoonstimulatie, kan eiceldonatie een optie zijn.
Als een IVF/ICSI-behandeling prima verloopt, maar de poging bij herhaling mislukt omdat er geen innesteling plaatsvindt, is dit (vooralsnog) geen medische indicatie voor eiceldonatie.
4.5 Leeftijdsgrens van de wensmoeder
De maximumleeftijd voor de wensmoeder is 49 jaar. Deze grens wil niet zeggen dat iedereen tot die leeftijd in aanmerking komt. Gynaecologen nemen een aantal zorgvuldigheidseisen in acht. Met het stijgen van de leeftijd neemt de kans op complicaties tijdens de zwangerschap en bevalling toe. Dit geldt zowel bij een spontane zwangerschap van eigen eicellen als na eiceldonatie en IVF. Omdat eiceldonatie nog een extra kans op verhoogde medische risico’s voor moeder en (ongeboren) kind met zich meebrengt, moeten deze risico’s zorgvuldig voor iedere individuele wensmoeder worden afgewogen voorafgaand aan een behandeling.
5. Een donor vinden
5.1 Registratie donoren
Op grond van de ‘Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting’ worden eicel- en zaaddonoren in ons land sinds 2004 geregistreerd in het donorregister. Het is in Nederland niet mogelijk om anoniem te doneren. Deze wet gaat uit van het beginsel dat kinderen het recht hebben om te kunnen achterhalen van wie zij afstammen. Als een zwangerschap tot stand is gekomen met behulp van een eiceldonor, moet de behandelende kliniek bepaalde gegevens – waaronder de persoonsidentificerende gegevens – van de donor verstrekken aan de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting. Daar komen de gegevens in een database te staan. Op verzoek van een kind, ouder of arts kan de Stichting bepaalde gegevens vrijgeven.
Uitgebreide informatie hierover is te vinden bij de College donorgegevens kunstmatige bevruchting.
5.2 Donatie door een bekende donor
De meeste stellen die in Nederland eiceldonatie ondergaan, zoeken zelf een donor. Dit kan bijvoorbeeld een (schoon)zus, nichtje of vriendin zijn. Vaak is er echter geen familielid of bekende die wil of kan doneren. Ook kan het zijn dat de wensouders het juist prettiger vinden om iets meer afstand te hebben tot de donor. Deze wensouders kunnen op zoek gaan naar een donor via een oproep op bemiddelingssites op internet. Ook op de Freya website staan regelmatig oproepen. Dit noemen we nog steeds een bekende donor, je legt zelf contact met de donor en deze wordt geregistreerd door de behandelende kliniek in Nederland. Het is in Nederland niet verboden te bemiddelen in vraag en aanbod van eicel- en/of spermadonoren.
Commerciële motieven voor donorschap zijn in Nederland wel verboden. De donor ontvangt dus geen financiële vergoe¬ding voor het doneren van haar eicellen. Het is gebruikelijk dat de wensouders de door de donor gemaakte kosten in het kader van de behandeling (medische kosten, reiskosten, opvangkosten kinderen, etc.) voor hun rekening nemen. Het is belangrijk om hier vantevoren duidelijke afspraken over te maken!
Wensouders die zelf een donor meebrengen, kunnen terecht in diverse IVF-centra en IVF-transportklinieken. Transportklinieken zijn ziekenhuizen die op het terrein van IVF nauw samenwerken met een IVF-centrum en waar behandeling tot en met de eicelpunctie wordt uitgevoerd. Als de behandelend gynaecoloog hierover geen informatie heeft verstrekt, zijn adressen te vinden in de Fertiliteitsmonitor op de Freya website. Als het ziekenhuis van de wensouders voor de donor ver weg is, is het in principe mogelijk om een deel van de behandeling onder begeleiding van een arts in een dichterbij gelegen ziekenhuis te doen. Informeer hiernaar bij de betreffende kliniek. Verder kunnen lotgenoten elkaar soms goede tips aanreiken!
Wat betekent het om een donor uit de directe omgeving te hebben?
Misschien heb je een familielid of goede vriendin die donor wil zijn. De voordelen van een donor uit eigen omgeving zijn:
- kenmerken van de donor, zoals karakter, uiterlijk, (genetische) achtergrond en gezondheid zijn bekend
- een band tussen kind en donor is mogelijk
De keuze voor een donor uit je eigen kring kan ook lastige dingen met zich meebrengen:
- de verhouding tussen donor en ouders kan moeizaam worden
- de relatie tussen de ouders kan verstoord raken door het idee van ‘een derde’ in de relatie
- voor de donor kan een dubbelrol ontstaan; de donor is bijvoorbeeld naast tante of vriendin ook de biologische moeder van het kind
- het gevoel dat de donor over de schouders van de opvoeders meekijkt.
Daarom is het belangrijk om dit besluit weloverwogen te nemen en eventueel professionele psychosociale begeleiding in te schakelen.
Met een donor uit eigen omgeving dienen vooraf duidelijke afspraken gemaakt te worden over de openheid of geheimhouding in de omgeving en de wijze waarop zij (g)een rol speelt in het leven van het kind. Geheimhouding met een donor uit de familie of vriendenkring heeft een groot risico dat het geheim een keer uitkomt. Mede om die reden is in het belang van het kind openheid aan te raden. De afspraken tussen donor en wensouder(s) kun je laten vastleggen bij een notaris.
5.3 Wisseldonatie
Bij de zogenaamde ‘wissel- of ruildonatie’ breng je zelf een donor mee. De eicellen van jouw donor worden verwisseld met die van een donor van een ander paar. Deze manier van doneren vindt plaats als de wensouders wel een bekende donor hebben, maar graag een donor willen die zij niet persoonlijk kennen. De wensouders en/of de donor (familielid/bekende) willen misschien liever voorkomen dat de donor het kind zal zien als ‘haar’ kind. Een moeilijkheid is dat dit nogal wat organisatie van het ziekenhuis vergt. In Nederland wordt deze vorm van donatie voor zover bekend niet toegepast, maar als dit wel zou gebeuren moet de donerende vrouw vanwege de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting instemmen met een mogelijke bekendmaking van haar gegevens aan het kind (zie onder 5.1 Registratie donoren). In België past men deze wijze van (anoniem) doneren soms wel toe.
5.4 Donatie door stellen die zelf IVF ondergaan
Sporadisch worden eicellen gedoneerd door vrouwen die zelf IVF ondergaan en een deel van hun eicellen willen afstaan. Dit is alleen mogelijk als een vrouw veel eicellen produceert en als bij eerdere pogingen is gebleken dat de kans op bevruchting goed is, zodat haar eigen kansen door de donatie nauwe¬lijks verminderen. De meeste stellen kiezen er echter voor om hun embryo’s te laten invriezen voor later gebruik omdat daardoor hun eigen kans op een zwangerschap toeneemt.
5.5 Embryodonatie
Een variant op eiceldonatie is embryodonatie. Hierbij gaat het om bevruchte eicellen (embryo’s) die zijn overgebleven van paren die hun kinderwens hebben vervuld en/of hun vruchtbaarheidsbehandeling hebben beëindigd. Hoewel wettelijk de mogelijkheid bestaat om deze embryo’s aan andere paren te doneren vindt embryodonatie in Nederland nog niet vaak plaats. In maart 2013 is in Nederland de eerste baby uit embryodonatie geboren. Meer informatie: embryodonatie MCK. Deze Freya brochure beperkt zich tot de verschillende aspecten van eiceldonatie.
Indien embryodonatie in Nederland plaatsvindt, moeten de beide donoren, vanwege de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting, instemmen met een mogelijke bekendmaking van hun gegevens aan het kind (zie onder 5.1 Registratie donoren).
5.6 Eicelbank
Dankzij een invriestechniek die we vitrificatie noemen, is het mogelijk om eicellen in te vriezen en gedurende langere tijd te bewaren. Gedoneerde eicellen worden door de eicelbanken in het UMC Utrecht, het Medisch Centrum Kinderwens in Leiderdorp en het Amsterdam UMC (locatie AMC) bewaard. Overigens geldt ook hier dat commerciële donatie in Nederland verboden is. De vrouwen die eicellen doneren, ontvangen hiervoor alleen een passende onkostenvergoeding. De betreffende klinieken kunnen je hierover meer informatie geven. Bij gebruik van eicellen van de eicelbank hoeft de wensmoeder niet meer zelf op zoek naar een donor in eigen familie- of vriendenkring, op internet of uit te wijken naar het buitenland, waar de donoren veelal anoniem zijn.
Helaas overtreft de vraag naar donoreicellen op dit moment nog vele malen het aanbod en zijn vrouwen in de dagelijkse praktijk veelal nog steeds aangewezen op een eigen donor of het buitenland.
De gegevens van de eicelbankdonoren worden geregistreerd bij de ‘Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting’ zodat een donorkind later, indien gewenst, (persoons)gegevens van de donor kan opvragen. Bij het gebruik van eicellen van de eicelbank hoeft de cyclus van de wensmoeder niet meer synchroon te lopen met de cyclus van de donor omdat de eicellen ingevroren zijn en op ieder gewenst moment kunnen worden ontdooid en bevrucht. Ter voorbereiding van de baarmoeder moet de wensmoeder wel een hormoonkuur ondergaan. Tussen het invriezen van de eicellen en de ontdooiing wordt een quarantaineperiode in acht genomen. Zo kan voor ontdooiing eerst gecheckt worden of de donor geen virusinfectie, zoals hepatitis en HIV, onder de leden had ten tijde van de donatie.
Ingevroren (en daarna ontdooide) eicellen kunnen alleen worden bevrucht d.m.v. intracytoplasmatische sperma injectie (ICSI), een techniek waarbij één zaadcel in het plasma van de eicel wordt geïnjecteerd.
5.7 Naar het buitenland
Omdat eiceldonoren in Nederland schaars zijn, nemen stellen regelmatig hun toevlucht tot buitenlandse klinieken in o.a. België, Finland, Griekenland, Portugal, Spanje en Rusland.
In Portugal en Finland wordt niet-anonieme donatie aangeboden. Hun wet- en regelgeving op het gebied van donatie is vergelijkbaar met de Nederlandse. Alle donoren zijn traceerbaar en altruïstisch.
In België heeft men voorkeur voor anonieme donatie en past men ook ruildonatie (zie boven) toe. In Spanje en Griekenland is wettelijk alleen anonieme donatie toegestaan en veel commerciële klinieken hebben zich hierop toegelegd.
Er bestaan ook landen in Europa (Italië, Duitsland en Zwitserland) waar eiceldonatie verboden is en landen waar helemaal geen regelgeving is.
Meer informatie over eiceldonatie-in-het-buitenland.
6. Donoren
6.1 Wie kan donor worden?
Wanneer wensouders zelf op zoek gaan naar een eiceldonor, is het van belang op de hoogte te zijn van onderstaande punten waaraan de donor moet voldoen.
- De eiceldonor moet de consequenties van haar keuze goed hebben doordacht en haar hulp vrijwillig hebben aangeboden.
- De leeftijd is bij voorkeur lager dan 36 jaar maar nooit hoger dan 40 jaar. De reden voor deze leeftijdsgrens is dat de succeskans van een eiceldonatiebehandeling sterk afhangt van de leeftijd van de donor en snel afneemt als de donor 36 jaar of ouder is.
- De donor moet bij voorkeur een voltooid gezin hebben omdat er altijd een (zeer klein) risico bestaat op complicaties (bijvoorbeeld een infectie) waardoor de eigen vruchtbaarheid van de donor zou kunnen verminderen.
- De donor moet lichamelijk en geestelijk gezond zijn, in die zin dat de behandeling geen extra risico’s oplevert. Zo mogen er bijvoorbeeld geen contra-indicaties zijn voor hormoonstimulatie.
- Er moet een redelijke kans bestaan op een goede eicelopbrengst na stimulatie.
- De donor mag geen geslachtsziekte hebben.
- De donor mag geen verhoogd risico hebben op het krijgen van een geslachtsziekte.
- Er mogen geen erfelijke ziektes in de familie van de donor voorkomen. Dit is van minder belang wanneer de familie van de donor dezelfde is als de familie van de ontvanger (een zus bijvoorbeeld) omdat er dan geen toegevoegd risico is.
6.2 Hoe word je donor?
Eiceldonatie is geen gemakkelijke behandeling. Een eiceldonor moet stevig in haar schoenen staan, want zij krijgt te maken met allerlei emoties (van zichzelf, haar eventuele partner, haar kinderen en van de wensouders) en moet een lichamelijk belastende behandeling ondergaan. Daarom is het belangrijk dat zij en haar eventuele partner beide volledig achter de keuze voor donatie staan. In de meeste ziekenhuizen wordt hier expliciet naar gevraagd. Het kan voorkomen dat een ziekenhuis ook het bloed van de partner van de donor wil testen (HIV, Hepatitis-B).
Donor worden via de eicelbank
De (potentiële) donor die zelf geen contact met wensouders wil kan haar eicellen doneren bij de eicelbank van het UMC Utrecht, het Medisch Centrum Kinderwens Leiderdorp of het Amsterdam UMC (locatie AMC). Zij ontvangt hiervoor een passende onkostenvergoeding. Links naar websites voor meer informatie staan onderaan deze brochure.
Donor worden via een oproep
Veel wensouders zijn op zoek naar een eiceldonor, omdat ze niemand in hun eigen omgeving hebben die dit wil of kan doen, of omdat ze liever geen donor willen waarmee ze al een band hebben. Omdat er voor eicellen uit de donorbank lange wachtlijsten zijn, plaatsen zij vaak oproepjes, bijvoorbeeld hier op de Freya website of op websites waar veel ouders komen. Als je erover denkt om eicellen te doneren zou je op zo’n oproep kunnen reageren. Ook bestaan er bemiddelingssites op internet.
Donor worden voor een bekende
Als het gaat om donatie voor een wensouder die je kent is het belangrijk de donatie, de behandeling zelf en alle bijkomende zaken van tevoren uitvoerig met elkaar te bespreken. Afspraken maken over de relatie die de donor bij een geslaagde donatie zal hebben met het kind en de wensouders is daarbij uiteraard van groot belang. Het is goed om ruim de tijd te nemen om erover te praten en na te denken, bij een overhaaste beslissing is niemand gebaat!
Afspraken maken over de donatie
Onderwerpen die bij het maken van afspraken tussen wensouder(s) en donor aan bod dienen te komen zijn:
- Willen de wensouders de omgeving en/of het kind vertellen van wie de eicel afkomstig is, en zo ja: wanneer?
- Houden donor en wensouders contact met elkaar, ook tijdens de zwangerschap en na de geboorte van het kind?
- Hoe ziet de donor dit kind en zou zij er (later) contact mee willen hebben of wil zij het contact tot een minimum beperken?
- Gaat de wensmoeder aan het donorkind vertellen dat het halfbroertjes of -zusjes heeft en daarmee samenhangend: gaat de donor aan haar eigen kinderen vertellen dat er een halfbroertje of -zusje is?
- Kent de donor de bijwerkingen en risico’s van de behandeling? De donor kan voortijdig willen of moeten stoppen.
- Het gebruik van medicijnen door de donor en risicovol gedrag van de donor (roken, alcohol, drugs). Dit is niet wenselijk tijdens de behandeling.
- Wat voor contact zal er zijn tussen donor en wensouders tijdens de behandeling? Gaan de wensouders mee bij alle bezoeken van de donor aan het ziekenhuis? Wie mag er bij de punctie aanwezig zijn?
- De donor moet bij een mislukte poging niet de ‘plicht’ voelen om nog een poging te ondergaan.
- De relatie/vriendschap tussen donor en wensouders kan veranderen op het moment dat er een kind komt dat biologisch van de donor is.
7. De behandeling
Hieronder schetsen wij het verloop van een eiceldonatiebehandeling in Nederland.
7.1 Voor het starten van de procedure
Voordat de donor daadwerkelijk aan de donatie en de IVF-behandeling kan beginnen, zal eerst een gesprek worden gevoerd met de behandelend arts en meestal ook met een maat-schappelijk werkende of een klinisch psycholoog. Er zal worden nagegaan of de donor gemotiveerd is, de beslissing uit vrije wil heeft genomen en weet wat de behandeling inhoudt. Ook komt daarbij aan bod of de eventuele partner van de donor achter de eiceldonatie staat. Verder zal worden ingeschat of de donor de behandeling emotioneel aan kan. Deze procedure is nodig omdat alle partijen gebaat zijn bij een zo klein mogelijk risico dat een donor tijdens de behandeling wil stoppen. Het is overigens zowel voor de donor als voor de wensouders belangrijk om te weten dat de mogelijkheid om te stoppen voor de donor wel altijd – en op elk moment tijdens de behandeling en zonder opgaaf van redenen – bestaat; wensouders hebben geen juridische overeenkomst met een donor. Daarnaast worden de risico’s besproken die een IVF-behandeling met zich meebrengt (zie ‘De risico’s voor de donor’).
Er wordt een algemene en gynaecologische anamnese van de donor afgenomen, waarbij gekeken wordt of er medische bezwaren zijn tegen een IVF-behandeling. Er vindt een echoscopisch onderzoek plaats om te beoordelen of de eierstokken goed bereikbaar zijn voor vaginale punctie. Bij deze inwendige echoscopie wordt via de vagina een apparaat/staaf met een echokop (= transducer) ingebracht. Dit onderzoek is doorgaans niet pijnlijk.
Ook wordt er bloed afgenomen voor screening op o.a. hepatitis (geelzucht), lues (een geslachtsziekte) en HIV (Aids) omdat deze virussen via eicellen kunnen worden overgebracht. Ook kan er hormoononderzoek worden ingezet om te beoordelen of de eierstokken van de donor goed te stimuleren zijn. Dit is vooral belangrijk als de donor doneert voor haar zus die vervroegd in de overgang is gekomen. Dit kan namelijk erfelijk zijn.
Volgens de Embryowet moet elke donor daarnaast worden geaccepteerd door de ethische commissie van het ziekenhuis. De ziekenhuizen die zich bezighouden met handelingen met eicellen, zaadcellen en embryo’s dienen hiervoor een protocol te hebben.
In sommige ziekenhuizen wordt er bij de wensmoeder voorafgaand aan de eigenlijke behandeling eerst een proefcyclus uitgevoerd om te beoordelen of het baarmoederslijmvlies zich goed ontwikkelt op het gebruikelijk schema.
Het is van belang dat zowel de donor als de wensmoeder foliumzuur slikken (de donor kan hier op de dag van de punctie weer mee stoppen) ter voorkoming van de geboorte van een baby met een neurale buis defect (bijv. ‘open ruggetje’).
Voor de start van de behandeling wordt door de donor een behandelovereenkomst getekend waar o.a. in staat dat de donor afstand doet van de eicellen. Volgens de Embryowet moet de donor ook aangeven of zij wel of niet wil meebeslissen over de bestemming van de embryo’s op het moment dat deze niet meer nodig zijn voor de vervulling van de kinderwens van de wensmoeder (en haar partner). Indien de donor een hormoonhoudend spiraaltje heeft (Mirena) moet deze voor de start van de behandeling worden verwijderd. Dit kan meestal door de huisarts gedaan worden. Indien de donor niet gesteriliseerd is, is zij tijdens de behandeling in principe normaal vruchtbaar. Zij moet daarom, zo nodig, condooms gebruiken tijdens de behandeling tot aan haar volgende menstruatie of hervatting van haar reguliere anticonceptie!
7.2 De behandeling bij de donor
Hormoonstimulatie
De hele IVF-behandeling duurt voor de donor tussen de twee en vier weken. Het is belangrijk te bedenken dat de donor tijdens de behandeling zelf zwanger kan worden. Anticonceptie (gebruik van een condoom) is dus noodzakelijk! Meestal wordt omwille van de planning (synchronisatie van de cyclus van donor en wensmoeder) kortdurend de pil voorgeschreven. Vervolgens start de toediening van een hormoonpreparaat dat de eigen cyclus van de donor tijdelijk stillegt (GnRH-agonisten). De donor dient dit dage¬lijks op een vast tijdstip aan zichzelf toe via een subcutane (onderhuidse) injectie of een neusspray (in Nederland niet veel toegepast). Dit middel kan soms een aantal bijwerkingen hebben, zoals opvliegers, nachtelijk zweten, hoofdpijn en andere overgangsklachten. Ook depressieve gevoelens zijn mogelijk. Dit is echter van tijdelijke aard, enige tijd na de behandeling zijn deze verdwenen.
In de meeste gevallen start na tien tot veertien dagen (lang protocol) of soms de tweede dag (kort protocol) na aanvang van de medicatie om de cyclus stil te leggen dagelijks een tweede hormoonpreparaat. Dit hormoon heeft tot doel de rijping van meerdere eicellen te stimuleren en ook deze kan de donor zichzelf via onderhuidse injecties toedienen. Mogelijke bijwerkingen hiervan zijn roodheid, pijn en zwelling op de injectieplaats, hoofdpijn, groei van cysten in de eierstokken, buikpijn, misselijkheid en een opgeblazen gevoel en soms overstimulatie (OHSS, zie onder risico’s). Sommige vrouwen ervaren stemmingswisselingen tijdens het gebruik van hormonen, dit kan zowel in positieve als in negatieve zin zijn. Het is wel prettig als de partner van de donor van deze bijwerking op de hoogte is. Indien gebruik wordt gemaakt van een ander hormoonpreparaat om de eigen hormoonhuishouding stil te leggen (de zgn. GnRH-antagonisten), wordt de volgorde andersom. De behandeling start dan met toediening van hormonen om de rijping van zoveel mogelijk eicellen te stimuleren en pas vanaf enkele dagen voordat eisprong verwacht wordt, moet de donor de antagonist gaan injecteren zodat er niet voortijdig een eisprong zal optreden. Indien GnRH-antagonisten gebruikt worden treden geen overgangsklachten op, wel kan op de injectieplek irritatie optreden en misselijkheid en hoofdpijn komen incidenteel voor.
Zelf hormonen spuiten en controles in de kliniek
Het ziekenhuis verzorgt prikinstructies, zodat de donor zelf, haar man of de wensouder de dagelijkse hormooninjecties kan toedienen. Subcutane injecties worden met een kort naaldje in de huid (veelal in de buik) gespoten en iedereen kan dit in principe zelf leren.
Tijdens de behandeling zal de donor een aantal keren (gemiddeld drie) naar het ziekenhuis moeten komen om een echo te laten maken waarop de IVF-arts/gynaecoloog kan zien hoe en hoeveel eiblaasjes (follikels), waarin de eicellen zich bevinden, zich ontwikkelen. Soms moeten hormoonspiegels in haar bloed worden gecontroleerd.
Vanzelfsprekend spreken donor en wensouders van tevoren af of ze dit steeds gezamenlijk zullen doen of niet. De eventuele aanwezigheid van de wensvader dient tevoren besproken te worden, omdat de donor voor de (inwendige) echocontroles in een gynaecologische stoel moet liggen.
De follikelpunctie
Als de follikels in de eierstokken van de donor groot genoeg zijn (minimaal 3 follikels van 17 millimeter) volgt een injectie met hCG, ook deze injectie kan subcutaan (zelf) worden toegediend. Dit hormoon zorgt voor de laatste fase van de eicelrijping en het loslaten van de eicellen in de follikels en de ovulatie (eisprong). 34 tot 36 uur na de hCG-injectie, vlak vóórdat de ovulatie zal plaatsvinden, zal de IVF-arts/gynaecoloog via een vaginale punctie de follikels aanprikken en leegzuigen en zodoende de eitjes wegnemen. Het tijdstip van de hCG-injectie is dus erg belangrijk en wordt altijd door het IVF-centrum vastgesteld omdat het afhangt van het tijdstip waarop de punctie kan plaatsvinden. Als de periode tussen de hCG-injectie en de punctie te lang duurt is de kans aanwezig dat de follikels voortijdig springen en de eicellen verdwenen zijn in de buik van de donor.
De punctie wordt uitgevoerd met hetzelfde echoapparaat als bij de eerdere controles. Er zit nu echter nog een zgn. naaldgeleider aan de staaf bevestigd. Met een holle naald prikt de IVF-arts/gynaecoloog door de vaginawand heen de rijpe follikels in de eierstokken aan. De follikels waarin de eicellen zich bevinden worden leeggezogen.
Voorafgaand aan de punctie wordt desgewenst via een infuus of een injectie pijnstilling toegediend. Soms wordt ook de vaginawand plaatselijk verdoofd. Niet alle ziekenhuizen hebben hierin hetzelfde beleid. Ondanks de pijnstilling kan het aanprikken van de follikels pijnlijk zijn. Dit is per vrouw erg verschillend en heeft o.a. te maken met het aantal follikels en de ligging van de eierstokken. Ook de mate waarin de vrouw zich kan ontspannen is van invloed op de pijnbeleving. Zo nodig kan een rustgevend middel worden toegediend.
De vrouw kan, als zij dat wil, zelf meekijken op de monitor om het aanprikken van de follikels te volgen. In sommige klinieken kan de follikelpunctie onder sedatie (een “roesje”) op de dagbehandeling plaatsvinden.
Desgewenst mag de wensmoeder of de partner van de donor aanwezig zijn bij de punctie. Als de punctie op de dagbehandeling plaatsvindt mag dit niet. De punctie kan een emotioneel moment zijn: de donor kan zich t.o.v. de wensmoeder bezwaard voelen om te uiten dat zij pijn heeft en voor de wensmoeder is het vaak moeilijk om te zien dat een andere vrouw een mogelijk pijnlijke punctie voor haar moet ondergaan.
Periode na de follikelpunctie
Na de punctie kan de donor nog even rustig bijkomen in een aparte kamer. Na ongeveer een uur mag zij, als zij zich verder goed voelt, naar huis. Van de pijnstilling kan ze nog de hele dag suf zijn. Het is dus verstandig om de dag van de punctie verder vrij te nemen (of ziek te melden) en geen auto te rijden of te fietsen. Op de dag van de punctie kan er sprake zijn van wat helderrood vaginaal bloedverlies, de dagen erna kan er nog wat oud (bruin) bloedverlies zijn. Ook kan de donor na de punctie nog enkele dagen buikpijn hebben, dit is volstrekt normaal. De buikpijn moet wel ieder dag wat minder worden. Zolang de buikpijn nog aanwezig is, is het beter om het rustig aan te doen (niet sporten). Bij twijfel over de ernst van de buikpijn of de mate van het vaginale bloedverlies kan de donor contact opnemen met het IVF-centrum. Er zal dan altijd gevraagd worden of er sprake is van koorts en/of gewichtstoename (zie verder bij: ‘Risico’s voor de donor’).
Hier houdt de behandeling van de donor op. Zij dient er nog rekening mee te houden dat haar eerste menstruatie, die meestal 10-14 dagen na de punctie optreedt, heftiger kan zijn dan ze gewend is.
De risico’s voor de donor
- Infectie:
Buikpijn in combinatie met koorts (38 graden of hoger) kan wijzen op een infectie van de eierstokken en/of de eileiders ten gevolge van de punctie. Behandeling met antibiotica is dan noodzakelijk. - Bloeding:
Bij het aanprikken van de follikels bestaat een zeer kleine kans op een bloeding in de buik. Als je na de punctie toenemende buikpijn of vaginaal bloedverlies krijgt, neem dan contact op met het IVF-centrum. - Overstimulatie:
Buikpijn in combinatie met snelle gewichtstoename (meer dan 3 kg in enkele dagen tijd) kan wijzen op een (beginnende) overstimulatie. Het Ovarieel Hyper Stimulatie Syndroom (OHSS) kenmerkt zich door een sterk gezwollen, pijnlijke buik. Dit komt door ophoping van vocht in de eiblaasjes en de vrije buikholte. Het vocht dat zich ophoopt in de eierstokken en de buikholte ‘lekt weg’ uit de bloedbaan(circulatie) waardoor het bloed kan indikken en er gevaar voor trombose kan ontstaan. Met rust en veel drinken gaat dit meestal vanzelf weer over maar in ernstige gevallen kan ziekenhuisopname met toediening van vocht via een infuus en ontstollingsmedicijnen nodig zijn. Deze ernstige vorm van OHSS komt vooral voor als er tevens sprake is van innesteling en het begin van een zwangerschap na IVF en is daarom zeldzaam bij een eiceldonor.
Infectie en bloeding kunnen nadelig zijn voor de vruchtbaarheid. Vanwege dit risico bestaat er bij de behandelaars een voorkeur voor donoren die zelf al een voltooid gezin hebben.
7.3 De behandeling bij de wensmoeder
Tegelijkertijd met de stimulatie van de donor wordt de cyclus van de wensmoeder (als zij nog een eigen cyclus heeft) stilgelegd met hormonen. Daarna begint de wensmoeder met het slikken van hormoonpillen (estradiol) om het baarmoederslijmvlies gecontroleerd op te bouwen. 7 tot 14 dagen nadat zij begonnen is met het slikken van deze hormoonpillen wordt er een inwendige echo gemaakt om te beoordelen of het baarmoederslijmvlies dik genoeg is voor de terugplaatsing. Zo lang de wensmoeder de hormoonpillen blijft slikken, blijft het baarmoederslijmvlies klaar voor de terugplaatsing (niet onbeperkt, deze periode mag ongeveer 90 dagen duren).
De wensmoeder start, meestal op de avond voor de punctie bij de donor, met het vaginaal inbrengen van hormoontabletten (progesteron) om het baarmoederslijmvlies op de terugplaatsing voor te bereiden. Hiernaast blijft zij de hormoonpillen (estradiol) om het baarmoederslijmvlies op te bouwen slikken.
De embryo transfer
Na de punctie worden in het laboratorium de gevonden eicellen en het zaad – dat door de wensvader is geproduceerd op de dag van de punctie – bij elkaar gebracht en in een broedstoof geplaatst. Eventueel wordt ICSI (een speciale bevruchtingstechniek) toegepast. Na twee of drie dagen wordt duidelijk of er goede embryo’s zijn ontstaan. Het komt helaas een enkele keer voor dat de bevruchting niet lukt en er geen embryo’s zijn ontstaan. De poging is dan tevergeefs geweest. Als er wel bevruchting is opgetreden worden twee tot vijf dagen (na de punctie) één of – bij hoge uitzondering – twee embryo’s in de baarmoeder van de wensmoeder geplaatst. Zijn er meer embryo’s ontstaan, dan worden die ingevroren voor een volgende poging. De embryo’s moeten daarvoor echter wel van een bepaalde kwaliteit zijn.
De wensmoeder moet de hormoonpillen voor de opbouw van het baarmoederslijmvlies en de vaginaal in te brengen hormoonpillen blijven gebruiken. Hierna kunnen de wensouders (en de donor natuurlijk) alleen afwachten of de behandeling succesvol is geweest. Meestal wordt geadviseerd om 18 dagen na de punctie een zwangerschapstest te doen.
Negatieve zwangerschapstest
Als de zwangerschapstest negatief is mag de wensmoeder stoppen met de medicijnen waarna binnen enkele dagen een menstruatie zal optreden. Indien er nog embryo’s zijn ingevroren dan worden deze uiteraard eerst ontdooid en teruggeplaatst alvorens er weer een geheel nieuwe IVF-procedure bij de donor wordt opgestart. Het ontdooien en terugplaatsen van diepvriesembryo’s (cryo’s) wordt door de ziektekostenverzekering nog tot de voorafgaande poging gerekend en niet gezien als een nieuwe poging.
Positieve zwangerschapstest
Na een positieve zwangerschapstest moet de wensmoeder nog enkele weken de beide hormonen blijven gebruiken (meestal 6 tot 8 weken). Daarna is het gebruik van hormonen niet meer nodig.
8. Zwangerschap na eiceldonatie
Zwangerschappen na eiceldonatie geven een grotere kans op complicaties dan zwangerschappen die op natuurlijke wijze zijn ontstaan en dan ‘gewone’ IVF-zwangerschappen. Het gaat hierbij om bloedingen in het eerste trimester, verhoogd risico op een miskraam en zwangerschapsvergiftiging (hoge bloeddruk). Zwangerschappen na eiceldonatie worden als risicozwangerschappen beschouwd en controle moet altijd door een gynaecoloog plaatsvinden. Kinderen geboren na eiceldonatie verschillen niet ten opzichte van kinderen geboren na ‘gewone’ IVF wat betreft groei, ontwikkeling en gezondheid.
8.1 Ontstaansgeschiedenis van jullie gezin
In de afgelopen jaren is steeds duidelijker geworden dat het voor veel kinderen die geboren zijn na donatie belangrijk is om hun ontstaansgeschiedenis te kennen en de mogelijkheid te hebben om hun biologische achtergrond te kunnen achterhalen. Daarom is in Nederland anonieme eiceldonor niet (meer) mogelijk. Dit is in de ‘Wet Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting’ (WDKB) vastgelegd.
De belangen van de (ook volwassen) kinderen die via een donor zijn ontstaan, worden behartigd door de Stichting Donorkind.
Praten met je kind
Ben je bereid om je kind te vertellen hoe de ontstaansgeschiedenis van jullie gezin eruitziet? In het verleden werd dit nogal eens geheim gehouden. Zo’n familiegeheim drukt zwaar op je gezin en uiteindelijk komt het vaak toch uit. Openheid is daarom aan te raden, in het belang van je kind. In de huidige tijd, waarin je door middel van een DNA-test direct duidelijkheid kunt krijgen over je genetische afstamming, is geheimhouding uiteindelijk niet houdbaar.
Psychosociale hulpverleners zijn het erover eens dat het voor een kind het beste is om vanaf zo jong mogelijke leeftijd te beginnen met praten over hoe jullie gezin is ontstaan. Dus niet wachten op het juist moment (en dit voor je uit blijven schuiven), want dat moment komt er niet. Als je kind in de onzekere puberjaren (of nog later) pas te horen krijgt dat zijn/haar moeder niet de biologische moeder is, kan het in een identiteitscrisis komen. Dit kan tot een vertrouwensbreuk tussen kind en ouders leiden, omdat je al die jaren de waarheid hebt verzwegen.
Als je van jongs af aan met het kind praat, ziet je kind zijn/haar verhaal als iets normaals.
Afstammingsvragen
Je kind kan interesse krijgen in informatie over de donor. Dat is normaal en geen signaal dat er iets fout is binnen jullie gezin. Het feit dat een donorkind zijn/haar genetische achtergrond niet kent, maakt dat hij/zij vragen heeft over wie hij/zij is, welke kenmerken hij/zij van wie heeft en wat niet, etc. Het zijn hele normale vragen in de puberteit maar die hij/zij moeilijker kan beantwoorden.
Als de eiceldonatie in een Nederlandse kliniek plaatsvond, mag je als ouders vóór de 12e verjaardag van je kind, al bepaalde gegevens over de donor opvragen bij de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting (SDKB). Vanaf 12 jaar kan je kind zelf niet-identificerende informatie opvragen. Dit betreft gegevens over lengte, haarkleur, persoonlijkheid en werk van de donor. Als ouders ontvang je een bericht van de aanvraag.
Vanaf 16 jaar heeft je kind de keuze om tevens de identiteit van de donor op te vragen. Bij het verstrekken van persoonsidentificerende gegevens en een eventuele eerste ontmoeting met de donor wordt ook professionele begeleiding geboden.
Of het opvragen van gegevens al dan niet leidt tot (de mogelijkheid van) direct contact met de donor hangt af van de wensen van je kind en van de donor. Het recht op informatie is in de wet geregeld, er is echter geen ‘recht op contact’.
Tijdens huiselijke ruzies kunnen opmerkingen zoals “jij bent toch mijn echte moeder niet”, bij de ouders hard aankomen. Ook de situatie wanneer je kind contact wil leggen met de donor, kan moeilijk zijn. De beste tip voor ouders is om hiermee rekening te houden en je kind steeds te blijven steunen.
Als de eiceldonatie in een buitenlandse kliniek plaatsvond, moet je in dat land navragen hoe gegevens van de donor te achterhalen zijn. Dat kan natuurlijk alleen als er geen sprake was van anonieme donatie.
De omgeving van het kind
In de praktijk moeten misschien meer mensen worden ingelicht dan je denkt; bijvoorbeeld onderwijzers op de basisschool. Het kind kan namelijk in de klas (of elders) onverwacht met een opmerking of vraag over de situatie komen.
9. De kosten van eiceldonatie
9.1 Kosten van de behandeling in Nederland
Bij de eiceldonatiebehandeling wordt uitgegaan van de standaard IVF-behandeling. Deze is als volgt omschreven:
- a. het door hormonale behandeling bevorderen van de rijping van eicellen in het lichaam van de vrouw;
- b. het afnemen van eicellen;
- c. de bevruchting van eicellen en het kweken van embryo’s in het laboratorium;
- d. het een of meer keren implanteren van een of twee embryo’s in de baarmoederholte teneinde zwangerschap te doen ontstaan.
Fase a. en b. worden uitgevoerd bij de eiceldonor en komen niet voor vergoeding in aanmerking, niet bij jouw verzekering en ook niet bij die van de donor. Deze kosten moeten door jullie als wensouders zelf worden betaald.
Fase c. en d. worden uitgevoerd/in rekening gebracht bij jou als wensmoeder en deze kosten worden vergoed uit jouw basisverzekering conform de standaardregeling voor vergoeding van IVF-behandelingen.
Eicellen uit de eicelbank worden altijd d.m.v. ICSI bevrucht. Voor het gebruik van eicellen uit de eicelbank worden extra kosten in rekening gebracht. Deze extra kosten (ongeveer € 4.800,-) vallen niet onder je ziektekostenverzekering en zijn dus voor eigen rekening.
9.2 Overige kosten bij eiceldonatie
Naast de kosten van de IVF-behandeling maakt de eiceldonor onkosten waarmee je rekening dient te houden. Deze kosten komen voor eigen rekening en verschillen per situatie.
Naast het intakegesprek, het bezoek aan de maatschappelijk werkster/klinisch psycholoog en het voorbereidingsgesprek op de poli zal de donor gemiddeld nog drie à vier keer naar het behandelende ziekenhuis moeten voor echo’s en punctie. De kosten die gemaakt moeten worden voor bezoek aan het ziekenhuis, kunnen bestaan uit:
- reiskosten
- parkeerkosten
- verblijfskosten (bijvoorbeeld indien de donor ver van het behandelend ziekenhuis woont en voor de punctie vroeg in het ziekenhuis moet zijn)
- kosten voor oppas/opvang voor haar eigen kinderen
- inkomstenderving (aantal keren vrij nemen voor behandeling) en mogelijk als er complicaties optreden waardoor de donor langere tijd uit het arbeidsproces is
Tevens dient rekening gehouden te worden met het feit dat de donor na een punctie niet zelf mag rijden en dat haar partner meekomt want onbegeleid reizen met openbaar vervoer wordt door de ziekenhuizen afgeraden. Ook de partner kan hierdoor inkomstenderving hebben en/of moeten overnachten.
Daarnaast zijn er mogelijk nog de volgende kosten:
- telefoonkosten voor overleg met wensouders etc.
- extra maandverband
- evt. koffie/thee/broodje in ziekenhuis
Door samen de kosten die voor je donor van toepassing zijn op een rij te zetten, krijg je een indicatie van deze bijkomende kosten. Het is natuurlijk belangrijk om dit soort dingen van tevoren goed door te spreken en op papier te zetten en af te spreken dat de donor eventuele bonnetjes bewaart.
Belangrijk: wensouders hebben geen (juridische) overeenkomst met een donor en kopen niets. Een donor kan zich altijd en op elk moment, zonder opgaaf van reden, terugtrekken.
9.3 Kosten voor behandeling in het buitenland
Een eiceldonatiebehandeling in het buitenland gaat vaak gepaard met veel hogere kosten dan in Nederland. Of de IVF-behandeling (voor een deel) door je zorgverzekering wordt vergoed als deze in het buitenland plaatsvindt, verschilt per polis. In elk geval bedraagt de vergoeding nooit meer dan het bedrag dat de behandeling in Nederland zou kosten. Wij adviseren je in elk geval voordat je aan een behandeling in het buitenland begint, jouw verzekeringsmaatschappij schriftelijk om toestemming te vragen. Nadere adviezen hierover kun je bij het verzekeringspanel van Freya vragen. Hiervoor dien je wel lid van Freya te zijn.
10. Psychosociale aspecten
Om teleurstellingen te voorkomen moet benadrukt worden dat zowel donor als wensouder de emotionele en lichamelijke belasting van de behandeling niet moeten onderschatten. Denk vooral ook verder dan alleen de behandeling. Als de behandeling lukt, komt er straks een kind op de wereld en hoe liggen de verhoudingen tussen de partijen dan?
Uiteraard is het ook mogelijk dat de behandeling niet lukt. Wat als de poging mislukt? Misschien zijn er embryo’s ingevroren voor een tweede kans. Is de donor bereid het traject een tweede keer te doorlopen? Voor een deel hangt dit natuurlijk af van het verloop van de behandeling en hoe de donor het ervaren heeft. Wensouders vinden het vaak erg moeilijk om dit van een donor te vragen. Hoeveel kan een mens voor een ander over hebben? Praat hier van tevoren, maar ook gedurende het hele proces over!
11. Meer informatie
- Landelijk informatiepunt donorconceptie
- Eiceldonatie van je partner (vrouw-vrouw stellen)
- Fiom.nl/afstammingsvragen/donorconceptie
- College donorgegevens kunstmatige bevruchting
- Stichting Donorkind
Eicelbank UMC Utrecht
- Wensouders en donoren: umcutrecht.nl/nl/ziekenhuis/ziekte/eicelbank
Eicelbank AmsterdamUMC
- Wensouders: vumc.nl/zorg/expertisecentra-en-specialismen/ivf-centrum/informatie-voor-patienten-ivf-centrum/eiceldonatie-2.htm
- Donoren: vumc.nl/zorg/expertisecentra-en-specialismen/ivf-centrum/informatie-voor-patienten-ivf-centrum/eiceldonatie-2.htm
Eicelbank TFP Medisch Centrum Kinderwens Leiderdorp
Informatie over eiceldonatie in het buitenland:
Meer lezen:
- Astrid Indekeu, Anders en toch gewoon, families na donorconceptie (2021)
- Dineke van der Burg, Eiceldonatie, een overtreffende trap (2010)
Kinderboeken:
- Mireille van Seggelen, Een Wereldwondertje Eiceldonatie (2007)
- Menno Malta, Trip en Tux (2014)
———
Dit is een uitgave van:
Freya, vereniging voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen ©
Herzien door José Knijnenburg (januari 2021)
Controle: Drs. F.M. Prak (februari 2021)
Aan deze tekst kunnen geen rechten worden ontleend, tevens aanvaardt Freya geen aansprakelijkheid indien regels door instanties anders worden gehanteerd.


