Na vier jaar vol zorgen ben je niet zomaar blij zwanger

Na vier jaar vol zorgen ben je niet zomaar blij zwanger

‘230, is dat goed?’, vraagt mijn man.

Ik scroll door de labuitslagen van het ziekenhuis. ‘Bij 2 tot 4 weken moet je HGC tussen 39 en 8388 zijn’, lees ik voor.

‘Jeetje, je bent dus zwanger.’

Eindelijk. Zwanger worden ging bij ons niet vanzelf

In oktober 2019 besluiten mijn man en ik dat het tijd is voor kinderen. Na zeven maanden heb ik een positieve test in handen. Tijdens de eerste echo klopt het hartje. Bij de tweede echo is het stil. We krijgen een miskraam.

‘Kom over een half jaar maar terug als het niet lukt’, zegt de gynaecoloog.

En we komen terug. Sterker: in de volgende drie jaar zie ik de IVF-arts vaker dan mijn vriendinnen. We zijn onverklaarbaar onvruchtbaar. We krijgen eerst zes IUI-behandelingen in het JBZ in Den Bosch. Na een jaar stappen we over naar de fertiliteitsafdeling van het UZ Gent. Ze doen drie eicelpuncties, waar zes embryo’s uit komen.

Na drie jaar geloven we niet meer dat het ooit gaat lukken. Maar de zesde terugplaatsing slaagt.

Mijn lijf weet snel genoeg dat ik zwanger ben

Ik lig al om 20.15 uur in bed. Ik kokhals van de lucht van gebakken spek. Ik werk liters Griekse yoghurt naar binnen (10%).

Maar mijn hoofd wil het lange tijd niet beseffen

‘Vier jaar stress haal je niet zomaar weg met goed nieuws’, is de analyse van mijn man.

Hij heeft gelijk. Ik blijf bang dat het misgaat. Zodra ik maar iets voel daar beneden, hol ik naar de wc om te checken of ik bloed. Voor elke echo zegt mijn man: ‘Effe chill, schat.’

En ik voel me nog sterk verbonden met de vrouwen bij wie het niet lukt

‘Kan ik foto’s maken?’, vraagt de tandarts.

‘Nee, ik ben zwanger.’

Ze maakt een aantekening in mijn digitale dossier.

Als de assistente het scherm opent om de volgende afspraak te maken, betrekt haar gezicht. In mei bespraken we nog hoe eenzaam we ons soms voelden, omdat we bij de 1 op de 6 hoorden. Ik weet niet wat ik moet zeggen.

De vrouwen die het wel lukte, snappen me vaak niet

Ik kom thuis van een borrel met vriendinnen. Ik plof naast mijn man op de bank. ‘Het ging alleen maar over hun kinderen’, zeg ik. ‘Het is net alsof ze vergeten zijn dat ik uit een traject kom.’

‘Logisch’, zegt hij. ‘Je hoort er nu bij. Bovendien zorgde je er altijd voor dat je niet in die situaties terechtkwam. Nu weet je hoe goed je ontwijkgedrag was.’

Voor hem is het misschien nog wel moeilijker

‘Dat je nu al over de helft bent en dat alles goed gaat, betekent in mijn hoofd niet alles’, zegt hij als hij in bed kruipt.

Ik draai op mijn linkerzij. ‘Hè?’

‘Het is ons zo lang niet gegund. Waarom zou dit niet één grote mindfuck zijn?’

Hoe onwerkelijk de zwangerschap soms ook blijft, het besef daalt langzaam in

We geven elkaar een knuffel na elke controleafspraak bij de verloskundige. Maar we kopen ook een eerste vestje bij Prénatal.

We halen roze Bossche bollen na de geslachtsbepalingsecho. En na elf bezoeken aan Karwei weet ik de kleur voor de commode: Okergeel. Nee, Blossom Powder. Nee, Fifties Peach. Nee, Tender Terra. Toch maar Blue Tan van Histor.

Met nog vijf weken te gaan, is de eindstreep in zicht.

Op 4 mei ben ik uitgerekend.

‘Eerst zien, dan geloven’, zegt mijn man.

Elmke Hendrix