Resultaten Movin studie – ovulatie-inductie bij vrouwen zonder eisprong

Volgens de resultaten van de Movin studie is het beter om langere tijd ovulatie-inductie toe te passen bij vrouwen die geen eisprong hebben en niet snel zwanger worden.

Inleiding

Een veel voorkomende reden van onvruchtbaarheid bij vrouwen is een langdurig uitblijvende eisprong (ovulatie). De standaardbehandeling bij deze vrouwen is ovulatie-inductie met clomifeencitraat. Dit medicijn bevordert de eisprong (= ovulatie-inductiemiddel), waardoor de eicel vrijkomt en bevruchting kan plaatsvinden.

Maar wat nu als je wel ovuleert met deze behandeling maar na zes maanden nog steeds niet zwanger bent? Met welke hormoonbehandeling moet je dan verder gaan? En is het beter om in de kliniek zaadcellen in de baarmoeder te brengen of kan je beter thuis geslachtsgemeenschap hebben? Dat is onderzocht in een wetenschappelijk onderzoek waar 48 ziekenhuizen in Nederland aan mee hebben gedaan.

De behandeling

Bij vrouwen die niet zwanger worden doordat zij geen of een langdurig uitblijvende eisprong hebben, kan de eisprong opgewekt worden. Deze ovulatie-inductie gebeurt meestal met behulp van tabletten clomifeencitraat. Dit is een eenvoudige en goedkope behandeling met weinig bijwerkingen. 8 op de 10 vrouwen krijgen door deze behandeling een ovulatie. Deze vrouwen kunnen dan op een natuurlijke manier zwanger worden. Wordt een vrouw niet zwanger na 6 keer ovuleren met een clomifeenbehandeling dan adviseert de arts vaak hormooninjecties met gonadotrofines, al dan niet gecombineerd met intra-uteriene inseminaties (IUI). Bij intra-uteriene inseminatie wordt bewerkt zaad in de baarmoeder gebracht. Behandeling met gonadotrofines en IUI is belastender en is duurder dan behandeling met clomifeencitraat.

Wetenschappelijk onderzoek

In 2008 is een onderzoek gestart om de beste vervolgbehandeling te bepalen voor vrouwen die na zes cycli met ovulatie door clomifeencitraat niet zwanger zijn geworden. Het onderzoek vond plaats binnen het landelijke NVOG onderzoeksconsortium en startte in Amsterdam vanuit het AMC en VUmc. Vrouwen werden willekeurig in vier groepen ingedeeld en kregen ovulatie-inductie met één van de volgende vier toevoegingen:

  • alleen clomifeentabletten
  • clomifeen gevolgd door IUI
  • alleen gonadotrofines injecties
  • gonadotrofines gevolgd door IUI

De vrouwen werden gedurende zes cycli op deze manier behandeld. Gedurende een periode van acht maanden werd het ontstaan van een zwangerschap gevolgd. De primaire uitkomst van de studie was de geboorte van een kind.

Resultaten van de studie

Tussen december 2008 en december 2015 hebben 666 vrouwen uit 48 klinieken meegedaan aan dit onderzoek. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat ovulatie-inductie met gonadotrofines vaker leidt tot de geboorte van een kind. Van de vrouwen die geloot hadden voor gonadotrofines kreeg 51% een kind. Van de vrouwen die geloot hadden voor clomifeen kreeg 41% een kind. Anders gezegd levert het één kind meer op wanneer tien vrouwen met gonadotrofine injecties worden behandeld in plaats van met clomifeen. Van IUI kon niet worden aangetoond dat het leidt tot meer kinderen.

Op basis van de resultaten van dit onderzoek raden de onderzoekers aan niet meer standaard IUI aan te bieden aan vrouwen met een ovulatiestoornis. IUI is belastend voor de patiënt en vergt daarnaast een extra handeling en is duurder. Gonadotrofines verhogen de kans op een kind, maar deze behandeling vergt hormooninjecties en meerdere bezoeken aan de kliniek. Daarom is het advies van de onderzoekers om paren te laten kiezen tussen doorgaan met clomifeen behandeling of gonadotrofine injecties nadat zij volledig geïnformeerd zijn over de voor- en nadelen van beide behandelvormen.

Wil je meer lezen?

Geef een reactie