Vrouwen die IVF ondergingen met donoreicellen hebben meer kans op een biochemische zwangerschap (bevestiging van de zwangerschap alleen nog door een zwangerschapstest) wanneer zij het nieuwe medicijn OXO-001 gebruiken. Dit medicijn is ontworpen om in te werken op het baarmoederslijmvlies. Het idee erachter is dat het medicijn zorgt voor een betere innesteling. De resultaten van deze studie werden gepresenteerd op de 40e jaarlijkse bijeenkomst van de European Society of Human Reproduction and Embryology (ESHRE) in Amsterdam.
Deze studie werd uitgevoerd in 28 Europese centra. Hierbij werden vrouwen geloot in twee groepen; één groep gebruikte een nepmedicijn (placebo) en één groep gebruikte het nieuwe medicijn OXO-001. Vrouwen mochten deelnemen aan deze studie wanneer zij jonger dan 40 jaar oud waren en minder dan twee terugplaatsingen hadden gehad die niet tot een zwangerschap hadden geleid.
96 vrouwen gebruikten het medicijn of het nep-medicijn in de cyclus voorafgaand aan de terugplaatsing en – indien zij zwanger werden – tot vijf weken na de terugplaatsing. De embryo’s waren vers en ontstaan door eiceldonatie.
75,9 procent van de vrouwen die het medicijn namen kreeg een biochemische zwangerschap, vergeleken met 52,4 procent in de groep met het nepmedicijn en dit verschil was statistisch significant. Hoewel er een hoger aantal klinische zwangerschappen (bevestiging van de zwangerschap via echografie na zes weken), doorgaande zwangerschappen (bevestiging van de zwangerschap via echografie na 20 weken) en levendgeborenen werd waargenomen bij vrouwen die het geneesmiddel gebruikten, waren deze verschillen niet significant. Dit wil zeggen dat het verschil ook door toeval zou kunnen komen en niet door het medicijn.
De resultaten van dit onderzoek zijn nog niet gepubliceerd. De onderzoekers geven aan dat er meer onderzoek nodig is om meer duidelijkheid te krijgen over de effectiviteit en de toepassing van dit medicijn.
Marloes: ‘De resultaten van deze studie zijn veelbelovend. Het is goed om je te realiseren dat dit een kleine studie is met een zeer specifieke groep vrouwen. Deze studie was niet opgezet om te kunnen meten of de verschillen tussen de groepen berusten op toeval of niet (daarvoor deden er te weinig vrouwen mee). Daarnaast zou het medicijn ervoor kunnen zorgen dat embryo’s van minder goede kwaliteit innestelen, wat zou kunnen leiden tot meer miskramen. Voordat je dit medicijn eventueel in de praktijk kunt gebruiken zijn er eerst grotere studies nodig naar de effectiviteit.’


