Een update over de situatie rond de procedurefout die gemaakt is bij ICSI-behandelingen in het UMC Utrecht.
22 juli 2017
In december 2016 werd bekend dat er in het UMC Utrecht een procedurefout gemaakt is bij ICSI-behandelingen. Er bleek een verkeerd slangetje gebruikt te zijn. Hierdoor kunnen er mogelijk zaadcellen van een andere man bij de eicellen van een van 26 andere vrouwen gekomen zijn.
Wij berichtten daar destijds uitgebreid over. Freya blijft dit verhaal natuurlijk volgen en onderhoudt contact met het UMCU.
Een persoonlijk verhaal
Vandaag, zaterdag 22 juli, verscheen er een persoonlijk interview met één van de betrokken paren in het AD. Uit het zaad van deze man zou een kind bij een ander stel geboren kunnen zijn. Het interview laat zien hoe groot de impact is van de procedurefout op de direct betrokkenen.
Wij spraken de afgelopen dagen een paar keer met de journaliste van het AD en natuurlijk vroeg zij ook het UMCU om commentaar op het concept-artikel. De reactie van het UMCU kun je onderstaand lezen.
Uitslag DNA-testen
Gisteravond liet het UMCU ons weten dat zij hebben besloten informatie naar buiten te brengen over de resultaten van de DNA-testen tot nu toe. De mensen bij wie sprake was van een zwangerschap of een kind toen de fout ontdekt werd ondergingen (op één na) een DNA-test en de uitslag van die testen was gunstig. De resultaten toonden aan dat alle kinderen genetisch afstamden van de wensvaders. Deze informatie is vandaag verschenen via de NOS.
Het wachten is nu nog op ontwikkelingen in de situatie rond de ingevroren embryo’s die betrokken zijn bij de procedurefout. Omdat een DNA-test op cryo-embryo’s niet eenvoudig is, zal het nog even duren voordat hiervan de resultaten bekend worden.
De reactie van het UMC Utrecht op het persoonlijk interview in het AD:
“In december 2016 heeft UMC Utrecht naar buiten gebracht dat er een procedurefout is gemaakt bij uitsluitend ICSI-behandelingen. Hierdoor was voor een aantal paren een kans ontstaan dat er eicellen waren bevrucht door zaadcellen van een andere man dan de wensvader. Zesentwintig paren hadden daardoor een kleine kans dat hun kind, zwangerschap of embryo was verwekt door een andere man. Het echtpaar uit het interview met het AD behoort niet tot de groep van deze 26 paren. Het is daarmee uitgesloten dat hun embryo een ‘verkeerde’ vader heeft.
Daarnaast bestond er voor 26 mannen een kleine kans dat hun zaadcellen een eicel van een ander paar hadden bevrucht. Meneer uit het interview is een van deze 26 mannen. Er is echter geen sperma van hem bij de eicel van een ander paar gezien en dat is later door DNA onderzoek bevestigd.
Dit is in januari met patiënt besproken. Betrokkene heeft ons in een later stadium laten weten dat hij door mondelinge communicatie van deze uitslag onvoldoende gerustgesteld was en dat hij de uitslag zwart op wit wilde krijgen. Dat begrijpen wij. Een probleem hierbij is dat wij hem niet een ongeanonimiseerde uitslag van een onderzoek bij een andere patiënt mogen laten zien, omdat dergelijke informatie hoort bij de in de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) geregelde vertrouwelijkheid van de arts-patiënt relatie. Als oplossing is, in overleg met patiënt en zijn advocaat, gekozen voor een schriftelijke verklaring door een onafhankelijk expert die inzage krijgt in het programma van de ICSI-behandelingen van de dag dat ook dit paar is behandeld, en de uitslag van het vaderschapsonderzoek bij het kind van het enige andere paar van die dag. Deze verklaring heeft meneer inmiddels ontvangen. Wij vinden dat dit sneller had gekund en gemoeten, en betreuren dat dit te lang heeft geduurd. Wij hebben hem hier onze verontschuldigingen voor aangeboden.
We betreuren zeer dat dit echtpaar en alle andere betrokken paren met de fout bij de ICSI-behandelingen hebben moeten belasten. Temeer omdat het gaat om een behandeling die voor veel mensen toch al emotioneel beladen is. We doen ons best om goede nazorg te geven aan alle betrokken paren. Het is duidelijk dat dit paar dit onvoldoende ervaren heeft en dat spijt ons van harte.
Wij zijn en blijven beschikbaar voor het beantwoorden van hun vragen, het wegnemen van hun onzekerheden en het gezamenlijk zoeken van mogelijke oplossingen. We hebben met het echtpaar afgesproken dat wij verder met hen in gesprek zullen gaan over al hun vragen. Ook alle andere paren die vragen hebben over hun behandeling blijven altijd welkom in het UMC Utrecht voor een gesprek.”


