Droom in duigen – dagboek van een miskraam

Beeld: Martine van der Voort

Na jarenlange onderzoeken en IUI-behandeling was ik eindelijk zwanger na mijn eerste IVF-poging. Tot het moment dat een echo uitwijst dat mijn angstige voorgevoel klopt: de zwangerschap ontwikkelt zich niet goed. Het vruchtje is in een heel vroeg stadium gestopt met groeien. Onze wereld stort in. In deze moeilijke periode heb ik een dagboek bijgehouden.

6 juli

Mijn angstige voorgevoel klopt: er komt geen kindje. Geen hartje op de echo. Ik ben gebroken. Het is zo oneerlijk, zo gemeen. Waarom? Waarom mag ik dit kindje nu niet krijgen? Waar heb ik dit aan verdiend? Waarom gebeurt dit bij ons? Zo veel vragen, zo weinig antwoorden. Er zit een niet levensvatbaar vruchtje in me. Ik kan het niet bevatten. Dit kindje was zoveel meer dan gewenst, het had al een plaatsje in ons leven. Het leefde: in onze dromen, in onze toekomst. Tijdens de kerstdagen zou ik met een bolle buik onder de kerstboom zitten, voor mijn verjaardag zou ik spulletjes voor de babyuitzet vragen, volgend jaar zomer zouden we gaan picknicken bij het water, in de tuin zou een zandbak komen, we zouden een abonnement op de dierentuin nemen… Al die prachtige dromen spatten uiteen. Zo wreed. Waarom moet dit ons gebeuren: we zijn klaar voor dit kindje, het is zo welkom, zo vreselijk welkom. We hebben hier zo verschrikkelijk lang op gewacht; drieënhalf jaar leefden we tussen hoop en vrees. Ik weet niet hoe ik dit verdriet weer te boven moet komen.

De arts die de echo uitvoert is vriendelijk een meelevend. Ze kan ons niet troosten (wie wel?), maar ze geeft ons wel het gevoel dat ze zich realiseert hoe groot de impact is die deze boodschap op ons maakt. Zij is tenslotte degene die ons vanaf een roze wolk in een diep zwart gat gooit. “Hoop houden mag niet meer; het zit niet goed.”. Die woorden zijn hard, maar duidelijk. We moeten gaan verwerken dat er geen kindje komt.

Ik ben wanhopig. Ik zou alles op willen geven voor een kind. Voor dit kind. Die ene wens, het lijkt zo simpel: een kindje van ons samen. Waarom mag het niet zo zijn?

7 juli

Ik heb alles wat herinnert aan de zwangerschap opgeruimd. Ik heb een grote doos gepakt en daar alle zwangerschapsboeken en kaartjes en cadeautjes die we al gekregen hebben in gedaan. Ik wil het niet meer zien. Ik ben niet zwanger. Er komt geen kind. Ook heb ik Moeders voor Moeders afgemeld: vandaag is de laatste ophaaldag. Ik vind het moeilijk om voor de laatste keer de kratten buiten te zetten; wie weet hoe lang het duurt voordat ik weer mee kan doen… Als het überhaupt nog ooit gebeurt.

13 juli

Gisteren heb ik opnieuw een echo gehad en het is definitief niet goed. Niet dat ik nog hoop had, maar toch. Het is emotioneel moeilijk om het lege vruchtzakje te zien. We krijgen de keus: wachten tot de miskraam zich spontaan aandient (wat nog weken kan duren) of proberen om het met medicijnen op te wekken. Wachten wil ik niet. Ik wil dat het weggaat; het is niet levensvatbaar en dan moet het ook maar uit mijn lijf. Ik vind het moeilijk te accepteren dat het levenloos in me zit. Het gevoel is wel heel dubbel: hoewel ik weet dat het geen kans heeft, koester ik het toch. In het ziekenhuis spreken ze over ‘het restant van het zwangerschapsproduct’; voor ons is het wat ons kindje, een toekomst had moeten zijn. En daar moeten we afscheid van nemen.

Gisterenavond heb ik medicijnen genomen om de miskraam op te wekken. Wat volgde was een lange nacht met ongelooflijk veel pijn. Het was letterlijk en figuurlijk een hele bevalling. Maar bij een bevalling heb je nog een kindje na afloop van de pijn. Het beste wat het ons op kan leveren, is een niet levensvatbaar vruchtje in het toilet. De miskraam lijkt in te zetten: ik verlies bloed en stolsels.

Morgen moet ik terugkomen voor opnieuw een echo en dan weten we of de medicijnen hun werk goed gedaan hebben. Aansluitend hebben we een intakegesprek bij de anesthesist voor het geval het toch nog een curettage wordt. Daar wil ik nu nog even niet aan denken. Ik wil dit hoofdstuk afsluiten. Ik wil deze nachtmerrie achter me laten.

14 juli

En weer is het niet goed. Het vruchtzakje zit er nog; het wordt alsnog een curettage. De abortus zal overmorgen plaatsvinden. Nooit gedacht dat ik dat zou moeten ondergaan… Een kindje is mijn grootste wens, en nu moet ik een abortus ondergaan. Onbegrijpelijk. In mijn gedachten kan ik deze tegenstrijdigheid maar moeilijk aan. Ik merk dat ik murw ben geworden; dit is te veel, ik kan het niet meer bevatten. Waaraan verdienen we al deze ellende? En wanneer stopt het eens een keer?

De brievenbus ligt vol met kaartjes van medeleven en de telefoon rinkelt regelmatig. Heel lief en dat doet ons absoluut goed. Maar het helpt niet echt; niemand kan ons helpen in ons verdriet. Het zo gewenste kindje komt er niet. Dat moeten we verwerken en dat kunnen we alleen zelf. We moeten dit een plekje geven, maar dat kost tijd. Wat was dat lieve kleine meiske of mannetje gewenst. Wat had ik hem of haar graag in februari in mijn armen gesloten. Het voelt niet alsof ik een leeg vruchtzakje ga verliezen, het voelt alsof ze mijn baby’tje van me gaan afpakken. Voor ons leefde het al zo…

15 juli

Ik wil mijn kindje niet kwijt! Ik wil het niet, ik kan het niet!!! Het is mijn toekomst, het moet er komen. Kan iemand me alsjeblieft zeggen dat het een nachtmerrie is, dat ik gewoon zwanger ben, dat het hartje klopt, dat het goed komt… Ik hou al zoveel van dit minimensje, ik wil niet dat ze het morgen weghalen. Dat mag niet, het is van ons! Het is zo vreselijk langverwacht, het is zo ontzettend welkom. We hadden dit kindje zo veel te bieden, het zou in zo’n warm nest komen met een lieve papa en mama die niets liever willen dan hem of haar verwelkomen. Ik kan het niet aan om het kwijt te raken, om er afscheid van te nemen. Ze moeten er van af blijven, het is van ons! Ja, het is tijd om nu wakker te worden en me te realiseren dat ik inderdaad alles gedroomd heb. Ik weet namelijk niet of ik de waarheid wel aankan.

17 juli

Het is weg… Gisteren ben ik onder volledige narcose gecuretteerd. Het is een dubbel gevoel: enerzijds was dit nodig om verder te kunnen, anderzijds is het nu definitief. Het einde van mijn eerste echte zwangerschap. Ik dacht dat ik na de curettage mijn blik weer op de toekomst zou kunnen richten en weer moed zou kunnen verzamelen voor een volgende poging, maar ik val – voor zover mogelijk – in een nog dieper gat. Het is voorbij, onze droom is vervlogen. Zo definitief. Geen kindje voor ons in februari. Bij tijd en wijle weet ik niet waar ik het moet zoeken van ellende. Ik huil, schreeuw of lig juist doodstil in bed. Dit verdriet is groter dan ik aankan. Mensen zeggen dat ik zo dapper en sterk ben, ook nu, maar dat is niet waar; ik ben absoluut niet sterk. Ik zie geen uitweg in mijn verdriet.

Ik ben een meester in me groot houden bij anderen, maar ondertussen ben ik een klein meisje dat stilletjes in een hoekje zit te huilen zonder dat er een eind aan lijkt te komen. Het is een rouwproces. We moeten afscheid nemen van ons ongeboren kindje en dat doet pijn. Vreselijk veel pijn. Zoveel pijn dat ik me afvraag of ik dit verdriet ooit een plekje zal kunnen geven… Ik kan niet geloven dat dit ooit zal slijten. Daarvoor doet het te veel pijn.

De curettage zelf is wel goed gegaan. Op de operatiekamer staat een hele vriendelijke man die me net voor ik in slaap val zegt: ‘We zullen goed voor je zorgen hoor’. Zo’n klein zinnetje, maar het is me bijgebleven; het geeft voor mij aan dat ze betrokken zijn. Na de operatie moet ik huilen omdat het nu echt weg is. Ik voel me leeg. Nu ben ik echt niet meer zwanger. Ik knap snel op en wil graag zo vlug mogelijk weer naar huis. Nadat de arts me heeft ontslagen, gaan we ervandoor. Weg uit het ziekenhuis. Zonder zwangerschap, zonder kind…

26 juli

Na een vervelende medische nasleep van de curettage heb ik vandaag voor het eerst weer gewerkt sinds 7 juli. Raar. Vooral omdat ik me realiseerde dat ik de laatste keer dat ik op mijn werk was, nog in de veronderstelling was dat ik zwanger was…

Er lag een lief kaartje op mijn bureau van mijn directe collega’s. Er lopen regelmatig mensen binnen om te vragen hoe het nu gaat. Ik vertel dat het goed gaat en dat ik wel weer opgeknapt ben. De waarheid ligt ergens in het midden: het gaat inderdaad een stuk beter, maar op bepaalde momenten weet ik nog steeds niet waar ik het zoeken moet. Het doet nog zoveel pijn… Af en toe dringt het ineens weer tot me door dat ik niet meer zwanger ben. En met nog maar twee IVF-pogingen te gaan, is de kans dat ik ooit moeder zal worden nu eveneens veel kleiner geworden. En dat is confronterend. Dat maakt het sowieso zo oneerlijk: een miskraam is afschuwelijk, voor iedereen. Maar waarom gebeurt het ons; wij hebben maar drie kansen om een kindje te krijgen. De eerste is ons zojuist op wel heel brute wijze ontnomen…

Wil je meer lezen?

Een gedachte over “Droom in duigen – dagboek van een miskraam

  1. Hallo… ik ken je verdriet… PCO-patiënt – 6IUI – 1 miskraam – 1 buitenbaarmoederlijke zwangerschap – 3 IVF…
    Ik zag op 7 weken ook geen hartslagje en moest ook met pilletjes de zwangerschap afbreken. Na 4 jaar proberen was dit echte hel… Maar ik vergeet nooit wat de echografist tegen me zei toen ik op controle ging om te zien of alles weg was: “Het is heel goed” En ik keek hem ongelovig aan, met de neiging om hem direct te wurgen… en hij herhaalde: “Het is heel goed, het is een miskraam, 1 op 3 vrouwen hebben dit ooit voor en weet je wat we hieruit leren? Dat je vruchtbaar bent! Dus niet wanhopen, we zoeken gewoon voort”. Dus dit zeg ik nu tegen jou: Niet wanhopen… alsjeblief…
    Veel liefs!
    Nadia, mama van 2 wondertjes (na 6 jaar afzien) Timothy & Siënna

Geef een reactie