“Heb jij maar één kind?”

In de behandelruimte van mijn praktijk voor fysiotherapie staat een foto van mijn zoon. Patiënten kijken ernaar en regelmatig volgt dan de vraag: “Heb jij maar één kind?”. Nog steeds weet ik niet goed wat ik daarop moet antwoorden.

Het ‘maar’ in de vraag impliceert dat de vragensteller één kind te weinig vindt. Ook de intonatie (verbazing, ongeloof, irritatie) maakt me onzeker. Op mijn gestamelde antwoord volgde tot een jaar of vijf geleden een snelle bodyscan en de opmerking “Nou ja, je bent nog jong”.

Nu het vel wat minder strak is en de dure crème het niet meer wint van de rimpels, volgt er vaak een ongemakkelijke stilte en gaan we snel over op een ander onderwerp. Zal ik de foto weghalen om dit soort ongemakkelijke gesprekken te voorkomen?

“Heb jij óók maar één kind?”. Deze vraag brengt bij mij een hele andere reactie teweeg. Een voorzichtig aftasten. Een antwoord: “Ja, helaas wel. En jij?”. Vaak blijkt degene die zo’n vraag stelt ervaring te hebben met vruchtbaarheidsproblemen als betroffene of als familie of vriend van. Er ontstaat regelmatig een levendig gesprek waarin ervaringen uitgewisseld worden. Ik blijf me verbazen over hoe intens zulke gesprekken kunnen zijn en hoe goed zo’n gesprek doet.

De foto blijft dus staan en de vraag “Heb jij maar één kind?” beantwoord ik voortaan met: “Ja, ik heb één kind” en ga vervolgens over tot de orde van de dag.

Anja

Een gedachte over ““Heb jij maar één kind?”

  1. Hi Anja,

    Wat heb je dit goed verwoord. Ik zelf heb 1 zoon van bijna 6, we zijn ondertussen 23 maand bezig om een tweede kindje te mogen krijgen. Het schijnt namelijk dat 1 kant van mijn baarmoeder niet ontwikkelt is waardoor de kans op nog een kindje op een natuurlijke manier heel minimaal is. We zijn onlangs begonnen met de tweede iui behandeling, de eerste is mislukt. We blijven positief maar het is wel heel erg moeilijk om altijd maar positief te blijven.

    Ik krijg dan ook vaak de vraag gesteld ´heb jij maar 1 kind?’ of wil je nog een tweede? als ik dan ja zeg dan krijg ik de vraag of ik het leeftijdsverschil niet zielig vindt. nah, ik vindt deze vragen zo asociaal, net of het tegenwoordig de normaalste zaak is om elkaar dit soort persoonlijke vragen te stellen.

    Ik probeer hier dan ook boven te staan maar vindt dit nog vaak heel confronterend en pijnlijk, wellicht dat het met de tijd komt dat ik er ook boven kan staan.

    Willemijn

Geef een reactie