Auteurs: Nienke Schouten & Frank Broekmans
Het kiezen van de juiste dosering follikel stimulerend hormoon (FSH) voor een 1ste IVF of ICSI behandeling is lastig. Bij de keuze voor een FSH dosis spelen kans op zwangerschap en de kans op complicaties of hoge patiënt belasting een belangrijke rol. Daarom is in het UMC Utrecht een model ontwikkeld dat gebruikt kan worden om de juiste dosering te kiezen. In dit model zijn de succeskansen en de veiligheid allebei zo goed mogelijk gewaarborgd.
Wat is IVF?
In de normale vrouwelijke cyclus is er één follikel (eiblaasje) dat gaat groeien en uit zal rijpen. Bij de eisprong verlaat het eitje het eiblaasje en komt het via de eileider in de baarmoeder. Als er een goede bevruchting heeft plaats gevonden in de eileider en het embryo zich innestelt in het baarmoederslijmvlies, kan de vrouw zwanger worden. Bij een IVF/ICSI-behandeling vindt de bevruchting in het laboratorium in een glazen bakje plaats (vandaar de term “reageerbuisbevruchting”). Daarvoor moet de eicel uit het lichaam gehaald worden met een follikelpunctie. Omdat dit een belastende procedure is voor de vrouw, en lang niet alle eicellen zich door ontwikkelen tot een embryo, streven artsen er naar om meerdere eicellen te verkrijgen in plaats van slechts 1 per keer.
Risico’s bij het stimuleren van de eierstokken
Daarom stimuleren we de eierstokken met follikel stimulerend hormoon (FSH, bijvoorbeeld gonal-F, menopur of fostimon). In Nederland is de standaard startdosering hiervan 150 eenheden. Veel vrouwen hebben hierop een normale respons van 5 tot 15 eicellen. Echter: een deel van de vrouwen reageert hier te fors op, waardoor er te veel eicellen gaan groeien en de vrouw risico loopt op het ovarieel hyperstimulatie syndroom (OHSS). Vrouwen met OHSS lopen het risico dat hun bloed indikt, omdat vocht uit de bloedbaan weglekt en zich ophoopt in de buik of rondom organen. Dit kan leiden tot opname in het ziekenhuis, het ontstaan van bloedpropjes in de bloedvaten (trombose), ingrepen om het vocht uit de buik of bij de organen weg te halen en in een heel zeldzaam geval kan het zelfs leiden tot het overlijden van een vrouw.
Niet bij iedereen is een lagere dosering beter, bij sommige vrouwen kan het verlagen van de dosering ervoor zorgen dat er juist (te) weinig eiblaasjes groeien. Het is daarom zinvol om onderscheid te maken tussen vrouwen die een lagere dosering nodig hebben en vrouwen die de standaard dosering, of heel soms een hogere, kunnen gebruiken.
Gelijke kans op zwangerschap
Uitgebreide studies hebben aangetoond dat het aanpassen van de dosering niet leidt tot een verandering in de kans op zwangerschap. Daarentegen is wel wetenschappelijk aangetoond dat het verlagen van de dosering bij vrouwen met een verwachte hoge respons leidt tot een lagere kans op OHSS en dus de behandeling veiliger maakt (1,2). Kortom, het aanpassen van de startdosering FSH lijkt de zwangerschapskans niet te veranderen, terwijl het wel effect heeft op de veiligheid van de behandeling.
Persoonlijke dosering
Het UMC Utrecht heeft voor dit onderzoek data van verschillende studie groepen wereldwijd ontvangen. Het is dan ook de grootste gegevens verzameling op het gebied van doseren bij IVF/ICSI geworden. Met deze gegevens is een model ontwikkeld, dat op basis van de leeftijd van een vrouw en het anti-mulleriaanhormoon (AMH) voorspelt welke dosering geschikt is. AMH is een hormoon waarde die iets zegt over hoeveel eiblaasjes aanwezig zijn in de eierstokken. Een lage waarde voorspelt een mogelijke lage opbrengst, een hoge waarde voorspelt een mogelijk te hoge respons van de eierstokken op de medicatie. Per dosering wordt er een risico geschetst op het optreden van OHSS en de noodzaak preventieve maatregelen te nemen. Op basis van het individuele risico per vrouw kan door de arts een geschikte dosering gekozen worden.
Resultaten in het UMC Utrecht
Sinds februari 2021 wordt dit model gebruikt in het UMC Utrecht. Daar zijn de eerste 12 maanden na de invoer van het model vergeleken met de 36 maanden vóór de invoer van het model. De kans op zwangerschap is precies hetzelfde gebleven. Het risico van de behandeling is drastisch verlaagd: van 11.2% naar 4.3%. Risico’s zijn: het stoppen van de behandeling vanwege een te forse respons, het besluit om geen verse terugplaatsing te doen i.v.m. een te hoog risico op OHSS of het ontstaan van milde, matige of ernstige OHSS. Ook het risico op een lage respons van de eierstokken was vergelijkbaar vóór en na invoer van het rekenmodel. Concluderend: door per vrouw specifiek een dosering te kiezen, wordt het risico van de behandeling verlaagd en blijft de kans op zwangerschap het zelfde.
Bronvermelding
1Lensen SF, Wilkinson J, Leijdekkers JA, La Marca A, Mol BWJ, Marjoribanks J, Torrance H, and Broekmans FJ. Individualised gonadotrofin dose selection using markers of ovarian reserve for women undergoing in vitro fertilisation plus intracytoplasmic sperm injection (IVF/ICSI). Cochrane Database of Systematic Reviews 2018.
2Ishihara O and Arce J-C. Individualized follitropin delta dosing reduces OHSS risk in Japanese IVF/ICSI patients: a randomized controlled trial. Reproductive biomedicine online 2021.
3Sunkara SK, Rittenberg V, Raine-Fenning N, Bhattacharya S, Zamora J, and Coomarasamy A. Association between the number of eggs and live birth in IVF treatment: an analysis of 400 135 treatment cycles. Human Reproduction 2011: 26; 1768-1774.


