ICSI, ICSI, wat jij niet ziet…

ICSI, ICSI, wat jij niet ziet…

…en de kleur is zwart. Met een gele rand. Het is Vaderdag. Ik heb het wel, maar ben het niet. Vader. Deze zondag verblijf ik in mijn hoofd in één van de zwartste kamertjes die zich in mijn hoofd bevinden. Mijn hoofd dat verdeeld is in een duizendkamerappartement. De meeste vrolijk opgewekt, fris, alles mooi aan kant. Gebruikmakend van fraaie pasteltinten, lichte kleuren, mooie kleuren. Dit zijn de kamers in mijn kop waar ik het liefste ben. De kamers met mooie herinneringen, de kamers met heerlijke geuren, de kamers met successen, de kamers waar gelachen wordt, waar gefeest wordt.

Maar daar ben ik vandaag niet. Dit jaar niet, vorig jaar niet en volgend jaar ook niet. Dit kamertje, waar ik verdrietig ben. Waar mijn kussensloop nat is van mijn tranen. De tranen die ik op Vaderdag keihard laat stromen. Ze mogen er zijn. En ik weet dat ik niet alleen ben. Ik voel me gesteund door mensen die hetzelfde hebben gemaakt of aan het meemaken zijn op dit moment. Maar ook lieve berichten van mensen die weten dat ik in mijn zwarte kamertje zit vandaag. Wetend dat ik waarschijnlijk morgen weer in één van mijn andere kamers zit.

Ik kreeg kaartjes, ik kreeg een ontbijtje en zelfs een cadeautje. Het leek op ‘vieren’ en dat klopte niet. Ik had net gehuild. Ik was aan het rouwen, aan het herdenken, aan het piekeren. Ik was mezelf aan het storen aan mensen die op die dag in een licht kamertje zaten. Als ik in mijn zwarte kamertje zit, en hoe vaak komt dat nu eigenlijk voor, wil ik dat iedereen in een zwart kamertje zit. Wat ook kan is dat ik op zo’n dag als Vaderdag helemaal geen mensen om me heen heb. Gewoon ikzelf in mijn zwarte kamertje, de deur staat altijd op een kier en de deurpost is geel zodat ik niet vergeet dat er meerdere kamertjes zijn. Betere kamertjes, vrolijkere kamers, kamers met een fleurig motiefje, met mensen die keihard lachen.

Ik ben gek genoeg blij dat mijn zwarte kamertje er is en dat ik hem altijd weet te vinden. Naast de asgrijze zoldertrap en mijn donkerbruine overloop vind ik hem zelfs met mijn ogen dicht. Mijn zwarte kamertje vinden was ook nooit een probleem, er uit komen was soms lastiger. Omdat het er zo donker is, struikelde ik wel eens, stootte ik dingen om en werd het steeds rommeliger. Dat is het gemene van dit kamertje. Het wil graag dat je daar blijft en het liefst langer dan een half uur of een dag. Het wil dat je verstrikt raakt. Het kamertje wil zo graag dat je daar langdurig blijft en heeft hier veel voor over. Ik niet. Niet tegen elke prijs, daarom heb ik de deurpost geel geverfd. Opdat ik niet vergeet. Dat er meer is. Meer in dit leven dan ‘niet’ een vader zijn. De gele rand zorgt ervoor dat ik relativeer, dat ik grapjes maak, dat ik de uitgang altijd weet te vinden. En naast de deur heb ik een bordje neergehangen. ‘De kwaliteit van je leven hangt niet af van wat er met je gebeurt, maar hoe je er op reageert. Aan het eerste kun je niet zoveel doen, aan het tweede alles’, staat erop. Als ik de deurknop beet heb kijk ik altijd even achterom. Mijn zwarte kamertje, waar ik altijd een paar keer per jaar een paar uur of paar dagen ben. Langer niet. Ik doe de deur open en zie onderaan de trap de andere kamers. De gele, de mintgroene, de blauwe en de rode. Ze staan allemaal open. Open voor mij. Ik doe de deur achter me dicht. Tot de volgende keer.

Ronald

Een gedachte over “ICSI, ICSI, wat jij niet ziet…

Geef een reactie